Showing posts with label Robots. Show all posts
Showing posts with label Robots. Show all posts

Friday, December 13, 2024

Innovatieve robots verlichten schoonmaakwerk

Eindelijk beginnen robots dan ook het schoonmaakwerk te verlichten.


Dit artikel schreef ik voor Pioneering Tech van de TU Delft (gepubliceerd op 19 november 2024).

In de nachtelijke uren maken schoonmakers met hogedrukspuiten de machines schoon die overdag aan het werk zijn om talloze voedingsmiddelen te produceren. Vooral de pols van de schoonmaker heeft het zwaar te verduren. Kan technologie hier niet de helpende hand bieden?, vroegen ze zich af bij schoonmaakbedrijf Gom. Op zoek naar een technische oplossing die het werk van deze schoonmakers verlicht, startte Gom samen met Kleentec (onderdeel van Gom) in april 2023 een samenwerking met het TU Delft fieldlab RoboHouse. Opdrachtgever Hilton Foods Holland bood Gom de gelegenheid om tests uit te voeren. 

Lees het hele artikel hier.

Saturday, September 3, 2022

Schattig, maar nutteloos. Wordt het nog wat met de sociale robot?

Commerciële sociale robots maken de verwachtingen zelden waar en de afgelopen jaren flopten ze dan ook keer op keer. Toch zien robotici Edwin Dertien en Ella Velner nog toekomst voor de sociale robot. ‘We moeten ze vanuit een behoefte ontwerpen.’


Dit artikel is gepubliceerd in de VPRO Gids #38, september 2021

Alweer staat een sociale robot afgedankt op straat. Afgelopen juni maakte het Japanse bedrijf Softbank bekend dat het stopt met de productie van robot Pepper, een schattige interactieve mensachtige robot, die in 2015 met veel tamtam op de markt verscheen. Pepper is één meter twintig groot, heeft een glimmend wit plastic lijf en rijdt op wieltjes. Hij kan eenvoudige gesprekken met mensen voeren en bewegen met zijn armen en handen. In de afgelopen jaren is Pepper onder andere ingezet als receptionist, gastheer, co-presentator, museumgids en in Japan zelfs als Boeddhistische priester (https://qz.com/1060932/softbanks-pepper-robot-is-now-a-buddhist-priest-in-japan/). In totaal zijn er zo’n 27.000 Peppers van de productieband gerold voor een verkoopprijs van $1.800 per stuk.

Veel tranen lijken er echter niet gelaten om het einde van Pepper. Roboticus prof. Noel Sharkey vertelde in reactie aan de BBC zelfs dat hij blij is (https://www.bbc.com/news/technology-57651405): “Pepper heeft veel schade toegebracht aan het echte robotica-onderzoek door een valse indruk te wekken van een slim cognitief wezen dat gesprekken kan voeren. Maar Pepper werd vaak op afstand bestuurd door een mens. Het publiek op deze manier misleiden is gevaarlijk en geeft een verkeerde indruk van de mogelijkheden van kunstmatige intelligentie in de echte wereld.”

Het falen van Pepper als commercieel product ligt in de lijn van het falen van andere sociale robots in de afgelopen jaren. Zelfs niet-mensachtige interactieve robots als Jibo, Kuri en Cozmo, alle drie met een speelgoedtachtig uiterlijk en een stuk goedkoper dan Pepper, flopten en hun producenten gingen snel failliet. Neem Jibo, een soort dikkige bureaulamp, met een rond beeldscherm als gezicht op een bolvormig hoofdje. Jibo heeft een camera met gezichtsherkenning en begrijpt gesproken commando’s. Jibo werd ontworpen en gebouwd door een team rondom een van ’s wereld belangrijkste pioniers van sociale robots, Cynthia Breazeal van het Massachusetts Institute of Technology (MIT). Zelfs met haar kennis en ervaring lukte het niet om van Jibo een succes te maken.

Over-selling

Welke lessen kunnen we trekken uit het falen van Pepper en zijn maatjes? Kunnen sociale robots alsnog een succes worden, en zo ja, hoe?

Ik leg de vragen in een dubbelinterview via Zoom voor aan twee Nederlandse onderzoekers, universitair docent Edwin Dertien en promovenda Ella Velner, allebei werkzaam aan de Universiteit Twente.

Lees het hele artikel in de VPRO Gids #38, september 2021

Sunday, September 26, 2021

Robots met een beperking

Commerciële sociale robots maken de verwachtingen zelden waar en de afgelopen jaren flopten ze dan ook keer op keer. Toch zien robotici Edwin Dertien en Ella Velner nog toekomst voor de sociale robot. ‘We moeten ze vanuit een behoefte ontwerpen.’



Dit verhaal schreef ik voor de VPRO Gids en werd gepubliceerd in september 2021

Alweer is een sociale robot afgedankt en op straat gezet. Afgelopen juni maakte het Japanse bedrijf Softbank bekend dat het stopt met de productie van robot Pepper, een schattige interactieve mensachtige robot die in 2015 met veel tamtam op de markt verscheen. Pepper is één meter twintig groot, heeft een wit, glimmend plastic lijf en rijdt op wieltjes. Hij kan eenvoudige gesprekken met mensen voeren en zijn armen en handen bewegen. In de afgelopen jaren is Pepper onder meer ingezet als receptionist, gastheer, copresentator, museumgids en – in Japan – zelfs als boeddhistische priester. In totaal zijn er zo’n 27.000 Peppers van de productieband gerold voor een verkoopprijs van 1800 dollar per stuk.

Veel tranen lijken er echter niet gelaten om het einde van Pepper. Roboticus professor Noel Sharkey vertelde in een reactie aan de BBC zelfs dat hij blij is: ‘Pepper heeft veel schade toegebracht aan het echte roboticaonderzoek door een valse indruk te wekken van een slim cognitief wezen dat gesprekken kan voeren. Maar Pepper werd vaak op afstand bestuurd door een mens. Het publiek op deze manier misleiden is gevaarlijk en geeft een verkeerde indruk van de mogelijkheden van kunstmatige intelligentie in de echte wereld.’

Het falen van Pepper als commercieel product ligt in het verlengde van het falen van andere sociale robots in de afgelopen jaren. Zelfs niet-mensachtige interactieve robots als Jibo, Kuri en Cozmo, alle drie een speelgoedachtig uiterlijk en een stuk goedkoper dan Pepper, flopten en hun producenten gingen snel failliet. Neem Jibo, een soort dikkige bureaulamp met een rond beeldscherm als gezicht op een bolvormig hoofdje. Jibo heeft een camera met gezichtsherkenning en begrijpt gesproken commando’s. De robot werd ontworpen en gebouwd door een team rondom een van ’s werelds belangrijkste pioniers op het gebied van sociale robots, Cynthia Breazeal van het Massachusetts Institute of Technology (MIT). Zelfs met haar kennis en ervaring lukte het niet om van Jibo een succes te maken.

Lees het hele verhaal op de website van de VPRO Gids

Schilderrobot Bob Rob bekwaamt zich in Delfts Blauw

Schilderen zien we als een op en top menselijke vaardigheid, een combinatie van handvaardigheid en creativiteit. Onderzoekers van de faculteit industrieel ontwerpen onderzoeken hoe ver een robot kan komen in de schilderkunst. Het beschilderen van Delfts Blauwe tegeltjes is het nieuwste robothoogstandje.


Dit verheel schreef ik voor Delft Design Stories en werd gepubliceerd in juni 2021

Met mathematische precisie trekt een dun penseeltje lijn na lijn na lijn over een vierkant stuk keramiek. Het is de opmaat voor een klassiek Delfts Blauw tegeltje. Er verschijnen contouren van veren, van een vleugel, van pootjes en ogen. Alles zonder aarzeling, met vaste hand getekend. Als het penseeltje de laatste lijn achter zich laat, zien we een abstracte weergave in strakke lijnen van het beroemde schilderij ‘Het puttertje’ van Carel Fabritius uit 1654.

Degene die het penseeltje zo akelig nauwkeurig en volstrekt onverstoorbaar hanteert is echter geen meesterschilder van Delfts Blauw, niet iemand van vlees en bloed die zich jarenlang in het vak heeft bekwaamd, maar de schilderrobot Bob Rob, die in een paar maanden is klaargestoomd.

Lees het hele verhaal op de website van Delft Design Stories.

Friday, December 18, 2020

De ultieme troost van de slimme machine

De opmars van slimme robots en computers van de afgelopen twintig jaar is pas een glimp van wat we de komende decennia kunnen verwachten.

Dit artikel is geschreven voor de VPRO Gids #51 van 2020 met als thema 'troost'.



“Dear Mr. President. As one of the largest ice caps in the world, please don’t forget about us, please fight for us. We are melting. It hurts. We are sad. We are dying. Please do not forget us. Your friend, Ice Cap.”

Deze tekst is niet door een mens geschreven, maar door kunstmatige intelligentie: robotschrijver GPT-3. GPT-3 is de belangrijkste doorbraak in de kunstmatige intelligentie van 2020. Geef GPT-3 een stukje van een verhaal, een gedicht, een liedje of een essay en de machine schrijft een stuk tekst die het als de meest waarschijnlijke voortzetting beschouwt. De zinnen van de robotschrijver zijn soms onzinnig, soms hilarisch, soms creatief, soms troostvol. GPT-3 is de krachtigste taalmachine die ooit is gebouwd.

Kunstenaar Jeroen van der Most en onderzoeker Peter van der Putten (Universiteit Leiden) gebruikten GPT-3 in hun kunstproject Letters from Nature. Zij lieten de computer namens ijskappen, gletsjers, koraalriffen en bedreigde eilanden brieven schrijven aan wereldleiders om ze te waarschuwen en om hulp te vragen. De openingszinnen van dit artikel komen uit de Letters from Nature.

Van der Most heeft eerder ook al talloze andere kunstwerken samen met kunstmatige intelligentie gemaakt. Gevraagd naar wat hij troostrijk vindt aan GPT-3, schrijft Van der Most per e-mail: “Technologie wordt vaak gezien als iets dat vervreemdt. Maar bij goed gebruik, kunnen we met systemen als GPT-3 juist diepere relaties aangaan met onze omgeving. Wanneer we in Letters from Nature de natuur zelf een stem geven, creëren we een diepere relatie tussen de natuur en de mens, een relatie met meer begrip en empathie. Ik zie kunstmatige intelligentie steeds meer als intermediair om grenzen te overbruggen: tussen mens en natuur, tussen mens en object — denk aan slimme apparaten — of tussen mens en mens — denk aan kunstmatige intelligentie om de pijn van alzheimerpatiënten in te schatten, als ze die zelf niet meer kunnen verwoorden.”

Lees de rest van het artikel in de VPRO Gids #51, 2020

Sunday, September 13, 2020

Self-driving vehicles start understanding pedestrians and cyclists

This article was published online by ACM News on August 12, 2020




For a driverless vehicle, it matters a lot whether it is driving around in Phoenix, AZ —where many current large-scale tests take place—or in Amsterdam, capital city of the Netherlands. Compared to Phoenix, the roads in Amsterdam are narrower, might involve bridges over canals, and are generally less structured. The weather in Amsterdam is also unstable and often includes showers, but the biggest difference lies in the traffic composition. In the Dutch capital there are many more cyclists and pedestrians on the streets than in Phoenix, getting up close to the vehicles and not always obeying traffic rules.

In the center of Amsterdam, a self-driving vehicle would have to make decisions constantly: does the pedestrian who is suddenly crossing the road see the vehicle? What is the woman with a child on the back of her bike planning to do? At the Netherlands' Delft University of Technology, Dariu Gavrila is leading the Intelligent Vehicles research group. Gavrila focuses on the interaction between self-driving vehicles and vulnerable road users, such as pedestrians and cyclists. Gavrila received the IEEE ITS Outstanding Research Award 2019 for his long-term work on active vulnerable road user safety.

Read the whole story on the website of ACM News

Tuesday, February 4, 2020

De robotkraamkamer is gereed

Mensen en dieren reproduceren zichzelf volgens de principes van evolutie. Robots kunnen dat niet. Tenminste nog niet. Hoogleraar Guszti Eiben ontwikkelt robots die zich wel degelijk kunnen voortplanten. Superhandig voor het fokken van totaal nieuwe typen robots.



Dit artikel is gepubliceerd in de VPRO Gids van 1-7 februari 2020

Een robotarm beweegt over een tafel vol onderdelen op zoek naar het juiste puzzelstukje voor een gloednieuw robotlichaam. In deze robot-organenbank, want dat is het in feite, liggen kant-en-klare componenten zoals een computerchip, een cameraatje en kabeltjes. Elders liggen 3D-geprinte onderdelen: de bouwstenen voor de romp, de wielen, de armen, benen, poten of wat voor soort exotische ledematen dan ook van de robotbaby. De robotarm monteert de componenten een voor een tot een op twee wielen rijdend, doosvormig robotje.

Het is september 2019 wanneer in een robotlab in het Britse Bristol voor het eerst volautomatisch deze rijdende robotbaby ter wereld komt. Geen mensenhand is er aan te pas gekomen. De bedoeling is dat in deze robotkraamkamer in de komende jaren nog meer robotbaby’s het licht gaan zien.

Drie jaar eerder had hoogleraar kunstmatige intelligentie Guszti Eiben van de Vrije Universiteit Amsterdam voor het eerst een vader- en een moederrobot — de een met het uiterlijk van blauwe spin, de ander met het uiterlijk van een groene gekko — met elkaar laten paren. Via de computer hadden de twee geliefden virtuele genetische codes uitgewisseld. De kruising van de vader- en moedergenen werd naar een 3D-printer gestuurd die de bouwstenen van de robotbaby uitprintte. Vervolgens moest er wel nog een promovendus aan te pas komen om de uitgeprinte blokjes en overige robotonderdelen handmatig in elkaar te knutselen tot een robotbaby.

Deze robotbaby haalde het nationale en internationale nieuws. Het was een proof-of-concept dat evolutie in robots in principe mogelijk is zodra 3D-printers werkelijk alle onderdelen van een robot kunnen printen, wat nog lang niet het geval is.

De robotkraamkamer in Bristol heeft dus het werk van de promovendus helemaal overgenomen. Weer een belangrijke stap op weg naar autonome robotevolutie. Want dat is het ultieme doel: een automatisch systeem dat volgens de evolutionaire principes van variatie, selectie en erfelijkheid meerdere generaties van nieuwe robots creëert in de robotkraamkamer en deze vervolgens spelenderwijs klaarstoomt voor een of andere nuttige toepassing in de grote-mensenwereld.

Lees de rest van het artikel in de VPRO Gids of op de website van NPO Radio 1.

Hyperlinks
Website ARE-project: https://www.york.ac.uk/robot-lab/are/
Website Guszti Eiben: https://www.cs.vu.nl/~gusz/
Filmpje van de eerste robotbaby (2016): https://www.youtube.com/watch?v=BfcVSb-Q8ns

Wednesday, December 11, 2019

Meerwaarde van mens met machine

Hoe ontwikkel je kunstmatige intelligentie die goed met mensen kan samenwerken? Dat is het doel van het NWO Zwaartekrachtprogramma Hybrid Intelligence: Augmenting Human Intellect.


Dit artikel is gepubliceerd in I/O Magazine van december 2019. Download het magazine hier.

Computers zijn veel beter dan mensen in schaken en go, maar mensen hebben veel meer gezond verstand dan computers. Robots kunnen perfect de hele dag grote auto-onderdelen in elkaar zetten, maar ondanks de jaren zestig-fantasieën over Rosie-de-Robot zijn mensen nog steeds veel handiger dan robots in het doen van het huishouden. Voor veel toepassingen in de echte wereld is de combinatie van mens en machine krachtiger dan een van beide afzonderlijk. Dat is de achterliggende filosofie van het onderzoeksprogramma Hybrid Intelligence dat dit jaar een NWO Zwaartekrachtsubsidie kreeg van twintig miljoen euro voor tien jaar. Bij het programma zijn in totaal zo’n dertig onderzoekers van zes Nederlandse universiteiten betrokken.

Mede-bedenker en programmaleider is Frank van Harmelen, hoogleraar kunstmatige intelligentie aan de VU. “Veel van de kunstmatige intelligentie van dit moment is gericht op machines die autonoom functioneren en mensen vervangen. Ons doel is juist om kunstmatige intelligentie technisch geschikt te maken om met mensen samen te werken. Om dat doel te halen werkt een groot deel van de onderzoekers binnen kunstmatige intelligentie in Nederland met elkaar samen. Dat vind ik heel bijzonder aan ons programma.”

Om hun doelen concreet te maken schetsen de onderzoekers drie toekomstscenario’s voor de zorg, het onderwijs en de wetenschap. Van Harmelen: “In de zorg is ons doel om robots samen met verpleegkundigen te laten zorgen voor kinderen met kanker. In het onderwijs willen we kijken hoe robots en menselijke docenten samen beter onderwijs kunnen geven. En in de wetenschap hebben we echt een moonshot geformuleerd: het publiceren van een wetenschappelijk artikel waarvan de computer co-auteur is. Dat is het moeilijkst te halen doel.”

Mens-machine-samenwerking stelt nieuwe uitdagingen

Om deze doelen te halen werken de onderzoekers in vier onderzoekslijnen, samengevat in de afkorting CARE: Collaborative, Adaptive, Responsible en Explainable. In de onderzoekslijn collaborative draait het om de samenwerking tussen mens en machine. Van Harmelen: “In de kunstmatige intelligentie van dit moment onderzoekt men vooral de samenwerking tussen machines onderling: multi-agent-systemen heet dat vakgebied. De samenwerking tussen mens en machine stelt ons echter voor heel nieuwe uitdagingen. Zo zouden machines dan ook moeten weten wat mensen wel en niet weten. Machines moeten een theory of mind hebben, zoals dat heet. Dat hebben ze nu nauwelijks.”

Daarnaast draait in de huidige kunstmatige intelligentie veel om het machinaal leren van grote hoeveelheden data. Maar de wereld verandert voortdurend en na iedere verandering heeft een getrainde machine vaak geen antwoord meer op de nieuwe uitdagingen. “Voor het omgaan met zo’n dynamische wereld moeten machines dus ook adaptief zijn”, zegt van Harmelen. Dat is de tweede onderzoekslijn. “Kunstmatige intelligentie heeft daarvoor niet alleen data nodig, maar ook kennis van de wereld. Beide aanpakken willen we combineren.”

De derde onderzoekslijn, responsible, draait om het bijbrengen van normen en waarden aan machines. Van Harmelen: “We willen wel dat onze machines zich gedragen naar de normen en waarden die wij als mensen belangrijk vinden. Een machine moet bijvoorbeeld leren dat hij niet mag liegen. En een robot die voor de klas staat zou ook moeten weten hoe hij zich tegenover zijn leerlingen moet gedragen. Net als mensen moeten machines leren socialiseren.”

De vierde en laatste onderzoekslijn, explainable, heeft als doel om machines ook te laten uitleggen waarom ze een bepaalde beslissing willen nemen of hebben genomen. Veel lerende systemen van tegenwoordig werken als een zwarte doos. Maar om met mensen samen te werken zullen machines ook moeten kunnen uitleggen wat ze willen en waarom.

Volgens van Harmelen loopt Nederland voorop in het onderzoek naar hybride intelligentie: “Je ziet op sommige plekken in de wereld soortgelijke initiatieven ontstaan, bijvoorbeeld aan Stanford in de VS, maar wij waren er vroeg bij. Ook ligt ons onderzoeksplan sterk in lijn met de filosofie die de EU heeft over kunstmatige intelligentie.”



Sociale interactie

Binnen Hybrid Intelligence wordt hoogleraar logica en cognitie Rineke Verbrugge van de Rijksuniversiteit Groningen verantwoordelijk voor het onderzoek naar hoe machines een theory of mind kunnen krijgen. Verbrugge: “Ik definieer theory of mind als je kunnen indenken wat een ander denkt, gelooft, weet en bedoelt. In de sociale interactie gebruiken mensen dat voortdurend. Ik weet dat jij weet dat Amsterdam de hoofdstad is van Nederland. Maar ik weet ook dat jij weet dat ik weet dat Amsterdam de hoofdstad is van Nederland.”

Mensen ontwikkelen die vaardigheid geleidelijk. Ergens tussen het derde en vierde levensjaar leren kinderen te begrijpen wat iemand anders wel of niet weet. Rond hun zesde of zevende leren kinderen te redeneren over wat ze denken dat anderen over hen denken. En zo rond de tienjarige leeftijd begrijpen kinderen wat het betekent als iemand anders iets expliciet belooft.

Het onderzoek van Verbrugge gaat een belangrijke rol spelen in de onderzoekslijn collaborative. Verbrugge: “Bij samenwerken hoort een collectieve intentie. Je wilt samen een doel bereiken. Dan heb ik bijvoorbeeld de intentie dat jij meewerkt, maar ik wil ook dat jij weet dat ik wil meewerken. Als computers in het team zitten dan zullen ze ook moeten begrijpen hoe de menselijke theory of mind werkt. Wat weet een ander teamlid en wat niet? Wat zijn de wensen van andere teamleden? Momenteel kunnen computers dat alleen in geïdealiseerde spelomgevingen met duidelijke spelregels en duidelijke ja- of nee-beslissingen. Maar in de echte wereld schieten computers nog tekort. Neem het conflict tussen Israël en Palestina. Daar spelen emoties een grote rol, net als de gecompliceerde geschiedenis. Huidige computers kunnen daar niet mee omgaan. Hetzelfde geldt voor het begrijpen van lichaamstaal. Mensen kijken naar een ander om er achter te komen wat iemand denkt. Computers zijn daar slecht in.”

Computer als co-auteur

Stel dat een computer over tien jaar inderdaad co-auteur van een wetenschappelijk artikel wordt, wat moet de machine dan beheersen aan theory of mind? Verbrugge: “Dan moet de computer vragen kunnen beantwoorden over het artikel. Hij moet ook kritiek kunnen pareren. Of kunnen zeggen: sorry dat heb ik verkeerd geïnterpreteerd, een andere interpretatie ligt toch meer voor de hand. De computer mag alleen maar als co-auteur bij het artikel als hij volledig dezelfde verantwoordelijkheden heeft als de menselijke co-auteurs.”

Daarnaast zou de computer ook in staat moeten zijn tot meta-redeneren: hij moet inzicht hebben in waarin hij zelf wel en niet goed is en waarin zijn teamleden wel of niet goed zijn. Verbrugge: “Het zou mooi zijn als de computer zelf bedenkt dat die en die wetenschappers elkaar nog niet kennen maar gezien hun expertises wel eens heel goed zouden kunnen samenwerken aan het artikel.”

Alle hoofdonderzoekers binnen Hybrid Intelligence gaan twee eigen promovendi begeleiden en begeleiden mee bij twee promovendi van collega-onderzoekers. Dat is met opzet gedaan om zoveel mogelijk kruisbestuiving te krijgen tussen de verschillende disciplines in de kunstmatige intelligentie.

Naast haar inhoudelijk-wetenschappelijke taak wordt Verbrugge ook voor een dag per week verantwoordelijk voor de educatie en training binnen het programma. “We willen de volgende generatie voldoende bagage meegeven, zowel de studenten en promovendi, als de postdocs en universitair docenten. En die bagage omvat meer dan alleen wetenschap. Promovendi die later het bedrijfsleven willen ingaan willen we de juiste training geven, maar ook promovendi die hoogleraar willen worden. En omdat kunstmatige intelligentie een steeds grotere impact op de samenleving gaat krijgen willen we onze jonge onderzoekers ook voorbereiden op het communiceren van hun wetenschap naar een algemeen publiek. En natuurlijk moeten ze leren nadenken over de ethische en sociaal-maatschappelijke gevolgen van hun werk.”


Programma in vogelvlucht:
Budget: € 20 miljoen

Looptijd: 10 jaar

Betrokken universiteiten: VU (penvoerder), UvA, TU Delft, Universiteit Leiden, Universiteit Utrecht, Rijksuniversiteit Groningen

Onderzoekslijnen: Vier aspecten van kunstmatige intelligentie, samengevat in de afkorting CARE: Collaborative, Adaptive, Responsible en Explainable.

Praktijkdoelen: In de zorg: robots die samen met verpleegkundigen samenwerken in ziekenhuizen voor kinderen met kanker. In het onderwijs: teams van robots en docenten om samen beter les te geven. In de wetenschap: een gepubliceerd wetenschappelijk artikel waarvan een computer co-auteur is.

Hyperlinks
https://www.hybrid-intelligence-centre.nl
https://www.cs.vu.nl/~frankh/
https://rinekeverbrugge.nl

Thursday, November 14, 2019

'Robots zijn ook een onderdeel van de natuur'

Dit artikel is gepubliceerd op de website van Marineterrein Amsterdam, ter gelegenheid van het feit dat november 2019 Blade Runner-maand is. De legendarische sciencefiction film uit 1982 speelde immers in november 2019. 

Op de website van het Marineterrein kun je ook de bijpassende fragmenten uit de film Blade Runner bekijken.


Rob van Hattum is eindredacteur wetenschap bij de VPRO en chief science officer bij het NEMO Science Museum in Amsterdam. Hij maakte talloze radio- en tv-uitzendingen over robots en is een fan van de film Blade Runner. Samen met zijn NEMO-collega’s bereidt hij momenteel een tentoonstelling voor over big data op het Marineterrein in Amsterdam. NEMO huurt daar een oude gymzaal waar het de komende vijf jaar tijdelijke tentoonstellingen wil organiseren die raken aan actuele thema’s en die het niet goed kwijt kan in de hoofdvestiging. De big data-tentoonstelling zal raakvlakken krijgen met het thema robots.

Wetenschapsjournalist Bennie Mols, gespecialiseerd in kunstmatige intelligentie en robots, sprak met Rob van Hattum over Blade Runner, de ontwikkeling van robots, het maken van programma’s over robots, en over de relatie tussen mens en technologie.

Waarom ben je zo’n fan van Blade Runner?

“Ik heb Blade Runner een keer of vier, vijf gezien. Een prachtige film. Visueel een enorm spektakel. Hoewel de film zich afspeelt in 2019, is het geen voorspelling van de wereld in 2019. We hebben geen robots die er precies als mensen uitzien en die zich precies zo gedragen als mensen, zoals de replicants in de film. We hebben ook geen vliegende auto’s. Maar de film gaat ook niet over het voorspellen van technologie.

Uiteindelijk gaat de film over ons als mensen, over onze drijfveren, onze motieven en onze dromen. De zoektocht van de replicants, de robots, is een heel menselijke zoektocht. Wij mensen weten dat we doodgaan. Omdat we dat niet kunnen uitstaan, zoeken we naar een betekenis van het leven, zoeken we naar een ziel of worden we religieus. De replicants weten dat ze maar vier jaar leven en ze nemen het hun menselijke schepper kwalijk dat hij dat ingebouwd heeft. Heel begrijpelijk.

Een ander interessant aspect vind ik de agressie van de robots. Ik hou op zichzelf niet van geweld, ook niet in deze film, maar het geweld van de robots is wel voorstelbaar. Bij mens en dier is agressie een gevolg van de kracht van de evolutie. Organismen hebben een drijfveer om te overleven. Ze moeten wel, want anders sterven ze uit. De robots in Blade Runner zijn gemaakt door ons en gemodelleerd naar ons. Dus het is niet raar dat ze ook ons soort agressie vertonen.”

Kun je je eerste kennismaking met robots nog herinneren?

“Eind jaren zeventig, vlak voor ik radioprogramma’s bij de VPRO ging maken, heb ik een tijd filosofie gestudeerd. Een onderdeel daarvan was kunstmatige intelligentie. Toen las ik een artikel dat ging over grondrechten van robots. Dat artikel introduceerde een mensachtige robot. Die robot hield van muziek, van literatuur, van discussies over politiek en hij kon ook nog gedichten schrijven. De centrale vraag die het artikel vervolgens stelde, was of je die robot mag discrimineren op grond van zijn afkomst, op grond van het feit dat hij in een fabriek is gemaakt. Dat vond ik een fascinerende vraag. En dat is ook de link met Blade Runner, want de film is gebaseerd op het science-fictionboek ‘Do androids dream of electric sheep?’, zeg maar op het idee dat robots een gedachtenwereld kunnen hebben. Toen begon ik in de wereld van de kunstmatige intelligentie te duiken. Tegelijkertijd begon ik ook te zien dat wij mensen eigenlijk een soort biocomputers zijn. Ons brein verwerkt informatie op een biologische manier, via een enorm netwerk van hersencellen, en die manier is gevormd door de evolutie.”

Als je een favoriete robot mag kiezen, welke is dat dan?

“Dan kies ik voor het robothondje Aibo, dat in 1999 door Sony op de markt werd gebracht. Aibo was de eerste robot die charmant was. Hij was een beetje onbeholpen, maar gedroeg zich als een metgezel. Ik weet nog goed dat ik een uitzending over robothuisdieren moest presenteren. Vanwege die uitzending hadden we een Aibo aangeschaft. Ik nam hem mee naar de redactie en daar zaten een paar dames die een echte hond hadden en hun honden ook bij zich hadden. In die tijd mocht je je hond nog meenemen naar het werk. Ze zagen Aibo en vroegen: ‘Wat is dat?’ Ik zeg: ‘Dat is een robothond’. ‘Wat stom!’ zeiden ze. Ik zeg: ‘Ik zal ’m wel even aanzetten.’ Ik zette Aibo aan, hij strekte zijn pootjes uit en stond langzaam op. Binnen dertig seconden begonnen de dames Aibo te aaien. Dat was zo fascinerend om te zien.”

Wat is je het beste bijgebleven van het maken van de VPRO-programma’s over robots?

“Voor VPRO Tegenlicht waren we op bezoek bij de Japanse robotbouwer Hiroshi Ishiguro [https://www.youtube.com/watch?v=3AciynL30no]. Hij maakt androïde robots. Zij lijken sprekend op echt bestaande Japanse mensen, maar worden trouwens wel op afstand bestuurd. Eentje is gemodelleerd naar een Japanse nieuwslezeres. Met ons camerateam stonden we bij die robot. Ze kijkt naar je. Ze beweegt. Het voelde voor mij heel ongemakkelijk. Ik zei dat tegen Ishiguro, en toen zei hij: ‘Hoezo ongemakkelijk? Je mag haar best even aanraken.’ Ik legde mijn arm om haar schouder. Toch voelde het alsof ik haar lichamelijke integriteit aantastte, wat in feite natuurlijk onzin is. Het is een robot. Ze kan geen toestemming geven.

Mijn gevoel was precies wat ze in de robotica de uncanny valley noemen: dat we robots die goed op mensen lijken, maar toch net niet helemaal menselijk zijn, als eng ervaren. Aan de andere kant: als de robot exact op een mens lijkt, zoals de replicants in Blade Runner, dan kun je er ook gemakkelijk verliefd op worden. Dat gebeurt ook in de film, tussen hoofdpersoon en blade runner Rick Deckard en Rachael.”

Is er een link tussen robots en de activiteiten op het Marineterrein?

“Ik zou heel graag een robot-pontje realiseren tussen NEMO en het Marineterrein: robotische bootjes die bezoekers heen en weer kunnen varen. We gaan kijken of we daarvoor vergunning van de gemeente kunnen krijgen.

Verder hebben we in de hal van NEMO wel al een robot staan. Dat is robot Pepper, die Jelle Brandt Corstius vergezelde in de VPRO-serie Robo Sapiens. Bezoekers zijn dol op Pepper.

Daarnaast werken we aan een tentoonstelling over big data in onze dependance op het Marineterrein. Wat we daarin graag willen laten zien, is dat het verzamelen van data niet iets is van de 21e eeuw, maar al een lange geschiedenis heeft. Met de uitvinding van de landbouw vonden mensen ook allerlei vormen van het verzamelen van data uit. Denk aan het bijhouden van de hoeveelheid land, bijhouden hoeveel van jou is en hoeveel van mij, bijhouden wat de opbrengst van het land is en wat de waarde van een stuk land is. En nog later natuurlijk ook de introductie van geld als ruilmiddel. We zijn als het ware van jager-verzamelaars data-verzamelaars geworden.

Het idee van het benutten van data is dus al oud. Het is eigenlijk een deel van onze natuur. Een data-gedreven samenleving zie ik als een onderdeel van het grotere technologische verhaal waarin het samenkomen van allerlei wetenschappelijke ontwikkelingen zorgt voor een explosie aan technologische mogelijkheden. En dat is wat we momenteel zien met robots en kunstmatige intelligentie. Robots kunnen in de toekomst gaan leren van de data die op het internet zwerven, of ze kunnen een soort handen en voeten van het internet worden.”

Hoe denk je over de toekomst van de mens in relatie tot de robot?

“Met androïde robots zoals in Blade Runner zal het in de toekomst denk ik niet zo’n vaart lopen. Dat zit minder in de technologie dan in zaken als de kostprijs en in de vraag wat het voor zin heeft om zo’n robot te maken. Ik denk wel dat we zoiets als robothuisdieren gaan krijgen. Die volgen je beter dan echte huisdieren, je kunt er niet allergisch voor zijn, ze gehoorzamen je onvoorwaardelijk en kunnen je altijd helpen. Voor dit soort robotmetgezellen, als huisdier, maar ook in de zorg, zie ik een grote markt.

Ik zie technologie als een onderdeel van de natuur. Voor mij is een vliegtuig ook natuur, en een computer idem dito. We beschouwen een vogelnest toch ook als natuur, of een spinnenweb? Als je een spin cafeïne geeft, dan verandert het spinnenweb van vorm. Het web is dus een product van de neurale activiteit in het brein van de spin. Op dezelfde manier moeten we de creaties van de mens ook zien als een product van onze neurale activiteit. Dat geldt voor al onze technologie, dus ook voor robots. Ook robots zijn een onderdeel van de natuur.

Ik zou niet zover willen gaan door te zeggen dat technologie helemaal een autonoom organisme is, maar het is wel een onderdeel geworden van het evolutionaire systeem. Het is een gevolg van de evolutie en het gaat almaar door. Als mensen maken wij systemen die onze vermogens voorbij gaan. Ik vind dat een mooi idee. We hebben al robots de ruimte in gestuurd. En misschien gaan robots in de toekomst nog wel een groter deel van het heelal voor ons verkennen. Mensen zijn daar helemaal niet geschikt voor.”

Wednesday, November 13, 2019

"Dingen die peuters al beheersen zijn vaak het moeilijkst voor robots"


Voor het novembernummer van technologietijdschrift De Ingenieur interviewde ik Berkeley-hoogleraar Pieter Abbeel 

“Als hoogleraar wil ik voor het grote doel gaan: robots bouwen die net zo goed leren als mensen. Maar als oprichter van mijn eigen bedrijf Covariant.ai moet ik zorgen dat robots nú goed werken voor een klant.”

Aan het woord is Pieter Abbeel (42), een van de wereldleiders op het terrein van lerende robots. Hij is directeur van het Berkeley Robot Learning Lab, hoogleraar aan de Universiteit van Berkeley (Californië, VS) en oprichter van het net twee jaar oude start-up bedrijf Covariant AI. Aan de universiteit ontwikkelt hij kunstmatige intelligentie (AI) om robots sneller nieuwe taken te laten leren. Met zijn bedrijf ontwikkelt hij automatisering die toegepast wordt in de praktijk van onder andere de maakindustrie, de logistiek en de detailhandel. Robotarmen die een grotere variëteit aan producten kunnen oppakken en verplaatsen bijvoorbeeld.

Het volledige interview is te lezen in de papieren editie van De Ingenieur.

Friday, October 25, 2019

Kunstmatige intelligentie en natuurlijke domheid

Op donderdag 24 oktober 2019 was ik een uur lang te gast in het programma De Technoloog van BNR, gepresenteerd door Ben van der Burg en Herbert Blankesteijn. 

We bespraken waarin kunstmatige intelligentie wel en niet goed is en mijn stelling dat de toekomst is aan hybride intelligentie: het combineren van het beste van mens en machine.

De uitzending is hier te beluisteren.


Tuesday, September 10, 2019

‘Slimme AI kan nóóit een mens worden’

Een mens is veel meer dan alleen intelligentie. Vier miljard jaar organische evolutie kun je niet namaken in silicium, zegt informaticus en psycholoog Joanna Bryson.

Dit artikel is gepubliceerd in NRC Handelsblad van maandag 9 september 2019


Het was 1993 en Joanna Bryson, eind twintig, ging onder de hoede van de beroemde roboticus Rodney Brooks werken aan een ambitieus project. Brooks wilde bij het Massachusetts Institute of Technology (MIT) een mensachtige robot bouwen: COG.

De ambitie: COG moest zichzelf ontwikkelen tot het niveau van een driejarig kind. COG had een metalen hoofd, een romp, twee armen en kreeg het postuur van Brooks’ inmiddels ook beroemde collega Cynthia Breazeal. Bryson ging aan de slag met het programmeren van het robotbrein.

De verrassing: „Keer op keer kwamen promovendi onafhankelijk van elkaar naar me toe om te zeggen dat ik zeker niet de stekker uit de robot mocht trekken. Dat vonden ze onethisch”, zo vertelt Bryson nu. Ze is in Nederland omdat ze dinsdag 10 september een lezing geeft op Tilburg University: ‘The Role of Humans in an Age of Intelligent Machines’. „Ik was geschokt. Elke hedendaagse spellingchecker is slimmer dan COG toen. Hoe kon het dat slimme mensen bezorgd waren om een robot, maar zich geen zorgen maakten om de daklozen die je in die tijd in de straten van Cambridge zag liggen? En als feministe vond ik het diep problematisch dat ze een robot meer rechten leken te geven dan een vrouw.

„Bij gebrek aan vooruitgang werd het project na anderhalf jaar stilgelegd. Een robot die zichzelf leert wat we toen met COG voor ogen hadden, bestaat trouwens nog steeds niet.”

Lees de rest van het artikel op de website van NRC Handelsblad

Saturday, June 15, 2019

Podcast Robotisering: een kansrijke toekomst voor iedereen?

Robots zijn slimmer dan wij, sterker dan wij en voor je het weet stelen ze onze banen en nog veel erger: onze autonomie. Het is maar een greep uit de doemscenario’s die voorbij komen. Maar wat is waar? Is er nog zoiets als een arbeidsmarkt in de toekomst en wat is de rol van de overheid om dit alles in goede banen te leiden?



Op 13 juni vertelde ik in een podcast van de Mr. Hans van Mierlo Stichting over robotisering.

Beluister de opname hier.

Saturday, April 27, 2019

Hee, gezellig, mijn co-auteur is een robot!

Kunstmatige intelligentie wordt een steeds belangrijker instrument van wetenschappers. Nederlandse onderzoekers werken aan een robot die co-auteur kan zijn van een wetenschappelijk artikel.




Dit artikel is gepubliceerd in NRC Handelsblad van zaterdag 27 april 2019

‘In veel opzichten zie ik kunstmatige intelligentie als analoog aan de Hubble-telescoop: een wetenschappelijk instrument waarmee we verder kunnen kijken en het universum beter kunnen begrijpen. Ik geloof dat wetenschappers in de komende jaren dankzij kunstmatige intelligentie inzichten zullen genereren op een groot aantal gebieden, van het ontwerpen van supergeleiders tot de ontdekking van geneesmiddelen.” Dat zei Demis Hassabis vorig jaar tijdens zijn lezing over artificial intelligence (AI) bij de Royal Society in Londen. Hassabis is AI-onderzoeker en mede-oprichter van AI-bedrijf DeepMind. Dat werd beroemd door de ontwikkeling van computer AlphaGo, die in 2016 de beste go-speler van het afgelopen decennium versloeg.

Hassabis vertelde in zijn lezing dat hij van alle AI-toepassingen het meest enthousiast is over AI in de wetenschap.

Daar is alle reden toe. In de afgelopen jaren hebben tal van wetenschappelijke disciplines al AI gebruikt, meestal om patronen te vinden in grote hoeveelheden data. Soms leidde dat tot nieuwe inzichten. Zo ontdekten astronomen in 2017 dankzij machine learning, een onderdeel van AI, een nieuwe exoplaneet.

Lees het hele artikel op de website van NRC.

Saturday, April 6, 2019

Kijk, zonder handen

De zelfrijdende auto belooft het verkeer veiliger te maken. Toch zien deskundigen nog veel beren op de weg. En dan moet de autonome auto ook nog morele knopen doorhakken.




Dit artikel is gepubliceerd in de VPRO Gids van 5 april 2019

Om te bewijzen dat je geen robot bent, vragen talloze websites je om negen fotootjes te bekijken: op welk van deze foto’s staat een verkeersbord? Andere keren gaat de vraag over het herkennen van een voertuig, een winkel of een etalage. Waarom dat is? Omdat we zo met ons allen zelfrijdende auto’s trainen om te begrijpen wat ze om zich heen zien.

Dat dit zelfs met de modernste technologie niet altijd goed gaat, bewees het ongeluk met een Tesla Model X in maart 2018 op Highway 101 in Californië. Walter Huang reed met 112 kilometer per uur op de automatische piloot van zijn Tesla toen de auto plots op een betonnen scheiding tussen twee weghelften inreed. Huang kwam om het leven. Ook robotauto’s zijn niet perfect. Soms maken ze fouten die geen mens zou maken.

Toch is hun grootste belofte dat ze het wegverkeer veiliger gaan maken. Wereldwijd vallen er jaarlijks 1,2 miljoen doden door auto-ongelukken. Ruim negentig procent van die ongelukken is te wijten aan menselijke fouten. Zelfrijdende auto’s zouden een groot deel van deze ongelukken kunnen voorkomen. Ze kijken niet op de smartphone, laten zich niet afleiden door medepassagiers, drinken niet en hebben geen last van slaaptekort. En ze zien veel meer dan wij met hun hightechsensoren: infraroodcamera’s, radar, lidar, ultrasone sensor en gps-navigatie. Weg dode hoek, weg mist, weg duisternis. In theorie dan.

Lees de rest van het artikel op de VPRO website.

Monday, February 25, 2019

De toekomst van robots

Vanavond zou ik een presentatie houden over de toekomst van robots tijdens de allerlaatste SMC050 in Groningen. Helaas ben ik verhinderd en kan ik mijn verhaal niet live vertellen. Echter: in dit filmpje leg ik aan de hand van de onderstaande vier slides in 7 minuten uit welke twee ideeën wat mij betreft centraal staan in de toekomst van robots:











Thursday, February 7, 2019

The promise and perils of social robots





On Friday February 8 (from 12.15-13.15) I moderated a panel discussion about "The promise and perils of social robots" at Etmaal 2019.

Panelists were: dr. Pim Haselager (Radboud University), prof. dr. Elly Konijn (VU), prof. dr. Jochen Peter (UvA) and prof. dr. Nicole Krämer (University of Duisburg-Essen).

We had a very lively panel discussion. Click on the link below to listen to a recording of the panel discussion:


Main questions we discussed:

What behaviour should a robot show to make us believe it has a mind?
What is needed to make robots engaging interaction partners?
To what extent can robots fulfill our social and emotional needs?
How desirable is it to use robots as a substitute for human companionship?

I asked the four panelists to come with their own statement on social robots:

Pim Haselager: “Human-robot interaction will remain a struggle for a long time”

Elly Konijn: “Robots make a more human approach possible in the public domain: healthcare, education, service” 

Nicole Krämer: “When trying to implement dialogue in social robots, we learn about the wonderful, inimitable communication abilities of humans” 

Jochen Peter: “Whether we like it or not, social robots will in the long run change how we relate and communicate with each other”


Saturday, January 5, 2019

How will robots change our lives? A quick guide

If you want to know how robots will change our lives, watch this two-minute video about the English edition of the book Hallo robot that I wrote together with Nieske Vergunst and that was published at the end of 2018 by Canbury Press.

Soon there wil be a Chinese edition as well. 



In 2019 I continue to give presentations about both AI and robotics, like I have done with great pleasure in 2018 for a wide variety of organisations (check this overview). 

So, if you are interested in a presentation which is both entertaining and in accordance with the latest scientific results, please let me know.

Thursday, November 15, 2018

Hoe een poepende roboteend een filosofisch debat op scherp stelde

Dit artikel is gepubliceerd in de VPRO Gids van november 2018


“De eend strekt zijn nek uit om de maïskorrels uit je hand te pikken, slikt ze door, verteert ze en via de gebruikelijke passage verdwijnen ze in zijn ontlasting. Je ziet al deze acties….gekopieerd van de Natuur.” Dat schreef de Zwitserse uitvinder Jacques de Vaucanson (1709-1782) over zijn beroemdste creatie. De mechanische eend kon ook drinken, een gorgelend geluid maken en met zijn vleugels fladderen. 

In 1739 stond deze ingenieuze automaat tentoongesteld in het Hôtel de Longueville in Parijs. Links van de eend stond een mechanische trommelaar, rechts een mechanische fluitspeler. Maar automaten die muziek konden maken, bestonden al eeuwen, zowel in Europa als in China en in de Arabische wereld. Echt nieuw was een automaat die niet alleen kon bewegen, maar zelfs kon eten, spijsverteren en poepen. Dat konden toch alleen dieren van vlees en bloed? Vaucanson had er bewust voor gezorgd dat de bezoekers het inwendige van de roboteend konden zien, zodat ogenschijnlijk niets verborgen was.

Natuurlijk had de eend helemaal geen echte spijsvertering. De uitwerpselen waren natuurgetrouwe nabootsingen die via een verborgen holte uit de eend werden geduwd. Maar de eend zette een filosofisch debat op scherp. In de 17e eeuw had de filosoof René Descartes beweerd dat dieren niets anders dan machines waren. Ze deden alleen wat voorgeprogrammeerd was. Vaucanson wilde met zijn eend het omgekeerde demonstreren: je kunt een mechanische machine bouwen die in alles lijkt op een echt dier.

Maar waarom ophouden bij een dier als machine of een machine als dier? De Franse arts en filosoof Julien Offray de La Mettrie, geboren in hetzelfde jaar als Vaucanson, ging dan ook een stap verder. Hij beweerde dat ook de mens niet meer dan een machine was. En hij schreef dat hij hoopte dat een groot uitvinder als Vaucanson in de toekomst zoiets zou kunnen bouwen als een mechanische mens: “Een machine die niet langer voor onmogelijk gehouden moet worden, zeker niet onder de handen van deze tweede Prometheus.”

Wanneer we de hedendaagse hoop en angst over robots en kunstmatig intelligente computers willen begrijpen, dan moeten we beseffen dat zowel deze hoop als deze angst diep geworteld zijn in de menselijke cultuur. Robots hebben mensen al drieduizend jaar gefascineerd. Dromen over robots in werken als De Ilias van Homerus werden in vele eeuwen daarna eerst omgezet in speelgoedachtige automaten. Later volgden praktische automaten zoals automatische weefmachines, die menselijke handarbeid vervingen. Al deze automaten zijn voorlopers van de uitvinding van de programmeerbare robot halverwege de 20e eeuw. Het zit diep in ons: we proberen machines te bouwen die menselijke, ja liefst bovenmenselijke capaciteiten hebben, maar tegelijkertijd zijn we bang dat deze machines niet ondergeschikt aan ons blijven.

‘Vaucancons poepende roboteend’ is deel 1 van een zesdelige reeks radioverhalen over vreemde ideeën uit het verleden. De serie, getiteld Tijdgeest, is gemaakt door Julie Blussé. In de eerste aflevering praat ze met dierfilosoof Erno Eskens en hoogleraar geschiedenis van de psychologie Douwe Draaisma over de filosofische betekenis van de poepende eend. Waar ligt de grens tussen mechanisch ding en levend wezen?

Informatie
‘Vaucancons poepende roboteend’ wordt uitgezonden op zondag 18 november in het VPRO-programma OVT op NPO Radio 1, tussen 10.00 en 11.00. De aflevering is al vanaf 11 november te beluisteren in de podcast van Tijdgeest.

Saturday, November 10, 2018

Waarom computers het afleggen tegen peuterintuïtie

Hoe kan het toch dat computers op bovenmenselijk niveau schaken en go spelen, maar qua gezond verstand nog niet in de buurt komen van driejarigen?


Dit artikel is gepubliceerd in NRC Handelsblad van zaterdag 10 november 2018

Een man met een stapel papier in zijn handen loopt naar een gesloten kast toe. In de hoek van de kamer kijkt een klein jongetje toe. De man botst tegen de kast op, doet een paar stappen terug, loopt weer naar voren en botst voor de tweede keer tegen de kast op. Weer doet hij een paar stappen terug. Dan loopt het jongetje naar de kast, opent de deuren en kijkt omhoog naar de man. De man loopt weer naar de kast en terwijl het jongetje omlaag kijkt naar een boekenplank, legt de man de stapel papier in de kast.

De video van deze scène is afkomstig van de psychologen Felix Warneken en Michael Tomasello. Zij deden onderzoek naar altruïsme bij jonge kinderen.

De Amerikaanse cognitiewetenschapper en onderzoeker van kunstmatige intelligentie Josh Tenenbaum, verbonden aan het MIT in Massachusetts, gebruikt dezelfde video juist om de beperkingen van de huidige kunstmatige intelligentie te illustreren. Tenenbaum zei afgelopen juli op een congres over kunstmatige intelligentie: „Het jongetje is anderhalf jaar oud en heeft deze situatie nog nooit eerder gezien. Hij begrijpt de bedoeling van de man en hij begrijpt de functie van de kast. Denk je eens in wat het jongetje allemaal moet weten om te doen wat hij doet. Geen enkele computer of robot kan wat dit jongetje kan.”

[...]

Om nog beter te begrijpen waarom het voor kunstmatige intelligentie nog steeds zo moeilijk is om te doen wat het anderhalf jaar oude jongetje doet, ga ik met de video op mijn laptop langs in Nijmegen, bij twee Nederlandse experts: cognitiewetenschapper Iris van Rooij en hoogleraar kunstmatige intelligentie Marcel van Gerven, beiden verbonden aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. Allebei kennen ze het werk van Tenenbaum goed, maar kijken er vanuit een ander perspectief tegenaan: Van Rooij als cognitiewetenschapper, en Van Gerven als neurowetenschapper en onderzoeker en ontwikkelaar van kunstmatige intelligentie.

Lees het hele artikel op de website van NRC Handelsblad.