Tuesday, March 24, 2015

Antropoceen: politieke slogan of geologisch tijdperk?


1610 of 1964?

Dat zijn volgens de Britse geologen Simon Lewis en Mark Maslin van University College London de twee mogelijke jaartallen die het begin van het Antropoceen als geologisch tijdperk definiëren: een periode waarin de mens een onuitwisbaar stempel op de aarde heeft gedrukt.

1610 markeert de verovering van Amerika door de Europeanen. 1964 markeert het atoomtijdperk. Lewis en Maslin publiceerden de resultaten van hun onderzoek in Nature van 12 maart.

Maar geologen steggelen over de vraag of het überhaupt zin heeft het Antropoceen als geologisch tijdperk te definiëren.

Lees het hele artikel op NPO Wetenschap.

Saturday, March 14, 2015

Wat te denken van denkende machines? - Alan Turing meets Tony Oursler

Vrijdag 20 maart 20.00 uur Oude Kerk, Amsterdam: In het kader van de schitterende expositie van videokunstenaar Tony Oursler in de Oude Kerk ga ik een lezing geven:



Wat te denken van denkende machines? - Alan Turing meets Tony Oursler

In zijn nieuwste kunstwerk I/O underflow, speciaal gemaakt voor de Oude Kerk in Amsterdam, laat de Amerikaanse kunstenaar Tony Oursler zich inspireren door het leven en werk van computerpionier Alan Turing. Oursler stelt vraagtekens bij de digitale revolutie.

Alan Turing voorzag begin jaren vijftig een toekomst waarin machines zouden gaan denken net zoals mensen. Inmiddels rukken denkende machines steeds verder op in ons dagelijks leven: van intelligente camera’s tot computerartsen en van zelfrijdende auto’s tot zorgrobots. Welke plek blijft er voor ons mensen nog over?

Turing-kenner en wetenschapsjournalist Bennie Mols verweeft het werk van Tony Oursler met dat van Alan Turing om na te denken over de steeds toenemende rol van denkende machines in ons leven. Wat hebben denkende machines ons gebracht en wat gaan ze ons nog brengen?

Meer informatie: http://www.oudekerk.nl/en/programma/kalender/what-to-think-about-thinking-machines-alan-turing-meets-tony-oursler 

Zelfrijdende auto's

Op vrijdag 13 maart zond De Kennis van Nu radio een mooie uitzending uit over de zelfrijdende auto.

Nederland moet een voortrekker worden op het gebied van zelfrijdende auto’s. Dat stelt minister Schultz van Haegen. Zij heeft de regels versoepeld zodat er nu meer testen met zelfrijdende auto’s plaats kunnen vinden. Maar hoe goed kunnen auto’s hun weg in het verkeer zelfstandig vinden? En als een zelfrijdende auto bij een ongeluk betrokken raakt, waar ligt dan de verantwoordelijkheid?

Over deze en meer vragen praten we vandaag in het wetenschapscafé met Riender Happee, onderzoeker aan de TU Delft en leider van DAVI, het Dutch Automated Vehicle Initiative. Ook Arjan van Vliet zit aan tafel, werkzaam bij de dienst wegverkeer, de instantie die toestemming moet verlenen voor tests met zelfrijdende auto’s en wetenschapsjournalist Bennie Mols.

Redacteur Francien Yntema bezocht de Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid (SWOV) die onderzoek doet naar deze vraag. Ze sprak met senior-onderzoeker Willem Vlakveld en met psychologie-studente Kimberly Hulleman, die haar afstudeeronderzoek bij de SWOV doet.
Beluister hier de hele uitzending:

Thursday, March 12, 2015

Pi-lezing: de wiskunde achter de film 'The Imitation Game'

Vrijdag 13 maart 2015: Op de vooravond van Pi-dag ga ik de Pi-lezing geven in Haarlem.


“De wiskunde achter de speelfilm ‘The Imitation Game’”
Het dramatische leven en werk van wiskundige Alan Turing (1912-1954) staat centraal in de spannende speelfilm ‘The Imitation Game’, die momenteel in de Nederlandse bioscopen draait. Turing is de pionier van het digitale tijdperk, de geestelijke vader van de computer en de kraker van de geheime Duitse Enigma-code.

Aan de hand van fragmenten uit de film zal Turing-kenner Bennie Mols ons meenemen naar de wiskunde achter de film. Onder andere komen voorbij: de universele computer, het kraken van de geheime Duitse Enigma-code, de vraag of computers kunnen denken en het bedrijven van wiskunde met de computer.

Meer informatie:

http://sanctamaria.mwp.nl/Home/Nieuwsvolgpagina/tabid/155/ArticleId/678/Uitnodiging-Pi-lezing-13-maart.aspx 

Tuesday, March 3, 2015

Primeur: licht in beeld als golf en deeltje tegelijk

Na meer dan een eeuw zoeken is de kwantumparadox van licht eindelijk op heterdaad betrapt. Wetenschap om de wetenschap. Pure schoonheid.


Lees het volledige artikel op NPO Wetenschap.

‘Benevolent Dictator for Life’ over het succes van zijn computertaal Python

Computertaal Python is een van de meest gebruikte computertalen ter wereld. Precies 25 jaar geleden schiep de Nederlander Guido van Rossum de succesvolle taal.



Dit artikel is gepubliceerd in NRC Handelsblad van maandag 2 maart 2015

Guido van Rossum, cultheld onder computerprogrammeurs, fan van Monty Python en The Hitchhikers Guide to the Galaxy, komt me, gestoken in een Dropbox-T-shirt en sandalen, in zijn auto ophalen van het treinstation in Belmont, Californië. We hadden het interview bij zijn werkgever gepland, de cloud-opslagdienst Dropbox in San Francisco, maar van Rossums zoon werd ziek en hij besloot thuis te werken. Dropbox geeft de Nederlandse computerprogrammeur veel vrijheid. Tenminste de helft van de tijd mag hij besteden aan het verder ontwikkelen van computertaal Python, zijn geesteskind, dat precies 25 jaar geleden het licht zag.

Niet alleen Dropbox, maar ook Google, Mozilla, Walt Disney Feature Animation, banken en wetenschappelijke instituten als CERN en NASA zijn grootgebruikers van Python. Werkend aan het Centrum Wiskunde & Informatica (CWI) in Amsterdam, besloot Guido van Rossum in de kerstvakantie van 1989 een nieuwe computertaal te ontwerpen.“Ik had ervaring opgedaan met de computertalen Algol, C en Pascal, en ook met de op het CWI ontwikkelde, maar niet doorgebroken taal ABC”, zo vertelt van Rossum. Na twintig jaar wonen in de VS, spreekt hij met een Amerikaans accent, en, zo verontschuldigt hij zich, moet hij af en toe in z’n geheugen graven naar een Nederlands woord. “Ik had het idee dat we programma’s in een fractie van de tijd met een fractie van het werk zouden kunnen schrijven.” Een efficiëntere programmeertaal bouwen, dat werd zijn doel.

De geest van open source
Binnen drie maanden had van Rossum zijn eigen taal ontworpen: Python, vernoemd naar Monty Python. In 1990 werd Python binnen het CWI al snel populairder dan voorloper ABC. Van Rossum kreeg toestemming van het CWI om de taal ook internationaal te verspreiden. En hoewel het woord open source toen nog niet bestond, deed hij dat in de geest van wat nu open source heet: iedereen mocht zien hoe de taal was ontworpen en iedereen mocht voorstellen voor verbetering doen. “Ik dacht dat het verstrekken van Python onder een beperkende licentie ook het succes zou beperken, dus wilde ik Python zo open mogelijk houden.”

In 1991 volgde de internationale lancering en daarna groeide het aantal gebruikers van de taal exponentieel snel. Python-gebruikers hielpen en stimuleerden elkaar via een discussiegroep op internet. Van Rossum: “In 1994 ontstond er een discussie onder de titel ‘What if Guido were hit by a bus?’ Die ging over de vraag wat de Python-gemeenschap moest doen wanneer ik niet langer beschikbaar zou zijn. Daar rolde de eerste Python-workshop uit voort en die leidde weer tot mijn eerste baan in de VS en mijn vertrek uit Nederland. Python was geweldig, want daarmee konden wetenschappers plotseling zelf veel makkelijker programmeren dan voorheen. Het is snel te leren en te gebruiken en heel interactief. Samen met het open source-karakter heeft dat voor het succes gezorgd.”

Al jarenlang staat Python in de top-10 van meest gebruikte programmeertalen. De Python-gemeenschap eerde van Rossum met de schertstitel ‘Benevolent Dictator for Life’. Waar nodig is het de Nederlander die knopen mag doorhakken over syntactische aanpassingen of uitbreidingen van de taal. “Een collega die het leuk vond met taal te spelen heeft die term ooit verzonnen. Maar de werkelijkheid in Python is dat ik helemaal niet veel echte macht heb”, verontschuldigt van Rossum zich. “Ik ben wel heel intens bij de discussies betrokken. Maar ik zit vooral achter m’n computer e-mails te sturen. Dat is het enige wat ik kan doen. Ik heb alleen de macht van overreding.”

De software van het leven
In een tijdperk waarin de digitale revolutie vrijwel alle beroepssectoren diepgaand heeft beïnvloed, en waarin zelfs de dingen om ons heen beginnen te denken, uitgerust met kunstmatige intelligentie, is de vraag hoe het gesteld is met de stand van onze software. Als er iemand is die het kan weten, moet het toch wel van Rossum zijn. Maar hij is extreem bescheiden. “Ik ben helemaal niet visionair ingesteld”, antwoordt hij. “Om een voorbeeld te geven: ik werd in 1991 overrompeld door het world wide web. In algemene zin kan ik je vraag daarom niet beantwoorden.”

Een specifieke vraag dan maar: wat denkt van Rossum over de zelfrijdende auto? “De nabije toekomst is er een waarin de auto steeds meer zelfstandig dingen gaat kunnen, van in de rijbaan blijven tot inparkeren. Maar de geheel zelfstandig rijdende auto is nog ver weg. Er zijn heel veel situaties waarin de zelfrijdende auto het helemaal niet zo goed doet, en dat wordt er nu meestal niet bij verteld. De mens is visueel nog steeds veel beter. Zelf heb ik eigenlijk ook liever een auto die me helpt daar waar het nodig is, dan een auto die alles overneemt.”

Volgens een vuistregel is software-land bevat elke duizend regels programmeercode zo’n vijf tot tien fouten. Hoe moet dat dan in die zelfrijdende auto, wanneer de software steeds meer te vertellen krijgt? Dat hoeft volgens van Rossum echter geen probleem te zijn. “Vergelijk het maar met de biologie”, zegt de Python-ontwerper. “De code van het leven staat geschreven in het DNA. Dat bevat ongelofelijk veel fouten. Toch werkt het in het algemeen heel goed in een organisme. Dat komt omdat een organisme verschillende lagen van abstractie bevat en elke laag vol zit met correctiemechanismen. Sommige systemen, zoals de energiefabriekjes in een cel, zijn oud en goed genoeg. Het is beter om ze niet proberen te verbeteren, want dan gaat er ongetwijfeld ergens anders iets mis. Precies zo is het met software. De oudere lagen in de software veranderen niet, omdat ze robuust en goed genoeg zijn.”

Softwarefouten zullen het oprukken van denkende dingen dus niet tegenhouden, denkt van Rossum. “Als je fietst, kun je dat vaak zonder bewust na te denken doen. De fiets is als het ware een deel van jezelf geworden. Net zo is de mobiele telefoon ook een onderdeel van onszelf geworden. Je bent je niet meer bewust van de telefoon als apparaat, maar alleen van de applicatie: bijvoorbeeld dat je een bericht hebt ontvangen van een vriend. Software gaat steeds meer een onderdeel van onszelf worden. Daarvan is het einde nog lang niet in zicht.”

---------------------------------------------------------

CV
Guido van Rossum (1956) studeerde wiskunde aan de Universiteit van Amsterdam (UvA), met als bijvak informatica. Net afgestudeerd, trad hij in 1982 in dienst van het Centrum Wiskunde & Informatica (CWI) in Amsterdam. Daar ontwikkelde hij in 1990 de eerste werkende versie van computertaal Python, vernoemd naar het Britse komische programma Monty Python’s Flying Circus. In 1995 verhuisde van Rossum naar de VS, waar hij als software-ingenieur achtereenvolgens werkte bij NIST, CNRI en Google. Sinds december 2012 werkt hij bij de clouddienst Dropbox in San Francisco. In 2001 ontving hij de Award for the Advancement of Free Software. In 2006 werd hij door de grootste professionele vereniging van informatici ter wereld, de Association for Computing Machinery (ACM), erkend als Distinguished Engineer. In Nederland won Python de COMMIT/ ICT-Award 2013.

----------------------------------------------------------

In het NTR-radioprogramma De Kennis van Nu heb ik delen van mijn interview met Guido van Rossum laten horen. Presentatie was in handen van Karin van den Boogaert. Klik hier voor de link naar het audiofragment.




Wednesday, February 18, 2015

Engelen met superintelligentie


Dit artikel is verschenen in technologietijdschrift De Ingenieur van februari 2015

Eind dertiende eeuw stortten Franse theologen zich op de vraag hoeveel engelen er op de punt van een naald passen. Een verhit debat: Is een engel materieel of immaterieel? En als een engel materieel is, waaruit bestaat hij dan? Hoe groot is een gemiddelde engel? De wetenschappelijke revolutie die in de zestiende eeuw begon, leek een definitieve waterscheiding in te luiden tussen wetenschap en religie.

Maar in de 21e eeuw is er een wetenschappelijke discipline - die van de kunstmatige intelligentie - die een verdacht veel op religie lijkende stroming heeft geïnitieerd (vooral onder mensen die zelf helemaal geen computers of robots bouwen, maar er alleen maar over filosoferen). Het begon allemaal met de popularisatie van het idee van een ‘Singulariteit’ door futurist Ray Kurzweil: het moment waarop computers slimmer worden dan mensen.

Het boek Superintelligence van filosoof Nick Bostrom is een nieuwe verkenning van de gevolgen van de ‘Singulariteit’. Volgens Bostrom kan superintelligentie realiteit zijn tussen 2075 en 2090. Het valt te prijzen dat Bostrom in veel meer details treedt en veel meer scenario’s verkent dan Kurzweil deed. Maar het is een hoogst academisch boek geworden, waaraan de geïnteresseerde niet-academicus zich maar beter niet kan wagen. Het is saai, overdreven moeilijk en extreem speculatief.

Volgens Bostrom moeten we ons zorgen maken dat superintelligentie de mens zou kunnen uitroeien. “Before the prospect of an intelligence explosion, we humans are like small children playing with a bomb”, schrijft Bostrom. Het grote probleem met Bostroms verkenningen is dat hij veel te grote stappen vooruit in de tijd neemt. Bij elke stap neemt de onzekerheid toe.

Verder overschat Bostrom schromelijk de rol van intelligentie in het maatschappelijke en politieke spel. De Amerikaanse Unabomber was een slimme wiskundige die een groot gevaar werd voor de samenleving. Sommige terroristen zijn analfabeet en ook een groot gevaar voor de samenleving. Waarom zou Bostrom dan ook maar iets zinnigs kunnen zeggen over het gevaar van superintelligentie?

Ten slotte zijn er, als het gaat om de toekomst van de mensheid, veel reëlere problemen dan superintelligentie: burgeroorlogen, infectieziekten, gebrek aan onderwijs, corruptie, ondervoeding, vervuild drinkwater en slechte sanitaire voorzieningen, om er maar een paar te noemen.

De vraag hoe we ons moeten verdedigen tegen superintelligente computers die de mensheid in gevaar brengen is de moderne versie van de vraag hoeveel engelen er op de punt van een naald passen.

Nick Bostrom. Superintelligence − Paths, dangers, strategies. Oxford University Press, 2014