Showing posts with label Psychologie. Show all posts
Showing posts with label Psychologie. Show all posts

Tuesday, January 24, 2017

Psychologisch vaccin tegen nep-nieuws

Disclaimers moeten de goocheltrucs achter nep-nieuws onthullen

Het afgelopen jaar hoorden we onder andere het nep-nieuws dat de paus Donald Trump zou steunen en dat Hillary Clinton wapens zou hebben verkocht aan terreurgroep IS. Dit nep-nieuws werd door miljoenen mensen op Facebook gedeeld. Volgens een internationale groep psychologen onder leiding van de Nederlander Sander van der Linden van de Universiteit van Cambridge kan een psychologisch ‘vaccin’ beschermen tegen nep-nieuws. Zo’n vaccin is een waarschuwing die mensen vertelt welke misleidende tactieken worden gebruikt om nep-nieuws te creëren. De psychologen publiceerden hun onderzoek deze week in het tijdschrift Global Challenges.

Lees het hele artikel op de website van De Kennis van Nu.

Klik op onderstaande afbeelding om mijn bijdrage aan het radio 1-programma De Ochtend te bekijken of te beluisteren:




Thursday, December 1, 2016

Muzikale pupillen

Zelfs wanneer je geen ritmegevoel denkt te hebben, hebben je pupillen dat wel

De psychologen Atser Damsma en Hedderik van Rijn van de Rijksuniversiteit Groningen zijn geïnteresseerd in wat muziek doet met onze hersenen. Meer specifiek wilden zij weten in welke mate je bewust je aandacht moet richten om te herkennen dat een bepaalde beat in een ritmisch stukje muziek is weggevallen. Ze vroegen zich ook nog af of het herkennen van die beats afhangt van hoe muzikaal je bent.

Lees het volledige artikel op de website van De Kennis van Nu.

Klik op onderstaande afbeelding om mijn bijdrage aan het Radio 1-programma De Ochtend te beluisteren.







Wednesday, June 1, 2016

De aanstekelijkheid van concentratie

Veel freelancers werken tegenwoordig in koffiebars en café’s. Nieuw psychologisch onderzoek laat zien waarom ze daar beter van gaan werken: de concentratie van andere freelancers werkt namelijk aanstekelijk. Dat concluderen Belgische psychologen in het tijdschrift Psychonomic Bulletin and Review.

Klik op onderstaande afbeelding om mijn radiobijdrage aan het radio 1-programma De Ochtend van woensdag 31 mei 2016 te bekijken of te beluisteren:


En lees hier mijn hele artikel over de aanstekelijkheid van concentratie.



Friday, May 27, 2016

Hoe weet ons brein hoe bang het moet zijn?

Japanse en Amerikaanse onderzoekers hebben in het brein van ratten ontrafeld welke groepje hersencellen de kans op gevaar berekent. Ze publiceerden hun resultaten deze week in het wetenschappelijke tijdschrift Nature Neuroscience.

Klik op onderstaande afbeelding om mijn bijdrage aan het radio 1-programma De Ochtend van woensdag 25 mei 2016 te beluisteren:


Voor De Kennis van Nu schreef ik dit artikel over hetzelfde onderwerp.

Thursday, May 5, 2016

Geen pillen maar therapie tegen chronische slapeloosheid

Deze week publiceerde het Amerikaanse College van Artsen een nieuwe richtlijn voor de behandeling van chronische slapeloosheid in het wetenschappelijke tijdschrift Annals of Internal Medicine. Daarin bevelen ze cognitieve gedragstherapie officieel aan als voorkeursbehandeling in plaats van slaappillen.

Klik op onderstaande afbeelding om mijn bijdrage aan het Radio 1-programma De Ochtend van woensdag 4 mei te beluisteren:



Chronische slapeloosheid wordt gedefinieerd als slapeloosheid die minimaal drie dagen per week optreedt en langer dan drie maanden aanhoudt. Mensen die lijden aan chronische slapeloosheid hebben ook overdag last van de gevolgen: ze voelen zich moe, slaperig, prikkelbaar, kunnen zich minder goed concentreren, hebben last van hun geheugen en presteren in het algemeen slechter. De oorzaak is niet lichamelijk, maar geestelijk. Mensen zijn te lang in hun hoofd met werk bezig, piekeren te veel en gaan zich zorgen maken om het slechte slapen. Vaak ontstaat daardoor een vicieuze cirkel: juist door het te bewust bezig zijn met slaap, lukt het nog slechter om in slaap te vallen.

Naar schatting lijdt tussen de zes en de tien procent van de volwassenen aan slapeloosheid. 750.000 Nederlanders slikken dagelijks slaappillen. En juist dat is iets dat het Amerikaanse College van Artsen niet aanbeveelt. Het college verzamelde wetenschappelijke studies die tussen 2004 en 2015 zijn gedaan en concludeert dat er voldoende wetenschappelijk bewijs is om de voorkeur te geven aan behandeling met cognitieve gedragstherapie in plaats van met slaappillen. Cognitieve gedragstherapie heeft op lange termijn positieve effecten, terwijl slaappillen alleen een paardenmiddel op de korte termijn zijn.

De nadelen van slaappillen zijn dat de slaap niet dezelfde kwaliteit heeft als normale slaap, dat het brein snel aan slaappillen gaat wennen en dat ze bij-effecten opleveren zoals hoofdpijn overdag. Hoewel slaappillen officieel zijn goedgekeurd, beveelt de Amerikaanse Food and Drug Administration (FDA) ze alleen aan voor gebruik korter dan vier tot vijf weken.

Cognitieve gedragstherapie is een combinatie van denk- en doe-oefeningen. Omdat chronische slapeloosheid niet een lichamelijke maar een geestelijke oorzaak heeft, is het idee om het gedrag en het denken van de patiënt te veranderen. Denkoefeningen kunnen bestaan uit ontspanningsoefeningen en mindfulness- of andere meditatietechnieken. Die leren de geest om de eigen gedachten en gevoelens meer van een afstand te bekijken en zo los te laten. Mensen met chronische slapeloosheid moeten weer leren om het vertrouwen terug te winnen dat het lichaam zelf wel weet wanneer en hoe het in slaap moet vallen als het moe genoeg is.

De doe-oefeningen zitten in structurele aanpassingen van het gedrag. Talloze gedragsaanpassingen zijn bewezen effectief: breng regelmaat aan in de tijden waarop je gaat slapen en waarop je opstaat; zoek overdag het natuurlijke daglicht op (dat helpt de regulatie van de biologische klok); vermijd in de uren voor het slapen gaan het kunstmatige licht van computer en tablet; zorg voor voldoende lichaamsbeweging overdag, maar sport niet intensief ’s avonds laat; vermijd koffie en alcohol in de avond.

Hoewel de Amerikaanse richtlijn niet in Nederland geldt, valt wel te hopen dat ook Nederlandse artsen het advies ter harte nemen. De Nederlandse slaaponderzoeker en hoogleraar neurofysiologie Eus van Someren beklaagde zich afgelopen februari in een opiniestuk in NRC Handelsblad nog over het feit dat de wetenschap al enige jaren laat zien dat cognitieve gedragstherapie op de lange termijn beter werkt dan slaappillen, maar dat veel artsen toch vrij gemakkelijk slaappillen blijven voorschrijven. En dat terwijl er tegenwoordig in slaapproblemen gespecialiseerde psychologen zijn en er ook allerlei cognitieve gedragstherapieën in online cursussen worden aangeboden.

Ook betoogde Van Someren dat de in opleiding van artsen en psychologen maar weinig aandacht wordt gegeven aan slapeloosheid, terwijl het probleem van chronische slapeloosheid juist vaak voorkomt. Daardoor vallen patiënten met chronische slapeloosheid vaak tussen wal en schip.


Wednesday, January 20, 2016

Verveling is hot

Het wetenschappelijke tijdschrift Nature signaleert een opmerkelijke trend. Steeds meer psychologen en neurowetenschappers onderzoeken het fenomeen ‘verveling’. In het Radio 1-programma De Ochtend sprak ik over de wetenschap van verveling.

Beluister of bekijk het item door op onderstaande afbeelding te klikken:


Hoe scoor jij op de schaal van verveling? Test het hier.

Voor De Kennis van Nu schreef ik een artikel over hetzelfde onderwerp:

Steeds meer psychologen en neurowetenschappers onderzoeken het fenomeen ‘verveling’, zowel een risico-emotie als een potentiële bron van creativiteit.

De Duitse filosoof Arthur Schopenhauer beschreef verveling als het gevoel dat ’de tijd eindeloos duurt’. Verveling was voor hem inherent aan het menselijk bestaan, zelfs een uiting van de ultieme zinloosheid daarvan. Ook filosofen als Kierkegaard en Heidegger verdiepten zich in de verveling.

Maar waar bleven de psychologen en neurowetenschappers? Aan de ene kant is verveling als waardevol onderzoeksthema gewoon over het hoofd gezien. Angst, liefde of het puberbrein waren sexier onderwerpen. Aan de andere kant is het lastig om ‘verveling’ objectief te meten. En objectief meten is toch wat wetenschappers het liefst willen. De laatste jaren zijn echter betere instrumenten ontwikkeld om verveling toch de maat te nemen. Dankzij zulke instrumenten zijn filosofische vragen over verveling veranderd in wetenschappelijke vragen.

Lees het volledige artikel op de DKVN-website.


Wednesday, December 16, 2015

Creativiteit krijg je niet voor niets

Hoe gek moet je zijn voor creativiteit? Hoe kan een groep zo creatief mogelijk zijn? Op maandag 14 december organiseerde de KNAW een symposium over creativiteit.

In het Radio 1-programma De Ochtend deed ik verslag van de zoektocht naar wat de beste ingrediënten voor individuen en groepen zijn om creatief te zijn. Beluister hier mijn bijdrage:


Wednesday, October 28, 2015

De kracht van het gesprek in het digitale tijdperk

Wat doet onze passie voor smartphones, tablets en sociale media met het oog-in-oog gesprek? Die vraag beantwoordt de psychologe Sherry Turkle in haar nieuw boek: Reclaiming conversation - The power of talk in a digital age.

Beluister hier mijn bijdrage aan het Radio 1-programma De Ochtend van dinsdag 27 oktober 2015.



Lees ook mijn artikel over het boek van Sherry Turkle op de website van NPO Wetenschap.





Wednesday, April 22, 2015

More afraid of stupid people than of smart machines

Here is the column that I have read yesterday at a debate in De Balie about the chances and risks of artificial intelligence, on request of the technology magazine De Ingenieur.

I have also written a Dutch version, which can be read here.

This is the flattering reaction on Twitter of Frank van Harmelen, professor in Knowledge Representation & Reasoning at the Free University in Amsterdam.



Okay, here's my column:

“Technology has given life the opportunity to flourish like never before...or to self-destruct.”

This is not a sentence that I have made-up myself. These are the swollen words of the Future of Life institute. The institute investigates the impact of the development of superintelligent computers and robots. In an open letter the institute calls for the development of artificial intelligence whose positive impact is maximized and whose negative impact is minimized. Who would not want that?

There is only one problem: any technology can be used both for the good and for the bad. With a knife, you can cut bread, or someone’s throat. A robot plane that kills terrorists, can in the hands of terrorists just as easily kill innocent civilians. Nothing human will be alien to the robot of the future.

The international media have interpreted the open letter as a warning against superintelligence. Of course. For decades the media have enthusiastically covered predictions about computers and robots outsmarting and eventually subduing humans.

However, the reality of today and also of the coming decades, is much less sexy. Let me quote Pedro Domingos, an American top researcher in the field of artificial intelligence. He says, and I quote: “Everybody’s so worried about computers becoming really, really smart and taking over the world, whereas in reality what’s happened right now is computers are really, really dumb and they’ve taken over the world. The world cannot function without computers anymore. It would be better if they were smarter.” End of quote.

One of the founders of the Future of Life institute, Victoria Krakovna, reacted surprised about the one-sided focus of the media on superintelligence. What a surprise! That’s what you get when you let the whole world know that you investigate artificial intelligence in the context of − and I quote again − “existential risks facing humanity”.

The Future of Life institute should emphasize that all intelligent systems are still a collaboration between human and artificial intelligence. But yeah, that sounds a lot less sexy.

In this cooperation the smart machine will do tasks in which it excels: rapidly processing information, infallible memory and never getting tired. Humans will do the things they do much better than the machine: understanding the context, understanding intentions and emotions, using creativity, developing ethical norms and values.

The cooperation between man and machine can be a matter of life or death. Let me illustrate this with two examples.

Two weeks ago it was disclosed that on December 14, 2014 the automatic pilot of a Scottish plane of the company Loganair had directed the plane into an almost fatal crash. The plane was hit by lightning. The autopilot ran crazy and steered the plane into a steep descent. The autopilot even blocked the quick intervention of the human pilot. Barely twenty seconds before the plane would have crashed, the human pilot managed to pull up the plane in a final attempt.

Much less fortunate were the passengers of the Turkish Airlines plane that flew to Amsterdam on February 25, 2009. As the plane approached Schiphol Airport and flew at an altitude of six hundred meters, the altimeter suddenly showed minus two meters. The automatic pilot concluded that the aircraft had already landed and rapidly diminished the engine power. The human pilots understood this mistake too late and the plane crashed near Schiphol. There were 9 deaths and 120 injured.

These are two examples of the Automation Paradox. The Automation Paradox states that the more automation, the more crucial is the human intervention in case the thinking machine makes a mistake. And there is always a chance for a mistake.

With increasing automation, we will increasingly hit against this paradox. Automation shifts the point where mistakes are made: for example, from operators, pilots and drivers to the programmers who write the software and to the interaction between human and machine.

The Automation Paradox has two causes. First, people tend to trust machines more than their own common sense. This can lead to an over-reliance on automation. Second, more automation means less practice for human operators. This increases the risk on an accident in case the human has to correct the machine, just like in the accident with the Turkish Airlines plane.

To tackle the paradox, we need to consider humans as an integral part of any artificially intelligent system. And to ensure that operators remain sufficiently trained in their human skills, we occasionally need to switch off automated systems during training sessions.

According to the open letter of the Future of Life institute, artificial intelligence can contribute to the worldwide eradication of poverty and disease. Unfortunately, non-technological problems are never solely solved by technology. Smart computers and robots will only make mankind more successful when we put humans and not machines in the heart of our thinking. Our challenge for the future is how to combine the best of two different worlds: the best of human and the best of artificial intelligence. In this effort we should be more afraid of stupid people than of smart machines.

Banger voor domme mensen dan voor slimme machines

Tijdens een debat over de kansen en risico's van kunstmatige intelligentie gisteren in De Balie, las ik een Engelstalige column voor. Hier is de Nederlandse versie, ook gepubliceerd op de website van technologietijdschrift De Ingenieur:

“Technologie heeft het leven de gelegenheid gegeven om te floreren als nooit te voren…of om zichzelf te vernietigen.”

Deze tekst heb ik niet zelf verzonnen, dit zijn de ronkende woorden van het Future of Life-instituut. Het instituut onderzoekt de gevolgen van de ontwikkeling van slimme computers en robots tot bovenmenselijk niveau. In een open brief roept het instituut op kunstmatige intelligentie te ontwikkelen waarvan de positieve gevolgen maximaal zijn en de negatieve gevolgen minimaal. Zelden heb ik een grotere open deur gehoord. Wie wil dat nou niet?

Er is alleen één probleem: elke technologie kan goedschiks of kwaadschiks worden gebruikt. Met een mes kun je een brood snijden, of iemand de keel doorsnijden. Een robotvliegtuig dat terroristen neerschiet, kan in de handen van terroristen net zo gemakkelijk onschuldige burgers dood schieten. Niets menselijks is de toekomstige robot vreemd.

De internationale media hebben de open brief opgevat als een waarschuwing tegen superintelligentie. Natuurlijk. Media smullen al decennialang van het verhaal dat computers en robots mensen overvleugelen. De realiteit van vandaag en van de komende decennia is echter veel minder sexy. Pedro Domingos, een Amerikaanse toponderzoeker op het terrein van de kunstmatige intelligentie, zegt het als volgt: “Iedereen is zo bang dat computers heel slim worden en de wereld overnemen, terwijl de realiteit is dat computers heel dom zijn en de wereld al hebben overgenomen. We kunnen geen dag zonder ze; de wereld functioneert niet meer zonder computers. Het zou beter zijn wanneer ze slimmer zouden zijn.”

Een van de oprichters van het Future of Life-instituut, Victoria Krakovna, reageerde verbaasd op de eenzijdige focus van de media op superintelligentie. Eigen schuld, dikke bult. Dat krijg je ervan wanneer je zelf rond toetert dat je kunstmatige intelligentie onderzoekt in de context van − en ik citeer − “existentiële risico’s waarvoor de mensheid staat”.

Het Future of Life-instituut had veel beter kunnen benadrukken dat de intelligente systemen van de toekomst een samenwerking tussen menselijke en kunstmatige intelligentie zullen zijn. Maar ja, dat klinkt veel minder sexy.

In die samenwerking doet de slimme machine waarin hij uitblinkt: razendsnel informatie verwerken, een feilloos geheugen en nooit moe worden. De mens doet wat hij beter kan: het begrijpen van de context, het begrijpen van intenties en emoties, het gebruiken van creativiteit, het ontwikkelen van normen en waarden. Dat de samenwerking tussen mens en machine een kwestie is van leven of dood wil ik illustreren aan de hand van twee voorbeelden.

Twee weken geleden werd bekend dat op 14 december 2014 de automatische piloot van een Schots vliegtuig van Loganair het toestel bijna liet crashen. Het vliegtuig was getroffen door de bliksem. De automatische piloot sloeg op hol en stuurde het toestel steil naar beneden. De automaat hield zelfs het ingrijpen van de menselijke piloot tegen. Nauwelijks twintig seconden voor het toestel zou crashen, lukte het de menselijke piloot in een uiterste poging om het toestel weer omhoog te trekken.

Veel minder geluk hadden de passagiers van het Turkish Airlines toestel dat op 25 februari 2009 naar Amsterdam vloog. Toen het vliegtuig Schiphol naderde en op zeshonderd meter hoogte vloog, gaf de hoogtemeter plotseling min twee meter aan. De automatische piloot trok de conclusie dat het vliegtuig al geland moest zijn en verminderde razendsnel het motorvermogen. De menselijke piloten begrepen deze fout te laat en het toestel crashte vlakbij Schiphol. Er vielen 9 doden en 120 gewonden.

Dit zijn twee voorbeelden van de Paradox van de Automatisering. De Paradox van de Automatisering stelt dat hoe meer automatisering, hoe crucialer ingrijpen door de mens wanneer de denkende machine toch een fout maakt. En die kans is er altijd.

Met de toenemende automatisering, zullen we steeds vaker tegen deze paradox aan lopen. Automatisering verschuift het punt waarop fouten worden gemaakt: van bijvoorbeeld operators, piloten en chauffeurs naar de programmeurs die de software schrijven en naar de interactie tussen mens en machine.

De Paradox van de Automatisering heeft twee oorzaken. Ten eerste hebben mensen de neiging om machines eerder te vertrouwen dan hun eigen gezonde verstand. Dat kan leiden tot een te groot vertrouwen in automatisering. Ten tweede kan meer automatisering ertoe leiden dat menselijke operators minder vaardig worden wanneer ze onverhoopt toch moeten ingrijpen. Om de paradox te lijf te gaan, moeten we de mens als een integraal onderdeel van een kunstmatige intelligent systeem beschouwen. En om te zorgen dat operators hun menselijke vaardigheden voldoende blijven trainen, moeten we automatische systemen af en toe uitschakelen.

Volgens de open brief van het Future of Life-instituut kan kunstmatige intelligentie bijdragen aan het wereldwijd uitbannen van armoede en ziekte. Helaas worden niet-technologische problemen nooit alléén maar opgelost door technologie. Slimme computers en robots zullen de mensheid alleen maar succesvoller maken wanneer we niet de machine, maar de mens centraal stellen. De uitdaging voor de toekomst is hoe we het beste van menselijke en kunstmatige intelligentie combineren. Daarbij moeten we banger zijn voor domme mensen, dan voor slimme machines.

Wednesday, April 8, 2015

Computer rukt op in gezichtsherkenning


Nog even en camera’s in de openbare ruimte herkennen ons automatisch. Hoe doen ze dat, en hoe lang duurt het nog voor het echt zo ver is?

Lees het hele artikel over gezichtsherkenning door mensen en computers op NPO Wetenschap.

Kijk vanavond ook naar de tv-uitzending van De Kennis van Nu op NPO 2 (19.20) en luister naar de radio-uitzending op radio 5 (22.00). Allebei staan in het teken van gezichtsherkenning.

Friday, November 28, 2014

Wordt het nog wat met Google Glass?

In het radioprogramma De Kennis van Nu sprak ik met gebruikers en kenners van Google Glass. In 2014 had deze slimme bril op de consumentenmarkt moeten komen, maar dat gaat niet lukken.

Wat is er aan de hand? Wil de gewone burger wel een slimme bril? Wat werkt wel en niet goed bij Google Glass?

Marcel Groenen biedt zijn Google Glass op Marktplaats aan. Waarom?

Daphne Horn is fotografe en een van de eerste dragers van een Google Glass in Nederland. Wat zijn haar ervaringen?

Lucien Engelen experimenteert met Glass in het Radboud MC. Hij ziet talloze interessante mogelijkheden.

Yuri van Geest is de Nederlandse ambassadeur van de Singularity University. Hij houdt zich bezig met exponentieel versnellende technologieën.

Thursday, October 23, 2014

Hoe gezichten ons misleiden

Toon me je gezicht en ik zeg je wie je bent…Of vergis ik me?

Mensen hebben een natuurlijke neiging om iemand op basis van zijn of haar gezicht te beoordelen en daar beslissingen op te baseren. Maar helaas is dat op drijfzand gebaseerd.

Beluister hier mijn Radio 1-bijdrage van vanmorgen aan het Vara/BNN-programma VROEG. Klik op de afbeelding op door te gaan naar het radiofragment:






In het plaatje hierboven zie je de stereotype ideeën die mensen hebben bij bepaalde gezichtsuitdrukkingen: A: competentie. B: dominantie. C: extraversie. D: betrouwbaarheid

Als voorbeeld even de eigenschap 'competentie'. Als mensen gaan beoordelen welke gezichten ze competent vinden dan krijg je een statistische verdeling: je hebt een soort gemiddeld competent gezicht, je hebt gezichten die mensen als heel incompetent zien en gezichten die als heel competent worden gezien.

Het gezicht in het midden toont steeds een soort gemiddeld gezicht. Het gezicht links ligt ver onder het gemiddelde (3 standaarddeviaties). Het gezicht rechts ligt ver boven het gemiddelde (3 standaarddeviaties).




Saturday, September 20, 2014

Te veel topspelers maakt voetbalteam juist zwakker

In eerste instantie zou je denken dat een nationaal voetbalteam steeds beter wordt naarmate er meer topspelers in spelen. Verrassenderwijs gaat dat echter alleen maar op tot een bepaald maximum: een nationaal voetbalteam wordt steeds beter tot ongeveer 70% van de teamleden toppers zijn (16 van de 23 WK-selectiespelers). Maar voeg je hier nog meer topspelers aan toe, dan gaat het nationale team statistisch gezien juist slechter presteren.


Lees het hele artikel op de website van NPO Wetenschap.

Beluister hier mijn bijdrage aan het Radio 1-programma Radio Brasil van 5 juli 2014 (tijdens het WK Voetbal). Het gesprek begint bij tijdcode 2:49:10.

Wednesday, July 2, 2014

Beloningen maken je minder gemotiveerd



Ons hele leven worden we geacht te presteren: eerst op school, in een opleiding of universiteit, en daarna in ons werk. Uniek Amerikaans onderzoek laat nu zien dat prestaties op de lange termijn juist tien tot twintig procent dalen wanneer we ons behalve door onze eigen wil om te presteren ook laten leiden door geld, status of sociale druk.

Lees op de website van W24 het hele artikel.

En beluister hier mijn bijdrage aan het VARA/BNN Radio 1 programma VROEG.

Wednesday, March 12, 2014

Herinneringen vervliegen tijdens out-of-body-ervaring


Het gevoel dat je in je eigen lichaam zit is belangrijk voor het goed opslaan van gebeurtenissen in het geheugen, zo hebben Zweedse onderzoekers voor het eerst aangetoond. Ze lieten zien dat gezonde vrijwilligers, die via een virtual reality-bril vijf minuten het gevoel kregen buiten hun eigen lichaam te treden, gebeurtenissen die zich tijdens die ervaring afspeelden ongeveer dertig procent slechter opsloegen in hun langetermijngeheugen.

Lees op de website van W24 het hele artikel.

Wednesday, March 5, 2014

Kan een computer verliefd worden?


In de Oscarwinnende film 'Her' wordt een computer verliefd op 641 mensen tegelijk. Hoe realistisch is de liefde tussen een mens en een computer als we deze bekijken door de bril van de kunstmatige intelligentie en de psychologie?

Lees op de website van W24 het hele artikel.


Wednesday, February 19, 2014

Het moderne huwelijk is een alles-of-niets-huwelijk



Het moderne huwelijk draait meer dan ooit tevoren om zelfverwezenlijking. Dat vereist wel meer tijd voor elkaar. De cijfers wijzen echter uit dat de meeste gehuwde stellen juist minder tijd in elkaar investeren.

Lees op de website van W24 het hele artikel.

Monday, June 30, 2008

Welke herinneringen blijven het langste hangen?

Dit artikel is gepubliceerd in dagblad Trouw, 30 juni 2008

“De herinnering is als een hond die gaat liggen waar hij wil”, schrijft Cees Nooteboom in de roman Rituelen. Ons geheugen is onvoorspelbaar als de pest. Wil je op een naam komen, dan schiet hij je net niet te binnen. Wil je die vervelende ruzie voor eens en altijd vergeten, dan vergalt zij op de meest ongelegen ogenblikken je gedachten.

Welke herinneringen beklijven nu langste? In eerste instantie denken we dan aan emotionele gebeurtenissen. De eerste grote liefde, of de eerste grote reis, als het gaat om positieve emoties. Het overlijden van een dierbare, of een beroving, als het gaat om negatieve emoties. Emoties zijn de motoren van onze herinneringen. Bij een emotionele gebeurtenis vuren veel meer hersencellen dan gewoonlijk prikkels naar andere hersencellen. Daardoor nemen we op een intensere manier waar. Daarnaast worden emotionele gebeurtenissen ook beter opgeslagen in het lange-termijngeheugen.

Maar er blijkt nog een ander interessant effect op te treden, dat zich sterker manifesteert naarmate we ouder worden: een oververtegenwoordiging van herinneringen van tussen het twintigste tot vijfentwintigste levensjaar. Een tachtigjarige herinnert zich ineens weer gebeurtenissen van rond haar twintigste, terwijl ze niet eens wist dat die nog in haar geheugen zaten. Psychologen noemen dit het reminiscentie-effect. Psycholoog Douwe Draaisma besteedt er in zijn boek De heimweefabriek ruim aandacht aan. Hij beschrijft onder andere een Deens experiment uit 2003 waarin tachtig- en honderdjarigen ondervraagd werden over hun herinneringen. De onderzoekers wilden weten van welke periode in hun leven deze ouderen zich het meeste herinnerden.

Bij zowel de tachtig- als de honderdjarigen neemt het aantal herinneringen eerst sterk toe van ruwweg het vijfde tot het vijfentwintigste levensjaar. Van het vijfentwintigste tot het vijfendertigste levensjaar neemt het aantal herinneringen sterk af. Daarna blijft het aantal herinneringen vrij constant bij toenemende leeftijd, om pas weer toe te nemen wanneer relatief recente herinneringen – van de laatste tien tot vijftien jaar – dominant gaan worden.

Deze verrassende resultaten laten zien dat de herinneringen die op hoge leeftijd opduiken eerder bepaald worden door het reminiscentie-effect dan door de emotionele lading van de gebeurtenis. Emotionele gebeurtenissen zijn niet aan leeftijd gebonden, dus waarom zouden de herinneringen tussen ons twintigste en vijfentwintigste vaker opduiken dan herinneringen van een latere leeftijd? In het Deense experiment vertelde geen enkele honderdjarige over de Duitse bezetting tijdens de Tweede Wereldoorlog – toen ze zelf al rond de veertig waren – maar deed de helft van de tachtigjarigen – die toen rond de twintig waren – dat wel.

Consensus over een wetenschappelijke verklaring van het reminiscentie-effect is er nog niet. Is het een natuurlijke eigenschap van onze hersenen dat ze herinneringen het beste opslaan rond het twintigste? Of ligt het aan het feit dat we rond ons twintigste zoveel eerste en beslissende ervaringen meemaken: onze eerste liefde beleven; het meest indrukwekkende boek lezen, of de meest indrukwekkende muziek horen? In ieder geval gaan eerste ervaringen gepaard met meer emoties dan gewoonlijk, en daarom worden ze beter opgeslagen in het geheugen.

Monday, June 16, 2008

Waarom lijken hoge tonen vrolijk en lage tonen somber?

Dit artikel is gepubliceerd in dagblad Trouw, 16 juni 2008

“De ervaring dat we hoge tonen vrolijk vinden en lage tonen somber, is vooral cultureel bepaald”, zegt Henkjan Honing, universitair hoofddocent muziekcognitie aan de Universiteit van Amsterdam. “Zo associëren de Westerse en de Japanse cultuur een mineurtoonladder met een droevig gevoel, maar in de Javaanse cultuur wordt een mineurtoonladder niet als droevig ervaren.”

Ook is het typisch westers, zegt Honing, om over tonen te spreken met de metaforen ‘hoog’ en ‘laag’: “In andere culturen wordt bijvoorbeeld gesproken over kleine en grote geluiden in plaats van over hoog en laag. Een klein instrument brengt kleine geluiden voort en een groot instrument grote geluiden, zeggen ze dan. En kleine mensen – baby’s – hebben hoge stemmetjes, terwijl grote mensen – oude mannen – lage stemmen hebben.”

Sommige Afrikaanse culturen duiden de grootste toets van een xylofoon aan als ‘grootmoeder’, de iets kleinere met ‘moeder’ en verderop in de rij komen de ‘echtgenoot’ en de ‘kinderen’. Honing: “Dat geeft aan dat ze een andere betekenis toekennen aan wat wij hoge en lage tonen noemen. Als ze de grootste toets ‘grootmoeder’ noemen, dan kun je niet zeggen dat ze de bijbehorende toon met iets droevigs associëren.”

Veel interculturele studies laten verder zien dat de luisterervaring cultureel is bepaald. Als je een westerse luisteraar naar een opeenvolging van Indiase akkoorden laat luisteren, en je vraagt hem dat stukje aan te vullen met de volgende toon die hij verwacht, dan doet hij dat met zijn eigen, westerse verwachting. Die is anders dan de Indiase verwachting. Als dezelfde luisteraar vaak naar Indiase muziek zou gaan luisteren, dan verschuift zijn verwachting van wat de volgende toon kan zijn naar die van de Indiase luisteraar. Er zit dus duidelijk een leereffect in.

“De Canadese onderzoeker David Huron heeft onderzoek gedaan naar welke geluiden we als ‘cute’ – zeg maar lief en snoezig – ervaren”, vertelt Honing. “Volgens hem zijn dat geluiden die je produceert met een reservoir dat een inhoud heeft van ongeveer twintig milliliter. Zo’n reservoir produceert frequenties, en heeft een resonantiekarakteristiek, die we als ‘cute’ ervaren. Het geluid dat je daarmee maakt, herinnert ons aan dat van kinderen, omdat het strottenhoofd van kinderen eenzelfde frequentie- en resonantiekarakteristiek heeft. En kinderen vinden we nu eenmaal ‘cute’, waarschijnlijk om evolutionaire redenen. Dat gevoel vergroot ons zorggedrag.”

Toch mogen we ook deze bevinding niet doortrekken naar de conclusie dat we hoge tonen automatisch als vrolijk ervaren en lage tonen automatisch als droevig. Honing: “We hebben geen aanwijzingen dat onze hersenen automatisch een droevige emotie koppelen aan de waarneming van een lage toon. Toch is muziek een van de sterkste emotie-opwekkers die we kennen, en daarom een onderwerp van veel neurocognitief onderzoek. Recente resultaten suggereren een intieme relatie van muziek met al onze cognitieve en fysiologische functies. Het is alleen niet zo eenvoudig als de vraag suggereert.”