SCIENCE JOURNALIST - WRITER - SPEAKER @ ClearScience42 ***** Specialized in artificial intelligence, robots, the brain and Alan Turing***Gespecialiseerd in kunstmatige intelligentie, robots, het brein en Alan Turing.
Saturday, June 16, 2012
Friday, June 15, 2012
Tentoonstelling 'Turings Erfenis'
Van 14 juni t/m 6 oktober is bij het Centrum Wiskunde & Informatica de tentoonstelling Turings Erfenis te zien.
Met onder andere een introductie op Alan Turings werk, een originele Enigma, toepassingen van kunstmatige intelligentie, een Turingmachine gemaakt van LEGO, een Nederlandse Electrologica X1-computer uit het begin van de jaren '60 en andere prachtige voorlopers van onze huidige computer (uit het computermuseum van de UvA).
Bezoek de tentoonstelling, werp daarna een blik op uw smartphone, laptop of tablet-pc - allemaal krachtiger dan alle tentoongestelde oercomputers - en sta er even bij stil dat het allemaal exotische uitdossingen zijn van een bedrieglijk simpele Turingmachine.
Foto's: Bennie Mols
Met onder andere een introductie op Alan Turings werk, een originele Enigma, toepassingen van kunstmatige intelligentie, een Turingmachine gemaakt van LEGO, een Nederlandse Electrologica X1-computer uit het begin van de jaren '60 en andere prachtige voorlopers van onze huidige computer (uit het computermuseum van de UvA).
Bezoek de tentoonstelling, werp daarna een blik op uw smartphone, laptop of tablet-pc - allemaal krachtiger dan alle tentoongestelde oercomputers - en sta er even bij stil dat het allemaal exotische uitdossingen zijn van een bedrieglijk simpele Turingmachine.
Een Nederlandse oercomputer: de Electrologica X1 uit begin jaren '60
Een Duitse Enigma-codeermachine uit WOII in bezit van het CWI
(maar niemand weet meer hoe het apparaat in bezit van het CWI is gekomen...)
Foto's: Bennie Mols
iCub-peuterrobot leert zijn eerste woordjes
De iCub-peuterrobot kan woordjes leren in interactie met mensen die tegen de robot praten zoals ze tegen een kind zouden doen (deze week gepubliceerd onderzoek in het wetenschappelijk tijdschrift PLOS One).
Lees meer over de iCub-robot in het onderstaande artikel dat ik voor KIJK 3-2011 heb geschreven:
Laat het robotkind maar spelen
iCub is een robotkind van een jaar of drie. Net zoals een echt kind leert hij van zijn omgeving door te zien, te horen en te voelen. iCub moet ons de weg wijzen naar een beter begrip van het menselijk brein en naar betere robots.
De iCub-robot staat vandaag bewegingsloos in een metalen beugel. Hij heeft even vakantie. 6 december 2010 is een vrije dag in Spanje en de onderzoekers die de iCub normaal zijn kunstjes laten vertonen, hebben allemaal vrij. Maar de Nederlander Paul Verschure heeft de deuren van het roboticalab geopend en me aan iCub voorgesteld.
iCub is een kleuterrobot, gemodelleerd naar een kind dat tussen drie en drieëneenhalf jaar oud is. Door een wit masker kijken grote, zwarte robotpupillen me aan. Het metalen skelet zit vol elektronica en maakt van iCub het meest geavanceerde robotkind ter wereld. Vooral de handen van iCub zien er zeer verfijnd uit. Perfecte grijphanden met vingerkootjes die omhuld zijn met een stevige plastic huid. Op een filmpje zie ik hoe iCub met zijn ogen een bewegend balletje volgt, er met een hand naar toe beweegt en het balletje vast grijpt. “De makers van de iCub zijn gespecialiseerd in de coördinatie tussen de ogen en de handen”, zegt Verschure. “Daarom is de rest van de robot eigenlijk om de handen heen gebouwd.”
Verschure heeft de leiding over zo’n dertig onderzoekers van het Laboratory for Synthetic Perceptive, Emotive and Cognitive Systems (SPECS) Het lab ligt midden in Barcelona. De kerktorens van Antoni Gaudi’s beroemde Sagrada Familia zijn in de verte zichtbaar. Verschure is in Nederland opgeleid als psycholoog, maar week daarna eerst uit naar de kunstmatige intelligentie en later naar de harde neurowetenschappen. Via de Verenigde Staten en Zwitserland kwam hij in Barcelona terecht, waar hij nu de psychologie, de neurowetenschappen en de kunstmatige intelligentie met elkaar combineert.
Testplatform
In de eerste levensjaren leert het menselijk brein vooral doordat het lichaam spelenderwijs de buitenwereld verkent. Er komen steeds meer aanwijzingen dat dit leerproces ook cruciaal is voor de latere cognitieve ontwikkeling van sociaal gedrag en taal. Vandaar de keuze om niet met een volwassen mensachtige robot onderzoek te doen, maar met een kleuterrobot.
Verschure geeft een rondleiding door zijn lab. Hier staat een insectachtige robot met chemische voelsprieten. Daar staat een robot op wielen voor onderzoek naar robotnavigatie. “Ons doel is in de eerste plaats om via robots het menselijk brein beter te begrijpen. Maar als we betere modellen hebben van het brein, dan kunnen we ook betere robots bouwen. De iCub en onze andere robots dienen allereerst als een testplatform voor onze breinmodellen, als toets van onze hypotheses.”
Neem bijvoorbeeld het herkennen van het gezicht van iemand die je eerder hebt gezien. Dat is voor een computer of voor een robot razend moeilijk, maar een driejarige kan dat in ongeveer honderd milliseconden. Een stuk software dat gezichten binnen enkele minuten herkent, is voor een iCub waardeloos. iCub moet bekende gezichten ook in honderd milliseconden herkennen. Dat stelt hoge eisen aan de software voor het visuele systeem van de robot.
Verschure: “Een robot dwingt je na te denken over hoe je met imperfecties en onvoorspelbaarheden van de echte wereld omgaat. Dat wordt in een abstract model dat alleen op papier bestaat niet getoetst. Als je je aan een robot verbindt, liggen al je aannames op tafel. Je kunt niks onder de vloer vegen. Je kunt meten of de robot het doet of niet.”
Open-source De eerste iCub werd in 2004 gebouwd door het Italian Institute of Technology (IIT) in Genua. Inmiddels heeft iCub-1 zo’n twintig broertjes gekregen voor wetenschappelijk onderzoek (geen in Nederland). Binnen het consortium RobotCub ontwikkelen elf Europese universiteiten en onderzoeksinstituten gezamenlijk nieuwe software voor de iCub. Dit open-source-karakter onderscheidt iCub van vergelijkbare Amerikaanse en Japanse robotkinderen.
Het lab van Verschure beschikt nu ruim een jaar over een iCub. De eerste mijlpaal is dat hij de breinarchitectuur waaraan hij al zo’n twintig jaar werkt (zie kader), heeft overgebracht op het robotkind. “Onze iCub kan niet alleen een balletje met zijn ogen volgen en grijpen naar het balletje, hij kan ook een vorm van tafeltennis spelen. Dat is weer een stap moeilijker. Ook hebben we onze architectuur voor het visuele systeem van iCub getest. Ons systeem herkent niet alleen gezichten maar allerhande voorwerpen. Toch presteert het daarnaast net zo goed op het herkennen van gezichten als de beste gezichtsherkenningssoftware.”
De Europese iCub-samenwerking wordt sinds dit jaar in drie nieuwe projecten voortgezet. Binnen ITALK werken onderzoekers aan de sociale interactie tussen iCub en de mens en aan het uitbreiden van iCub met de basale taalvaardigheden van een kleuter. Binnen RoboSKIN wordt een robothuid ontwikkeld om iCub in de toekomst ook een aaibare buitenkant te geven, in plaats van de alleen het metalen skelet dat hij nu heeft. En ten slotte worden binnen AMARSi aanpasbare modules ontwikkeld die de motorische vaardigheden van iCub uitbreiden.
Verschure gaat zich met zijn medewerkers richten op de sociale interactie. “Ons doel is om iCub in interactie met een mens een nieuw spelletje te leren. De mens doet het spelletje voor en iCub moet daar de bedoeling uit zien te halen en dan het spelletje met de mens kunnen spelen.”
Breinreparatie
De centrale filosofie van Verschure is dat hoe beter we het brein begrijpen, hoe beter we het ook kunnen nabouwen en zelfs kunnen repareren. Voor het begrijpen en het nabouwen dienen de robots. Voor het repareren werken de onderzoekers samen met twee ziekenhuizen in Barcelona. Verschure: “We willen een effectievere revalidatietherapie ontwikkelen voor patiënten die door een beroerte verlammingen hebben opgelopen.”
De traditionele revalidatie gebeurt met fysiotherapie. Dan beweegt de therapeut bijvoorbeeld de vingers van een verlamde hand herhaaldelijk heen en weer. “Dat is een arbeidsintensieve revalidatie”, zegt Verschure, “waarvan bovendien niet wetenschappelijk is bewezen wat er dan in de hersenen precies verandert. Terwijl de bron van het probleem in de hersenen zit.”
Vanuit hetzelfde breinmodel dat de onderzoekers voor de iCub-robot gebruiken, hebben ze een soort computerspel als revalidatiesysteem ontwikkeld. Het systeem meet via een camera precies hoe een patiënt tijdens het spel zijn arm en zijn hand beweegt. Het is dit jaar getest op twintig patiënten en presteert duidelijk beter dan alle andere bekende revalidatiesystemen. Vanaf volgend jaar wordt een Europees project gestart om het als thuissysteem voor patiënten te introduceren. De patiënt hoeft dan niet meer de deur uit naar de fysiotherapeut maar kan thuis achter zijn pc en met een webcam intensief aan zijn herstel werken.
Verschure: “Dit voorbeeld laat zien dat onze filosofie om tegelijkertijd te werken aan het begrijpen, bouwen en repareren van het brein concrete resultaten oplevert. Voor veel theoretische neurowetenschappers staan patiënten ver van hun modellen. Ik vind dat een arrogante houding. Daarachter gaat de onzekerheid schuil dat hun theorie weinig te bieden heeft aan de praktijk. Maar het gaat juist om het toetsen van je modellen in de praktijk. Daarom hou ik van het werken met robots en patiënten. Niet praten, maar doen. Werkt het of werkt het niet? Laat maar zien wat je waard bent.”
[kader 1:]
iCub-robot in het kort:
Lengte: 104 cm
Gewicht: 22 kg
Functionaliteit: Motoren in hoofd, armen, handen, heupen en benen zorgen voor 53 vrijheidsgraden van beweging. iCub kan zien en horen. Dankzij versnellingsmeters en gyroscopen heeft hij ook een gevoel voor de houding van zijn eigen lichaam en voor beweging.
Kosten per iCub: € 250.000. Hoofd alleen: € 30.000
Financiering: € 8,5 miljoen uit het zesde kaderprogramma van de EU. Looptijd eerste fase: 2004-2009. Tweede fase vanaf 2010.
[kader 2:]
Hoe werkt het iCub-brein?
De iCub-ontwerpers hebben de robot een aantal ‘aangeboren’ eigenschappen meegegeven. Zo kan iCub dankzij de standaard meegeleverde software voorwerpen onderscheiden van hun achtergrond en gezichten onderscheiden van overige voorwerpen, iets wat een pasgeborene ook al kan. Door de standaard software uit te breiden, kunnen iCub-onderzoekers de robot nieuwe dingen laten leren.
De onderzoeksgroep van Paul Verschure gebruikt een breinmodel dat uit drie delen bestaat die onderling informatie uitwisselen. Het model is stukje bij beetje in de afgelopen twintig jaar ontwikkeld. Het is gebaseerd op hoe een zoogdierenbrein zintuiglijke informatie gebruikt om het lichaam in beweging te zetten. Dat is de primaire taak van elk brein, of het nu een rattenbrein is of een mensenbrein.
Het eerste deel van dit model is het reactieve brein. Op basis van wat iCub ziet, hoort en voelt, genereert zijn brein snel een automatische reactie, bijvoorbeeld uitwijken voor een bal die op de robot af komt. Over dit deel heeft de robot geen controle net zoals een mens ook geen controle heeft over dit primitieve deel van onze hersenen. Dit deel is gebaseerd op het evolutionair oudste deel van de hersenen, de hersenstam, gelegen aan de bovenzijde van het ruggenmerg.
Het tweede deel is het adaptieve deel. Dit deel kan leren en dus in de tijd veranderen. Hiermee kan iCub bijvoorbeeld leren hoe een bal eruit ziet en gezichten leren herkennen van mensen die hij eerder heeft gezien. Dit deel is gebaseerd op drie menselijke hersenstructuren: de hippocampus (belangrijk voor het geheugen), de basale ganglia (belangrijk voor de controle van bewegingen) en de amygdala (belangrijk voor emoties).
Het derde deel van het iCub-brein is het contextuele deel. De iCub gebruikt dit deel om zijn handelingen te plannen en nieuwe strategieën te leren op basis van eerdere ervaringen. Hoe moet hij zijn arm en hand bewegen wanneer een bal met een bepaalde snelheid en onder een bepaalde hoek op hem af komt? En wat als de bal onderweg nog tegen een muurtje botst en daarna op hem af komt? Dit deel is gemodelleerd naar een deel van de hersenschors dat betrokken is bij de hogere mentale aspecten van waarnemen, handelen, plannen en leren. Evolutionair gezien is dit het jongste deel van de hersenen.
Op een dieper niveau wordt elk van deze drie delen gemodelleerd met een verzameling kunstmatige hersencellen die in een netwerk met elkaar zijn verknoopt. De kunst is om met een relatief beperkte hoeveelheid kunstmatige hersencellen (enkele tienduizenden − tegenover de honderd miljard van een mensenbrein) toch realistisch gedrag te genereren.
Internet
www.robotcub.org/
www.icub.org/
www.youtube.com/watch?v=VKPkqneze6k Een filmpje van iCub in actie, met uitleg van Verschure
www.youtube.com/results?search_query=iCub&search_type=&aq=f Meer iCub-filmpjes op YouTube
http://specs.upf.edu/people/331 Meer informatie over het onderzoek van Paul Verschure
Lees meer over de iCub-robot in het onderstaande artikel dat ik voor KIJK 3-2011 heb geschreven:
Laat het robotkind maar spelen
iCub is een robotkind van een jaar of drie. Net zoals een echt kind leert hij van zijn omgeving door te zien, te horen en te voelen. iCub moet ons de weg wijzen naar een beter begrip van het menselijk brein en naar betere robots.
De iCub-robot staat vandaag bewegingsloos in een metalen beugel. Hij heeft even vakantie. 6 december 2010 is een vrije dag in Spanje en de onderzoekers die de iCub normaal zijn kunstjes laten vertonen, hebben allemaal vrij. Maar de Nederlander Paul Verschure heeft de deuren van het roboticalab geopend en me aan iCub voorgesteld.
iCub is een kleuterrobot, gemodelleerd naar een kind dat tussen drie en drieëneenhalf jaar oud is. Door een wit masker kijken grote, zwarte robotpupillen me aan. Het metalen skelet zit vol elektronica en maakt van iCub het meest geavanceerde robotkind ter wereld. Vooral de handen van iCub zien er zeer verfijnd uit. Perfecte grijphanden met vingerkootjes die omhuld zijn met een stevige plastic huid. Op een filmpje zie ik hoe iCub met zijn ogen een bewegend balletje volgt, er met een hand naar toe beweegt en het balletje vast grijpt. “De makers van de iCub zijn gespecialiseerd in de coördinatie tussen de ogen en de handen”, zegt Verschure. “Daarom is de rest van de robot eigenlijk om de handen heen gebouwd.”
Verschure heeft de leiding over zo’n dertig onderzoekers van het Laboratory for Synthetic Perceptive, Emotive and Cognitive Systems (SPECS) Het lab ligt midden in Barcelona. De kerktorens van Antoni Gaudi’s beroemde Sagrada Familia zijn in de verte zichtbaar. Verschure is in Nederland opgeleid als psycholoog, maar week daarna eerst uit naar de kunstmatige intelligentie en later naar de harde neurowetenschappen. Via de Verenigde Staten en Zwitserland kwam hij in Barcelona terecht, waar hij nu de psychologie, de neurowetenschappen en de kunstmatige intelligentie met elkaar combineert.
Testplatform
In de eerste levensjaren leert het menselijk brein vooral doordat het lichaam spelenderwijs de buitenwereld verkent. Er komen steeds meer aanwijzingen dat dit leerproces ook cruciaal is voor de latere cognitieve ontwikkeling van sociaal gedrag en taal. Vandaar de keuze om niet met een volwassen mensachtige robot onderzoek te doen, maar met een kleuterrobot.
Verschure geeft een rondleiding door zijn lab. Hier staat een insectachtige robot met chemische voelsprieten. Daar staat een robot op wielen voor onderzoek naar robotnavigatie. “Ons doel is in de eerste plaats om via robots het menselijk brein beter te begrijpen. Maar als we betere modellen hebben van het brein, dan kunnen we ook betere robots bouwen. De iCub en onze andere robots dienen allereerst als een testplatform voor onze breinmodellen, als toets van onze hypotheses.”
Neem bijvoorbeeld het herkennen van het gezicht van iemand die je eerder hebt gezien. Dat is voor een computer of voor een robot razend moeilijk, maar een driejarige kan dat in ongeveer honderd milliseconden. Een stuk software dat gezichten binnen enkele minuten herkent, is voor een iCub waardeloos. iCub moet bekende gezichten ook in honderd milliseconden herkennen. Dat stelt hoge eisen aan de software voor het visuele systeem van de robot.
Verschure: “Een robot dwingt je na te denken over hoe je met imperfecties en onvoorspelbaarheden van de echte wereld omgaat. Dat wordt in een abstract model dat alleen op papier bestaat niet getoetst. Als je je aan een robot verbindt, liggen al je aannames op tafel. Je kunt niks onder de vloer vegen. Je kunt meten of de robot het doet of niet.”
Open-source De eerste iCub werd in 2004 gebouwd door het Italian Institute of Technology (IIT) in Genua. Inmiddels heeft iCub-1 zo’n twintig broertjes gekregen voor wetenschappelijk onderzoek (geen in Nederland). Binnen het consortium RobotCub ontwikkelen elf Europese universiteiten en onderzoeksinstituten gezamenlijk nieuwe software voor de iCub. Dit open-source-karakter onderscheidt iCub van vergelijkbare Amerikaanse en Japanse robotkinderen.
Het lab van Verschure beschikt nu ruim een jaar over een iCub. De eerste mijlpaal is dat hij de breinarchitectuur waaraan hij al zo’n twintig jaar werkt (zie kader), heeft overgebracht op het robotkind. “Onze iCub kan niet alleen een balletje met zijn ogen volgen en grijpen naar het balletje, hij kan ook een vorm van tafeltennis spelen. Dat is weer een stap moeilijker. Ook hebben we onze architectuur voor het visuele systeem van iCub getest. Ons systeem herkent niet alleen gezichten maar allerhande voorwerpen. Toch presteert het daarnaast net zo goed op het herkennen van gezichten als de beste gezichtsherkenningssoftware.”
De Europese iCub-samenwerking wordt sinds dit jaar in drie nieuwe projecten voortgezet. Binnen ITALK werken onderzoekers aan de sociale interactie tussen iCub en de mens en aan het uitbreiden van iCub met de basale taalvaardigheden van een kleuter. Binnen RoboSKIN wordt een robothuid ontwikkeld om iCub in de toekomst ook een aaibare buitenkant te geven, in plaats van de alleen het metalen skelet dat hij nu heeft. En ten slotte worden binnen AMARSi aanpasbare modules ontwikkeld die de motorische vaardigheden van iCub uitbreiden.
Verschure gaat zich met zijn medewerkers richten op de sociale interactie. “Ons doel is om iCub in interactie met een mens een nieuw spelletje te leren. De mens doet het spelletje voor en iCub moet daar de bedoeling uit zien te halen en dan het spelletje met de mens kunnen spelen.”
Breinreparatie
De centrale filosofie van Verschure is dat hoe beter we het brein begrijpen, hoe beter we het ook kunnen nabouwen en zelfs kunnen repareren. Voor het begrijpen en het nabouwen dienen de robots. Voor het repareren werken de onderzoekers samen met twee ziekenhuizen in Barcelona. Verschure: “We willen een effectievere revalidatietherapie ontwikkelen voor patiënten die door een beroerte verlammingen hebben opgelopen.”
De traditionele revalidatie gebeurt met fysiotherapie. Dan beweegt de therapeut bijvoorbeeld de vingers van een verlamde hand herhaaldelijk heen en weer. “Dat is een arbeidsintensieve revalidatie”, zegt Verschure, “waarvan bovendien niet wetenschappelijk is bewezen wat er dan in de hersenen precies verandert. Terwijl de bron van het probleem in de hersenen zit.”
Vanuit hetzelfde breinmodel dat de onderzoekers voor de iCub-robot gebruiken, hebben ze een soort computerspel als revalidatiesysteem ontwikkeld. Het systeem meet via een camera precies hoe een patiënt tijdens het spel zijn arm en zijn hand beweegt. Het is dit jaar getest op twintig patiënten en presteert duidelijk beter dan alle andere bekende revalidatiesystemen. Vanaf volgend jaar wordt een Europees project gestart om het als thuissysteem voor patiënten te introduceren. De patiënt hoeft dan niet meer de deur uit naar de fysiotherapeut maar kan thuis achter zijn pc en met een webcam intensief aan zijn herstel werken.
Verschure: “Dit voorbeeld laat zien dat onze filosofie om tegelijkertijd te werken aan het begrijpen, bouwen en repareren van het brein concrete resultaten oplevert. Voor veel theoretische neurowetenschappers staan patiënten ver van hun modellen. Ik vind dat een arrogante houding. Daarachter gaat de onzekerheid schuil dat hun theorie weinig te bieden heeft aan de praktijk. Maar het gaat juist om het toetsen van je modellen in de praktijk. Daarom hou ik van het werken met robots en patiënten. Niet praten, maar doen. Werkt het of werkt het niet? Laat maar zien wat je waard bent.”
[kader 1:]
iCub-robot in het kort:
Lengte: 104 cm
Gewicht: 22 kg
Functionaliteit: Motoren in hoofd, armen, handen, heupen en benen zorgen voor 53 vrijheidsgraden van beweging. iCub kan zien en horen. Dankzij versnellingsmeters en gyroscopen heeft hij ook een gevoel voor de houding van zijn eigen lichaam en voor beweging.
Kosten per iCub: € 250.000. Hoofd alleen: € 30.000
Financiering: € 8,5 miljoen uit het zesde kaderprogramma van de EU. Looptijd eerste fase: 2004-2009. Tweede fase vanaf 2010.
[kader 2:]
Hoe werkt het iCub-brein?
De iCub-ontwerpers hebben de robot een aantal ‘aangeboren’ eigenschappen meegegeven. Zo kan iCub dankzij de standaard meegeleverde software voorwerpen onderscheiden van hun achtergrond en gezichten onderscheiden van overige voorwerpen, iets wat een pasgeborene ook al kan. Door de standaard software uit te breiden, kunnen iCub-onderzoekers de robot nieuwe dingen laten leren.
De onderzoeksgroep van Paul Verschure gebruikt een breinmodel dat uit drie delen bestaat die onderling informatie uitwisselen. Het model is stukje bij beetje in de afgelopen twintig jaar ontwikkeld. Het is gebaseerd op hoe een zoogdierenbrein zintuiglijke informatie gebruikt om het lichaam in beweging te zetten. Dat is de primaire taak van elk brein, of het nu een rattenbrein is of een mensenbrein.
Het eerste deel van dit model is het reactieve brein. Op basis van wat iCub ziet, hoort en voelt, genereert zijn brein snel een automatische reactie, bijvoorbeeld uitwijken voor een bal die op de robot af komt. Over dit deel heeft de robot geen controle net zoals een mens ook geen controle heeft over dit primitieve deel van onze hersenen. Dit deel is gebaseerd op het evolutionair oudste deel van de hersenen, de hersenstam, gelegen aan de bovenzijde van het ruggenmerg.
Het tweede deel is het adaptieve deel. Dit deel kan leren en dus in de tijd veranderen. Hiermee kan iCub bijvoorbeeld leren hoe een bal eruit ziet en gezichten leren herkennen van mensen die hij eerder heeft gezien. Dit deel is gebaseerd op drie menselijke hersenstructuren: de hippocampus (belangrijk voor het geheugen), de basale ganglia (belangrijk voor de controle van bewegingen) en de amygdala (belangrijk voor emoties).
Het derde deel van het iCub-brein is het contextuele deel. De iCub gebruikt dit deel om zijn handelingen te plannen en nieuwe strategieën te leren op basis van eerdere ervaringen. Hoe moet hij zijn arm en hand bewegen wanneer een bal met een bepaalde snelheid en onder een bepaalde hoek op hem af komt? En wat als de bal onderweg nog tegen een muurtje botst en daarna op hem af komt? Dit deel is gemodelleerd naar een deel van de hersenschors dat betrokken is bij de hogere mentale aspecten van waarnemen, handelen, plannen en leren. Evolutionair gezien is dit het jongste deel van de hersenen.
Op een dieper niveau wordt elk van deze drie delen gemodelleerd met een verzameling kunstmatige hersencellen die in een netwerk met elkaar zijn verknoopt. De kunst is om met een relatief beperkte hoeveelheid kunstmatige hersencellen (enkele tienduizenden − tegenover de honderd miljard van een mensenbrein) toch realistisch gedrag te genereren.
Internet
www.robotcub.org/
www.icub.org/
www.youtube.com/watch?v=VKPkqneze6k Een filmpje van iCub in actie, met uitleg van Verschure
www.youtube.com/results?search_query=iCub&search_type=&aq=f Meer iCub-filmpjes op YouTube
http://specs.upf.edu/people/331 Meer informatie over het onderzoek van Paul Verschure
Labels:
Informatica,
KIJK
Tuesday, June 12, 2012
Stofzuigen is moeilijker dan schaken
Kom op maandag 18 juni 2012 naar het Kenniscafé in De Balie in Amsterdam voor een inspirerende discussieavond die in het teken staat van denkende machines. Wat kunnen denkende machines en wat willen we van denkende machines? Aanleiding voor het Kenniscafé is de honderdste geboortedag van Alan Turing op zaterdag 23 juni aanstaande. Alan Turing is een van de belangrijkste computerpioniers en grondlegger van de kunstmatige intelligentie.
Bijdragen komen deze avond van de informatici Peter Sloot (UvA) en Catholijn Jonker (TU Delft) en van ondergetekende, Bennie Mols (naar aanleiding van mijn boek Turings Tango). Omdat ik maandagavond in Engeland ben vanwege twee Turingconferenties, zal ik helaas alleen virtueel bij het Kenniscafé aanwezig zijn, maar dat dan wel mede dankzij de Universele Turingmachine en Turing als pionier van het digitale tijdperk....
Beluister maandagavond verder de column van Maarten Keulemans, bekijk een Turingmachine gemaakt van LEGO (door het Centrum Wiskunde & Informatica) en doe mee aan de Turingtest (verzorgd door science center NEMO). Presentatie is in handen van Martijn van Calmthout, chef Wetenschap van de Volkskrant.
Het Kenniscafé is een coproductie van de Volkskrant, NEMO, KNAW en de Balie.
Kenniscafé De Balie: 20.00-22.00 uur
Kaarten: € 8,-
Info en reserveren via www.debalie.nl
Labels:
Alan Turing,
Informatica
Thursday, June 7, 2012
7 juni 1954: sterfdag van Alan Turing
Het Radio 1-programma Goedemorgen Nederland interviewde mij vanochtend naar aanleiding van mijn boek Turings Tango over Alan Turing. Beluister het fragment:
23 juni aanstaande is feestelijker: dan is het precies 100 jaar geleden dat Alan Turing werd geboren. Dat is de reden dat het hele jaar 2012 is uitgeroepen tot het internationale Alan Turing-jaar.
23 juni aanstaande is feestelijker: dan is het precies 100 jaar geleden dat Alan Turing werd geboren. Dat is de reden dat het hele jaar 2012 is uitgeroepen tot het internationale Alan Turing-jaar.
Tuesday, June 5, 2012
De regels van ruimtelijke vormen - Spinozaprijs voor wiskundige Ieke Moerdijk
Dit artikel is gepubliceerd in NRC Handelsblad van dinsdag 5 juni 2012
Geboortejaar: 1958
Verbonden aan: Radboud Universiteit Nijmegen
Doet onderzoek naar: ruimtelijke vormen in drie, vier of zelfs een willekeurig groot aantal dimensies. Deze tak van de wiskunde heet topologie, een abstracte meetkunde. De topologie bestudeert de essentiële eigenschappen van objecten die niet veranderen als je de objecten vervormt. Vergelijk het met kleien volgens bepaalde regels: je mag een stuk klei indeuken, uitrekken of verbuigen, maar niet verscheuren, gaten prikken of stukken aan elkaar plakken. Zo kun je een bolletje klei boetseren tot een piramide. Maar je kunt van het bolletje geen fietsband maken zonder twee stukken aan elkaar te plakken en daarmee de regels te overtreden. Topologie kent vele toepassingen, zoals voor het begrijpen van de eigenschappen van plastics en in de snaartheorie, de theorie die probeert de vier fundamentele natuurkrachten met elkaar te verenigen.
Wat was uw recept om Spinozalaureaat te worden?
Geen recept natuurlijk, alsof ik dit zelf kon plannen! Ik was compleet verrast toen ik gebeld werd. Ik zie de prijs als een erkenning voor het feit dat ik onvermoede verbanden heb gelegd tussen de meetkunde en de wiskundige logica. Dat zijn twee deelgebieden die op het eerste gezicht ver uit elkaar liggen. Ik was een van de heel weinigen die voldoende van beide gebieden wist om dwarsverbanden te leggen.
Wat was uw grootste hindernis?
De grootste hindernis voor mij, maar eigenlijk voor alle theoretisch wiskundigen, is dat het niet meevalt om op de toppen van de subsidiegolven mee te surfen. Enerzijds is de wiskunde alom aanwezig. Neem de mobiele telefoon, de computer of de beveiliging van een bankpas. Anderzijds zit die wiskunde vaak mooi verstopt, zodat de maatschappij en de subsidiegevers zich er nauwelijks van bewust zijn. Bovendien is wiskunde een vak van de lange adem. Toepassingen grijpen soms terug op theorieën van tientallen jaren oud.
Wat is uw motivatie voor dit onderzoek?
Ik wil niet al te zeer als een romanticus overkomen, maar ik word toch vooral gedreven door de schoonheid en harmonie van de wiskunde. Wat wij mooie of elegante theorieën en stellingen noemen hebben vaak een sterk verklarende werking. Elegantie is vaak een indicatie dat een wiskundige ontdekking van blijvende waarde kan zijn. Om die reden geloof ik ook niet dat computers ooit de wiskundigen van vlees en bloed kunnen vervangen. Een lang en ingewikkeld bewijs geleverd door een computer is vergelijkbaar met een vaak herhaald experiment in de natuurkunde: het levert een argument dat een stelling waar is, maar levert niet per se een nuttig en productief inzicht aangaande waarom die stelling waar is. Wat mij intrigeert is de vraag waarom bepaalde wiskundige patronen op elkaar lijken. Vaak zit de sleutel in het vinden van de juiste concepten.
Wat gaat u met het geld van de Spinozapremie doen?
Ik zal het geld voornamelijk gebruiken om jonge onderzoekers aan te trekken. Zelfs in de theoretische wiskunde wordt het steeds moeilijker voor eenlingen of kleine groepen om de ontwikkelingen bij te benen. Daarnaast heb ik het altijd buitengewoon stimulerend gevonden om met jonge promovendi en postdocs te werken: ze houden je fris en dwingen je nieuwe wegen in te slaan. Verder wil ik het geld ook gebruiken om bijeenkomsten te organiseren met groepen in Frankrijk, Engeland, Duitsland en de VS. Veel voortgang in de wiskunde ontstaat in eerste instantie niet via publicaties maar via informele mondelinge uitwisseling van ideeën. Wiskunde is een sociale bezigheid.
Koralen en hersencellen
Dit artikel is gepubliceerd in NRC Handelsblad van zaterdag 28 april 2012
Bron: Robert Sinclair, Okinawa Institute of Science and Technology
De opgemeten vertakkingen in een hersencel (rood) en een stuk koraal uit Curacao (groen)
tonen dat vertakkingen in platte vlakken liggen. (De blauwe figuur is een referentiefiguur die
het gemakkelijker maakt om de andere twee figuren ruimtelijk te interpreteren.)
In het tijdschrift PLOS Computational Biology van april 2012 hebben wetenschappers van de Universiteit van Amsterdam en het Japanse Okinawa Institute of Science and Technology twee vliegen in een klap geslagen. Ze maten de hoeken in de vertakkingen van het koraal Madracis mirabilis uit Curacao en ze deden hetzelfde bij de vertakkingen van acht typen hersencellen. Deze metingen bevestigen het vermoeden dat de natuur een voorkeur heeft voor vertakkingen in platte vlakken. In hetzelfde artikel leverden de wetenschappers hiervoor ook een wiskundig bewijs.
Wiskundigen die vertakkingsproblemen bestuderen, werken met optimale vertakkingsbomen waarbij opeenvolgende takken alleen maar bepaalde hoeken met elkaar kunnen maken (Steiner-bomen). Alleen bij die bepaalde hoeken is een wiskundige vertakkingboom optimaal. Maar de levende natuur laat zien dat koralen en hersencellen optimale vertakkingsbomen vormen waarbij er geen enkel verband meer is tussen twee opeenvolgende hoeken. “Juist daardoor krijgt een koraal of een hersencel meer vrijheden om aan uiteenlopende biologische eisen te voldoen”, zegt Jaap Kaandorp van de Universiteit van Amsterdam, die samen met zijn promovendus Nol Chindapol bij het onderzoek betrokken was.
Het opgemeten koraal Madracis mirabilis uit Curacao levert het groene plaatje
uit de vorige illustratie.
Bron: Louis van der Laan (Zoölogisch Museum Amsterdam)
Subscribe to:
Posts (Atom)



