Tuesday, August 28, 2018

Growing a Mind in a Machine


A man with a stack of papers in his hands walks towards a closed cupboard. In the corner of the room, an 18-month-old boy is watching the scene from a corner of the room. The man bumps to the cupboard, takes a few steps back, tries again, and bumps against the closed doors a second time. The little boy leaves the corner, walks to the cupboard, and opens both cupboard doors; then he looks up to the man, who again walks towards the cupboard. As the boy gazes at the bookshelves, the man places the stack of papers on one of the shelves.

The video described above, titled "Experiments with altruism in children and chimps," was created during a psychological experiment by Massachusetts Institute of Technology (MIT) cognitive scientist and artificial intelligence researcher Josh Tenenbaum. He showed the video during his invited talk on "Building Machines that Learn and Think Like People" at IJCAI2018, the 27th International Joint Conference on Artificial Intelligence, held in Stockholm, Sweden, in July.

In commenting on the video, Tenenbaum said, "The little boy sees an action that he has never seen before. He can understand what's going on and interact. Think about the common sense going on in this kid's head in order to do this. If we could build robots that can do this, that would be incredible. This is still far away, but that's our aim."

Back in the early 1950s, Tenenbaum notes, computer pioneer Alan Turing thought the learning process of young children is like filling the pages of a notebook consisting of mainly blank sheets. "From developmental psychology, we now know that this idea is completely wrong," said Tenenbaum. "The starting state is much more sophisticated than we might have thought, and the learning processes are also much more sophisticated. Apart from supervised learning and reinforcement learning, which we also use in AI (artificial intelligence), children have other powerful learning mechanisms."

Read the full article on the website of the ACM.

Saturday, August 25, 2018

‘Robot verandert hoe mensen samenwerken’

Chirurgen werken anders met een operatierobot en de politie leert misdaden te voorspellen: AI heeft invloed op organisaties.

Dit artikel is gepubliceerd in NRC Handelsblad van maandag 20 augustus 2018.

Voor een socioloog heeft Marleen Huysman een ongebruikelijk grote en multidisciplinaire onderzoeksgroep om zich heen verzameld: 35 onderzoekers, waaronder bedrijfskundigen, sociologen, filosofen, antropologen, industrieel ontwerpers, ingenieurs en informatici. „We vormen een soort lab en opereren heel anders dan de meeste sociale wetenschappers”, vertelt ze in een vergaderkamer van haar onderzoeksinstituut bij de Vrije Universiteit in Amsterdam. „Als detectives rafelen we uit elkaar hoe digitale innovaties organisaties veranderen. Dat doen we op de werkvloer zelf: een soort embedded research.”

Huysman leidt het KIN Center for Digital Innovation. Ze vertelt dat ze vroeger weleens jaloers was op het lab dat haar man, natuurkundige Leo Kouwenhoven, jarenlang aan de TU Delft leidde, voor hij de overstap maakte naar Microsoft. „Vroeger werkte ik meestal in mijn eentje. Maar ik dacht: waarom zou ik ook niet zo’n onderzoeksomgeving als Leo om me heen kunnen creĆ«ren? Als je echt wilt weten wat de gevolgen zijn van een digitale innovatie in een organisatie, dan heb je een groot, multidisciplinair team nodig. Onderzoekers van artificial intelligence – AI – zijn meestal alleen bezig met wat de computer kan. Economen kijken vooral naar hoe AI banen verandert of wat de invloed is op economische ongelijkheid. Wij bestuderen het grotere plaatje.”

Lees het hele artikel op de website van NRC Handelsblad.

Wednesday, August 22, 2018

Computers are starting to outperform the average human at negotiation

When computer scientist Tim Baarslag had to negotiate the purchase of his new house, he developed an algorithm to help him. Thanks to the algorithm, he managed to buy his favorite house for only $1,500 more than the bid of the next-highest bidder.

Baarslag works at the Centrum Wiskunde & Informatica (CWI), the national research institute for mathematics and computer science in the Netherlands, where he studies how computers can help humans to negotiate better deals. He also is co-organizer of the Automated Negotiating Agents Competition (ANAC), a contest that has been held annually since 2010; this year, it took place in July during the International Joint Conference on Artificial Intelligence (IJCAI) in Stockholm, Sweden.

At IJCAI, Baarslag answered some questions for Bennie Mols.

What is the purpose of the Automated Negotiating Agents Competition?
For humans, negotiations are often very complex and stressful; think about buying a house, or negotiating about a job. What if computers can help us with this? That would be great, but then we have to know how well computers perform. With ANAC, we want in the first place to compare negotiating computers in the same domain. The competition is also a way to collect a state of the art repository of negotiating agents and their results. Finally, the competition is a way to steer the academic research.

Read the full article on the website of the ACM.

Tuesday, July 24, 2018

Slimme computers moeten de wereld ook begrijpen

Wie een week rondloopt bij de belangrijkste conferentie over kunstmatige intelligentie, ziet vooral het gapende gat tussen de stand van de wetenschap en de mediahype over almachtige machines.



In de warmste week in Stockholm in drie decennia vond dit jaar van 13-19 juli de International Joint Conference on Artificial Intelligence (IJCAI) plaats. Wie iets betekent of wil betekenen in het vakgebied kunstmatige intelligentie hoorde daar bij te zijn. Peetvaders van lerende computers als Yann LeCun en Yoshua Bengio gaven er lezingen, jonge onderzoekers presenteerden hun werk, grote techbedrijven probeerden talent te werven en de belangrijkste prijzen van het vakgebied werden er uitgereikt. Zo ontvingen onderzoekers van DeepMind de Marvin Minsky Medaille voor hun baanbrekende werk aan de go-spelende computer die jaren eerder dan verwacht de mens definitief van het bord veegde.

IJCAI is de oudste en ’s werelds grootste wetenschappelijke conferentie over kunstmatige intelligentie die alle deelgebieden bestrijkt: van machinaal leren (dit jaar verreweg het grootste deel van de conferentie), computer vision en natuurlijke taal-verwerking tot planning, zoeken, games, kennisrepresentatie en robotica. De eerste IJCAI-conferentie vond in 1969 plaats, dertien jaar nadat het vakgebied werd geboren en de naam ‘kunstmatige intelligentie’ werd gemunt. Inmiddels trekt de conferentie vele duizenden onderzoekers van over de hele wereld.

Hoogleraar kunstmatige intelligentie Frank van Harmelen van de VU, gespecialiseerd in kennisrepresentatie en redeneren, bezoekt de conferentie al jaren. Gevraagd naar de opvallendste ontwikkelingen die dit jaar onderscheidt van de afgelopen jaren, vertelt hij: “Sneller dan ik had verwacht zie ik een samensmelting ontstaan tussen de oude aanpak van kunstmatige intelligentie − die van redeneren en kennisrepresentatie − met de nieuwe aanpak, die de laatste jaren zoveel succes heeft geboekt: die van lerende computers, met name door deep learning. Het besef breekt door dat deep learning niet alles oplost.”

Lees het hele artikel op de website van De Ingenieur.

Ontwikkelaars van kunstmatige intelligentie spreken zich uit tegen killer robots

Op ’s werelds grootse wetenschappelijke conferentie over kunstmatige intelligentie (IJCAI) werd in Stockholm op dinsdag 17 juli een petitie gepresenteerd tegen de ontwikkeling en het gebruik van dodelijke autonome wapens, in de volksmond vaak killer robots genoemd.


De petitie is ondertekend door meer dan 2400 wetenschappers, ingenieurs en CEO’s werkzaam in kunstmatige intelligentie en robotica, alsmede door meer dan 160 bedrijven en organisaties. Onder de ondertekenaars zijn Elon Musk, Google DeepMind, de Europese Vereniging voor Kunstmatige Intelligentie en pioniers van kunstmatige intelligentie zoals Yoshua Bengio en Stuart Russell. Ook talloze Nederlandse wetenschappers en ingenieurs hebben de petitie inmiddels ondertekend.

Namens het initiatief nemende Future of Life Institute presenteerde MIT-hoogleraar Max Tegmark de petitie tijdens zijn IJCAI-lezing over hoe kunstmatige intelligentie ten goede van iedereen kan komen. Kunstmatige intelligentie kan de wereld veel goeds bieden, vertelde Tegmark, maar moet niet gebruikt worden om wapens autonoom, zonder menselijke tussenkomst, mensen te laten doden.

Lees het hele artikel op de website van De Ingenieur.

Sunday, June 24, 2018

NEW BOOK: "Hallo Robot: Meet Your New Workmate and Friend"

In October the book "Hallo Robot: Meet Your New Workmate and Friend" will be published by Canbury Press. Written by Bennie Mols and Nieske Vergunst. It's the English translation of the book that was published last year in Dutch.




Some fear that robots could take half of our jobs and even wipe us out. But is that really so? Hallo Robot reveals how robots see, feel, and act — and what tasks they are likely to perform in the future.

Instead of posing a threat to human beings, intelligent machines could transform our lives. Robots already make our cars and clean our homes and could soon chauffeur us, teach our children, and keep our parents company in old age.

While tackling ethical concerns head-on, Bennie Mols and Nieske Vergunst show how artificial intelligence could help the lame walk again and rescue survivors from collapsed buildings — and boost the global fight against hunger and pollution.

Welcome to a realistic, colourful view of our fast-approaching robot future.





Tuesday, June 19, 2018

Luis in de pels van de tech-sector zoekt nu oplossingen

In zijn nieuwste boek How to fix the future is ondernemer en auteur Andrew Keen voorzichtig optimistisch dat de nevenschade van de digitale revolutie nog te repareren is.

Dit artikel is gepubliceerd in de VPRO Gids van 12 juni 2018

Diep voorovergebogen zit Andrew Keen buiten op een plastic stoeltje in de stralende mei-zon. Hij staart op zijn smartphone. Ik spreek hem aan: ‘Hallo, we hebben een interviewafspraak’. ‘O, hallo. Je hoeft dit niet voor radio of tv op te nemen, toch?’ Hij bijt wat op zijn nagels. ‘Nee hoor.’ Hij zakt in, knijpt zijn ogen dicht tegen de zon en zal me de rest van het interview nauwelijks meer aankijken. Binnen gaan zitten wil hij niet: ‘Daar is het nog warmer.’ Hij zucht.

Keen is in Nederland voor de promotie van zijn nieuwste boek How to fix the future. Ik bezoek twee van zijn lezingen en spreek hem op het festivalterrein van The Next Web, een tech-conferentie in Amsterdam waar verreweg de meeste sprekers de blijde boodschap van de digitale technologie verkondigen. Keen is hier een vreemde eend in de sprekersbijt. Hij is een van de vroege critici van de digitale revolutie. In drie eerdere boeken die hij sinds 2007 schreef, betoogde hij dat het internet onze cultuur om zeep helpt door het ondermijnen van expertise en het creƫren van nep-nieuws, dat sociale media vooral asociale media zijn die narcisme aanmoedigen, en dat de digitale revolutie een winner-takes-all-economie heeft gecreƫerd waarin een handvol grote techbedrijven het geld en de macht in handen heeft en waardoor de economische ongelijkheid in de samenleving wordt vergroot.

Hoe gaat Keen zelf om met al die voor velen zo handige diensten uit Silicon Valley? ‘Ik gebruik Google de hele tijd, maar ik heb geen Google-account. Facebook gebruik ik niet. Ik gebruik Twitter nauwelijks. Eigenlijk haat ik het. Maar kijk, ik ben net zo kwetsbaar als iedereen. Ik ben verslaafd aan tekstberichten. Maar ik besef ook dat voortdurend tekstberichten sturen ongezond is en tot verstoorde relaties kan leiden.’

Sommige mensen hebben hem inconsequent genoemd omdat hij kritiek heeft op de digitale cultuur maar er wel aan mee doet. Wat heeft hij die critici te zeggen? ‘Ik woon met plezier in Silicon Valley. Ik voel meer meer een techie dan een non-techie. Maar neem Uber. Uber biedt veel gemak. Ze behandelen hun chauffeurs echter slecht. Het gebrek aan rechten. Het lage inkomen. Toch bestel ik wel eens een rit via Uber, als het niet anders kan.’ GeĆÆrriteerd zegt hij: ‘Mijn kritiek is veel fundamenteler dan alleen het persoonlijke gebruik. Het gaat er meer om hoe je een dienst gebruikt dan of je een dienst gebruikt. Je kunt Facebook ook heel spaarzaam gebruiken, waarbij je je heel bewust bent van wat Facebook allemaal over je te weten komt, in plaats van dat je zomaar alles zorgeloos deelt.’

Dit raakt de kern van How to fix the future, waarin hij de wereld rondreist op zoek naar mensen die experimenteren met oplossingen voor de structurele problemen die de digitale revolutie volgens Keen heeft veroorzaakt. ‘Voor mij is de kern het begrip agency. Agency gaat over onze sociale gezondheid. Het betekent dat we als burgers en consumenten weer zelf aan het stuur komen te staan in plaats van de grote tech-bedrijven. Als burgers en consumenten moeten we onze verantwoordelijkheid nemen en een tegenkracht ontwikkelen. Zo hebben we het ook gedaan met de voedingsindustrie en de auto-industrie. We zijn om gezonder voedsel en milieuvriendelijkere auto’s gaan vragen.’

Om de problemen van de digitale revolutie te repareren zouden we dit verantwoord digitaal consumeren en het nemen van onze sociale verantwoordelijkheid als burgers volgens Keen moeten combineren met drie andere instrumenten: regulering door overheden ‑ zoals de nieuwe Europese privacywetgeving, waarover hij positief is ‑ innovaties die consument en burger weer meer controle geven, en een onderwijssysteem dat meer aandacht besteedt aan wat het betekent om een burger te zijn. ‘De mens heeft deze vijf instrumenten al vaker in de geschiedenis gebruikt om de nevenschade van ontwrichtende technologie te repareren. In de 19e eeuw bijvoorbeeld met de industriĆ«le revolutie. Daarom ben ik ook nu voorzichtig optimistisch.’

Ik vraag Keen hoe hij in dit kader kijkt naar Facebook’s Cambridge Analytica-schandaal. Vooralsnog lijken Facebook-gebruikers niet massaal te zijn weggelopen. Hij begint weer te kijken op zijn smartphone. Op de automatische piloot antwoordt hij: ‘Dit was geen beslissende gebeurtenis. Mensen waren niet echt geshockt. Ik denk dat er in de toekomst grotere dingen gaan gebeuren die mensen wel ontmoedigen dat platform te gebruiken. Een oorlog die wordt uitgelokt door nep-informatie. Iets dat mensen nu helemaal niet verwachten.’ Hij bromt: ‘Maar ik ben helemaal niet geĆÆnteresseerd in deze vraag.’

Het onderwijs dan. Keen draagt zijn boek op ‘Aan onze kinderen’ en het onderwijs ziet Keen als een krachtig instrument en als de grootste uitdaging. ‘Het gaat mij om humanistische educatie, niet om technologische educatie. We moeten mensen die dingen leren die computers niet kunnen: creativiteit, empathie, verantwoordelijkheid. Een algoritme kan een diagnose stellen maar niet met een patiĆ«nt praten. Een algoritme kan niet empatisch zijn. Een algoritme kan geen boek schrijven zoals How to fix the future. Een algoritme heeft geen eigen wil.’

Dan maakt Keens lichte optimisme weer plaats voor een pessimisme waarin hij zich beter lijkt thuis te voelen: ‘Toch denk ik dat de echte problemen van de digitale revolutie nu pas beginnen. En we zullen een generatie nodig hebben om de problemen op te lossen. We moeten wel, anders kunnen we over 25 jaar de toekomst niet meer repareren.’ Hij kijkt weer op zijn smartphone. ‘Ik moet gaan. Dankjewel. Wat een vreselijk weer is het toch.’ En weg is hij.

Boekinformatie:Andrew Keen. How to fix the future − Staying human in the digital age. Atlantic Books London, 2018.