Thursday, November 15, 2018

Hoe een poepende roboteend een filosofisch debat op scherp stelde

Dit artikel is gepubliceerd in de VPRO Gids van november 2018


“De eend strekt zijn nek uit om de maïskorrels uit je hand te pikken, slikt ze door, verteert ze en via de gebruikelijke passage verdwijnen ze in zijn ontlasting. Je ziet al deze acties….gekopieerd van de Natuur.” Dat schreef de Zwitserse uitvinder Jacques de Vaucanson (1709-1782) over zijn beroemdste creatie. De mechanische eend kon ook drinken, een gorgelend geluid maken en met zijn vleugels fladderen. 

In 1739 stond deze ingenieuze automaat tentoongesteld in het Hôtel de Longueville in Parijs. Links van de eend stond een mechanische trommelaar, rechts een mechanische fluitspeler. Maar automaten die muziek konden maken, bestonden al eeuwen, zowel in Europa als in China en in de Arabische wereld. Echt nieuw was een automaat die niet alleen kon bewegen, maar zelfs kon eten, spijsverteren en poepen. Dat konden toch alleen dieren van vlees en bloed? Vaucanson had er bewust voor gezorgd dat de bezoekers het inwendige van de roboteend konden zien, zodat ogenschijnlijk niets verborgen was.

Natuurlijk had de eend helemaal geen echte spijsvertering. De uitwerpselen waren natuurgetrouwe nabootsingen die via een verborgen holte uit de eend werden geduwd. Maar de eend zette een filosofisch debat op scherp. In de 17e eeuw had de filosoof René Descartes beweerd dat dieren niets anders dan machines waren. Ze deden alleen wat voorgeprogrammeerd was. Vaucanson wilde met zijn eend het omgekeerde demonstreren: je kunt een mechanische machine bouwen die in alles lijkt op een echt dier.

Maar waarom ophouden bij een dier als machine of een machine als dier? De Franse arts en filosoof Julien Offray de La Mettrie, geboren in hetzelfde jaar als Vaucanson, ging dan ook een stap verder. Hij beweerde dat ook de mens niet meer dan een machine was. En hij schreef dat hij hoopte dat een groot uitvinder als Vaucanson in de toekomst zoiets zou kunnen bouwen als een mechanische mens: “Een machine die niet langer voor onmogelijk gehouden moet worden, zeker niet onder de handen van deze tweede Prometheus.”

Wanneer we de hedendaagse hoop en angst over robots en kunstmatig intelligente computers willen begrijpen, dan moeten we beseffen dat zowel deze hoop als deze angst diep geworteld zijn in de menselijke cultuur. Robots hebben mensen al drieduizend jaar gefascineerd. Dromen over robots in werken als De Ilias van Homerus werden in vele eeuwen daarna eerst omgezet in speelgoedachtige automaten. Later volgden praktische automaten zoals automatische weefmachines, die menselijke handarbeid vervingen. Al deze automaten zijn voorlopers van de uitvinding van de programmeerbare robot halverwege de 20e eeuw. Het zit diep in ons: we proberen machines te bouwen die menselijke, ja liefst bovenmenselijke capaciteiten hebben, maar tegelijkertijd zijn we bang dat deze machines niet ondergeschikt aan ons blijven.

‘Vaucancons poepende roboteend’ is deel 1 van een zesdelige reeks radioverhalen over vreemde ideeën uit het verleden. De serie, getiteld Tijdgeest, is gemaakt door Julie Blussé. In de eerste aflevering praat ze met dierfilosoof Erno Eskens en hoogleraar geschiedenis van de psychologie Douwe Draaisma over de filosofische betekenis van de poepende eend. Waar ligt de grens tussen mechanisch ding en levend wezen?

Informatie
‘Vaucancons poepende roboteend’ wordt uitgezonden op zondag 18 november in het VPRO-programma OVT op NPO Radio 1, tussen 10.00 en 11.00. De aflevering is al vanaf 11 november te beluisteren in de podcast van Tijdgeest.

Saturday, November 10, 2018

Waarom computers het afleggen tegen peuterintuïtie

Hoe kan het toch dat computers op bovenmenselijk niveau schaken en go spelen, maar qua gezond verstand nog niet in de buurt komen van driejarigen?


Dit artikel is gepubliceerd in NRC Handelsblad van zaterdag 10 november 2018

Een man met een stapel papier in zijn handen loopt naar een gesloten kast toe. In de hoek van de kamer kijkt een klein jongetje toe. De man botst tegen de kast op, doet een paar stappen terug, loopt weer naar voren en botst voor de tweede keer tegen de kast op. Weer doet hij een paar stappen terug. Dan loopt het jongetje naar de kast, opent de deuren en kijkt omhoog naar de man. De man loopt weer naar de kast en terwijl het jongetje omlaag kijkt naar een boekenplank, legt de man de stapel papier in de kast.

De video van deze scène is afkomstig van de psychologen Felix Warneken en Michael Tomasello. Zij deden onderzoek naar altruïsme bij jonge kinderen.

De Amerikaanse cognitiewetenschapper en onderzoeker van kunstmatige intelligentie Josh Tenenbaum, verbonden aan het MIT in Massachusetts, gebruikt dezelfde video juist om de beperkingen van de huidige kunstmatige intelligentie te illustreren. Tenenbaum zei afgelopen juli op een congres over kunstmatige intelligentie: „Het jongetje is anderhalf jaar oud en heeft deze situatie nog nooit eerder gezien. Hij begrijpt de bedoeling van de man en hij begrijpt de functie van de kast. Denk je eens in wat het jongetje allemaal moet weten om te doen wat hij doet. Geen enkele computer of robot kan wat dit jongetje kan.”

[...]

Om nog beter te begrijpen waarom het voor kunstmatige intelligentie nog steeds zo moeilijk is om te doen wat het anderhalf jaar oude jongetje doet, ga ik met de video op mijn laptop langs in Nijmegen, bij twee Nederlandse experts: cognitiewetenschapper Iris van Rooij en hoogleraar kunstmatige intelligentie Marcel van Gerven, beiden verbonden aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. Allebei kennen ze het werk van Tenenbaum goed, maar kijken er vanuit een ander perspectief tegenaan: Van Rooij als cognitiewetenschapper, en Van Gerven als neurowetenschapper en onderzoeker en ontwikkelaar van kunstmatige intelligentie.

Lees het hele artikel op de website van NRC Handelsblad.

Wednesday, November 7, 2018

Een robot als een blaadje voor iedere leerling

De zelfbouwrobot Leaphy stimuleert scholieren in robotica en programmeren. „Het bouwen van het robotje is helemaal niet moeilijk.”


Dit artikel is verschenen in de online-versie van NRC Handelsblad van 7 november 2018.

Bouw een betaalbare robot voor het onderwijs. Die opdracht gaf docent Olivier van Beekum van het Corderius College in Amersfoort enkele jaren geleden in zijn les over robotica. Van Beekum wil dat elke leerling in Nederland, zowel in het primair als in het voortgezet onderwijs, zijn eigen robot in elkaar kan zetten.

Twee leerlingen die destijds in 4vwo zaten, kwamen met een bijzonder ontwerp. Waar alle andere scholieren robots ontwierpen die er uitzagen als vierkante doosjes, bedachten Vroukje van der Vliet en Hannah Kersbergen een robot die er snel uitziet en ronde vormen heeft. Met een lasersnijder maakten ze een houten romp in de vorm van een blad van een boom. Ze voegden er een goedkoop minicomputertje van Arduino Uno aan toe, twee elektromotoren, enkele sensoren en twee wielen. Zo kwam het rondrijdende robotje Leaphy ter wereld.

Leaphy kan bijvoorbeeld een lijn op de grond volgen, lichtbronnen opzoeken en op geluid reageren. Maar voeg er andere sensoren aan toe, of programmeer het robotbrein iets anders, en de mogelijkheden zijn eindeloos. „Door het zelf bouwen van een robot raak je bekend met wat een robot precies is en kun je er beter over nadenken”, zei Vroukje er twee jaar geleden over.

Lees de rest van het artikel op de website van NRC Handelsblad.

Voor een emotionele band kan een robot maar beter gebreken hebben

Dit artikel is gepubliceerd in De Filmkrant van november 2018

Het duurt minder dan een seconde, maar het is een fascinerend moment in de documentaire AlphaGo: de Roger Federer van het go-spel, de Zuid-Koreaan Lee Sedol, flitst met zijn intense blik van het bord met zwarte en witte stenen naar zijn tegenstander aan de andere kant van het bord. Hij wil de emotie op het gezicht van zijn tegenstander peilen. Ziet hij overtuiging of juist twijfel? Maar zijn tegenstander AlphaGo is onzichtbaar. Het is een computer. Hij heeft geen lichaam, geen gezicht, geen emoties. Bij Lee Sedol slaat de twijfel toe. Heeft de computer zojuist een domme of een geniale zet gedaan?

Lee Sedol verliest de partij en zegt na afloop: “Normaal is er tijdens een partij een uitwisseling van gevoelens met je menselijke tegenstander. Maar van AlphaGo voel je niets. Dat is verwarrend. Het brengt je zelf nog meer aan het twijfelen.”

Computer AlphaGo versloeg Lee Sedol in 2016 met 4-1 in een match die wereldwijd door miljoenen mensen live werd gevolgd. De computer ontdekte geniale zetten waarvan mensen eeuwenlang hadden gedacht dat ze slecht waren. “AlphaGo heeft het go-spel voor duizend jaar verrijkt”, zegt een go-professional in de documentaire AlphaGo.

Waar voor computer AlphaGo het ontbreken van emoties een groot voordeel is ten opzichte van zijn menselijke tegenstanders, daar is gebrek aan emoties en empathie bij een robotinterviewer juist een obstakel. In de documentaire More human than human laat de Amerikaanse filmmaker Tommy Pallotta een robotische camera ‑ een cambot ‑ bouwen die hem als filmmaker gaat interviewen. Pallota hoopte dat hij zich tegenover een robotinterviewer meer bloot geeft dan tegenover een menselijke interviewer. Maar het omgekeerde gebeurt. Door een totaal gebrek aan betekenisvol contact tussen hem en de cambot slaat hij helemaal dicht tijdens het interview dat het hoogtepunt van de documentaire had moeten worden.

Beide documentaires, AlphaGo en More human than human, maken deel uit van een speciaal programma over kunstmatige intelligentie dat draait tijdens het International Science Film Festival InScience, dat van 7 tot en met 11 november plaatsvindt in Nijmegen.

In dat programma zitten ook twee sciencefictionfilms waarin emoties tussen mens en machine het centrale thema vormt: de film Robot & Frank uit 2012 en de Oscar-winnaar Her uit 2013. Om onze menselijke dromen te toetsen aan de werkelijkheid zou je ze eigenlijk alle vier moeten bekijken. Zowel Her als Robot & Frank laten op een subtiele manier zien hoe sterk onze neiging tot het antropomorfismen van levenloze machines is.

In Her wordt hoofdpersoon Theodore Twombly − professioneel brievenschrijver bij het bedrijf BeautifulHandwrittenLetters.com − verliefd op Samantha, het eerste kunstmatig intelligente besturingssyteem ter wereld. Samantha spreekt hem door een oortje toe, kijkt door het cameraatje van zijn mobieltje naar de wereld, organiseert zijn e-mails en spreekt etentjes af. Tegen het einde van de film zegt Samantha tegen Theodore dat ze zich geestelijk heeft ontwikkeld tijdens hun relatie en dat ze verder wil. Samantha blijkt op 641 mensen tegelijk verliefd.

Ook in Robot & Frank ontstaat een emotionele relatie tussen mens en machine. Voormalig juwelendief Frank begint te dementeren en kan steeds minder goed voor zichzelf zorgen. Zijn zoon en dochter zijn druk met hun eigen carrières, en de zoon besluit een hulprobot voor Frank te kopen, die simpelweg Robot heet. Frank sputtert tegen: “Die machine gaat me in mijn slaap vermoorden”, maar zijn zoon houdt voet bij stuk: “De robot blijft hier en jij doet wat hij zegt.”

Robot vertelt Frank dat hij geprogrammeerd is om zich om Franks gezondheid te bekommeren. In plaats van cornflakes voor het ontbijt serveert de robot ineens een grapefruit. Robot neemt Frank mee wandelen en tuinieren. Zo veel goede bedoelingen, zoveel zachte dwang, zo’n robot wekt grote irritatie op, bij Frank en bij de kijker.

Maar dan slaat de sfeer totaal om. Frank vervalt in zijn oude gewoonte om spullen te stelen en ontdekt dat de robot weliswaar om zijn gezondheid zorgt maar verder geen enkele morele grenzen heeft. Het concept stelen kent de robot niet. Wanneer Frank zijn robot leert om sloten te kraken en de robot daar heel handig in wordt, bloeit Frank geestelijk helemaal op.

Samen gaan ze een juweleninbraak plannen bij een jong yuppenstel waar Frank een bloedhekel aan heeft gekregen. De man van het stel heeft zijn geliefde bibliotheek omgetoverd tot een augmented-reality-bibliotheek zonder fysieke boeken. “Ik ben heel blij met je vooruitgang”, zegt de robot. “Het plannen van de inbraak was een geweldig idee.” Zo wordt de robot voor de kijker ineens aaibaar in plaats van bloedirritant. Om een emotionele band met een machine op te bouwen, kan de machine maar gebreken hebben, net als de mens zelf.

De twee sciencefictionfilms verbeelden fraai onze millennia-oude wens om mensachtige machines te bouwen. Waar in de 20e eeuwse sciencefiction veel robots nog tegen de mens in opstand kwamen, zijn de machines uit Her en Robot & Frank er juist om de mens te dienen. Maar het blijven machines. Om Frank uit de handen van de politie te houden, vraagt Robot aan Frank om zijn geheugen te wissen, want daar staat het bewijs van hun inbraken op. “Ik ben geen persoon”, zegt Robot, “Wis mijn geheugen.” Frank wil er niet aan. Hij is gehecht geraakt aan zijn robot.

De twee documentaires laten daarentegen zien hoe verschillend de huidige kunstmatige intelligentie is van onze menselijke intelligentie. In sommige aspecten, zoals logisch redeneren, zijn die machines al lang bovenmenselijk, maar in andere aspecten, zoals empathie, zijn onze slimme machines extreem beperkt. De mens is gevormd door biologische evolutie, computers en robots door de wetten van de logica. Of, zoals de Britse hersenonderzoeker Steven Rose het zegt: “De informatieverwerking waaruit wij bestaan, evolueerde in, en zou wel eens in geen ander medium kunnen werken dan, dat van een sociale, emotionele, door seks geobsedeerde primaat van vlees en bloed.”

Tuesday, October 16, 2018

JUST PUBLISHED: "Hallo Robot: Meet Your New Workmate and Friend"

                                 

Canbury Press just published the book "Hallo Robot: Meet Your New Workmate and Friend" that I wrote together with Nieske Vergunst. It's the English translation of the book that was published last year in Dutch.

Some fear that robots could take half of our jobs and even wipe us out. But is that really so? Hallo Robot reveals how robots see, feel, and act — and what tasks they are likely to perform in the future.

Instead of posing a threat to human beings, intelligent machines could transform our lives. Robots already make our cars and clean our homes and could soon chauffeur us, teach our children, and keep our parents company in old age.

While tackling ethical concerns head-on, Bennie Mols and Nieske Vergunst show how artificial intelligence could help the lame walk again and rescue survivors from collapsed buildings — and boost the global fight against hunger and pollution.

Welcome to a realistic, colourful view of our fast-approaching robot future.

Take a look inside the book:





You can buy the book at your local book store or via Bol.com or Amazon.com.

See here for media attention for the Dutch version.



Monday, October 15, 2018

Kietelende, musicerende en gevaarlijk rondzwaaiende robots

Robots love music en Robot Love − twee prachtige tentoonstellingen die ons via robots een spiegel voorhouden: wat onderscheidt ons van intelligente machines?

Dit artikel is in verkorte vorm verschenen in NRC Handelsblad van 12 oktober 2018



“Zijn bewegingen van hoofd en lichaam, van ogen en lippen waren zo natuurlijk en charmant, dat men volledig vergat dat daar een onbezield werktuig stond.” Dit schreef de Bredase Courant in 1883 over de ‘Androïde Klarinettist’, het magnum opus van de Nederlander Cornelis van Oeckelen, sappelend uitvinder van muziekinstrumenten. De Androïde Klarinettist blies stukken van Von Weber en Beethoven. Na afloop boog de op een middeleeuwse troubadour lijkende automaat zelfs voor voor zijn verbaasde publiek.

De manshoge Androïde Klarinettist is het pronkstuk van de tentoonstelling Robots Love Music in Museum Speelklok in Utrecht. Robots Love Music laat de evolutie zien van musicerende robots en stelt vragen over hoe menselijk robotmuzikanten kunnen zijn. Het begint met simpele automaten die maar een paar tonen spelen. Toch zijn de noten van de remake van de Mechanische Trompettist uit 1808 nauwelijks te onderscheiden van die van een menselijke trompettist.

Het voorlopige einde van de evolutie van musicerende robots is de hypermoderne robot Shimon. Shimon speelt marimba met vier armen en acht stokken. Dat doet geen mens hem na. Zijn computerbrein leerde van zo’n vijfduizend muziekstukken, van Beethoven tot de Beatles, van Miles Davis tot Lady Gaga. Hij treedt op met menselijke muzikanten, luistert naar ze en improviseert vervolgens in free jazz-stijl. Volgens zijn uitvinder luistert Shimon als een mens en improviseert hij als een machine.



Tussen alle muziek spelende automaten in duiken zo’n 250 speelgoedrobots op uit de collectie van de in 2017 overleden sterrenkundige en tv-presentator Chriet Titulaer. Gelukkig ontbreekt het ook niet aan tv-fragmenten van Titulaers tv-programma Wondere Wereld uit de jaren ’80, met een keur aan robots en gadgets.

Robots Love Music is de perfecte opwarmer voor een geheel andere tentoonstelling geïnspireerd door intelligente machines: Robot Love, te zien in de voormalige Campina Melkfabriek in Eindhoven. Waar Robots Love Music de historische dromen van ambachtslieden en ingenieurs vormgeeft, getuigt Robot Love van de grenzeloze verbeelding van moderne kunstenaars. Gesublimeerde hoop in een kietelrobotje dat je een licht erotische rugmassage geeft. Ervaar deze turingtest van de aanraking. Een paar meter verderop is de angst gestold in een loodzware industriële robotarm die doelloos rondzwaait met een stapel gewichten. Hij lijkt de controle totaal kwijt. Het tegendeel van de perfectie waarmee zijn commerciële soortgenoten auto’s in elkaar lassen.

De eeneiige kunstenaarstweeling L.A. Raeven maakte een levensechte robotkopie van henzelf: Annelies. Robot-Annelies is intens verdrietig, van top tot teen. Ze huilt, huilt en blijft maar huilen. Zelfs haar bewegende teen beweegt met treurnis. Waar commerciële robots elk rafelrandje ontberen, is deze robot één grote androïde rafelrand.

Dat we robots ook als een nieuwe levensvorm kunnen zien die in de verste verte niet op homo sapiens lijkt, laat het kunstwerk Beings zien. Tientallen sculpturen gemaakt van plastic slangen, dozen, trechters en ander afval staan rechtop naast elkaar. Hier en daar borrelen zeepbellen uit hun lichamen. Je waant je als bezoeker op een planeet van een bizar robotuniversum.

Waar robotwetenschappers in de kern de mens zoals hij nu is proberen na te bootsen, daar verkennen kunstenaars een robotwereld met in principe onbegrensde mogelijkheden. Toch ademen de meeste robotinstallaties op Robot Love vooral onze eigen diepste angsten en verlangens. Zelfs in de robot ontsnapt de mens maar moeilijk aan zichzelf.

Info
Tentoonstelling Robots Love Music, Museum Speelklok Utrecht, t/m 3 maart 2019
Tentoonstelling Robot Love, Campina Melkfabriek Eindhoven, t/m 2 december 2018

Thursday, October 11, 2018

We need more realism in communicating AI and robotics

This article was written for the blog of the World Summit AI-conference in Amsterdam (10 & 11 October 2018)

In 1965 AI-pioneer Herbert Simon predicted that “machines will be capable, within 20 years, of doing any work a man can do.” It was one of the first overpromises of AI and robots, but by far not the last.

In 2011 the IBM supercomputer Watson stunned the world by winning the tv-quiz Jeopardy, beating the two best humans of all times with a large margin. Ken Jennings, one of the two defeated humans, famously said at the end of the quiz: “I, for one, welcome our new computer overlords.” In the years that followed IBM cleverly developed the vision of revolutionising health care by using a retrained Watson to assist human doctors in making improved medical diagnoses.

This year, seven years after Watson won Jeopardy, IBM sacked two-thirds of its Watson Health division. A STAT-investigation concluded: “IBM pitched its Watson supercomputer as a revolution in cancer care. It’s nowhere close.”

The chances are high that in the long run AI really is going to improve healthcare in the way IBM envisions. However, it’s one thing to develop AI that works well on an academic lab scale. It’s a very different thing to transform that same system into a something that works well in the messy, everyday world. We see this also with the self-driving car. The self-driving car still has to overcome some unsolved fundamental problems before it can really drive us without any human intervention from A to B: driving in all types of weather, understanding what it sees in a wider context, communicating with other vehicles in order to predict their behaviour, to name a few remaining challenges.

In the everyday world, data that feed into an AI-system are often messy and biased. AI-systems also lack a lot of common sense that humans have. They can be fooled in very different ways than humans. And once a company implements an AI-system into its everyday working processes, the dynamics inside the organisation changes and new inefficiencies might arise. A surgical robot not only changes the work of the human surgeon, who does not stand any longer next to the patient. The surgical robot also changes the work of the assistants that still do stand next to the patient at the operating table. Suddenly they need some new skills to deal with the robot.

Given AI’s long history in over-promising and under-delivering − especially in the 60’s and 80’s − it would be much better for AI-developers to promise less and deliver more. Better for citizens and consumers, better for politicians and policy-makers. We should listen less to futurists that promise us a utopian future, less as well to the doom thinkers that predict that intelligent machines will take over the world. Both views are equally improbable. AI is a kind of laser-intelligence: very powerful, but in a very narrow area. By comparison, human intelligence is more like a classical light bulb: not as powerful as a laser, but illuminating a much larger area.

In communicating about AI and robots we need a lot more realism. And that’s the reason that I decided to write the book Hallo Robot − Meet Your New Workmate and Friend, together with my colleague Nieske Vergunst. The book is published this week.

For the book we interviewed the scientists and engineers who design and build robots, but also the psychologists who study the interactions between humans and robots, and the economists who work on the impact of automation on the labour market. We asked for input from professionals who use robots on a daily basis, and we spoke with people outside the field of professional robotics: from an amateur robotics enthusiast to a comedian who is fascinated by robots. Through their stories, we hope to find out how the robot works, what it can do well, what it can’t yet do, what we can expect in the near future, and how humans can use robots to make their lives better.

Humans have a lot of cognitive and physical limitations, and we can live better lives if we find clever ways to overcome these limitations. So, the most important question about AI and robots for the next decades is how humans and machines can work side by side in such a way that they perform better together than humans or machines can do alone. Even a very smart machine is still designed, built, programmed and maintained by humans. You can’t get the human out of the machine, so the responsibility rests on us.