Boeken

Saturday, March 8, 2008

Op dun ijs



Van de Canadian Coast Guard en de CFL-onderzoekers heb ik de bevestiging gekregen dat ik van 24 april tot 8 mei 2008 op de Amundsen-onderzoeksijsbreker welkom ben. Een vliegtuig brengt me vanuit het Noord-Canadese Inuvik naar de ijsbreker, en twee weken later weer terug.

Tijd om me te verdiepen in het onderzoek.

De Amundsen is een soort varend laboratorium, dat een deel van de beroemde Noordwestpassage bevaart. De Noordwestpassage is de eeuwenlang gezochte korte vaarroute van Noord-Europa naar Azië: onder Groenland langs; tussen vrijwel onbewoonde Canadese eilanden door; over de Beaufort Zee en ten slotte door de Bering Straat richting China en Japan. Verreweg het grootste deel van het jaar verhindert zeeijs deze vaarroute. ’s Zomers ligt er minder zeeijs dan ’s winters, maar meestal nog meer dan genoeg om de Noordwestpassage onbevaarbaar te maken. Slechts enkele keren is het gelukt van Noord-Europa via de Noordwestpassage naar Azië te varen.




De afgelopen drie decennia is het zeeijsoppervlak van de Noordpool geslonken: 8,9% per decennium in september (wanneer het zeeijsoppervlak minimaal is), en met 2,5% per decennium in maart (wanneer het zeeijsoppervlak maximaal is). Ook wordt het ijs dunner. Waar twintig jaar geleden het poolijs in februari voor zestig procent uit ijs ouder dan twee jaar bestond (dik ijs), is dat nu nog maar dertig procent.






Komt dit door het broeikaseffect of is het gewoon een natuurlijke variatie? We hebben pas drie decennia satellietmetingen. Wat er daarvoor gebeurde is minder goed bekend.

De aanwijzingen uit klimaatmodellen zijn stevig dat het broeikaseffect er debet aan is, maar ik hoor er graag meer over van de onderzoekers op de Amundsen. Het modelleren van hoe zeeijs zich gedraagt, is erg complex. Luchttemperatuur, watertemperatuur, wind, zeestromingen, de hoeveelheid sneeuw die op het ijs valt – ze spelen allemaal tegelijk een rol.

Hoofdonderzoeker op de Amundsen – en zeeijsspecialist – Dave Barber (Canada Research Chair in Arctic System Science, University of Manitoba) beschouwde zich jarenlang als een klimaatscepticus en dacht eerst dat het zeeijs gewoon door een natuurlijk toeval in oppervlakte afnam. Maar ook hij denkt dat de veranderingen te snel gaan om ze nog aan natuurlijke variaties toe te schrijven. Ik wil graag van hem horen wat zijn argumenten zijn. Volgens Barber is er geen zomer in de afgelopen miljoen jaar geweest waarin de noordpool ijsvrij was. En als de modelberekeningen kloppen, kan dat binnen een paar decennia voor het eerst wel gebeuren.

So what? Wat maakt het uit dat de Noordpool smelt?

Het afnemende zeeijs heeft negatieve gevolgen voor het klimaat (minder lichtterugkaatsing, met een versterkte opwarming als gevolg), voor de pool-ecologie en voor de Inuïtbewoners in de poolstreken. Maar positieve gevolgen voor de scheepvaart (sneller en vaker van noord naar west) en voor de olie- en gasexploratie in het poolgebied (een kwart van de geschatte onontgonnen oliereserves op aarde). Hoewel deze positieve effecten op termijn dan weer negatieve gevolgen voor het milieu hebben…

De Amundsen doet experimenteel onderzoek op het deel van de Noordwestpassage dat ligt tussen Banks Island en het Canadese vasteland: de Amundsen Golf. Hier ontstaan breuken in het zeeijs, omdat het losliggende, centrale zeeijs heen en weer beweegt, terwijl het kust-zeeijs vastzit aan het Canadese vasteland. Die breuken ontstaan vaak in de herfst. In de winter bevriezen ze een beetje, maar het ijs blijft er dun. De breuken komen in het hele noordpoolgebied voor, en staan bekend onder de naam Circumpolar Flaw Leads. Behalve breuken komen er ook grotere open stukken in het zeeijs voor: polynya’s.

Juist deze breuken en polynya’s zijn door hun geringe ijsbedekking gevoelig voor klimaatverandering. Het hoeft maar iets warmer te worden en de breuken en polynya’s vriezen ook in de winter niet meer dicht.

De Amundsen-onderzoekers richten zich op de breuken in het ijs: de Circumpolar Flaw Lead Study (CFL). De vraag is hoe het zeeijs verandert, en wat de gevolgen zijn voor het fysische en biologische systeem: van de bodem van de oceaan tot de top van de atmosfeer, van virussen tot ijsberen. Het is voor het eerst dat zo’n ijsbreuk een heel jaar lang wordt bestudeerd.

Internet
About sea ice: http://nsidc.org/sotc/sea_ice.html
About the CFL-study: http://ipy-cfl.ca/index.html

Books about the Arctic and Arctic exploration

United Nations Environment Programme. Global outlook for ice and snow. (2007)
Barry Lopez. Arctic Dreams. (1986)
Pierre Berton. The Arctic Grail - The quest for the Northwest Passage and the north pole, 1818-1909. (1988)
Elizabeth Kolbert (ed.). The Arctic. (2007) [A collection of great writing about the Arctic, with stories from John Franklin, Elisha Kent Kane, Jules Verne, Fridtjof Nansen and Robert Peary)]