Boeken

Tuesday, July 24, 2018

Slimme computers moeten de wereld ook begrijpen

Wie een week rondloopt bij de belangrijkste conferentie over kunstmatige intelligentie, ziet vooral het gapende gat tussen de stand van de wetenschap en de mediahype over almachtige machines.



In de warmste week in Stockholm in drie decennia vond dit jaar van 13-19 juli de International Joint Conference on Artificial Intelligence (IJCAI) plaats. Wie iets betekent of wil betekenen in het vakgebied kunstmatige intelligentie hoorde daar bij te zijn. Peetvaders van lerende computers als Yann LeCun en Yoshua Bengio gaven er lezingen, jonge onderzoekers presenteerden hun werk, grote techbedrijven probeerden talent te werven en de belangrijkste prijzen van het vakgebied werden er uitgereikt. Zo ontvingen onderzoekers van DeepMind de Marvin Minsky Medaille voor hun baanbrekende werk aan de go-spelende computer die jaren eerder dan verwacht de mens definitief van het bord veegde.

IJCAI is de oudste en ’s werelds grootste wetenschappelijke conferentie over kunstmatige intelligentie die alle deelgebieden bestrijkt: van machinaal leren (dit jaar verreweg het grootste deel van de conferentie), computer vision en natuurlijke taal-verwerking tot planning, zoeken, games, kennisrepresentatie en robotica. De eerste IJCAI-conferentie vond in 1969 plaats, dertien jaar nadat het vakgebied werd geboren en de naam ‘kunstmatige intelligentie’ werd gemunt. Inmiddels trekt de conferentie vele duizenden onderzoekers van over de hele wereld.

Hoogleraar kunstmatige intelligentie Frank van Harmelen van de VU, gespecialiseerd in kennisrepresentatie en redeneren, bezoekt de conferentie al jaren. Gevraagd naar de opvallendste ontwikkelingen die dit jaar onderscheidt van de afgelopen jaren, vertelt hij: “Sneller dan ik had verwacht zie ik een samensmelting ontstaan tussen de oude aanpak van kunstmatige intelligentie − die van redeneren en kennisrepresentatie − met de nieuwe aanpak, die de laatste jaren zoveel succes heeft geboekt: die van lerende computers, met name door deep learning. Het besef breekt door dat deep learning niet alles oplost.”

Lees het hele artikel op de website van De Ingenieur.

Ontwikkelaars van kunstmatige intelligentie spreken zich uit tegen killer robots

Op ’s werelds grootse wetenschappelijke conferentie over kunstmatige intelligentie (IJCAI) werd in Stockholm op dinsdag 17 juli een petitie gepresenteerd tegen de ontwikkeling en het gebruik van dodelijke autonome wapens, in de volksmond vaak killer robots genoemd.


De petitie is ondertekend door meer dan 2400 wetenschappers, ingenieurs en CEO’s werkzaam in kunstmatige intelligentie en robotica, alsmede door meer dan 160 bedrijven en organisaties. Onder de ondertekenaars zijn Elon Musk, Google DeepMind, de Europese Vereniging voor Kunstmatige Intelligentie en pioniers van kunstmatige intelligentie zoals Yoshua Bengio en Stuart Russell. Ook talloze Nederlandse wetenschappers en ingenieurs hebben de petitie inmiddels ondertekend.

Namens het initiatief nemende Future of Life Institute presenteerde MIT-hoogleraar Max Tegmark de petitie tijdens zijn IJCAI-lezing over hoe kunstmatige intelligentie ten goede van iedereen kan komen. Kunstmatige intelligentie kan de wereld veel goeds bieden, vertelde Tegmark, maar moet niet gebruikt worden om wapens autonoom, zonder menselijke tussenkomst, mensen te laten doden.

Lees het hele artikel op de website van De Ingenieur.

Sunday, June 24, 2018

In October the book "Hallo Robot: Meet Your New Workmate and Friend" will be published by Canbury Press. Written by Bennie Mols and Nieske Vergunst. It's the English translation of the book that was published last year in Dutch.


Some fear that robots could take half of our jobs and even wipe us out. But is that really so? Hallo Robot reveals how robots see, feel, and act — and what tasks they are likely to perform in the future.

Instead of posing a threat to human beings, intelligent machines could transform our lives. Robots already make our cars and clean our homes and could soon chauffeur us, teach our children, and keep our parents company in old age.

While tackling ethical concerns head-on, Bennie Mols and Nieske Vergunst show how artificial intelligence could help the lame walk again and rescue survivors from collapsed buildings — and boost the global fight against hunger and pollution.

Welcome to a realistic, colourful view of our fast-approaching robot future.





Tuesday, June 19, 2018

Luis in de pels van de tech-sector zoekt nu oplossingen

In zijn nieuwste boek How to fix the future is ondernemer en auteur Andrew Keen voorzichtig optimistisch dat de nevenschade van de digitale revolutie nog te repareren is.

Dit artikel is gepubliceerd in de VPRO Gids van 12 juni 2018

Diep voorovergebogen zit Andrew Keen buiten op een plastic stoeltje in de stralende mei-zon. Hij staart op zijn smartphone. Ik spreek hem aan: ‘Hallo, we hebben een interviewafspraak’. ‘O, hallo. Je hoeft dit niet voor radio of tv op te nemen, toch?’ Hij bijt wat op zijn nagels. ‘Nee hoor.’ Hij zakt in, knijpt zijn ogen dicht tegen de zon en zal me de rest van het interview nauwelijks meer aankijken. Binnen gaan zitten wil hij niet: ‘Daar is het nog warmer.’ Hij zucht.

Keen is in Nederland voor de promotie van zijn nieuwste boek How to fix the future. Ik bezoek twee van zijn lezingen en spreek hem op het festivalterrein van The Next Web, een tech-conferentie in Amsterdam waar verreweg de meeste sprekers de blijde boodschap van de digitale technologie verkondigen. Keen is hier een vreemde eend in de sprekersbijt. Hij is een van de vroege critici van de digitale revolutie. In drie eerdere boeken die hij sinds 2007 schreef, betoogde hij dat het internet onze cultuur om zeep helpt door het ondermijnen van expertise en het creëren van nep-nieuws, dat sociale media vooral asociale media zijn die narcisme aanmoedigen, en dat de digitale revolutie een winner-takes-all-economie heeft gecreëerd waarin een handvol grote techbedrijven het geld en de macht in handen heeft en waardoor de economische ongelijkheid in de samenleving wordt vergroot.

Hoe gaat Keen zelf om met al die voor velen zo handige diensten uit Silicon Valley? ‘Ik gebruik Google de hele tijd, maar ik heb geen Google-account. Facebook gebruik ik niet. Ik gebruik Twitter nauwelijks. Eigenlijk haat ik het. Maar kijk, ik ben net zo kwetsbaar als iedereen. Ik ben verslaafd aan tekstberichten. Maar ik besef ook dat voortdurend tekstberichten sturen ongezond is en tot verstoorde relaties kan leiden.’

Sommige mensen hebben hem inconsequent genoemd omdat hij kritiek heeft op de digitale cultuur maar er wel aan mee doet. Wat heeft hij die critici te zeggen? ‘Ik woon met plezier in Silicon Valley. Ik voel meer meer een techie dan een non-techie. Maar neem Uber. Uber biedt veel gemak. Ze behandelen hun chauffeurs echter slecht. Het gebrek aan rechten. Het lage inkomen. Toch bestel ik wel eens een rit via Uber, als het niet anders kan.’ Geïrriteerd zegt hij: ‘Mijn kritiek is veel fundamenteler dan alleen het persoonlijke gebruik. Het gaat er meer om hoe je een dienst gebruikt dan of je een dienst gebruikt. Je kunt Facebook ook heel spaarzaam gebruiken, waarbij je je heel bewust bent van wat Facebook allemaal over je te weten komt, in plaats van dat je zomaar alles zorgeloos deelt.’

Dit raakt de kern van How to fix the future, waarin hij de wereld rondreist op zoek naar mensen die experimenteren met oplossingen voor de structurele problemen die de digitale revolutie volgens Keen heeft veroorzaakt. ‘Voor mij is de kern het begrip agency. Agency gaat over onze sociale gezondheid. Het betekent dat we als burgers en consumenten weer zelf aan het stuur komen te staan in plaats van de grote tech-bedrijven. Als burgers en consumenten moeten we onze verantwoordelijkheid nemen en een tegenkracht ontwikkelen. Zo hebben we het ook gedaan met de voedingsindustrie en de auto-industrie. We zijn om gezonder voedsel en milieuvriendelijkere auto’s gaan vragen.’

Om de problemen van de digitale revolutie te repareren zouden we dit verantwoord digitaal consumeren en het nemen van onze sociale verantwoordelijkheid als burgers volgens Keen moeten combineren met drie andere instrumenten: regulering door overheden ‑ zoals de nieuwe Europese privacywetgeving, waarover hij positief is ‑ innovaties die consument en burger weer meer controle geven, en een onderwijssysteem dat meer aandacht besteedt aan wat het betekent om een burger te zijn. ‘De mens heeft deze vijf instrumenten al vaker in de geschiedenis gebruikt om de nevenschade van ontwrichtende technologie te repareren. In de 19e eeuw bijvoorbeeld met de industriële revolutie. Daarom ben ik ook nu voorzichtig optimistisch.’

Ik vraag Keen hoe hij in dit kader kijkt naar Facebook’s Cambridge Analytica-schandaal. Vooralsnog lijken Facebook-gebruikers niet massaal te zijn weggelopen. Hij begint weer te kijken op zijn smartphone. Op de automatische piloot antwoordt hij: ‘Dit was geen beslissende gebeurtenis. Mensen waren niet echt geshockt. Ik denk dat er in de toekomst grotere dingen gaan gebeuren die mensen wel ontmoedigen dat platform te gebruiken. Een oorlog die wordt uitgelokt door nep-informatie. Iets dat mensen nu helemaal niet verwachten.’ Hij bromt: ‘Maar ik ben helemaal niet geïnteresseerd in deze vraag.’

Het onderwijs dan. Keen draagt zijn boek op ‘Aan onze kinderen’ en het onderwijs ziet Keen als een krachtig instrument en als de grootste uitdaging. ‘Het gaat mij om humanistische educatie, niet om technologische educatie. We moeten mensen die dingen leren die computers niet kunnen: creativiteit, empathie, verantwoordelijkheid. Een algoritme kan een diagnose stellen maar niet met een patiënt praten. Een algoritme kan niet empatisch zijn. Een algoritme kan geen boek schrijven zoals How to fix the future. Een algoritme heeft geen eigen wil.’

Dan maakt Keens lichte optimisme weer plaats voor een pessimisme waarin hij zich beter lijkt thuis te voelen: ‘Toch denk ik dat de echte problemen van de digitale revolutie nu pas beginnen. En we zullen een generatie nodig hebben om de problemen op te lossen. We moeten wel, anders kunnen we over 25 jaar de toekomst niet meer repareren.’ Hij kijkt weer op zijn smartphone. ‘Ik moet gaan. Dankjewel. Wat een vreselijk weer is het toch.’ En weg is hij.

Boekinformatie:Andrew Keen. How to fix the future − Staying human in the digital age. Atlantic Books London, 2018.

Sunday, June 17, 2018

Wordt CLAIRE het CERN voor kunstmatige intelligentie?


Ruim 130 Europese onderzoekers op het terrein van kunstmatige intelligentie (artificial intelligence - AI) roepen op tot een nieuw Europees top-instituut als antwoord op Amerikaanse en Chinese AI-initiatieven. 

Het nieuw op te richten instituut moet CLAIRE gaan heten: Confederation of Laboratories for Artificial Intelligence in Europe. Motto: “Excellence across all of AI. For all of Europe. With a Human-Centered Focus”. 

De onderzoekers vinden dat de Europese investeringen in talent, onderzoek, technologie en innovatie achterliggen bij die van landen als de VS, China en Canada. Ze schrijven in hun oproep: "Kunstmatige intelligentie is cruciaal voor Europa om allerlei complexe uitdagingen aan te gaan en om Europa en haar landen een goede positie op de wereldmarkt te bezorgen."

Een van de drie hoofdopstellers van de oproep is hoogleraar machine learning Holger Hoos van de Universiteit Leiden. Daarnaast ondertekenden nog ruim tien andere Nederlandse AI-onderzoekers de oproep.

In april van dit jaar riepen 25 Europese landen al op tot meer investeringen in AI en tot een Europese aanpak. Het voorstel voor het nieuwe top-instituut CLAIRE sluit hierbij aan.

Lees het hele CLAIRE-voorstel hier.

In oktober 2017 interviewde ik voor NRC Handelsblad hoogleraar Gary Marcus. Hij riep toen al op tot een soort CERN voor AI. Lees het interview hier.





Wednesday, May 30, 2018

‘Alleen al om Wikipedia is het web de moeite waard’

Tim Berners-Lee, de uitvinder van het world wide web, was op dinsdag 29 mei in Amsterdam voor de Turing Award-lezing. „In 29 jaar tijd is het web van Utopia naar Dystopia gegaan.”

Dit artikel is gepubliceerd op de website van NRC Handelsblad op dinsdag 29 mei

Vorig jaar won sir Tim Berners-Lee de Turing Award − het equivalent van de Nobelprijs voor de informatica − voor ‘het uitvinden van het world wide web, de eerste webbrowser en de fundamentele protocollen en algoritmen waardoor het web kon groeien’. Hij ontving 1 miljoen dollar aan prijzengeld, met als enige verplichting het houden van de Turing Award-lezing. Die lezing gaf hij dinsdag, tijdens de WebSci’18-conferentie in Amsterdam.

Waar het internet een netwerk van computernetwerken is, is het world wide web de informatieruimte die we met z’n allen in de loop van drie decennia hebben gebouwd op het internet als medium. Een informatieruimte die we dankzij Berners-Lee snel en gemakkelijk kunnen exploreren. Hij vertelt hoe hij het web in 1989 bouwde bij CERN in Genève als een bijna utopische droom van een open platform waarop iedereen, door alle culturen heen, over alle grenzen heen, vrij informatie kon delen en creativiteit zou bloeien.

De afgelopen jaren is die droom volgens Berners-Lee ruw verstoord door fenomenen die niemand begin jaren negentig van de vorige eeuw nog had vermoed: centralisering van informatie-uitwisseling op een aantal dominante platforms, de gemakkelijke verspreiding van nep-nieuws, het verlies van controle over persoonlijke gegevens, het gericht op de persoon sturen van politieke boodschappen. Berners-Lee: „In 29 jaar tijd is het web van Utopia naar Dystopia gegaan. De vraag is hoe we weer terug kunnen keren naar Utopia.”

Lees het hele artikel op de website van NRC Handelsblad.

-------------------------------------------------------------------------------------------------



For the Association for Computing Machinery (ACM) I have written a different version of my interview with Tim Berners-Lee. You can read it on the website of the ACM.

Tuesday, May 15, 2018

A New Sense for Underwater Robots

This article has been published on the website of the ACM.


Traditionally, underwater robots/drones are bulky, unintelligent, and sluggish; they sense their environment with sound via sonaror by sight via a camera, but that often gives them only a limited underwater view.

Maarja Kruusmaa, founder and director of the Center for Biorobotics at the Tallinn University of Technology in Estonia, has endowed underwater robots with a completely new sense: the artificial lateral line, an electronic organ that enables her lab's underwater robots to extract information from the water around it, and to act on it. "Just like robots on the land can map a landscape, our robots map a flowscape underwater," says Kruusmaa. "The flowscape gives the robot precise information about the pressure, pressure differences, and the acceleration of the flow."

Read the complete article on the website of the ACM.