Showing posts with label Filmkrant. Show all posts
Showing posts with label Filmkrant. Show all posts

Wednesday, November 7, 2018

Voor een emotionele band kan een robot maar beter gebreken hebben

Dit artikel is gepubliceerd in De Filmkrant van november 2018

Het duurt minder dan een seconde, maar het is een fascinerend moment in de documentaire AlphaGo: de Roger Federer van het go-spel, de Zuid-Koreaan Lee Sedol, flitst met zijn intense blik van het bord met zwarte en witte stenen naar zijn tegenstander aan de andere kant van het bord. Hij wil de emotie op het gezicht van zijn tegenstander peilen. Ziet hij overtuiging of juist twijfel? Maar zijn tegenstander AlphaGo is onzichtbaar. Het is een computer. Hij heeft geen lichaam, geen gezicht, geen emoties. Bij Lee Sedol slaat de twijfel toe. Heeft de computer zojuist een domme of een geniale zet gedaan?

Lee Sedol verliest de partij en zegt na afloop: “Normaal is er tijdens een partij een uitwisseling van gevoelens met je menselijke tegenstander. Maar van AlphaGo voel je niets. Dat is verwarrend. Het brengt je zelf nog meer aan het twijfelen.”

Computer AlphaGo versloeg Lee Sedol in 2016 met 4-1 in een match die wereldwijd door miljoenen mensen live werd gevolgd. De computer ontdekte geniale zetten waarvan mensen eeuwenlang hadden gedacht dat ze slecht waren. “AlphaGo heeft het go-spel voor duizend jaar verrijkt”, zegt een go-professional in de documentaire AlphaGo.

Waar voor computer AlphaGo het ontbreken van emoties een groot voordeel is ten opzichte van zijn menselijke tegenstanders, daar is gebrek aan emoties en empathie bij een robotinterviewer juist een obstakel. In de documentaire More human than human laat de Amerikaanse filmmaker Tommy Pallotta een robotische camera ‑ een cambot ‑ bouwen die hem als filmmaker gaat interviewen. Pallota hoopte dat hij zich tegenover een robotinterviewer meer bloot geeft dan tegenover een menselijke interviewer. Maar het omgekeerde gebeurt. Door een totaal gebrek aan betekenisvol contact tussen hem en de cambot slaat hij helemaal dicht tijdens het interview dat het hoogtepunt van de documentaire had moeten worden.

Beide documentaires, AlphaGo en More human than human, maken deel uit van een speciaal programma over kunstmatige intelligentie dat draait tijdens het International Science Film Festival InScience, dat van 7 tot en met 11 november plaatsvindt in Nijmegen.

In dat programma zitten ook twee sciencefictionfilms waarin emoties tussen mens en machine het centrale thema vormt: de film Robot & Frank uit 2012 en de Oscar-winnaar Her uit 2013. Om onze menselijke dromen te toetsen aan de werkelijkheid zou je ze eigenlijk alle vier moeten bekijken. Zowel Her als Robot & Frank laten op een subtiele manier zien hoe sterk onze neiging tot het antropomorfismen van levenloze machines is.

In Her wordt hoofdpersoon Theodore Twombly − professioneel brievenschrijver bij het bedrijf BeautifulHandwrittenLetters.com − verliefd op Samantha, het eerste kunstmatig intelligente besturingssyteem ter wereld. Samantha spreekt hem door een oortje toe, kijkt door het cameraatje van zijn mobieltje naar de wereld, organiseert zijn e-mails en spreekt etentjes af. Tegen het einde van de film zegt Samantha tegen Theodore dat ze zich geestelijk heeft ontwikkeld tijdens hun relatie en dat ze verder wil. Samantha blijkt op 641 mensen tegelijk verliefd.

Ook in Robot & Frank ontstaat een emotionele relatie tussen mens en machine. Voormalig juwelendief Frank begint te dementeren en kan steeds minder goed voor zichzelf zorgen. Zijn zoon en dochter zijn druk met hun eigen carrières, en de zoon besluit een hulprobot voor Frank te kopen, die simpelweg Robot heet. Frank sputtert tegen: “Die machine gaat me in mijn slaap vermoorden”, maar zijn zoon houdt voet bij stuk: “De robot blijft hier en jij doet wat hij zegt.”

Robot vertelt Frank dat hij geprogrammeerd is om zich om Franks gezondheid te bekommeren. In plaats van cornflakes voor het ontbijt serveert de robot ineens een grapefruit. Robot neemt Frank mee wandelen en tuinieren. Zo veel goede bedoelingen, zoveel zachte dwang, zo’n robot wekt grote irritatie op, bij Frank en bij de kijker.

Maar dan slaat de sfeer totaal om. Frank vervalt in zijn oude gewoonte om spullen te stelen en ontdekt dat de robot weliswaar om zijn gezondheid zorgt maar verder geen enkele morele grenzen heeft. Het concept stelen kent de robot niet. Wanneer Frank zijn robot leert om sloten te kraken en de robot daar heel handig in wordt, bloeit Frank geestelijk helemaal op.

Samen gaan ze een juweleninbraak plannen bij een jong yuppenstel waar Frank een bloedhekel aan heeft gekregen. De man van het stel heeft zijn geliefde bibliotheek omgetoverd tot een augmented-reality-bibliotheek zonder fysieke boeken. “Ik ben heel blij met je vooruitgang”, zegt de robot. “Het plannen van de inbraak was een geweldig idee.” Zo wordt de robot voor de kijker ineens aaibaar in plaats van bloedirritant. Om een emotionele band met een machine op te bouwen, kan de machine maar gebreken hebben, net als de mens zelf.

De twee sciencefictionfilms verbeelden fraai onze millennia-oude wens om mensachtige machines te bouwen. Waar in de 20e eeuwse sciencefiction veel robots nog tegen de mens in opstand kwamen, zijn de machines uit Her en Robot & Frank er juist om de mens te dienen. Maar het blijven machines. Om Frank uit de handen van de politie te houden, vraagt Robot aan Frank om zijn geheugen te wissen, want daar staat het bewijs van hun inbraken op. “Ik ben geen persoon”, zegt Robot, “Wis mijn geheugen.” Frank wil er niet aan. Hij is gehecht geraakt aan zijn robot.

De twee documentaires laten daarentegen zien hoe verschillend de huidige kunstmatige intelligentie is van onze menselijke intelligentie. In sommige aspecten, zoals logisch redeneren, zijn die machines al lang bovenmenselijk, maar in andere aspecten, zoals empathie, zijn onze slimme machines extreem beperkt. De mens is gevormd door biologische evolutie, computers en robots door de wetten van de logica. Of, zoals de Britse hersenonderzoeker Steven Rose het zegt: “De informatieverwerking waaruit wij bestaan, evolueerde in, en zou wel eens in geen ander medium kunnen werken dan, dat van een sociale, emotionele, door seks geobsedeerde primaat van vlees en bloed.”

Monday, September 17, 2018

Bekijk slimme machines als de show van een illusionist

De documentaire More human than human wil een verhaal vertellen over slimme computers en robots, maar vertelt uiteindelijk vooral een verhaal over de menselijke fantasie.



Deze recensie is verschenen De Filmkrant van juni 2018

Geïnterviewd worden terwijl een camera meekijkt, voelt voor menigeen intimiderend. Zelfs in de meest eenvoudige vorm, waarbij de interviewer zelf de camera hanteert, in plaats van een aparte cameraman, is het alsof er twee paar ogen op je gericht zijn. Stel nu dat je wordt geïnterviewd door alleen een robot, zonder dat er mensen meekijken die ook nog over je kunnen oordelen? Niet een mensachtige robot, maar een robotische camera ‑ een cambot ‑ die als een balletdanser voor je beweegt en die zelf vragen stelt? Voel je je dan meer op het gemak dan bij een menselijke interviewer? Geef je dan meer van jezelf bloot?

Deze vragen zijn het uitgangspunt van de documentaire More human than human van de Amerikaanse filmmaker Tommy Pallotta en zijn Nederlandse collega Femke Wolting. De documentaire wil in beeld brengen wat de stand van zaken is in de kunstmatige intelligentie, het slimmer maken van computers en robots, al enkele jaren een hot item. De film ging eerder dit jaar in première bij het festival South by Southwest in Austin (Texas) en verschijnt op 28 juni in Nederland.

Terwijl in More human than human onderzoekers en ingenieurs van de Universiteit van Pittsburgh de uitdaging aangaan om een cambot te bouwen, leggen de filmmakers hun oor te luister bij bouwers en onderzoekers van robots en kunstmatige intelligentie. We zien een gesprek tussen het meest geavanceerde mensachtige robothoofd ter wereld, robot Sophia, en een van haar makers: ‘Ga jij ooit dood?’ ‘Nee’, antwoordt Sophia, ‘software blijft altijd leven’. We zien een schilderende robot waarover de maker zegt: ‘Geen Van Gogh, maar wel beter dan de gemiddelde mens’. En we zien de Nederlandse zorgrobot Alice, die door haar maker Johan Hoorn een ‘in-between-machine’ wordt genoemd, iets tussen levend wezen en speelgoedpop in.

Tussen de interviews en het cambot-project door schieten flarden uit de onvermijdelijke sciencefictionfilms over robots en kunstmatige intelligentie: Frankenstein, Metropolis, The Terminator, Blade Runner, 2001 ‑ A Space Odyssey, Her. In het begin van de documentaire zegt Daniel Wilson, auteur van de sciencefiction-roman Robocalypse, dat het deze beelden zijn die ons collectieve bewustzijn over slimme machines hebben vergiftigd. Machines die tot leven komen, moorden, mensen ontvoeren en ons in de gaten houden. Uitvergrotingen van onze eigen slechte neigingen. Een ernstig geval van antropomorfisering. Dit is de bron van onze angst dat we robots en computers niet meer in de hand kunnen houden.

Dat dystopische beeld is heel eenzijdig, zegt Wilson, en om dat te doorbreken zouden we volgens hem mensen vaker moeten laten kennismaken met echte robots in plaats van fantasierobots. Met commerciële robots die nuttige dingen doen en succesvol zijn in de markt, en niet alleen met demonstratierobots zoals entertainment-robot Sophia en robot Alice, die trouwens door een mens ingefluisterd krijgt wat ze moet zeggen. Maar dat is nou precies wat ontbreekt in de film. Wat kunnen robots nou echt wel en niet, en waarom? Robots die op twee benen lopen, komen in de verste verte niet in de buurt bij de stabiliteit en de flexibiliteit waarmee mensen lopen. Trouwens, hun accu is ook binnen twee uur leeg. Een robot die gezellig aan de bar een onderhoudend gesprek met je voert? Ook in de verste verte nog niet mogelijk. De paradox is dat robots en computers meestal die dingen goed kunnen die mensen slecht kunnen, maar andersom is dat ook het geval. Voor een robot is een potje schaken veel gemakkelijker dan een huis schoonmaken.

Als zestig jaar aan ontwikkeling van computers en robots ons iets hebben geleerd, dan is het dat computers en robots de mens aanvullen en niet compleet vervangen. ‘De computer is een fiets voor de geest’, zoals Apple-oprichter Steve Jobs ooit zei. Maar de invalshoek waarbij de mens niet tegen de machine strijdt, maar met de machine samen voor een betere wereld ‑ een invalshoek die de meeste specialisten in robots en kunstmatige intelligentie kiezen ‑ ontbreekt vrijwel geheel in de film, op een man die robotische kunstarmen krijgt aangemeten na.

Wat werkelijkheid is over slimme computers en robots, is filmisch vaak niet zo interessant en datgene wat filmisch interessant is, beschrijft niet de werkelijkheid, of in ieder geval een heel verdraaide werkelijkheid. Dat wreekt zich in More human than human.

De schepper van de allereerste chatbot, Joseph Weizenbaum, waarvan trouwens ook een fragment in de film voorbij komt, vond dat we naar kunstmatige intelligentie moeten kijken als naar de show van een illusionist. We moeten beseffen dat we gefopt worden: iets wat lijkt op een mens is nog geen mens. Het verschil zit in de biologie. En net als bij illusionisten, zouden we ons volgens Weizenbaum de vraag moeten stellen hoe we precies worden gefopt.

Dat we het antwoord op die vraag in More human than human niet krijgen, maakt vooral het einde onbevredigend. De cambot is klaar voor gebruik en filmmaker Tommy Pallotta laat zich interviewen door de robot. Bij elke vraag van de robot wordt Pallotta zichtbaar ongemakkelijker. Hij raakt geïrriteerd, voelt zich onbegrepen en geeft er de brui aan: “It feels like an interrogation machine.” Een spannend stukje film, maar wel eentje die vraagt om verdieping. Waarom kan een cambot die gezichtsuitdrukkingen herkent, vragen stelt, antwoorden verwerkt en die vanuit alle standen kan filmen, toch met geen mogelijkheid een betekenisvol contact met de geïnterviewde aangaan? Genoeg wetenschappers die hier interessante antwoorden op hadden kunnen geven, maar die zitten niet in de film.

Tuesday, June 14, 2016

A Hologram for the King

De film A Hologram for the King, naar het boek van Dave Eggers, is een kritische beschouwing over de gevolgen van de digi­tale revolutie. 



Voor De Filmkrant schreef ik onderstaande recensie:

"Everybody wants to be somewhere else", zegt de Saoedische arts Zahra Hakem tegen de Amerikaanse zakenman Alan Clay (Tom Hanks). Samen staan ze voor een schilderij van een berglandschap in een buitenhuis aan zee. Wanneer ze langs de Edvard Munch-achtige penseelstreken naar buiten kijken, zien ze de brandende zon op de klotsende golven weerkaatsen. Achter hun ruggen ligt de woestijn.

Clay is in Saoedi-Arabië om een holografisch teleconferentiesysteem te presenteren aan de koning van het land. De technologie maakt het mogelijk om zakenpartners van waar ook ter wereld in drie dimensies virtueel tevoorschijn te toveren voor het oog van de koning, bewegend en al. Handig om te onderhandelen zonder daarvoor te hoeven reizen. Uiteindelijk koopt de Saoedische koning het systeem niet van Clay en zijn Amerikaanse IT-bedrijf, maar van de Chinezen. Die blijken hetzelfde product te hebben ontwikkeld, maar het goedkoper aan te bieden.

Tom Tykwers film A Hologram for the King, gebaseerd op het gelijknamige boek van de Amerikaanse schrijver Dave Eggers, is een portret van de existentiële crisis van een zakenman dat uitmondt in een klassiek liefdesverhaal, en tegelijkertijd een kritische beschouwing van de gevolgen van de globalisering en de digitale revolutie. Het hologram-voor-de-koning is de metafoor voor de spanning tussen de fysieke en de virtuele wereld, een bijwerking van de digitale revolutie.

Lees mijn hele recensie op de website van De Filmkrant.