Showing posts with label Boeken. Show all posts
Showing posts with label Boeken. Show all posts

Monday, June 5, 2023

Slim, slimmer, slimst - Hoe kunstmatige intelligentie de mens een turboboost geeft

'Slim, slimmer, slimst', mijn pocketboek over AI als turboboost voor de mens, is op 31 mei 2023 met succes gelanceerd. Het eerste exemplaar werd in ontvangst genomen door UvA-hoogleraar machine learning Max Welling. In 100 bladzijden vertel ik in 'Slim, slimmer, slimst' wat iedereen zou moeten weten over AI.



Kunstmatige intelligentie (AI) vertaalt razendsnel onze teksten, herkent onze gezichten, ondersteunt artsen bij het stellen van medische diagnoses en maakt auto’s deels zelfrijdend. Maar op sommige gebieden winnen zelfs peuters het nog van AI, zoals bij het begrijpen van wat een ander wil of voelt.

Hoe indrukwekkend de prestaties ook zijn, AI is op en top mensenwerk. Elk stuk AI-technologie wordt nog steeds ontworpen, gebouwd en onderhouden door mensen. Daarom gaat wetenschapsjournalist Bennie Mols in Slim, slimmer, slimst in op de relatie tussen menselijke en kunstmatige intelligentie.

Waarin is AI beter dan de mens? Waarin is de mens beter dan AI? Hoe kunnen mens en AI succesvol samenwerken? Hoe kan AI helpen om wetenschappelijke ontdekkingen te doen, muziek te maken, te schilderen of te schrijven? En moeten we bang zijn dat superintelligente AI de wereld overneemt?

Het boek is hier te bestellen.

Enkele foto's van de boekpresentatie op woensdag 31 mei:





Op zaterdag 10 juni vertelde ik in het NPO Radio 1-programma Nieuwsweekend over het boek. Het item is hier te bekijken/beluisteren.




In twee podcasts, AI Verkenners en AI Today, vertelde ik uitgebreid over mijn visie op de samenwerking tussen mens en AI. De podcast van AI Verkenners is hier te beluisteren.


En hier is de podcast van AI Today, verdeeld in twee delen, en te beluisteren via Spotify door op de afbeeldingen te klikken:





In Filosofie Magazine verscheen een interview met mij over 'Slim, slimmer, slimst': 


Boekrecensies

NRC Handelsblad (25 januari 2024)



de Volkskrant (8/9 juli 2023)




Kennislink (6 juni 2023)

"Het immens populaire ChatGPT zorgt voor veel schreeuwerige nieuwskoppen over de gevaren van kunstmatige intelligentie. Wetenschapsjournalist Bennie Mols weet die hijgerige doemverhalen mooi te debunken in zijn pocketboekje Slim, slimmer, slimst."

De Ingenieur (juni 2023)

"Ook zo overweldigd door een golf aan negatieve berichten over kunstmatige intelligentie? Lees dan 'Slim, slimmer, slimst', een relativerend en zeer informatief boekje over AI"



Tech-expert Jarno Duursma: 


Managementboek.nl :






Thursday, February 11, 2021

Ada Lovelace - 19e eeuwse computer- en AI-pionier

Vandaag is het de Internationale Dag van Vrouwen en Meisjes in de Wetenschap. Speciaal voor deze dag publiceer ik alvast een klein stuk uit mijn in november van dit jaar te verschijnen boek "Kunstmatige intelligentie", een boek over wat iedereen zou moeten weten over AI. 

In het hoofdstuk over de geschiedenis van de AI vertel ik onder andere over Lady Ada Lovelace (1815-1852). Ada Lovelace wordt gezien als de eerste die een computerprogramma publiceerde en een van de eersten die de vraag of machines kunnen denken serieus nam. 



Ada Lovelace heeft een opvallend levensverhaal dat het vertellen waard is. Ze werd in 1815 geboren als dochter van Annabella Milbanke en de beroemde dichter Lord Byron. Haar vader was een op-en-top romanticus die fel gekant was tegen de opkomende automatische weefmachines. Haar moeder stimuleerde Ada juist om zich in de wiskunde te bekwamen in de hoop dat ze niet hetzelfde turbulente gevoelsleven als haar vader zou ontwikkelen. Ada kreeg van beide ouders iets mee. Ze zou juist wel geïnteresseerd raken in de machines die haar vader verafschuwde. Aan de andere kant had ze wel degelijk een poëtische inslag in haar wetenschappelijke werk.

Het huwelijk tussen Ada’s vader en moeder viel nog in het jaar van haar geboorte uit elkaar en Ada zou haar vader nooit meer zien. Een jaar na Ada’s geboorte, in 1816, bracht Lord Byron een tijdje door met de dichter Percy Shelley en diens toekomstige vrouw Mary aan het meer van Genève. Daar schreef Mary Shelley haar beroemde boek Frankenstein over het conflict tussen de mens en zijn kunstmatige creatie, tussen de wetenschapper Victor Frankenstein en het levende monster dat hij zou scheppen uit dode materie. Het boek werpt ook een vraag op die toevalligerwijs ook Ada zou gaan fascineren: kan de mens een machine bouwen die kan denken?

In 1833 leerde Ada Lovelace de wiskundige en uitvinder Charles Babbage kennen en raakte ze gefascineerd door zijn werk aan machines die cognitieve taken kunnen uitvoeren. De twee gingen samenwerken. Een jaar later ontwierp Babbage de Analytical Engine, een apparaat dat wordt gezien als de eerste mechanische computer. De technische realisatie bleek echter te moeilijk en Babbage slaagde er mede door geldgebrek niet in zijn wondermachine te bouwen. Zo’n tien jaar later, in 1843, beschreef Ada Lovelace hoe de Analytical Engine een bepaald soort getallen (Bernoulli-getallen) kan berekenen. Dit werk wordt tegenwoordig beschouwd als het eerste computerprogramma en Ada Lovelace als de eerste computerprogrammeur, hoewel het idee van programmeren in de tijd van Babbage en Lovelace niet bestond. 

Het eerste gepubliceerde computeralgoritme - door Ada Lovelace

Ver voor de eerste digitale computer in de 20e eeuw het licht zou zien, schreef Ada Lovelace in haar notities al over het concept van een algemene informatieverwerkende machine die niet alleen getallen kon verwerken maar alle soorten informatie die in symbolen kon worden omgezet, van woorden tot muziek. Geïnspireerd door de Analytical Engine dacht ze na over de vraag of machines iets zouden kunnen bedenken wat mensen er niet van te voren hebben ingestopt. Ada dacht van niet. Ze schreef in haar aantekeningen: “De Analytical Engine heeft geen enkele pretentie om iets origineels te creëren. De machine kan uitvoeren wat wij het opdragen om uit te voeren.”

Met haar gefilosofeer over de mogelijkheden van informatieverwerkende machines was Ada Lovelace haar tijd een eeuw vooruit. In de 20e eeuw werd de programmeertaal Ada naar haar vernoemd. 

Elk jaar op de tweede dinsdag van oktober is het trouwens Internationale Ada Lovelace Dag, een viering van de prestaties van vrouwen op het gebied van wetenschap, techniek en wiskunde.


Friday, February 5, 2021

The role of humans in the digital society


Together with professor Virginia Dignum I wrote a chapter on the role of humans in the digital society for the book "Faster than the Future", published by the Digital Future Society in Barcelona.


Here is the introduction of the chapter:

From the 20th century inventions of the computer and the internet gradually a whole new set of digital technologies have evolved: algorithms, big data, artificial intelligence, robotics, biometrics, virtual and augmented reality, and smartphone networks like 5G, to name a number of important ones.

Whereas humanity created these digital technologies, in turn these technologies shape society, and even what it means to be human. Digital technologies impact core human values like autonomy, control, safety, security, privacy, dignity, justice and power structures. Technological development is like an evolutionary process in which humans and technology evolve in a symbiotic way creating both new opportunities and new risks. First we create technology, then it recreates us.

The central question in this chapter is how to shape digitisation so that it enables the society that its citizens want. In order to answer this question, we first need to think about the ways in which people are involved. An open, inclusive approach where everybody is welcome to participate is needed to design technology so that shared human values are built in the technology. We need to take into account that people have different cultural, social and economic backgrounds, different levels of involvement and different interests. That causes technology to have different effects on different groups. Consequently, different groups have different needs and views about the role of digital technologies in society. Engineers are those who ultimately will implement technology to meet societal principles and human values, but it is policy makers, regulators and society in general who can set and enforce the purpose.

Each individual and socio-cultural environment prioritises different moral and societal values. That is, which society citizens want should be decided in a democratic process with at its core the individual’s right to self-determination. The implementation of digital technologies needs therefore to consider the socio-political environment it is inserted into. However, a digital technology like artificial intelligence (AI) might impact self-determination by taking decisions that people used to take themselves, which in turn will impact the democratic processes and ultimately society itself.

Dealing with these issues requires a human-centred approach to digital technologies. This means that the leading requirements for digital technology should be: empowering humans, protecting humans and facilitate engagement for social transformation. Incentives for ensuring these functions can be both regulatory or market based.

A human-centred approach also leads to the question of human control in a society in which machines operate more and more autonomously. How much control should humans have over digital systems? In many applications the concept of ‘human plus machine’ is a more fruitful concept than the concept of ‘human versus machine’.

The whole chapter can be read in the book "Faster than the Future", which can be downloaded for free here (DFS Book).
 








Saturday, January 5, 2019

How will robots change our lives? A quick guide

If you want to know how robots will change our lives, watch this two-minute video about the English edition of the book Hallo robot that I wrote together with Nieske Vergunst and that was published at the end of 2018 by Canbury Press.

Soon there wil be a Chinese edition as well. 



In 2019 I continue to give presentations about both AI and robotics, like I have done with great pleasure in 2018 for a wide variety of organisations (check this overview). 

So, if you are interested in a presentation which is both entertaining and in accordance with the latest scientific results, please let me know.

Tuesday, October 16, 2018

JUST PUBLISHED: "Hallo Robot: Meet Your New Workmate and Friend"

                                 

Canbury Press just published the book "Hallo Robot: Meet Your New Workmate and Friend" that I wrote together with Nieske Vergunst. It's the English translation of the book that was published last year in Dutch.

Some fear that robots could take half of our jobs and even wipe us out. But is that really so? Hallo Robot reveals how robots see, feel, and act — and what tasks they are likely to perform in the future.

Instead of posing a threat to human beings, intelligent machines could transform our lives. Robots already make our cars and clean our homes and could soon chauffeur us, teach our children, and keep our parents company in old age.

While tackling ethical concerns head-on, Bennie Mols and Nieske Vergunst show how artificial intelligence could help the lame walk again and rescue survivors from collapsed buildings — and boost the global fight against hunger and pollution.

Welcome to a realistic, colourful view of our fast-approaching robot future.

Take a look inside the book:





You can buy the book at your local book store or via Bol.com or Amazon.com.

See here for media attention for the Dutch version.



Sunday, June 24, 2018

NEW BOOK: "Hallo Robot: Meet Your New Workmate and Friend"

In October the book "Hallo Robot: Meet Your New Workmate and Friend" will be published by Canbury Press. Written by Bennie Mols and Nieske Vergunst. It's the English translation of the book that was published last year in Dutch.




Some fear that robots could take half of our jobs and even wipe us out. But is that really so? Hallo Robot reveals how robots see, feel, and act — and what tasks they are likely to perform in the future.

Instead of posing a threat to human beings, intelligent machines could transform our lives. Robots already make our cars and clean our homes and could soon chauffeur us, teach our children, and keep our parents company in old age.

While tackling ethical concerns head-on, Bennie Mols and Nieske Vergunst show how artificial intelligence could help the lame walk again and rescue survivors from collapsed buildings — and boost the global fight against hunger and pollution.

Welcome to a realistic, colourful view of our fast-approaching robot future.





Thursday, April 26, 2018

Succes kent vele mislukkingen

"Ever tried, ever failed? No matter. Try again, fail again." - Samuel Beckett

Succesverhalen horen we te over. Verhalen van mislukkingen worden meestal weggestopt uit schaamte. Maar juist van die mislukkingen - op welk terrein dan ook - kunnen we vaak veel leren. Om uiteindelijk succes te hebben, zijn mislukkingen juist essentieel.

Reinhold Messner, een van de beste en meest succesvolle bergbeklimmers aller tijden (en de eerste die de Mount Everest solo en zonder extra zuurstof beklom), zegt dat hij al zijn successen nooit had kunnen behalen zonder eerst heel vaak te falen: 

"Failure itself is not important. It's what happens immediately after that counts - the inner feelings, the turmoil and self-doubt - and how you deal with it. It can mean a new start, an opportunity to experience your limitations and to grow as a result. My mind-set and my attitudes have changed over the years, and this is largely due to my frequent failures."

[Uit het boek Reinhold Messner - My Life at the Limit.]

Mislukkingen waarvan we veel kunnen leren staan centraal in het vandaag verschenen boek "Instituut voor briljante mislukkingen" van Paul Iske, hoogleraar Open Innovatie & Business Venturing aan de Universiteit Maastricht. 

                                                

Waarom is mislukken belangrijk? Hoe open staat de omgeving waarin we leven en werken voor mislukkingen? Wat kun je er van leren? Iske analyseert in het boek verschillende soorten van mislukkingen en laat experts aan het woord over mislukkingen op hun expertiseterrein. Zo komen onder andere aan het woord hoogleraar organisatiekunde Mathieu Weggeman, voetbaltrainer Foppe de Haan, futuroloog Wim de Ridder en de directeur van het CBS Tjark Tjin-a-Tsoi.

Op verzoek van Paul Iske heb ik zelf onderstaande bijdrage in het boek geschreven, een verhaal over een briljante mislukking in de wetenschap. Een verhaal ook over een wetenschapper die op goede gronden niet wenste mee te doen aan overdreven verwachtingen rondom kunstmatig intelligente computers, een thema dat vandaag de dag actueler is dan ooit tevoren.

-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Meedoen met het wensdenken of verstoten worden

Joseph Weizenbaum was een dertienjarig Joods jongetje in Berlijn toen zijn ouders in 1936 besloten om voor de nazi’s te vluchten. Het gezin liet Duitsland achter zich, voer per boot naar New York en stapte daar op de trein naar Detroit. Na de oorlog studeerde Joseph Weizenbaum af in de wiskunde en kreeg hij al snel de drang om iets nuttigs voor de wereld te doen. ‘Dan moet je iets met computers gaan doen’, zei een collega begin jaren vijftig tegen hem − een tijd waarin het aantal computers in de wereld nog op de vingers van twee handen te tellen was.

Weizenbaum leerde de kracht maar ook de zwakte van de computer van binnenuit kennen door zelf te bouwen, zelf te programmeren en zelf te experimenteren. In 1963 werd hij hoogleraar informatica aan het Massachusetts Institute of Technology (MIT). Hij kreeg al snel een idee voor baanbrekend onderzoek. Tot dan toe schreven computerprogrammeurs hun programma eerst op papier, verwerkten het programma vervolgens in ponskaarten en schoven die in de computer. Die programma’s werden steeds langer en ingewikkelder. Wat nou, dacht Weizenbaum, als we een computer kunnen programmeren door er in natuurlijke taal mee te ‘praten’, alsof we een kind onderwijzen? Het programma zou dan stukje bij beetje slimmer kunnen worden.

Maar waarover zou je dan met een computer kunnen praten? Weizenbaum realiseerde zich dat een computer in beginsel niks weet over de wereld en hij verzon een eenvoudig script om die handicap te verbloemen: laat de computer de rol van een psychotherapeut spelen die de patiënt een spiegel voorhoudt door terug te kaatsen wat de patiënt vertelt. Hij bedacht een manier om Engelstalige zinnen te analyseren en een verzameling regels om de computer op basis van steekwoorden uit die zinnen te laten antwoorden. Hij noemde zijn programma ELIZA. De dialoog tussen de gebruiker en de computer verliep geheel in geschreven tekst, en zo werd ELIZA de eerste chatbot ter wereld.

Weizenbaums chatbot stond een aantal jaren lang open voor gesprekken met iedereen die het maar wilde aan de universiteit. Hier is een fragment van een chat tussen een tienermeisje en ELIZA:

Tiener: Men are all alike

ELIZA: In what way

Tiener: They’re always bugging us about something or other

ELIZA: Can you think of a specific example?

Tiener: Well, my boyfriend made me come here

ELIZA: Your boyfriend made you come here

Tiener: He says I’m depressed much of the time

ELIZA: I’m sorry to hear that you are depressed

Tiener: It’s true that I am unhappy

ELIZA: Do you think coming here will help you not to be unhappy?


In 1966 publiceerde Weizenbaum zijn wetenschappelijke artikel ELIZA − A computer program for the study of natural language communication between man and machine. Hij legde uit hoe het programma werkte en benadrukte dat “ELIZA laat zien hoe gemakkelijk het is om de illusie van begrip te wekken en in stand te houden”.

Het oorspronkelijke doel om een computer in een dialoogvorm te programmeren was mislukt. Eigenlijk leerde Weizenbaums experiment ons überhaupt weinig over computers, maar des te meer over mensen. Mensen vallen snel ten prooi aan het ELIZA-effect: het effect dat de computer de illusie creëert dat hij mensen begrijpt. In de kern ontstaat dit omdat het menselijk brein een sterke neiging tot antropomorfiseren heeft. We zien al snel een menselijk gezicht in een vreemd gevormde wolk, van een computer die hapert vinden we dat hij zijn dag niet heeft en we denken dat een robot die alleen maar voorgeprogrammeerde bewegingen uitvoert een eigen wil heeft.

Het briljante van het ELIZA-experiment zit in de radicale manier waarop het Weizenbaums kijk op de interactie tussen mens en computer veranderde. Weizenbaum was geschokt door de reacties op ELIZA. Allereerst geloofde een aantal serieuze psychiaters dat ELIZA de opmaat zou zijn naar volledig geautomatiseerde psychotherapie. Weizenbaum verafschuwde het idee dat psychotherapie mogelijk zou zijn zonder diep-menselijke, emotionele betrokkenheid en met alleen maar digitale informatieverwerking.

Ten tweede was hij geschokt over hoe makkelijk mensen hun intiemste zielenroerselen aan een computer toevertrouwden. Zelfs zijn eigen secretaresse, die als geen ander wist dat ELIZA gewoon een computerprogramma was, wilde graag met de chatbot praten en vroeg haar baas op een gegeven moment zelfs om de kamer te verlaten omdat ze in een persoonlijk gesprek met ELIZA was verwikkeld. Jaren later schreef Weizenbaum: “Ik had me niet gerealiseerd dat zelfs een extreem korte blootstelling aan een relatief simpel computerprogramma zulke krachtige wanen kon opwekken in normale mensen.”

Tenslotte was hij geschokt door de reacties van zijn vakbroeders op zijn werk. Waar hij zelf vond dat hij niets nieuws had ontdekt over computers, vonden de meeste van zijn collega’s dat ELIZA de weg opende naar computers die met mensen kunnen praten en die mensen begrijpen. Een van Weizenbaums MIT-collega’s zei in 1970 tegen het tijdschrift Life: “Binnen drie tot acht jaar hebben we een machine met de algemene intelligentie van een gemiddeld mens.”

Weizenbaum weigerde mee te gaan in dit soort voortdurend terugkerende wensdenken en ging zich richten op het bestuderen van de rol die de computer in onze maatschappij speelt. Meer en meer werd hij verstoten door zijn voormalige collega’s. Zo zei Marvin Minsky, decennialang de hogepriester in de wereld van de kunstmatige intelligentie: “Het zou fijn zijn wanneer Joe zou weten hoe een computer werkt.”

Het verhaal van Weizenbaum legt een dieper probleem in de wetenschap bloot. Om onderzoeksgeld binnen te slepen helpt het om grote beloften te doen, bijvoorbeeld dat kunstmatige intelligentie spoedig veel beter is dan menselijke intelligentie. Wie, zoals Weizenbaum, een serieus experiment doet en de eerlijke conclusie trekt dat die belofte veel te hoog gegrepen is (of dat een experiment is mislukt), maakt het niet alleen zichzelf maar ook zijn collega’s moeilijker om aan onderzoeksgeld te komen.

In de afgelopen decennia is de druk op wetenschappers om veel te beloven alleen maar groter geworden. Zo ontdekten Nederlandse onderzoekers dat tegenwoordig woorden als novel en outstanding in de samenvattingen van wetenschappelijke artikelen vier keer zo vaak voorkomen als in de jaren zeventig. Te veel beloven en vervolgens te weinig presteren zijn op de lange termijn een serieus gevaar voor de wetenschap omdat dit het publieke vertrouwen ondermijnt. Nobelprijswinnaar natuurkunde Richard Feynman heeft dit mechanisme perfect verwoord toen hij het onderzoeksrapport naar de ramp met de space shuttle Challenger in 1986 besloot met de woorden: “For a successful technology, reality must take precedence over public relations, for nature cannot be fooled.”

Meer informatie:
Over Joseph Weizenbaum is de interessante documentaire Rebel at Work gemaakt.
Het oorspronkelijke ELIZA-artikel
New York Times-artikel na het overlijden van Weizenbaum in 2008

Thursday, April 5, 2018

Boycot Zuid-Koreaanse universiteit om 'killer robot'

Ruim vijftig internationale wetenschappers uit de kunstmatige intelligentie en robotica pleiten voor een boycot van de Zuid-Koreaanse universiteit KAIST. De reden is dat KAIST een samenwerking is aangegaan met Hanwha Systems, een bedrijf dat wapens ontwikkelt. De wetenschappers zijn bang dat KAIST zo meehelpt aan het ontwikkelen van zogeheten 'killer robots', robots die op eigen houtje binnen een vooraf gekozen gebied zelf hun doel kunnen selecteren en uitschakelen.

In het Radio 2-programma WOUT2DAY gaf ik commentaar op deze boycot. Klik op onderstaande afbeelding om het fragment te beluisteren:



Lees hier meer over de boycot en de reactie van KAIST.

NASCHRIFT: Op 9 april 2018 werd bekend dat de boycot werd ingetrokken:

Boycott of Korea’s KAIST over ‘killer robots’ ends
A boycott by leading AI & robotics researchers of South Korea’s KAIST has been called off after the university’s president committed not to develop lethal autonomous weapons.

More than 50 of the world’s leading artificial intelligence (AI) and robotics researchers from 30 different countries have declared they would end a boycott of the Korea Advanced Institute of Science and Technology (KAIST), South Korea’s top university, over the opening of an AI weapons lab in collaboration with Hanwha Systems, a major arms company.

At the opening of the new laboratory, the Research Centre for the Convergence of National Defence and Artificial Intelligence, it was reported that KAIST was “joining the global competition to develop autonomous arms” by developing weapons “which would search for and eliminate targets without human control”. Further cause for concern was that KAIST’s industry partner, Hanwha Systems builds cluster munitions, despite an UN ban, as well as a fully autonomous weapon, the SGR-A1 Sentry Robot. In 2008, Norway excluded Hanwha from its $380 billion future fund on ethical grounds.

KAIST’s President, Professor Sung-Chul Shin, responded to the boycott by affirming in a statement that “KAIST does not have any intention to engage in development of lethal autonomous weapons systems and killer robots”. He went further by committing that “KAIST will not conduct any research activities counter to human dignity including autonomous weapons lacking meaningful human control.”

Given this swift and clear commitment to the responsible use of artificial intelligence in the development of weapons, the 56 AI and robotics researchers who were signatories to the boycott have rescinded the action. They will once again visit and host researchers from KAIST, and collaborate on scientific projects.

Toby Walsh, Scientia Professor of Artificial Intelligence at the University of New South Wales in Sydney, who initiated the action, praised KAIST for the rapid response. “I was very pleased that the president of KAIST has agreed not to develop lethal autonomous weapons, and to follow international norms by ensuring meaningful human control of any AI-based weapon that will be developed,” he said. “I applaud KAIST for doing the right thing, and I’ll be happy to work with KAIST in the future.

“It goes to show the power of the scientific community when we choose to speak out – our action was an overnight success,” he added. “We initially sought assurances in private from the university more than month ago about the goals of their new lab. But the day after we announced the boycott, KAIST gave assurances very publicly and very clearly.”

“There are plenty of good applications for AI, even in a military setting. No one, for instance, should risk a life or limb clearing a minefield – this is a perfect job for a robot. But we should not, however, hand over the decision of who lives or who dies to a machine – this crosses an ethical red-line and will result in new weapons of mass destruction.”

The boycott arose ahead of meetings this week in Geneva of the 123 member nations of the United Nations discussing the challenges posed by lethal autonomous weapons (often called ‘killer robots’), known as the Group of Governmental Experts to the Convention on Certain Conventional Weapons, it will consider military applications of AI, and options for addressing the humanitarian and international security challenges posed by lethal autonomous weapons systems. Already, 22 of nations taking part have called for an outright and pre-emptive ban on such weapons.

----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

In ons boek 'Hallo robot' schreven Nieske Vergunst en ikzelf uitgebreid over Killer-robots:

Ook binnen de militaire technologie rukt de robotica op. Toen de Sovjet-Unie in 1957 de Spoetnik-satelliet lanceerde, waren de Verenigde Staten totaal verrast. Dat nooit meer, dacht de toenmalige Amerikaanse president Dwight Eisenhower. Daarom richtte hij een jaar later het Advanced Research Projects Agency op, kortweg ARPA. In 1972 werd die naam veranderd in DARPA: Defense Advanced Research Projects Agency. Sindsdien is deze militaire onderzoeksorganisatie een belangrijke drijvende kracht in de ontwikkeling van nieuwe militaire technologie, waaronder militaire robots. Jaarlijks heeft darpa een budget van zo’n 2,8 miljard dollar. In de militaire robotica is de VS verreweg de grootste speler ter wereld.

In de eenentwintigste eeuw organiseerde darpa ook wedstrijden om zelfrijdende auto’s te ontwikkelen (de DARPA Grand Challenge) en om mensachtige robots te ontwikkelen die tijdens rampen ingezet kunnen worden (de DARPA Robotics Challenge). Uiteraard hoopt de VS deze civiele robottechnologie ook voor militaire toepassingen te gebruiken.

Enerzijds gaat het dan om onbewapende robots, zoals robots die bermbommen onschadelijk maken, maar anderzijds ook om bewapende robots. In de volksmond worden deze vaak killer robots genoemd. Militairen spreken echter over Lethal Autonomous Weapon Systems. Hoe ze ook worden genoemd, de inzet van bewapende robots roept talloze ethische vragen op. Hoeveel autonomie mogen militaire robots krijgen die mensen kunnen doden? Hoe passen ze in het humanitaire oorlogsrecht? Leiden ze tot een nieuwe wapenwedloop van steeds slimmere wapens?

Het Amerikaanse ministerie van Defensie ontwikkelde in 2005 een langetermijnvisie waarin het leger steeds meer gebruik gaat maken van steeds autonomere wapens. Nu zijn dat nog alleen op afstand bestuurde systemen zoals drones, maar geleidelijk aan zullen militaire systemen meer zelf kunnen beslissen. Het ministerie verwacht rond 2050 voor het eerst volledig autonoom opererende bewapende systemen te kunnen inzetten. Zulke systemen selecteren zelf hun doel in een vooraf gekozen gebied. Nadat de mens het systeem heeft geactiveerd, heeft hij er geen invloed meer op.

De ontwikkeling van robotische wapens gaat sneller dan rond het jaar 2000 nog werd verwacht. In 2002 voerden de Amerikanen voor het eerst een aanval met een drone uit in de strijd tegen de taliban in Afghanistan. Tot nu toe worden zulke drones bestuurd vanuit de VS, maar een vliegtuig dat zelf vijandelijke doelen opspoort en kan vernietigen is al volop in ontwikkeling: de Amerikaanse X-47B. Een prototype heeft al gevlogen en een nog geavanceerdere opvolger zou in 2020 reeds luchtwaardig kunnen zijn. Ook Rusland, Israël, China, India, Frankrijk en Groot-Brittannië ontwikkelen volledig autonome militaire robots.

Zuid-Korea heeft op de grens met Noord-Korea al een soort robotbewakers staan (de sgr-A1). Dit zijn in feite statische machinegeweren uitgerust met warmtesensoren en bewegingsdetectoren. Ze kunnen indringers binnen een straal van vijfhonderd meter signaleren en neerschieten. Nu staan ze nog onder controle van mensen, maar het is technisch gezien een fluitje van een cent om de mens geheel uit de beslissingslus te halen.

Het Israëlische leger beschikt over de robotische pantserwagen Guardium, die op de grens met de Gazastrook rondrijdt en zelfstandig kan schieten. Ook deze staat nu nog onder toezicht van mensen (trouwens onder druk van internationale kritiek), maar ook hier kan de mens in principe de beslissing om de trekker over te halen nu al overlaten aan de robot.

Voorstanders van autonome wapens voeren tal van argumenten aan. Zo zouden autonoom opererende wapens mensenlevens aan eigen zijde sparen omdat ze onbemand zijn. Ze zouden ook mensenlevens aan vijandelijke kant kunnen sparen omdat ze preciezere aanvallen kunnen uitvoeren. Het idee is dat robotwapens dankzij talrijke sensoren en door het verzamelen van veel verschillende soorten data rationelere en betere ethische beslissingen kunnen nemen omdat ze door de traditionele ‘oorlogsmist’ heen kunnen kijken.

Daarnaast zouden autonome wapens kosten besparen, sneller kunnen handelen, onvermoeibaar zijn, niet handelen uit wraak, paniek of woede, afschrikwekkend zijn tegenover staten die zulke wapens niet hebben, en te gebruiken zijn in voor mensen moeilijk toegankelijke gebieden.

Tegenstanders van autonome wapens voeren als moreel hoofdargument aan dat alleen mensen en niet robots mogen beslissen over leven en dood. Robots begrijpen de context van een conflict niet, hebben geen moreel besef van menselijke waarden en hebben geen begrip van de menselijke drijfveren achter daden. Een vraag is ook of robots bijvoorbeeld wel kunnen inschatten of een tegenstander zwaar gewond is of op het punt staat om zich over te geven. Volgens het oorlogsrecht mag je namelijk niet schieten op militairen die gewond zijn of zich willen overgeven.

Daarnaast vereist het oorlogsrecht dat het gebruikte geweld in verhouding moet staan tot het te verwachten voordeel. Het is zeer de vraag of deze afweging wel aan een robot kan worden overgelaten.

Autonoom opererende wapens zouden ook de drempel om geweld te gebruiken kunnen verlagen en het nemen van grotere risico’s kunnen bevorderen, zoals bijvoorbeeld lager vliegen dan menselijke piloten zouden doen. En omdat ze preciezer hun doelen kunnen treffen, zou ook het aantal getroffen doelen kunnen toenemen, wat weer tot meer onschuldige burgerslachtoffers zou kunnen leiden.

De vraag is ook hoe een lokale bevolking erop reageert. Wanneer onbemande robotwapens als laf worden gezien, kan de draagkracht afnemen om een conflict op te lossen, of zou het land dat autonome wapens inzet er terroristische aanslagen voor terug kunnen krijgen.

In de verre toekomst kan een autonoom opererend wapen wellicht ook zelflerend worden, en dan is de vraag wie verantwoordelijk is voor de beslissingen van het robotwapen nog moeilijker te beantwoorden.

De internationale organisatie Campaign to Stop Killer Robots ijvert sinds 2013 voor een verbod op het gebruik van autonome wapens, vergelijkbaar met bestaande verboden op het gebruik van biologische en chemische wapens en met verboden op specifieke technologieën zoals laserwapens om mensen mee te verblinden en landmijnen die zuiver zijn gericht tegen mensen en niet tegen materieel zoals tanks. Mede-initiatiefnemer en emeritus hoogleraar robotica Noel Sharkey zegt dat de lijst met mogelijke fouten bij het inzetten van autonome wapens veel te lang is om te negeren en dat er een grens is die de mens niet moet overschrijden: ‘Robots moeten niet het gezag krijgen om mensen te doden.’

Het Future of Life Institute startte in 2015 vanuit de wereld van het academische onderzoek naar kunstmatige intelligentie en robotica een petitie tegen het gebruik van autonome wapens. Deze petitie, ondertekend door een groot aantal topwetenschappers, besluit met de woorden: ‘Wij geloven dat kunstmatige intelligentie de mensheid op talloze manieren kan dienen en dat dit ook het doel van het vakgebied moet zijn. Het starten van een wapenwedloop die gedreven wordt door kunstmatige intelligentie is een slecht idee en moet voorkomen worden door een verbod op offensieve autonome wapens die buiten betekenisvolle menselijke controle staan.’

Wednesday, January 17, 2018

Moeten we bang zijn voor robots?

De website Frankwatching publiceerde vandaag een interview met mij over het boek Hallo robot van Nieske Vergunst en mijzelf:

Robots worden omgeven met een zweem van mysterie. In films staan robots te popelen om de macht van ons mensen over te nemen. Economen waarschuwen ervoor dat veel van ons onze baan gaan verliezen aan robots. Ondernemers uit de tech-industrie, zoals Elon Musk, menen dat robots ons de hel op aarde zullen brengen. Maar, als robots zo gevaarlijk zijn, waarom zouden wij mensen robots vertrouwen? Waarom zouden we met robots willen communiceren en hen als stofzuiger ons huis, of als operatierobot zelfs ons lichaam toevertrouwen?

Het boek Hallo robot – de machine als medemens van Bennie Mols en Nieske Vergunst zoekt uit waartoe robots in staat zijn. Het is tijd voor een goed gesprek met auteur Bennie Mols.

Klik op onderstaande afbeelding om het hele artikel te lezen:



In december 2017 verscheen trouwens al de tweede druk van het boek.



Friday, November 3, 2017

Hallo robot - Alles over mijn nieuwe boek

Het leukste robotboek van het universum is verschenen, geschreven door Bennie Mols en Nieske Vergunst. Met 'Hallo robot' kruip je onder de huid en in het brein van de robot.

                              


Check voor media-aandacht, recensies en optredens: Hallorobot

Een selectie:











--------------------------------------------------------------------------------------------------------

Robotica stond de hele maand november centraal bij de CPNB-campagne NederlandLeestBol.com zette de 10 leukste boeken over robots op een rij...en Hallo Robot staat op nummer 1!

(Mijn boek Turings tango staat trouwens op nummer 3 en in nummer 8 ('Machines die denken') schreef ik een essay.)
---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Iedereen krijgt vroeg of laat te maken met robots, dus je kunt ze maar beter goed leren kennen. 
Omarm ze als maatjes en collega’s.



Wij zijn niet bang voor robots, en daarom verwelkomen Nieske Vergunst en ikzelf de machine als medemens in ons nieuwe boek 'Hallo robot' dat op 7 november 2017 verscheen bij Uitgeverij Nieuw Amsterdam. In december 2017 verschijnt al de tweede druk.

Zoals Susan Calvin, de robotpsycholoog uit Isaac Asimovs sciencefictionboek Ik, robot, zegt: ‘Er was een tijd dat de mensheid alleen stond tegenover het heelal en zonder een vriend. Nu heeft ze wezens om haar te helpen; sterkere wezens dan zijzelf, trouwer, nuttiger en geheel aan haar toegewijd. De mensheid is niet langer alleen. Heb je er ooit zo over gedacht?’

Op de website van Hallo robot staat ook een tijdlijn van sciencefictionrobots en als extra materiaal dat niet meer in het boek paste onze hoogstpersoonlijke eregalerij van echte robots!

Saturday, October 22, 2016

'Turings Tango' als must-read

In 2012 publiceerde ik het boek Turings Tango over de zoektocht naar intelligente computers en robots. Ik legde toen de nadruk op het zoeken naar een optimale samenwerking tussen mensen aan de ene kant en computers en robots aan de andere kant. Daarmee was ik de tijd wat vooruit. Er was toen veel aandacht voor computers en robots die mensen zouden overvleugelen. Dat liep allemaal zo'n vaart niet.

Dit jaar concludeerde het uitgebreide Stanford-rapport One hundred year study on artificial intelligence:

"Contrary to the more fantastic predictions for AI in the popular press, the Study Panel found no cause for concern that AI is an imminent threat to humankind. No machines with self-sustaining long-term goals and intent have been developed, nor are they likely to be developed in the near future."

Anno 2016, is het thema mens-machine-samenwerking juist helemaal 'hot'. En zo hoort het. Machines zijn er voor mensen en niet andersom.

Het Financieele Dagblad publiceerde recent een lijst met vier boeken die een must-read zijn op het terrein van kunstmatige intelligentie. Ik was blij verrast dat Turings Tango op die lijst staat.



Ook de essaybundel Machines die denken staat op de lijst. Voor dat boek schreef ik het essay Zij aan zij.


Thursday, October 13, 2016

e-book 'Leven met robots'


Zal een robot-kok ooit Michelin-sterren verdienen voor zijn restaurant? Blijven ouderen langer zelfstandig dankzij robots? 

In het e-book Leven met robots - Hoe robots onze samenleving veranderen gaan journalisten Bas den Hond, Bennie Mols en Bram Vermeer en radiomaker Karin van den Boogaert op zoek naar het antwoord op deze en andere prikkelende vragen. In interviews, achtergrondverhalen, podcast-debatten en video's geven zij een genuanceerd beeld van de beloften én ingrijpende gevolgen van de opmars van robots in onze samenleving.

OVER BANEN, ZELFRIJDENDE AUTO’S EN ‘ROBOTZWERMEN’ 

De snelle ontwikkelingen in de robottechnologie zorgen in de samenleving voor veel discussie en  onzekerheid. Mensen zijn bang om hun baan te verliezen door de inzet van robots in steeds meer  sectoren en bedrijven. De auteurs van het e-book gaan dieper in op deze angsten en verkennen ook de nieuwe werkgelegenheid die robotica oplevert. Ze beschrijven in achtergrondverhalen hoe robots en mensen steeds inniger met elkaar samenwerken en vragen zich af hoe we moeten omgaan met machines die zelf steeds meer beslissingen kunnen nemen. Videoportretten schetsen een beeld van robottechnologie in de ouderenzorg en de dienstverlening, en in podcasts discussiëren experts over de beloften en hindernissen van zelfrijdende auto's en 'robotzwermen' in onze maatschappij.

MAANDELIJKSE UPDATES

In de komende maanden wordt het e-book regelmatig aangevuld met bijdragen over nieuwe deelthema's en actuele ontwikkelingen. Aan de eerste editie verleenden tal van vooraanstaande onderzoekers en tech-ondernemers in binnen- en buitenland hun medewerking, waaronder Martijn Wisse (TU Delft), Robert Went (WRR), Maarten Steinbuch (TU/e), Sebastian Thrun (Stanford University, ex-Google Car) en Vijay Kumar (University of Pennsylvania).

HELDER EN INTUÏTIEF INTERFACE 

Leven met robots - Hoe robots onze samenleving veranderen is een nieuwe generatie e-book, met een helder en intuïtief interface dat speciaal voor deze publicatie is ontworpen. De innovatieve vorm maakt het eenvoudig om te navigeren door alle verhalen, podcasts en video's zonder het overzicht op de verschillende thema's te verliezen. Daarmee onderscheidt dit e-book zich van andere digitale publicaties.



KOSTELOOS DOWNLOADEN 
Het e-book Leven met robots - Hoe robots onze samenleving veranderen is een samenwerkingsproject van uitgeverij Oostenwind en het TU Delft Robotics Institute en kwam tot stand met steun van het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek en RoboValley.

De publicatie is vanaf vrijdag 14 oktober kosteloos te downloaden via www.levenmetrobots.nu, Google Play (Android) en de iTunes App Store. Het e-book verschijnt tegelijk in het Engels en het Nederlands. Toekomstige updates van het e-book zijn ook gratis.


Beluister hier het interview van Joost Karhof met Bennie Mols over 'Leven met robots' voor het Radio 1-programma Nieuws en Co van donderdag 13 oktober 2016.

Friday, April 1, 2016

Machines die denken - Zij aan zij

Jaarlijks stelt John Brockman, oprichter van het vermaarde discussieplatform Edge.org, één vraag aan een selectie van de meest interessante wetenschappers, auteurs en kunstenaars ter wereld. De antwoorden worden gebundeld en in boekvorm uitgegeven. In 2015 luidde die vraag: "Hoe denk je over machines die denken?"

Steven Pinker, Nicholas Carr, Daniel Dennett, Brian Eno, Matt Ridley, Luc Steels en 183 anderen geven antwoord. 

Stephen Hawking luidde de noodklok: we moeten ons voorbereiden op de komst van computers die slimmer zijn dan wij, anders betekent het ons einde. 

Brian Eno stelt dat we al veel meer onderdeel zijn van een kunstmatige intelligentie dan we denken. 

Kevin Kelly ziet het creëren van kunstmatige intelligentie juist als het ultieme doel van de mensheid.

Uitgeverij MAVEN publiceert in april 2016 de Nederlandse vertaling van dit boek, met daaraan toegevoegd enkele essays van Nederlandse bodem. Zelf schreef ik onderstaande bijdrage, getiteld: "Zij aan zij".



Zij aan zij

Ik kan niet wachten tot de eerste robot verliefd wordt op mij en ik op haar. Ik wil weten hoe dat voelt. Maar dan moet ze wel zo geprogrammeerd zijn dat ze niet klaagt over de afwas of over kleren die in de slaapkamer rondslingeren. En ze moet vooral ook precies weten wanneer ze haar mond moet houden omdat ik niet te veel gezeur aan m’n kop wil. Sorry lieve robot.

Bij nader inzien weet ik eigenlijk helemaal niet of ik zo’n robot wel wil. Er zijn genoeg mensen om verliefd op te worden. En juist het feit dat de ander haar eigen wil heeft − hoe bloedirritant soms ook − geeft het leven kleur. En ja, mijn leven is een mensenleven, geen robotleven. Ik wil vooral een robot die mijn eigen beperkte menselijke capaciteiten aanvult en uitbreidt. Eentje die met me meedenkt en met me meewerkt. Eentje die me helpt bij het sjouwen van een zware kast, eentje die mijn autoritten veiliger en aangenamer maakt, eentje die mijn huisarts ondersteunt bij het stellen van de juiste medische diagnose en het voorstellen van de beste behandeling, eentje die me adviseert bij het plannen van mijn dagelijks leven op een manier die past bij mijn persoonlijkheid.

Ik wil een robot als maatje en als collega, niet om mensen te vervangen, maar om nieuwe mogelijkheden te creëren. En omdat wij mensen robots ontwerpen, bouwen en programmeren, is het aan ons om ze niet te laten doen wat wij niet willen. We kunnen een leeuw niet programmeren om geen mens aan te vallen en op te peuzelen; biologische evolutie heeft anders besloten. Bij een robot kunnen we dat wel. Sterker nog, we hebben de morele verplichting om de robot zo te programmeren dat hij mensen geen letsel toebrengt.

Sinds de uitvinding van de eerste computers en robots eind jaren veertig van de twintigste eeuw duiken de verhalen over denkende machines die de wereld overnemen met grote regelmaat op in de massamedia. Niet omdat ze realistisch zijn, maar omdat ze inspelen op angst, omdat ze spanning toveren op Hollywoods witte doek. Soms is de denkende machine een computer (zeg maar alleen brein), soms is de denkende machine een robot (zeg maar een brein plus een lichaam).

Het realistische verhaal is dat onze denkende machines − in hoeverre ze al kunnen denken is een filosofische kwestie die ik hier achterwege laat − de wereld helemaal niet overnemen, maar de mens effectiever laten functioneren. Dankzij slimme software zoals zoekalgoritmes kan ik als wetenschapsjournalist veel sneller dan twintig jaar geleden wetenschapsnieuws oppikken, duiden en verspreiden. En wat voor mij geldt, geldt voor velen op hun eigen terrein. Dankzij denkende machines kunnen we meer doen in minder tijd en op een slimmere manier. Hopelijk leidt dat tot betere uitkomsten voor onszelf, voor de maatschappij en voor de wereld, maar dat ligt vooral aan ons. Vooralsnog heeft de denkende machine geen enkel bewustzijn van wat hij wel of niet doet.

Het realistische verhaal is dat van ‘mens en machine − zij aan zij’. Hollywood mag dit scenario dan niet zo spannend vinden, voor de vooruitgang in de wetenschap en de techniek, en voor de vooruitgang van de mensheid, is het des te relevanter. In een wereld die steeds gecompliceerder wordt, hebben we denkende machines hard nodig. Straks willen we niet meer zonder. De autonome auto zal veel verkeersdoden voorkomen. De supercomputer die in een oogwenk alle medische literatuur doorploegt, zal zorgen dat artsen betere diagnoses stellen en betere behandelingen voorschrijven. De vertaalcomputer versoepelt de communicatie tussen mensen die verschillende talen spreken (het fundamentele onbegrip tussen mensen, zelfs wanneer ze dezelfde taal spreken, zal geen enkele denkende machine gaan oplossen).

De echte sprong voorwaarts in denkende machines moet trouwens nog komen. De vooruitgang die kunstmatige intelligentie in de afgelopen decennia heeft geboekt, hebben we voor een groot deel te danken aan betere hardware: snellere computerchips, meer dataopslag en verregaande miniaturisering. De grootste doorbraak in denkende machines gaat komen wanneer we begrijpen hoe het menselijk brein denkt en wanneer we dat begrip weten te vertalen in lerende computersoftware. De lerende software van nu staat pas in de kinderschoenen.

De denkende machine van de nabije toekomst wordt een soort idiot savant van silicium. En omdat de siliciumwereld van de computer en de robot aan de ene kant, en de koolstofwereld van ons mensen aan de andere kant, niet compatibel zijn, zijn de denkende machine en de denkende mens twee verschillende soorten. De mens draagt de rommelige evolutionaire geschiedenis van de bacterie, de vis en de aap in zich. De denkende machine heeft daar geen last van. Zolang de denkende machine niet op dezelfde manier kan deelnemen aan het leven zoals wij mensen dat leiden, zal hij anders denken dan de mens. Maar daar is niets mis mee. Ik zie zo’n denkende machine als een machine die de mens meer mens maakt.

In de verre toekomst zal het onderscheid tussen denkende machines en denkende mensen trouwens steeds meer vervagen. Nieuwe materialen zullen van de harde robots van nu zachte robots maken, met materiaaleigenschappen die steeds meer lijken op die van een mens van vlees en bloed. Nieuwe implantaten zullen kunstmatige intelligentie steeds meer meer op en in het lichaam brengen.

Dankzij machines die denken is de mens niet langer zo alleen in het universum. En waar de mens, een biologische zak vol sterrenstof als hij is, ongeschikt is om zijn vleugels uit te slaan naar het voor het overgrote deel voor levende wezens zo vijandige universum, daar kunnen denkende machines onze gezanten zijn, onze lifters in het heelal.

Zal de mens ooit verliefd worden op zijn ruimterobots?

Monday, January 4, 2016

Robotics for future presidents



On Friday January 8 the book ROBOTICS FOR FUTURE PRESIDENTS - Leading experts on the next revolution in automation will be presented at the 174th Dies Natalis of TU Delft.

I wrote the book together with Bram Vermeer and Bas den Hond, commissioned by the TU Delft Robotics Institute

The book consists of interviews with international leading experts in robotics, a view of the TU Delft Robotics Institute on the way the institute wants to contribute to robotics and a historical overview over the field of robotics.

Here is a page from the book, with my favorite quote by Guy Hoffman, whom I interviewed: "Robots that are less than perfect are perfect for us.":



Here are a few quotes from some of the experts in the book:

‘In the short term there will be turmoil. But in the long run there is always going to be a partnership between people and artificial intelligence, be it software, be it robots. People can do things that robots can’t.’
Vint Cerf, ‘chief internet evangelist’ at Google and co-founder of the Internet Society, US

‘As a society we have to mark out in a very conscious way what are the values and the human interactions that we want to preserve.’
Guy Hoffman, co-director of the Media Innovation Lab, IDC Herzliya, Israel

‘Workers on the future factory floor will be working with a robot just as easily as they work now with a smartphone.’
Bernd Liepert, chief innovation officer of KUKA, Germany

‘If you can get a car to drive through California streets with no help from a human – the way Google does it – that’s impressive. But it’s also cheating a little bit. Try Boston in winter, then you can talk.’
John Leonard, professor of mechanical and ocean engineering at the Massachusetts Institute of Technology, US

‘Future rescue robots will be able to dig into rubble to reach people.’
Robin Murphy, professor of computer science and engineering at Texas A&M University, US

‘Robots act with unfailing logic, but we humans don’t act that way. And it’s not clear how – or whether – we should be flexible with that logic to make robots more human.’
Patrick Lin, director of the Ethics and Emerging Sciences Group at the California Polytechnic State University in San Luis Obispo, US

‘New forms of robots operating in human environments pose challenges with respect to safety, human interaction and acceptance.’
Robert Babuska, professor of intelligent control and robotics, scientific director of TU Delft Robotics Institute, the Netherlands

-----------------------------------------------------------

The book can be ordered here.




Bij het Radio 1-programma De Ochtend van woensdag 6 januari sprak ik als co-auteur over het boek. Beluister het item door op onderstaande afbeelding te klikken:




Saturday, November 15, 2014

Het beste idee van 2014: De programmeertaal van het leven is uitgebreid

Vandaag is het boek Het beste idee van 2014 verschenen: meer dan honderd wetenschappers, kunstenaars, denkers en ondernemers schrijven over hun beste idee.

Voor dit boek heb ik het volgende mini-essay geschreven:



De programmeertaal van het leven is uitgebreid

DNA is de software van al het leven op aarde. Verander het DNA en je verandert de alg, de bacterie of de mens. DNA is een wenteltrapmolecuul dat bestaat uit slechts vier basismoleculen, aangegeven met de letters A, C, G en T. De gehele erfelijke code van een levensvorm bestaat uit een lang gerekte keten van A-tjes, C-tjes, T-tjes en G-tjes.

Een genetisch gemodificeerde tomaat heeft een iets andere erfelijke code dan een niet-gemodificeerde tomaat, maar zijn code bestaat uit dezelfde basisletters. Is het DNA-molecuul dan zo speciaal? Moet alle leven geschreven worden in vier basisletters?

Het antwoord is nee. In mei van dit jaar lieten Amerikaanse wetenschappers voor het eerst zien dat het mogelijk is het DNA-alfabet uit te breiden met twee nieuwe moleculen, aangegeven met de letters X en Y. Na twintig jaar proberen was het eindelijk gelukt. Een eenvoudige bacterie bleek de nieuwe letters in te bouwen in zijn DNA en ze over te dragen aan zijn nakomelingen. Voor het eerst hebben wetenschappers niet zomaar een nieuw stukje code voor het leven geschreven (zoals bij genetische modificatie), nee, ze hebben de programmeertaal van het leven zelf uitgebreid.


Voorlopig doen X en Y in de bacterie nog niet mee in het maken van eiwitten, zoals de ‘natuurlijke’ genen wel doen. Die eiwitten zijn de werkpaarden in elke biologische cel. Toch lijkt het een kwestie van tijd voordat de uitgebreidere programmeertaal van het leven organismen in staat stelt eiwitten te maken die niet van nature voorkomen. En wie wat wat er dan allemaal mogelijk is. Nieuwe medicijnen en materialen? Sterkere en slimmere organismen?

Het uitbreiden van de programmeertaal van het leven past in een wetenschappelijke trend waarin de verschillen tussen wat levend is en wat niet levend steeds kleiner worden. Genetica-pionier Craig Venter experimenteert al met het idee van een DNA-faxmachine: ontrafel het DNA van een organisme op aarde; stuur de DNA-code bijvoorbeeld naar Mars en laat daar een DNA-bouwmachine het organisme in elkaar zetten. Zo hoeven levensvormen geen lange, dure en gevaarlijke ruimtereizen te maken.

Ook het onderscheid tussen wat ‘natuurlijk’ is en wat ‘onnatuurlijk’ gaat verdwijnen. Je hebt dingen die kunnen volgens de ons bekende natuurwetten maar die de natuur zelf niet doet (bijvoorbeeld IVF), en je hebt dingen die niet kunnen volgens de natuurwetten (tijdreizen). Alles wat kan volgens de natuurwetten kan, zouden we eigenlijk ook ‘natuurlijk’ moeten noemen. De mens helpt het universum een handje bij de exploratie van alle mogelijke toestanden die de wetten van het universum toestaan.

Friday, October 17, 2014

Wiskunde is als zuurstof

Wiskunde is diep verweven met alle facetten van ons bestaan. Of zoals de bekende Nederlandse wiskundige Lex Schrijver het eens zei: “Wiskunde is als zuurstof. Als het er is, merk je het niet. Als het er niet zou zijn, merk je dat je niet zonder kunt”.

Om een klein beetje van de wiskunde die we inademen zichtbaar te maken, schreven wetenschapsjournalisten Ionica Smeets en Bennie Mols het boek ‘Succesformules’. De Kennis van Nu sprak met hen onder andere over origamiwiskunde en geneesmiddelen ontwerpen achter de computer.


Klik op de afbeelding hierboven om het gesprek te beluisteren of te bekijken op de website van NPO Wetenschap.