Friday, September 12, 2014

Dr. Watson - Supercomputer als arts-assistent

Supercomputer Watson, ontwikkeld door IBM, won drie jaar geleden de Amerikaanse tv-quiz Jeopardy. Nu is hij omgeschoold om artsen te helpen sneller en gebaseerd op meer informatie een diagnose te stellen en een behandelmethode te bepalen. 


                Credit: IBM

Dit artikel is verschenen in De Ingenieur, september 2014


De hoeveelheid medische informatie verdubbelt elke vijf jaar. Dan gaat het in de eerste plaats om medische vakliteratuur en resultaten van klinische trials, maar ook scans, foto’s en elektronische patiëntengegevens. Geen arts die al deze informatie nog volledig in zich op kan nemen. Maar een computer die thuis is in de medische wereld en ook nog onze taal begrijpt, kan een arts helpen om die explosief groeiende hoeveelheid informatie te schiften, te evalueren en te interpreteren. En dat is precies het idee achter IBM Watson als gezondheidsexpert.

IBM’s Watson won begin 2011 de Amerikaanse tv-quiz Jeopardy. Watson verpletterde de twee beste menselijke spelers uit de historie van deze moeilijke kennisquiz. Voor het eerst was er een machine die gecompliceerde menselijke taal, inclusief alle uitdrukkingen begreep en ook nog razendsnel antwoorden gaf.

Voor IBM was Jeopardy niet meer dan een showcase, maar wel een uitdagende en tot de verbeelding sprekend. Het bedrijf zag in Watson van begin af aan al een rol als expert in uiteenlopende domeinen zoals gezondheidszorg, detailhandel, financiële wereld en de wereld van olie- en gasexploratie. Gezondheidszorg werd het eerste speerpunt.

Rijp voor de markt

Marc Teerlink is Chief Business Strategist van de IBM Watson Group. Hij is opgeleid als psycholoog en laat zijn licht schijnen over de rol van Watson in de gezondheidszorg van de nabije toekomst. 

“Na Jeopardy zijn we twee jaar lang bezig geweest om Watson om te scholen tot gezondheidsexpert”, vertelt Teerlink. “Daarbij stonden we voor talloze nieuwe uitdagingen, die moeilijker waren dan bij Jeopardy. Welke soorten data moet Watson evalueren? Hoe betrouwbaar zijn die data? Is klinische trial X wel even betrouwbaar als klinische trial Y? Hoe zorgen we ervoor dat twee verschillende gezondheidsinstellingen gegevens met elkaar kunnen combineren zodat uiteindelijk de patiënten er beter van worden? Hoe maken we Watson als dienst geschikt voor elk mobiel platform?”

In de afgelopen twee jaar heeft IBM de eerste vijftien klanten aan zich weten te binden. Het zijn geen klanten die zomaar software kopen, maar klanten waarmee IBM een partnerschap aangaat. Twee van die klanten zijn Memorial Sloan Kettering in New York en het University of Texas MD Anderson Cancer Center, beide behorende bij de top van de Amerikaanse kankercentra.

Memorial Sloan Kettering stelde 25.000 patiëntencasussen aan IBM beschikbaar. “Prachtig natuurlijk”, zegt Teerlink, “maar vervolgens heb je wel menselijke experts nodig om die casussen te evalueren. Heeft Watson het wel goed begrepen? En wat moet je doen als twintig artsen zeggen dat Watson het goed doet, maar vijf artsen zeggen dat Watson het verkeerd doet? Watson leert door interactie met artsen. Officieel hebben deze kankercentra nu nog een pilotversie van Watson, maar we zijn de pilotfase bijna voorbij. Begin dit jaar hebben we geconcludeerd: we weten nu hoe we er een praktische dienst van kunnen maken.”

Een van de ervaren artsen die meehielp om Watsons aanbevelingen te evalueren was professor Herbert Chase van Columbia University (VS). Teerlink vertelt hoe Chase er dankzij Watson achter kwam dat hij zelf, ondanks zijn enorme ervaring, bij een patiënte de ziekte van Lyme over het hoofd had gezien. Zelfs de beste menselijke artsen maken fouten, soms omdat ze vooroordelen hebben, soms omdat ze gewoon niet alle beschikbare informatie kunnen overzien. Watson kan in de orde van honderd miljoen pagina’s medische informatie per seconde lezen. Een menselijke arts krijgt dat nooit voor elkaar. “Natuurlijk blijft het de arts die de beslissing neemt, maar Watson ondersteunt hem daarbij”, zegt Teerlink. “Het mooie van Watson is dat hij altijd de bronnen laat zien waarop hij zijn aanbevelingen baseert. En die bronnen kan de arts dan weer checken.”


                Credit: IBM

Watson denkt in de Cloud

De gebruiker kan Watson straks aanroepen via willekeurig welke apparaat, van pc tot smartphone. Centraal in Watson staan drie vaardigheden: het begrijpen van taal; het leren van gebruikers, van nieuwe informatie en van eerdere interacties; en tenslotte het genereren van hypotheses over diagnoses of behandelingen. “Watson als dienst werkt tot nu toe alleen nog voor de Engelse taal”, zegt Teerlink. “We werken aan andere talen, maar dat gaat nog een tijdje duren. Wat betreft het Nederlands kan ik op dit moment alleen maar zeggen dat Watson wel al met Nederlandstalige bronnen kan werken. Aan de interactie in vragen en antwoorden in het Nederlands werken we nog. Hou dit najaar maar onze nieuwsberichten in de gaten.”

Zoals altijd met nieuwe technologie kent ook de gezondheidszorg early adopters en late adopters. Teerlink: “Hoe meer we Watson gaan uitrollen, hoe meer we tegen de late adopters aan lopen. Er is een groep artsen en specialisten die ongelofelijk positief is. Maar er is ook een sceptische groep. Sommigen maken zich zorgen om hun eigen rol als expert. Anderen maken zich zorgen om de data.”

Wat de eerste zorg betreft, is het duidelijk dat het uitrollen van Watson vraagt om een andere training van artsen. De rol van de machine in het bijhouden en vergelijken van medische informatie wordt steeds groter. Dat betekent dat artsen minder uit het hoofd zullen hoeven te leren en minder zelf op zoek hoeven te gaan naar informatie. Maar ze zullen nog steeds de waarde van Watsons aanbevelingen moeten beoordelen. En ze zullen die aanbevelingen zo goed mogelijk moeten integreren in het complexe medische beslissingsproces.

Wat betreft de tweede zorg, dwingen de nieuwe mogelijkheden van Watson om na te denken over ethische kwesties rond het delen van data, zegt Teerlink. “Watson als gezondheidsexpert is een cloud-gebaseerde dienst. Op verschillende geografische locaties zullen servers staan. Sommige data zullen Europa niet mogen verlaten, terwijl andere data de VS niet uit mogen. De waarde van data zal toenemen en dat zal er weer voor zorgen dat een nieuw type functie in de medische wereld ontstaat: die van chief data officer.”

Cognitieve technologie

Medische expertsystemen worden al sinds de jaren zeventig ontwikkeld. Maar decennialang waren ze alleen maar gebaseerd op steeds ingewikkelder wordende ‘als-dan’-regels. Dat bleek onvoldoende. Veel te vaak waren er uitzonderingen. Dankzij de nieuwste taaltechnologie en de nieuwste automatisch lerende technieken, worden medische expertsystemen zoals Watson eindelijk een aanwinst voor de gezondheidszorg. Nu gaat het om cognitieve expertsystemen, die een deel van de menselijke cognitie zoals taalvermogen, redeneervermogen en lerend vermogen op de computer nabootsen.

Teerlink hoopt dat artsen en verplegend personeel meer tijd gaan hebben voor menselijke aandacht omdat machines steeds meer van de informatieverwerking gaan doen. “Ik hoop dat cognitieve technologie over vijf tot tien jaar gemeengoed is geworden. Mijn droom is dat de markt inziet dat vermenselijking van technologie essentieel is. Als je technologie moeilijker maakt, moet je het ook vermenselijken. Let wel, ik zou nooit willen dat cognitieve technologie het hele beslissingsproces overneemt. Waar ik voor pleit, en dat is ook het principe van IBM: always show the evidence. Watson toont de gebruiker waar hij zijn kennis vandaan heeft gehaald en hoe betrouwbaar hij zijn antwoorden inschat. We moeten ons echter wel blijven realiseren dat hoe meer onze samenlevens draait om informatie, hoe meer eisen gesteld worden aan ons eigen kritische denken.”





[kader:]
Watson maakt de arts slimmer
De overvloed aan medische informatie blijkt uit de volgende cijfers:

13.000 ziekten, syndromen en verwondingen
6.000 medicijnen
4.000 procedures voor medische handelingen en operaties
honderden richtlijnen
meer dan 10.000 ‘datapunten’ in het elektronisch patiëntendossier van een ‘gemiddelde’ patiënt

Dankzij een combinatie van het begrijpen van taal, het leren van interactie met artsen en patiënten en het genereren van hypothesen over diagnose of behandeling kan IBM Watson deze overvloed aan medische informatie te lijf gaan. Arts en Watson samen zijn dan een stuk slimmer dan ieder van hen afzonderlijk. Nog verder in de toekomst wil IBM Watson ook laten leren van medische beeldinformatie zoals scans en hartfilmpjes, en van andere zintuiglijke informatie zoals geluid, reuk, smaak en tast.

Internet
IBM Watson
TED-lezing door Marc Teerlink over Watson als gezondheidsexpert
TED-lezing van Herbert Chase over Watson als gezondheidsexpert

Thursday, September 11, 2014

Het genoom van de koffieplant is ontrafeld



Elke seconde drinken mensen wereldwijd 26.000 kopjes koffie. We houden van de smaak, maar we gebruiken vooral de cafeïne uit de koffie om ’s ochtends wakker te worden, voor een opkikker overdag of om ’s avonds lekker lang te kunnen doorwerken. Cafeïne is de meest gebruikte drug. Afgelopen week werd het genoom van de koffieplant ontrafeld.

Beluister hier mijn Radio-1 bijdrage aan het programma VROEG.

Komeetlanding wordt harde dobber


Komeet 67/P is veel ruwer dan gedacht. Dat maakt de komeetlanding in november een dubbeltje op zijn kant. Lees het hele artikel op NPO Wetenschap.

Het belang van landverdamping




Hoeveel van de neerslag komt van verdamping uit oceanen en hoeveel van verdamping van het land? Een Delftse promovendus vond het antwoord. Lees het hele artikel op NPO Wetenschap.


Monday, August 25, 2014

Alle ins en outs van de wet van Moore

Sommige wetenschappers wacht eeuwige roem. Zij verbinden hun naam aan een wet, een principe of een stelling. Wat deden zij en wat is hun werk nu nog waard? De NTR-radio Zomerserie ‘Op de schouders van reuzen’ gaat over wetenschappelijke grootheden en hun hedendaagse opvolgers.

Op maandag 25 augustus stond 'De wet van Moore' centraal. Jos Benschop, senior vice president technologie bij ASML, en ik waren te gast om over heden, verleden en toekomst van de wet van Moore te praten.

Beluister hier de hele uitzending.



Hieronder zet ik de belangrijkste ins en outs van de wet van Moore op een rij:

Wat is de wet van Moore?

Gorden Moore, mede-oprichter van chipfabrikant Intel, voorspelde in 1975 dat ongeveer elke twee jaar het aantal transistoren op een chip verdubbelde. Hij deed dat op basis van observaties. (Sommigen zeggen elke 18 maanden, maar Moore zelf heeft het altijd over twee jaar.) Hierdoor zouden computers elke twee jaar tweemaal zo snel worden.

Wat Moore oorspronkelijk als een beschrijving had bedoeld, werd meer en meer een voorspelling die de chipindustrie voortdreef. Die voorspelling is in de afgelopen vijf decennia redelijk juist gebleken, deels omdat de ‘wet’ voor chipfabrikanten een doel op zichzelf werd: een self-fulfilling prophecy dus.

Waarom is de wet van Moore belangrijk?

De wet van Moore is de drijvende kracht achter de belangrijkste technologische en sociale veranderingen van eind 20e/begin 21e eeuw: toepassingen van computer en internet.

Nice to know

Twee Nobelprijswinnende uitvindingen liggen aan de basis van de wet van Moore: de transistor en de chip.

De transistor werd in 1947 uitgevonden door Bardeen, Brattain en Shockley. Nobelprijs Natuurkunde 1956. De transistor is een elektronische 0/1-schakelaar gemaakt van silicium. Hiermee werd de miniaturisatie van de computer mogelijk. Grote voordeel van de transistor: hij kan tegen een stootje, gaat lang mee en is klein en goedkoop te maken. Het 0/1-karakter van de transistor maakt het rekenen intrinsiek digitaal.

In 1958 werd op basis van die transistor de eerste chip gebouwd: een geïntegreerd circuit: alle componenten van een elektronische schakeling zijn geïntegreerd gefabriceerd op een plakje silicium. Uitvinding van Kilby en Noice. Nobelprijs Natuurkunde 2000 voor Jack Kilby.

Hoe lang blijft de wet nog geldig?

Naar verwachting nog 10-20 jaar, maar niemand weet dat precies. Het is de ‘billion dollar question’. Duidelijk is wel dat er een natuurkundige limiet is. We kunnen geen dingen kleiner dan atomen maken. En op een gegeven moment worden componenten zo klein dat kwantumeffecten roet in het eten gaan gooien. Hoe kleiner je transistoren maakt, hoe onbetrouwbaarder ze worden. Verder is het maken van computerchips beperkt door hoe precies je met licht op een siliciumschijf kunt schrijven. Nu is het minimum iets in de orde van 23 nanometer, maar voor de meeste commerciële chips een stuk meer.

Nederland is heel belangrijk als het gaat om het in stand houden van de wet van Moore

Het Nederlandse hightechbedrijf ASML(Veldhoven) is de grootste producent ter wereld van machines die computerchips op siliciumschijven printen. Grote chipfabrikanten zoals Intel, Samsung en TSMC gebruiken ASML-machines om hun eigen computerchips te fabriceren. Deze chips zitten in bijvoorbeeld de nieuwste iPhones en iPads.

De wet van Moore gaat alleen maar over hardware. Een computer is toch meer dan alleen hardware?

Natuurlijk. De ontwikkeling van computers vindt plaats langs drie lijnen: hardware, software en computerarchitectuur. Helaas is er geen wet van Moore voor software. Sterker nog, volgens de wet van Wirth wordt software sneller langzamer dan hardware sneller wordt. Dat computerchips elke twee jaar tweemaal zo snel worden, betekent dan ook niet dat we het werk dat we met een computer doen tweemaal zo snel kunnen uitvoeren.

Lang niet altijd is sneller rekenen nodig voor nieuwe innovaties

Veel apparaten - van mobiele telefoons tot wasmachines en stofzuigers hebben een chip - maar die hoeft lang niet altijd ingewikkeld en razendsnel te zijn. Chips in een auto moeten vooral superbetrouwbaar zijn en heel robuust. Voor mobieltjes is het vooral van belang dat de chips ruisvrij zijn en goed met analoge signalen kunnen omgaan.

Digitale computers zijn - met dank aan de wet van Moore - zeer succesvol, maar hebben toch een paar fundamentele problemen. Naarmate we dichter bij het einde van de wet van Moore komen, gaan we daar steeds meer tegenaan lopen:
  1. energie: een supercomputer verbruikt al snel enkele megawatt aan energie, terwijl het menselijk brein slechts twintig watt verbruikt 
  2. software: vooral voor rekentaken waarbij massaal parallel gerekend moet worden, wordt de software een steeds groter probleem. 
  3. betrouwbaarheid: Transistoren die steeds kleiner worden, worden ook steeds onbetrouwbaarder. 
  4. snelheid: een computersimulatie van een biologisch proces verloopt zelfs op de snelste supercomputer typisch een factor honderd tot duizend trager dan het biologische equivalent. 
  5. compactheid: een supercomputer is een onhandig groot bakbeest vergeleken met het compacte menselijke brein van anderhalve liter. 
Deze beperkingen zijn de reden dat analoge computers een terugkeer aan het maken zijn:

In principe kan een digitale computer alles wat een analoge computer ook kan. Maar of de digitale computer dat ook in de praktijk voor elkaar krijgt, daarop weet niemand nog een antwoord. Het zou heel goed kunnen dat de digitale computer de massale parallelle informatieverwerking zoals het brein dat doet, niet binnen afzienbare tijd voor elkaar krijgt.

Wet van Moore gaat al een tijd niet meer op voor de computerprestaties als geheel 


De huidige generatie computers gebruikt meerdere chips naast elkaar. Twee chips verdubbelt het aantal transistoren, maar dat geldt lang niet voor de rekenprestatie.

Volgens futurist Ray Kurzweil leidt de wet van Moore tot de Singulariteit: het moment waarop computers slimmer zijn geworden dan mensen. Volgens Kurzweil gebeurt dat rond 2035. Hoe realistisch is dit?

Kurzweil betoogt dat alle technologische of evolutionaire vooruitgang exponentieel snel verloopt, waardoor de tijd tussen twee opeenvolgende doorbraken steeds korter wordt; bijvoorbeeld twee miljard jaar van het allereerste leven tot het ontstaan van cellen, en maar veertien jaar van de eerste pc tot het World Wide Web. De wet van Moore is voor Kurzweil een speciaal geval van deze veel algemenere wet van versnellende technologische doorbraken. 



Kurzweil betoogt dat de exponentiële toename van de rekensnelheid van computers onvermijdelijk leidt tot het moment waarop machines slimmer worden dan mensen: “Wij moeten beseffen dat onze aangeboren, biologische intelligentie vast ligt. De mensheid als geheel moet het doen met 1026 rekenoperaties per seconde, en wij zijn spoedig met tien miljard mensen. Over vijftig jaar zal de biologische intelligentie van de mensheid nog steeds ruwweg even groot zijn. Kunstmatige intelligentie haalt vandaag de dag een miljoen maal minder dan die 10^26 rekenoperaties per seconde, maar groeit wel exponentieel. Hoewel het dus lijkt alsof de menselijke intelligentie domineert, wat nu ook nog zo is, zal de kunstmatige intelligentie de menselijke intelligentie rond 2030 inhalen en haar daarna voorbij schieten.”

De Singulariteit heeft veel weg van technoreligie. Het is vooral een geloof. Bomen groeien echter nooit tot de hemel. Ik zie de Singulariteit vooral als een provocerend idee. Een leuk gedachte-experiment zonder veel werkelijkheidszin.

Argumenten tegen de Singulariteit:
  1. Wet van Moore is observatie, geen natuurwet. Hoewel Kurzweil denkt dat het massaal parallel rekenen op moleculair niveau in driedimensionale chips het leven van de wet van Moore met vele decennia gaat verlengen, is het maar de vraag in hoeverre dat gaat gebeuren. 
  2. Wet van Moore gaat al niet meer op voor de computerprestaties als geheel 
  3. Wet van Moore is geen panacé voor alles: zie bv. chaotische karakter van het weer. Welke netwerken van genen zijn op welke plek in het brein en voor welke functies belangrijk? Hoe zorgen lokale netwerken van hersencellen ervoor dat wij kleuren waarnemen? Hoe zorgen globale netwerken van hersencellen ervoor dat wij ons bewust zijn? Allemaal nog onopgeloste vragen. 
  4. Het aantal rekenoperaties per seconde heeft wel iets te maken met intelligentie, maar menselijke intelligentie is zeker niet equivalent aan, of zelfs maar evenredig met, het aantal rekenoperaties per seconde. De supercomputers Deep Blue en Watson voeren veel meer rekenoperaties per seconde uit dan respectievelijk Garry Kasparov en Ken Jennings, maar dat betekent helemaal niet dat ze intelligenter zijn dan hun menselijke opponenten. 
  5. Iets wat theoretisch mogelijk is, hoeft nog lang niet praktisch mogelijk te zijn. 
  6. Lichaam en geest kun je niet uit elkaar trekken. geest wordt geproduceerd door het brein en dat is een integraal onderdeel van het lichaam (embodied cognition) 
  7. Fundamentele wetenschappelijke vragen, of ze nu gaan over weer en klimaat of over brein en heelal worden niet opgelost door snellere computers of door computers met een groter geheugen, maar door slimme wetenschappelijke experimenten en theorieën, door menselijke creativiteit. Het verloop van deze wetenschappelijke ontwikkelingen is nog onvoorspelbaarder dan de beurskoersen. 
Veel wetenschappers van naam en faam vinden de Singulariteit niet meer dan een provocerend idee, maar volkomen onrealistisch. Interessant is dat ook Gordon Moore totaal niet gelooft in de Singulariteit.

Is het brein een computer?

Nee, dat is een slechte metafoor. Er zijn heel veel verschillen tussen brein en computer:
  1. Het brein kent geen onderscheid tussen hardware en software 
  2. Het brein kent zelforganisatie, zelfreparatie en groei 
  3. Het brein is verbonden met een lichaam 
  4. Het brein staat continu in verbinding met de buitenwereld 
  5. Het brein functioneert op een gigantische parallelle en niet-modulaire manier 
  6. Het brein heeft geen adresseerbaar geheugen 
  7. Het brein heeft geen systeemklok 
  8. Het brein is geen verzameling identieke logische schakelaars 
  9. Het brein werkt analoog 
  10. Het brein is zeer energie-efficiënt 
Waar computers veel beter in zijn dan menselijk brein:

1. Supersnel en feilloos rekenen

2. Enorm groot en feilloos geheugen

3. Razendsnel zoeken in grote databergen

4. Onvermoeibaarheid

5. Goed in exacte feiten

6. Geen last van psychologische belemmeringen

Waar computers (vooralsnog) slechter in zijn dan menselijk brein:

1. Leren

2. Patroonherkenning en -interpretatie

3. Cognitie die geworteld is in lichamelijkheid (taal is niet alles)

4. Sociaal-emotionele intelligentie (lichaamstaal, oogcontact)

5. Vaagheden, ambiguïteiten, onzekerheden, verrassingen

6. Multifunctionaliteit

7. Creativiteit

Kunnen we het brein op een computer simuleren?

Dat ligt er aan wat je onder simuleren verstaat. Een computer die een aantal cognitieve taken uitvoert die enigszins lijken op wat het brein doet, dat lukt nu al. Maar dat is nog heel ver weg van het exact biologisch simuleren. De energie die een supercomputer nu nodig heeft om informatie van de ene gesimuleerde hersencel naar de andere gesimuleerde hersencel te sturen is honderdmiljoen maal een miljoen keer (een 1 met 14 nullen) zo veel als in onze hersenen.

Hoe gaat het verder na de wet van Moore? 

  1. driedimensionale chips - nog onduidelijk hoe we die moeten maken. Warmte-ontwikkeling is een probleem. 
  2. optische computers 
  3. kwantumcomputers 
  4. biocomputers: rekenen op basis van DNA of RNA (blijkt in de praktijk nogal inefficiënt)
  5. neuromorphic computing: analoge computers gebaseerd op architectuur van het brein. geen onderscheid meer tussen rekeneenheid en geheugen. 

Niemand weet hoe computers er over 50 jaar zullen uitzien…
 

Saturday, August 16, 2014

Why I love the ‘leave-me-alone’ box

We humans are programmed by nature:

IF (the telephone rings) OR (an e-mail arrives) OR (a text message pops up)

{Somebody wants to catch the attention of your universe}

THEN you behave like Pavlov’s dog

{In the Digital Age we have all become Pavlovian information dogs}

STOP

But then your conscious you interrupts your unconscious you and you think: “leave me alone”.

Do you know that this feeling has been materialized in the brilliantly simple ‘leave-me-alone’ box?

Machines are built to perform useful tasks. Not so for the ‘leave-me-alone’ box. All it does when you switch it on…is to switch itself off. And it does this in a beautiful mechanical way: a small hammer pushes the switch back to the off-mode. Here you can see it at work:


When the first computers were just being born − in the 1950’s − artificial intelligence pioneer Marvin Minsky came up with the idea for this box. In 1952 he wanted to call it the ‘The ultimate machine’. 'Ultimate', because it’s the simplest ‘digital’ machine that does something, but what is does is also the simplest thing: namely to turn itself off.

Additional beauty: the ‘digital’ machine does this in a mechanical (so analog) way.

As we humans love to anthropomorphize our machines, somebody named it the ‘leave-me-alone’ box. The rest is history. YouTube-views of only the previous video reaches over ten million. Geeks love the ‘leave-me-alone’ box.

Over the decades people have built their own versions of the ‘leave-me-alone’ box. Here you can find ten bizarre useless machine. And this is a great one built with LEGO:



But nothing beats the most naked version of the ‘leave-me-alone’ box:

0 stays 0. Forever.

Turn the machine to state 1 (ON), and 1 turns into 0 (OFF) right away: “leave me alone”. A digital universe with 0 as the only stable state of mind.

No machine can be more Zen than the ‘leave-me-alone’ box.

Friday, July 11, 2014

WK-finales: voetbal is een intervalsport geworden


Vorig jaar maakten twee Australische gezondheidswetenschappers een kwantitatieve analyse van de evolutie van het voetbal aan de hand van twaalf WK-finales die tussen 1966 en 2010 werden gespeeld. Daarbij keken ze alleen naar de negentig minuten normale speeltijd, niet naar de verlengingen.

Hoofdconclusie: het voetbal is meer een snelle intervalsport geworden. Voetballers sprinten meer en sneller, passen meer en handelen sneller. Maar de tijd van de volle negentig minuten dat er echt met de bal wordt gespeeld, is afgenomen van 70% in 1966 tot 52% in 2010. Verder zijn standaardsituaties zoals hoekschoppen en vrije trappen steeds belangrijker geworden.

Lees het hele artikel op W24.

En luister ook naar mijn radiobijdrage aan Radio Brasil van vrijdag 11 juli over dit onderwerp: