Boeken

Sunday, May 11, 2008

IJskristallen in de atmosfeer (14)



Poolblog – Zondag 4 mei
http://www.volkskrantblog.nl/blog/57852

Het ijs krijgt lentekriebels. Het trekt meer en meer open. De eerste vogels hebben zich de afgelopen drie dagen rond het schip gemeld. De zwarte zeekoet had de primeur, gevolgd door de grote burgemeester en de sneeuwgors. Aan de onderkant van het zeeijs beginnen de zeealgen tot bloei te komen.

Vanochtend even naar het meten van CO2 in het zeewater gekeken. Het gehalte koolstofdioxide van de bovenste laag zeewater is al iets gedaald sinds ik tien dagen geleden aan boord kwam. Het teken dat ijsalgen het beginnen op te nemen. Over een paar weken zal ook het fytoplankton een groeispurt beleven en daalt het CO2-gehalte nog iets verder. In de herfst en de winter gaat het vervolgens weer iets omhoog.

Een ander frappant dierennieuwtje – in ieder geval voor mij – dat ik in een van de afgelopen dagen van verschillende wetenschappers hoorde, is dat van de ‘pizzly’. Op het nabij gelegen Victoria Island leven in de bergen nabij de Minto Inlet inmiddels dertien grizzlyberen. Dat is veel noordelijker dan hun gebruikelijke habitat. Daar is de ‘pizzly’ gesignaleerd: een geelbruin beertje dat een ijsbeer als moeder heeft en een grizzly als vader. De moeder brengt het als een gewoon ijsbeertje groot.

Omdat het weer de afgelopen dagen zo vaak roet in onze plannen heeft gegooid, is het tijd om het eens over de poolatmosfeer te hebben.

Atmosferische gegevens voor het noordpoolgebied zijn relatief beperkt vergeleken met de grootte van het gebied. Er is maar een beperkt aantal weerstations, die allemaal geautomatiseerd zijn, en er zijn nauwelijks radarbeelden beschikbaar. Ook satellietbeelden en satellietmetingen van het gebied zijn relatief beperkt.

Masterstudente Lauren Candlish van de Universiteit van Manitoba in Winnipeg (Canada) werkt aan een tweejarig project om te onderzoeken hoe goed de satellietgegevens van het arctisch gebied zijn, en hoe de interpretatie van de satellietdata verbeterd kan worden. Daarvoor verzamelt ze op de boot meetgegevens van de toestand van de atmosfeer boven de Amundsen.

“Ik laat elke paar dagen vanaf de boot een weerballon op, die uitgerust is met een GPS, en die de luchtdruk, de windsnelheid, de temperatuur en de luchtvochtigheid meet. Als er nauwelijks wind staat, maken we de ballon aan een touwtje vast, zodat we hem kunnen terughalen. Als er veel wind staat, laten we de ballon los. Verder staat op het bovenste dek een meetinstrument dat continu een verticaal profiel meet van temperatuur, vochtigheid en de dichtheid van waterdamp. We zenden pulsen van microgolfstraling omhoog, en meten wat er terugkomt.”



Deze metingen vergelijkt ze met die van de satellieten Cloudsat en Calipso. Beide werden tegelijk gelanceerd in april 2006. Ze volgen precies dezelfde baan rond de polen. Cloudsat komt vijftien seconden eerder over dan Calypso. Ze gebruiken andere meettechnieken zodat hun meetgegevens met elkaar vergeleken kunnen worden.

“Het grote verschil tussen het poolgebied en zuidelijkere gebieden”, zegt Lauren, “is dat de wolken hier vaak warmer zijn dan het land en het ijs en dat de lucht veel ijskristallen bevat. Voor de interpretatie van de satellietmetingen heb je daarom iets andere rekenmethoden nodig dan in de warmere gebieden. Je moet immers met andere atmosferische randvoorwaarden rekening houden.”

“Gewone meetinstrumenten zijn vaak ontworpen voor temperaturen tussen, laten we zeggen, –25 en +30. Maar onze instrumenten moeten nog veel lagere temperaturen dan –25 aankunnen. Dat dwingt ons de limieten van onze meettechnieken en meetinstrumenten op te zoeken.”