Boeken

Saturday, January 28, 2012

This driverless car drives better than you do

Thursday, December 29, 2011

2012: the international Alan Turing Year


                                                              Statue of Alan Turing at Bletchley Park

2012 is the international Alan Turing Year, because of the 100th birthday of Alan Turing (1912-1954), the spiritual father of the computer and of artificial intelligence. Click here to get an overview of all the activities worldwide during the Alan Turing Year.

The best online information about Turing's life and work can be found on the website of Turing-biographer Andrew Hodges.


Celebrating Turing’s 100th birthday I have written a popular science book called Turing’s Tango. The book will be published by the Dutch publisher Nieuw Amsterdam in March 2012. (I am going to look for a publisher who is willing to publish an English version of my book. So, if there is a publisher who is interested, please let me know...) 

Turing’s Tango is devoted to the quest for artificial intelligence, a quest that started with Alan Turing in 1950. In my book I evaluate what has become of Turing’s dreams, interweaving this story with the story about Turing’s life and work.



Turing’s Tango is the first journalistic account of the century old quest for artificial intelligence, for machines that can think like man and robots that can act like man. Whereas many people think that computers and robots will surpass man, this book shows that man will stay in charge. In short: Computer intelligence will never exceed human intelligence, because computers don’t descend from the apes.

The dream of Artificial Intelligence in the 50's and 60's can be seen in the best science fiction film ever: '2001 - A Space Odyssey': the conscious computer HAL 9000. However, artificial intelligence has turned out to be very different from human intelligence. We do have Google, we do have automatic pilots, we do have great data mining software, we have excellent robots in the industry and on Mars, but automatic image recognition is still very far away from what humans can do, and the best selling household robot, Roomba, is still far away from the dreams of the 50's:



Human intelligence is as much determined by social and emotion intelligence as by cognitive intelligence. And, alas, because computers don't participate in our human way of living, and because they don't descend from the apes, they will never reach our human intelligence.

Computers are much better than man in memory, precision, calculating and data mining. They never get tired and they don't get psychological problems. But humans are much better in learning, pattern recognition and -interpretation (such as image recognition), cognition rooted in the body, social-emotional intelligence, dealing with vagueness and ambiguities, multifunctionality and creativity.

Because of the fact that machine intelligence is still very different from human intelligence, I reason in my book that man should look for the optimal cooperation between man and computer. This is what I call the Turing Tango. I reason that we should replace the Turing Test with the Turing Tango: Farewell Turing Test - Welcome Turing Tango!

For my book I have interviewed a wide range of scientists, among them philosopher Daniel Dennett, inventor and futurist Ray Kurzweil, MIT-roboticist Nicholas Roy and the neuroscientists Christoph Koch and Henry Markram. The book also contains an extensive time line of Alan Turing's life and work and of the most important developments in artificial intelligence.

I will give talks about Alan Turing and about my book at two Turing-conference in The Netherlands:
Turing's Legacy on March 7, 2012 (Jaarbeurs, Utrecht) and Turing100.nl on October 5, 2012 (OBA, Amsterdam - Organised by the Nederlandse Vereniging voor Logica).

Also in March 2012 an excellent scientific book will appear: Alan Turing - His work and impact, edited by S Barry Cooper and the Dutch computer scientist Jan van Leeuwen. 


The book contains a collection of all of Turing's scientific papers with comments from contempary computer scientists, mathematicians, logicians and philosophers, such as Stephen Wolfram, Gregory Chaitin, Douglas Hofstadter, Daniel Dennett, Rodney Brooks and the Dutch scientists Paul Vitanyi and Henk Barendregt.

Channel 4 has made a drama-documentary about Alan Turing. Here you can watch the teaser:


Read here my previous blog contributions devoted (partly) to Alan Turing:






Friday, December 23, 2011

Computers met ruimtelijk inzicht

Bettina Speckmann is de eerste winnaar van de Nederlandse Prijs voor ICT-onderzoek. Ze krijgt de prijs voor het ontwikkelen van fundamentele algoritmen waarmee de computer geometrische problemen oplost en geografische data visualiseert. 




Dit artikel is verschenen in I/O Magazine (december 2011) van het ICT-onderzoek Platform Nederland (IPN)

Loop door een drukke straat en zonder na te denken vermijd je botsingen met andere voetgangers, met fietsers en auto’s, met lantaarnpalen en prullenbakken. Van jongs af aan heeft de mens zijn ruimtelijke intuïtie getraind om botsingen te vermijden en snel oplossingen te zien voor ruimtelijke problemen. Wat bij de mens onbewust gaat via onze razendsnelle patroonherkenning, is voor de computer meestal een flinke rekenklus.

“Computers hebben geen ruimtelijk inzicht”, zegt Bettina Speckmann. “Als informaticus probeer ik om de ruimtelijke intuïtie die wij mensen hebben, te vertalen in algoritmen waarmee de computer geometrische problemen kan oplossen. Dat vind ik het leuke van mijn vak. Veel van de problemen waarmee ik me bezig houd kan ik met pen en papier uitleggen. Ik hou van geometrische problemen die eenvoudig zijn te formuleren, maar moeilijk op te lossen.”

Speckmann geeft een voorbeeld. Neem een handvol tangramstukken en leg ze voor je op tafel. Stel je nu voor dat de tangramstukken willekeurig kunnen bewegen. Dan is de kans groot dat er al snel botsingen ontstaan. Vraag voor de computer: detecteer het eerste moment van een botsing. “Dat is een heel eenvoudige vraag”, zegt Speckmann, “waarvan de oplossing voor een computer moeilijk is.” Ze besteedde er haar hele promotieonderzoek aan. “Je zoekt dan een algoritme dat je niet alleen een oplossing geeft, maar ook met zo weinig mogelijk rekenwerk.” Het type algoritme dat Speckmann ontwikkelde kan bijvoorbeeld gebruikt worden door een robot die in een fabriekshal stellages moet vullen en niet mag botsen tegen de stellages of tegen willekeurig welk obstakel onderweg.

Thematische kaarten 
Sinds 2007 heeft Speckmann zich, financieel ondersteund door een Vidi-subsidie van NWO, veel bezig gehouden met het visualiseren van geometrische netwerken, zoals netwerken van straten, spoorlijnen, metrolijnen en met het automatisch genereren van thematische kaarten. “De mens is heel sterk visueel ingesteld,” zegt Speckmann, “en de vraag voor de computer is om getalsmatige gegevens efficiënt te visualiseren zodat de mens de gegevens in een oogopslag kan interpreteren.”

Als voorbeeld laat ze een thematische kaart zien die ze voor haar nieuwste wetenschappelijke publicatie heeft verbeterd: de migratiestroom vanuit de Amerikaanse staat Colorado naar andere staten in de VS. Vanuit Colorado loopt een pijl naar elke andere staat. Speckmann: “In een goede visualisatie wil je dat die pijlen zo ver mogelijk bij elkaar uit de buurt blijven, dat de pijlen in een vloeiende lijn lopen, maar ook dat dat de dikte van de pijl een maat is voor de hoeveelheid mensen die van Colorado naar een andere staat migreren.”

Voor dit probleem heeft Speckmann een algoritme bedacht. “In essentie hebben we het bekende concept van een zogenaamde Steiner-boom gewijzigd in een Steiner-boom met een beperking in de hoeken die zijtakken mogen maken. Die beperking zorgt er dat de pijlen vloeiend stromen; niet te schokkerig of hoekig.” Het moet gezegd: de kaarten die Speckmanns algoritme maakt zijn een lust voor het oog. En of ze nu het aantal migranten vanuit Colorado tonen, de wereldwijde whiskey-export vanuit Schotland of de ecologische voetafdruk van internationale handel, dat maakt voor het algoritme niets uit. 

 

“In de Bosatlas staan ook prachtige voorbeeld van zulke kaarten”, zegt Speckmann. “Eigenlijk laten wij de computer automatisch doen wat cartografen al heel lang doen. Maar het voordeel van de computer is dat als de oude gegevens vervangen moeten worden door nieuwe gegevens, hij razendsnel een nieuwe visualisatie maken.” In een samenleving waarin steeds meer data steeds sneller worden gegenereerd is dat een noodzaak.

Vogeltrek
Sinds kort gebruikt Speckmann haar expertise ook in een Europees project dat de gegevens van bewegende objecten zoals voetgangers, vogels en auto’s in kaart brengt. “Om het trekgedrag van vogels beter te begrijpen wordt een aantal vogels tegenwoordig voorzien van een lichtgewicht sensor die voortdurend doorgeeft waar een vogel zich bevindt. De vraag aan mij als informaticus is dan hoe we de grote berg aan gegevens die de sensoren doorsturen zo goed mogelijk automatisch kunnen visualiseren. Het mooie van dit Europese project is dat het zo sterk interdisciplinair is: informatici werken samen met architecten, ethologen, verkeerskundigen etcetera.”

Voor het geven van ruimtelijk inzicht aan de computer heeft Speckmann nu dus als eerste de Nederlandse prijs voor ICT-onderzoek gewonnen. Weet ze al wat ze met het prijzengeld van € 50.000, te besteden aan wetenschappelijke doelen, gaat doen?

“Eerlijk gezegd heb ik het prijzengeld hard nodig. Door de bezuinigingen op wetenschappelijk onderzoek is er tegenwoordig maar weinig geld om promovendi naar conferenties te laten gaan, buitenlandse collega’s uit te nodigen en workshops te organiseren, terwijl dat allemaal dingen zijn die integraal deel uit maken van het werk van een onderzoeker. We hebben al een paar jaar geen workshop meer georganiseerd, bij gebrek aan geld. Nederland is haar traditioneel goede infrastructuur aan het afbreken en moet oppassen dat goede wetenschappers niet naar het buitenland vertrekken.”

Speckmann vindt dat er te veel nadruk is komen te liggen op de toepassingen. “De universiteiten zijn er niet voor de toepassingen, maar voor het visionaire onderzoek waarvan niemand nog weet wat er precies uit komt. Vooral de informatica wordt te veel als ingenieurskunde gezien, te veel als toegepaste wetenschap en te weinig als een fundamentele wetenschap. En een fundamentele wetenschap is de informatica toch echt ook.”

[kader]
Bettina Speckmann (1972) studeerde in 1996 als wiskundige af aan de Universiteit van Münster (Duitsland). Ze promoveerde in 2001 in de informatica aan de University of British Columbia (Vancouver, Canada). Daarna werkte ze twee jaar als postdoc aan de ETH Zürich. Sinds 2003 werkt ze op het terrein van de computationele geometrie aan de TU Eindhoven, vanaf 2008 als universitair hoofddocent. Ze is lid van De Jonge Akademie van de KNAW en kreeg in 2007 een Vidi-subsidie van NWO. Op 30 november 2011 ontvangt ze de eerste Nederlandse Prijs voor ICT-onderzoek. Het prijzengeld van € 50.000 mag ze vrij besteden aan ICT-onderzoek. De prijs is ingesteld door het ICT-onderzoek Platform Nederland (IPN) en NWO Exacte Wetenschappen, met steun van de Koninklijke Hollandsche Maatschappij der Wetenschappen (KHMW).

[Engelse kadertekst over de prijs]
Computer scientist Bettina Speckmann (1972), associate professor at the TU Eindhoven, is the first winner of the Dutch Prize for ICT-research. On November 30 she will receive the prize, worth € 50.000, for her research in the broad field of the design and analysis of algorithms and data structures, discrete and computational geometry, applications of computational geometry to geographic information systems, cartography and graph drawing. The prize is an initiative of the ICT-research Platform Netherlands (IPN) and NWO Exacte Wetenschappen, supported by the Koninklijke Hollandsche Maatschappij der Wetenschappen (KHMW). The prize is meant for a computer scientist under 40, who has achieved a breakthrough in the field of information and communication technologies.

Internet
www.win.tue.nl/~speckman/ Homepage Bettina Speckmann
http://fastfacts.nl/content/bettina-speckmann-models-maps-and-motion Video waarin Bettina Speckmann haar werk uitlegt

Sunday, December 4, 2011

Bouw je eigen servicerobot

De TU Eindhoven lanceerde op donderdag 1 december een website om op een wikipedia-achtige manier kennis over robothardware gratis met andere robotbouwers te delen. 


                       Servicerobot AMIGO, TU Eindhoven, foto: Bart van Overbeeke 


Dit artikel is gepubliceerd in NRC Handelsblad van vrijdag 2 december 2011

Wil je meebouwen aan een geavanceerde servicerobot die allerhande klussen in en om het huis opknapt? Of je nu een professionele robotbouwer bent of een goedwillende amateur, vanaf nu kun je meehelpen. Ter gelegenheid van de European Robotics Week (28 november - 4 december) lanceerde de TU Eindhoven gisteren het Robotic Open Platform (ROP). ROP is een wikipedia-achtige website waarop alle robotica-geïnteresseerden hun hardwarekennis over hun favoriete robot met elkaar kunnen delen.

“Binnen de robotica wordt vaak opnieuw het wiel uitgevonden”, vertelt Heico Sandee, projectmanager van ROP en zelf een fanatiek robotbouwer in zijn vrije tijd. “Dat geldt zowel voor de software als voor de hardware. Om robotsoftware in een open omgeving gratis met elkaar te delen, heeft het Amerikaanse roboticabedrijf Willow Garage een paar jaar geleden het wiki-project ROS opgezet: Robotic Operating System. Dat loopt als een trein. Ik schat dat zeventig procent van de roboticabedrijven meedoet aan het delen en verbeteren van software. Met ons eigen initiatief ROP willen wij hetzelfde voor elkaar krijgen op het gebied van de robothardware.”

Wie een monitor van het ene merk aan een computer van een ander merk wil koppelen, kan dat gemakkelijk doen omdat er standaarden bestaan voor de mechanische en elektrische koppeling van computerhardware. Net zo gemakkelijk willen robotici straks dankzij het Eindhovense robotplatform een robotarm van de ene bouwer aan een robotromp van een andere bouwer kunnen koppelen. Niet door van bovenaf standaarden op te leggen, maar door van onderaf standaarden in de gemeenschap van robotbouwers te laten ontstaan.

De TU Eindhoven heeft het voortouw genomen door alle mechanische en elektronische informatie over haar eigen robot AMIGO op de ROP-website te plaatsen. AMIGO is bedoeld als servicerobot in de zorg. Hij weegt 65 kilogram, is iets kleiner dan een gemiddelde mens en rijdt op wieltjes. Hij wordt met spraak bestuurd en kan bijvoorbeeld op commando iets uit een keukenkastje pakken of een pak drinken voor je halen. Het kostte de Eindhovense robotici slechts een jaar om AMIGO te bouwen. Ze ontwierpen en maakten zelf een robotromp en plaatsten deze op een onderstel dat sterk was geïnspireerd op dat van hun bestaande voetbalrobot. Aan de romp koppelden ze twee door Philips gemaakte armen en bovenop zetten ze een robothoofd dat voortbouwt op een Kinect-spelcomputer. “Zonder dat we op een wiki-manier de software konden delen, was ons dat nooit zo snel gelukt”, zegt Sandee. “Door op een vergelijkbare manier ook de hardwarekennis te delen, hopen we met robotici van over de hele wereld sneller vooruit te komen.”

Iedereen kan nu de gedetailleerde technische tekeningen en specificaties van AMIGO op de website bekijken en downloaden. Alleen wie zelf kennis wil toevoegen, moet zich registreren. “In 2012 gaan we ook alle hardware-informatie over onze voetbalrobots op de website zetten”, zegt Sandee. “ROP wordt dus een platform voor een hele familie aan robots. De technische universiteiten van Delft en Twente, technologieleverancier Demcon en diverse teams uit de internationale RoboCup-competitie hebben al aangegeven graag te willen meedoen.”

Net als op het terrein van de robotsoftware liggen op het terrein van de robothardware nog grote uitdagingen. Hoe kunnen robotarmen lichter en flexibeler worden zodat ze mensen niet verwonden? Hoe kan een robothand tastzin krijgen bij alles wat vastpakt of aanraakt? Hoe kan het gewicht van de robotbatterijen geminimaliseerd worden? Hoe kan een robot zelf instellen hoe slap of stijf hij zijn arm maakt, zoals de mens dat met zijn armspieren doet?

“Onze hoop is dat we over drie jaar een servicerobot kunnen bouwen voor een kostprijs van ongeveer tienduizend euro”, zegt Sandee over het belangrijkste doel van het robotplatform. “Nu kost een servicerobot zoals PR2 van Willow Garage nog twee tot vier ton. Kennisdeling kan de kosten flink drukken. Die kostenreductie zou een belangrijke impuls zijn om robots in grotere hoeveelheden op de markt te brengen.”

Internet
European Robotics Week in Nederland: www.roboned.nl/IIP-RN-kanaal/European-Robotics-Week.html
European Robotics Week elders in Europa: www.robotics-week.eu
ROP-website: www.roboticopenplatform.org

Monday, November 14, 2011

Aankondiging van mijn nieuwe boek: Turings Tango



In maart 2012 gaat bij uitgeverij Nieuw Amsterdam mijn nieuwe boek verschijnen: 


Computers, internet, smartphones en consumentenrobots dringen steeds meer ons dagelijks leven binnen. Apparaten worden steeds slimmer, maar worden ze ook slimmer dan de mens? Gaan robots de zorg voor ouderen overnemen? Wordt de computer ons beste gezelschap? De computer rekent en schaakt beter dan de mens, maar geen enkele computer heeft het gezonde verstand of leervermogen van een zesjarig kind. Wat maakt ons brein toch zo anders dan het elektronische brein? Turings Tango laat zien waarom de mens de computer de baas blijft. De uitdaging is om de sterke punten van beide te combineren. Kunnen de mens en de computer een goed tangopaar vormen? Welke rol is er voor onszelf in een wereld die steeds afhankelijker wordt van slimme apparaten?

Turings Tango vertelt over de zoektocht naar intelligente computers en robots, een van de grootste wetenschappelijke zoektochten van onze tijd. Aan de hand van het werk en het dramatische leven van Alan Turing laat Turings Tango ons nadenken over de relatie tussen mens en computer. Waarin verschilt het menselijke brein van het elektronische brein?

Klik hier voor de aankondiging van Turings Tango in de voorjaarsbrochure 2012 van Uitgeverij Nieuw Amsterdam (PDF-bestand).

 

2012 is uitgeroepen tot het Alan Turing-jaar, vanwege Turings honderdste geboortedag op 23 juni 2012. De Britse wiskundige Alan Turing (1912-1954) stond aan de wieg van zowel de computer als de kunstmatige intelligentie. Zijn Turing Test om te bepalen of een machine kan denken heeft zelfs een cultstatus in de populaire cultuur verworven:

“Afgelopen nacht werd ik dronken en deed met mijn magnetron de Turing Test. Hij slaagde. Het was de dag waarop mijn keuken slimmer werd dan ikzelf.” - Tweet van DomDoze

Op 7 maart 2012 geef ik tijdens het Turingcongres van de Stichting Nationaal informatica Congres (SNiC) de openingslezing over werk en leven van Alan Turing, alsmede een tip van de sluier van mijn boek Turings Tango.

Op 5 oktober 2012 geef ik tijdens Turing100.nl (georganiseerd door de Nederlandse Vereniging voor Logica) een lezing over mijn boek Turings Tango in de Openbare Bibliotheek Amsterdam (OBA).

Rond de verschijning van Turings Tango zal ik er ook over praten bij de radioprogramma's Hoe?Zo! , OBA LiveBNR Digitaal en Labyrint.

Boekinformatie: 
Bennie Mols. Turings Tango − Waarom de mens de computer de baas blijft. 
(het boek bevat een uitgebreide historische tijdlijn van Alan Turings leven en werk, alsmede een tijdlijn van de belangrijkste ontwikkelingen in de kunstmatige intelligentie)
Uitgeverij Nieuw Amsterdam, maart 2012
paperback € 17,95, 224 blz., ISBN 9789046812372
eBook ISBN 9789046812389


Sunday, November 13, 2011

BreinGeheim



Vanaf vandaag, zondag 13 november, zendt Omroep MAX zes zondagen achter elkaar de herhaling uit van de zesdelige tv-serie BreinGeheim (NED 2: 19.40-20.10)

BreinGeheim wordt gepresenteerd door Charles Groenhuijsen en ontrafelt de mysteries van het menselijk brein. In het eerste seizoen (oorspronkelijk uitgezonden in april/mei 2011) staat de ontwikkeling van de hersenen centraal van het prille brein van een embryo tot het rijpe brein bij ouderen.

In april en mei 2012 zal Omroep MAX het tweede seizoen van BreinGeheim uitzenden. De nieuwe serie van zes afleveringen staat in het teken van emoties. Aan bod komen onder andere 'Het angstige brein', 'Het genietende brein', 'Het woedende brein' en 'Het liefdevolle brein'.

Voor het tweede seizoen van BreinGeheim is de research en redactie in mijn handen. Samen met projectleider Ancilla Admiraal, regisseur Jurgen Koen, eindredacteur Harm Oving en presentator Charles Groenhuijsen zijn we hard bezig met de voorbereidingen en opnamen voor Het emotionele brein.

De Nederlandse pionier van het emotie-onderzoek Nico Frijda zei ooit over emoties: "Ik geloof dat emoties heel vaak onnuttig zijn, maar als je ze afschaft is het allemaal nog veel erger."

We worden veel meer door onze emoties gedreven dan we beseffen. Maar wat zijn emoties precies? Wat hebben ze voor nut? Wat gebeurt er in onze hersenen bij alle emoties die we hebben?

Kijk voor antwoorden op deze vragen in april/mei van 2012 naar het tweede seizoen van BreinGeheim.





Tuesday, October 25, 2011

De gek, de vrijer en de kunstenaar

Het brein moet gedrag produceren dat in evolutionaire zin goed is voor het voortbestaan en de voortplanting van het organisme. Geest is niet meer dan wat communicerende hersencellen in dat brein produceren. Die geest (eigenlijk dus het brein) kan gek worden, maar hij kan ook symfonieën, romans of schilderijen creëren.

Deze boekrecensie heb ik oorspronkelijk geschreven voor Natuur & Techniek wetenschapsmagazine, en verscheen in december 2001

Een manisch-depressief componist als Robert Schumann creëerde in zijn manische perioden ongelofelijke hoeveelheden composities. “Ik ben zo fris in ziel en geest dat het leven uit duizend bronnen om me heen opborrelt en bruist”, schreef hij ooit. In depressieve perioden vloeide er geen welluidende notenreeks uit zijn pen.

Vele bekende kunstenaars, waaronder schrijvers als Kafka en Proust, schilders als Van Gogh en Picasso en componisten als Mahler en Chopin, vertoonden allemaal sterke trekken van gekte, of in een wat nettere term: psychose. Aan de relatie tussen gekte en creativiteit kleven vele, vaak onterechte, romantische denkbeelden. Toch bestaat er wel degelijk een verband. Psycholoog Daniel Nettle rafelt in het boek Strong Imagination (2001) de relatie tussen geestesziekten en creativiteit uiteen.

Tussen een normale gemoedstoestand en een ernstig gestoorde geest bestaat een uitgestrekt continuüm, laat Nettle zien. Wanneer we de geest gezond noemen en wanneer ziek, is eerder een kwestie van beslissing dan van objectieve wetenschap. De bekendste geestesziekten zijn schizofrenie en een sterke, langdurige emotionele onbalans zoals bij ernstige depressie, manie en manische-depressie. Het voorkomen van psychosen varieert nogal, al naar gelang de gekozen populatie en meetmethoden. 

Gemiddeld gesproken treffen geestesziekten zo’n twee procent van een samenleving. Schattingen tonen een kans van 1% om tijdens je leven te worden getroffen door manische-depressiviteit, eveneens 1% voor schizofrenie en 8% voor depressie. In samenlevingen met een veel meer traditioneel karakter komen minder geesteszieken voor dan in westerse samenlevingen. Een mogelijke verklaring luidt dat onze genen niet genoeg tijd hebben gehad om zich aan de snel veranderende complexe westerse samenleving aan te passen.

Waarom bestaat gekte en waarom heeft het in de evolutie kunnen voortbestaan? vraagt Nettle zich in Strong Imagination af. Hij laat zien dat de belangrijkste psychosen een genetische oorsprong hebben. Genen coderen voor de biochemie en de anatomie van her brein. Zo is een hoog gehalte van de neurotransmitter dopamine kenmerkend voor mensen met een extravert en naar sensatie zoekend karakter. Depressieve mensen hebben een tekort aan de neurotransmitter serotonine. Voor die mensen is Prozac een uitkomst, omdat het de aanmaak van serotonine stimuleert.

Een van Nettles bewijzen voor de genetische achtergrond van de belangrijkste psychosen, zijn kinderen die van jongs af aan geadopteerd zijn in een gezonde familie, maar de genen hebben van een familie waarin schizofrenie voorkomt. Door hun erfelijke bepaaldheid hebben zij toch een hoge kans op een geestesziekte. De omgeving waarin zij opgroeien is van veel minder belang. Waar een aandoening als taaislijmziekte wordt veroorzaakt door een defect in een gen, spelen bij geestesziekten echter vele genen een rol. Bovendien kunnen omgevingsfactoren de genetische tijdbom inschakelen.

Nettle stelt dat psychosen in de evolutie zijn blijven bestaan omdat de persoonlijkheidskenmerken die bij psychosen horen niet slechts negatieve kanten hebben. De aanleg voor geestesziekten kan ook een positieve kant hebben, namelijk een hoge mate van creativiteit, zoals bij beroemde kunstenaars. Volgens een aantal psychologen is een hoge mate van creativiteit aantrekkelijk voor de andere sekse, zodat de genetische varianten erachter tijdens de evolutie hebben kunnen overleven. Gekte en een hoge mate van creativiteit zijn twee kanten van hetzelfde zwaard, beweert Nettle.

Als bewijzen draagt hij onder andere aan de grote kans die mensen met een zeer creatief beroep hebben om tijdens hun leven een psychose te krijgen (73%), de overeenkomsten in cognitieve stijl bij psychoten en extreme creatievelingen en de overeenkomsten in vorm tussen psychotische waanvoorstellingen en literaire verzinsels.

De vraag is of creativiteit ook in vroege samenlevingen een voordeel bood. Voor een sluitende evolutionaire verklaring zou dat moeten. Ja, zegt Nettle: alle samenlevingen hebben en hadden bezigheden die geen direct praktisch belang kenden, maar wel hogelijk werden gewaardeerd, zoals zingen, dichten en toneelspelen.

In het westen komt een klassieke depressie tweemaal zoveel voor bij vrouwen als hij mannen. In het voorkomen van manisch-depressiviteit, die van de geestesziekten het meest genetisch is bepaald, is er geen verschil tussen mannen en vrouwen. Interessant is dat als je bij de depressieve mannen de alcoholici en de impulsief gewelddadigen optelt, je ruwweg eenzelfde aantal krijgt als het aantal depressieve vrouwen. Het lijkt erop dat mannen voor hun problemen eerder vluchten in alcohol en agressie, en vrouwen eerder ten prooi vallen aan depressie.

Nettle betoogt dat ondanks de creatieve neveneffecten van psychosen, het netto-effect voor de samenleving toch voornamelijk negatief is. We moeten het daarom bestrijden, ook al is een deel genetisch. Des te belangrijker worden omgeving en opvoeding in dat soort gevallen. Zij kunnen een genetische aanleg triggeren. Gezond blijven van geest is nog altijd beter dan het romantische idee van het opzoeken van psychotische ervaringen.

Nettle draagt noodzakelijke argumenten aan voor zijn stelling waarom psychosen in de evolutie zijn blijven bestaan, maar niet voldoende. Hij gaat er zonder goede redenen vanuit dat iets dat tijdens de evolutie blijft bestaan automatisch in voldoende mate positief is. Maar waarom zou dat zo zijn? Gemiddeld gesproken lijkt dat aannemelijk, maar dat wil nog niet zeggen dat het altijd gebeurt. De evolutie maakt ook fouten. Het feit dat de aanleg voor psychosen positieve effecten heeft, is nog onvoldoende voor de bewering dat het daardoor in de evolutie heeft kunnen overleven. Nettle geeft zelf al aan dat het netto-effect van psychosen voor de samenleving negatief is. Psychosen op zich zijn alleen slecht, maar de aanleg voor psychose heeft zowel een goede als een slechte kant.

Bach in de maag
De creativiteit die Nettle onderzoekt, is alleen maar mogelijk dankzij een bewuste geest. Neuroloog Antonio Damasio stelt zich in zijn boek Ik voel dus ik ben (2001) de vragen wat bewustzijn is en hoe en waarom het biologisch gezien tot stand is gekomen. Van essentieel belang voor een antwoord op deze vragen is het onderzoek van mensen met neurologische defecten. Door te onderzoeken wat mensen niet meer kunnen als gevolg van lokale hersenprohlemen, comstrueert Damasio stukje bij beetje zijn theorie voor het bewustzijn.

Aan de basis van het bewustzijn staat de onbewuste neurale signaalverwerking. Daaruit ontstaat wat Damasio het proto-zelf noemt: een samenhangend geheel van neurale patronen waarvan we ons echter niet bewust zijn. Vervolgens ontstaat in zijn theorie het kernzelf door een soort niet-woordelijk verslag van alle dingen die het protozelf veranderen. Van het kernzelf zijn we ons wel bewust. Het vormt de eerste truc op weg naar een volledig bewustzijn.

Een niveau hoger ligt het kernbewustzijn: het zelfgevoel op een moment. Het kernbewustzijn is een relatief eenvoudig biologisch verschijnsel dat in belangrijke mate steunt op zeer oude hersenstructuren. Uitval van kernbewustzijn duidt op ziekte, behalve bij slaap of narcose. Nog hoger in de hiërarchie ligt het geheugen: de herinneringen aan alle individuele ervaringen. Door het geheugen kan een autobiografisch zelf ontstaan.

Het sluitstuk is uiteindelijk het uitgebreide bewustzijn, verantwoordelijk voor de meest essentiële verschillen tussen mens en dier. Het uitgebreide bewustzijn is een voorwaarde vooor intelligentie, taal, creativiteit en geweten. Als het kernbewustzijn uitvalt, valt ook het uitgebreide bewustzijn uit. Als echter het uitgebreide bewustzijn uitvalt, dan gebeurt er niets met het kernbewustzijn. Het uitgebreide bewustzijn raakt bijvoorbeeld verstoord bij de ziekte van Alzheimer.

Voor de prestaties van de menselijke geest is bewustzijn nodig. Dat kan alleen maar bestaan bij de gratie van een lichaam, dat op zijn beurt de spijsvertering en een evenwichtig chemisch milieu nodig heeft. “Om van Bach te kunnen genieten, moet onze spijsvertering in orde zijn”, schrijft Damasio.

Emotie, gevoel en bewustzijn zijn essentieel gerelateerd aan het lichaam. Zonder gevoelens is het volgens Damasio waarschijnlijk onmogelijk bewustzijn tot stand te brengen. Emoties vormen een belangrijk onderdeel bij redeneren en beslissingen nemen. Nieuwe gegevens kunnen we beter onthouden wanneer ze gepaard gaan met emoties. Bij een verstoring van het bewustzijn raakt ook emotie ontregeld.

Een prachtig voorbeeld van de onbewuste rol van emoties geeft Damasio aan de hand van zijn patiënt David. Davids leervermogen en geheugen zijn zwaar aangetast. Mensen kan hij niet herkennen. Des te opmerkelijker is het dat hij wel voorkeuren vertoont voor sommige mensen.

In een experiment wordt de patiënt geconfronteerd met achtereenvolgens drie personen: eentje die hem iets laat doen wat hij niet graag doet, de tweede laat hem iets doen wat hij graag doet, en de derde laat hem iets neutraals doen. De dag erna laten de experimentatoren hem foto’s zien van de drie personen die het experiment hebben uitgevoerd. Voor wie zou hij een voorkeur hebben? David kiest in tachtig procent van de herhaalde experimenten voor de persoon die hem iets positiefs liet doen, terwij1 hij de betreffende personen niet bewust kan herkennen. Damasio concludeert dat de proefpersonen onbewust emoties bij David opwekken en dat die emoties belangrijk zijn bij het nemen van beslissingen, ook al gebeurt dat onbewust. Zijn organisme neigt onbewust naar een bepaald gedrag.

Damasio’s antwoord op de vraag waarom het bewustzijn tot stand is gekomen, is dat het net als emotie gericht is op overleving van het organisme. Bewustzijn en emotie hebben allebei hun wortels in de representatie van het lichaam. Bewustzijn verbetert het leven van een organisme en biedt het organisme meer mogelijkheden. Het stelt kennis in dienst van een enkel organisme.

Damasio’s project om het bewustzijn biologisch te ontrafelen is ambitieus en buitengewoon boeiend. Eindelijk ontstijgt het bewustzijnsonderzoek het zuiver filosofische niveau. Des te spijtiger is het dat hij allerminst een vlot leesbaar boek heeft geschreven. Het taalgebruik is vaak te abstract voor een breed publiek. De praktijkvoorbeelden zijn daarentegen weer zeer verhelderend. Toch moet de lezer, in tegenstelling tot in Nettles boek, wel erg zijn best doen om de rode draad uit het boek te peuteren.

Shakespeare schreef dat de waanvoorstellingen van de gek, de verblindende emoties van de vrijer en de scheppingen van de kunstenaar alle dezelfde oorsprong hebben: een grote verbeeldingskracht. Daniel Nettle heeft Shakespeares intuïtie in Strong imagination wetenschappelijk onderbouwd. Het paradijs waaruit de mens volgens Damasio tegelijk met de ontwikkeling van zijn bewustzijn is verdreven, probeert de mens misschien via een grote verbeeldingskracht opnieuw te zoeken.

Boekinformatie
Daniel Nettle. Strong imagination - madness, creativity and human nature. Oxford: Oxford University Press, 2001. ISBN 0198507062
Antonio Damasio. Ik voel dus ik ben - hoe gevoel en lichaam ons bewustzijn vormen. Amsterdam: Wereldbibliotheek. 2001, ISBN 9028418482