Showing posts with label Internet. Show all posts
Showing posts with label Internet. Show all posts

Wednesday, December 4, 2019

De toekomst van het internet

Tijdens het 22e Jaarcongres ECP op 14 november in Den Haag discussieerden Marleen Stikker, Valerie Frissen, Kees Neggers en Michiel Steltman over de toekomst van het internet. Hoewel ze alle vier serieuze problemen signaleren met het huidige internet, zijn ze optimistisch over de toekomst. Maar dan moeten we het internet wel als een publieke infrastructuur gaan zien die de waarden waarborgt die we met ons allen in de samenleving belangrijk vinden.


Dit artikel is gepubliceerd op de website van SIDN

Het internet heeft de wereld economisch en maatschappelijk veel gebracht. Het is echter wel een product van een andere tijd. Toen het internet vanaf 1969 – dit jaar 50 jaar geleden − geleidelijk aan werd ontwikkeld, is er geen rekening gehouden met het huidige gebruik. Aan zaken als veiligheid en privacy is toen niet of nauwelijks gedacht. Real-time toepassingen als video of Skype waren nog lang niet in zicht. En over de vercommercialisering van het internet via Big Tech-bedrijven als Facebook en Google maakte niemand zich nog zorgen.

Onder leiding van wetenschapsjournalist Bennie Mols discussieerden Kees Neggers (internetpionier en oud-directeur SURFnet), Marleen Stikker (directeur en mede-oprichter Waag), Michiel Steltman (directeur Stichting Digitale Infrastructuur Nederland) en Valerie Frissen (hoogleraar Digitale Technologie en Sociale Verandering en directeur SIDN fonds) over de toekomst van het internet.

Vinger aan de pols van het internet anno 2019

De vraag naar de toekomst van het internet begint bij de vraag hoe de diagnose luidt van het internet anno 2019, vijftig jaar na het begin van het ARPANET. Internetpionier Kees Neggers loopt van alle vier de panelleden verreweg het langst mee in de ontwikkeling van het internet, al sinds begin jaren 70. Zijn korte en krachtige diagnose luidt: “Het internet is een schitterend ongeluk.” Neggers vertelt dat het internet een onmisbare infrastructuur is geworden, maar dat we zijn vergeten om het op tijd aan te passen op het veranderende en massaler wordende gebruik. Hij doelt dan vooral op de technische infrastructuur waarop al onze internettoepassingen draaien.

Valerie Frissen breidt de diagnose van Neggers nog verder uit: “Niet alleen technisch, maar ook maatschappelijk is het internet een schitterend ongeluk.” Maatschappelijk gezien hebben we het internet verwaarloosd, vindt zij. “En dat gaat verder dan liefdevolle verwaarlozing. Ik noem dat zelfs liefdeloze verwaarlozing.”

Marleen Stikkers diagnose heeft dezelfde strekking als die van Frissen en is ook de titel van een boek dat zij eind november publiceert: ‘Het internet is stuk − Maar we kunnen het repareren’. Wat stuk is volgens Stikker, is het publieke vertrouwen in het internet. Veel partijen die zich in de afgelopen decennia bemoeiden met de internetontwikkeling, hanteerden niet altijd publieke waarden, waarden die voor mensen als burgers belangrijk zijn en niet alleen voor mensen als consumenten. Als consument mag het weliswaar fijn zijn dat Facebook gratis is, als democratisch burger is het ongewenst dat Facebook met gratis data van burgers zoveel macht heeft verworven. “Technologie is mensenwerk”, zegt Stikker, “en dat impliceert ook dat er waarden in zitten. Daar moeten we veel meer aandacht aan geven.”

Michiel Steltman is de enige die vooral de positieve kant van het huidige internet benadrukt: “Het gaat wonderbaarlijk goed met het internet. Ondanks allerlei beperkingen en het gebrek aan vertrouwen, vinden er bijvoorbeeld dagelijks miljarden transacties plaats.” Toch beaamt ook hij dat het internet is gaan wringen: aan de ene kant door de macht van de Big Tech-bedrijven en aan de andere kant door de beperking van internetvrijheden door autoritaire regimes.

De toekomst van het Internet
Gegeven de diagnose van het huidige internet, is de vraag met welke remedies we het internet van de toekomst moeten gaan vormgeven. Op technisch niveau is het volgens Neggers noodzakelijk om het internet geleidelijk te vernieuwen. Dat zou moeten beginnen bij vitale infrastructuren zoals banken en energiebedrijven. Neggers: “We zijn het verplicht om daar alternatieven voor te maken. Technisch en maatschappelijk kan het. En waar een wil is, is een weg. Begin met iets beters voor de vitale infrastructuur en laat dan als het ware onder het huidige internet geleidelijk een nieuw internet ontstaan.”

Frissen benadrukt dat een remedie op technisch niveau niet los staat van remedies op maatschappelijk of politiek niveau. “In de SIDN-video over 50 jaar internet (https://www.sidn.nl/50jaarinternet) zei internetpionier Erik Huizer dat er in het eerste ontwerp van het internet ook al bepaalde waarden zaten: het moest open, vrij en voor iedereen toegankelijk zijn. We moeten ons afvragen of die waarden wel goed zijn geïmplementeerd en wat de maatschappelijke gevolgen zijn.”

Ook Stikker vindt dat we opnieuw de balans moeten zoeken tussen aan de ene kant een open internet waarin iedereen kan meedoen en aan de andere kant een veilig internet. “De overheid heeft het internet nooit sterk gereguleerd, hooguit op het terrein van het intellectueel eigendom.”

Steltman is echter bang dat te veel regulering een remmend effect gaat hebben op de innovatie. Hij pleit voor een gepaste regulering. “Een regulering op de multistakeholder-manier, waarbij nadrukkelijk ook bedrijven zijn betrokken.” Nederland loopt op dit terrein voorop, vindt Steltman. “Er ligt nu een memo over soevereiniteit op het internet dat zich kan meten met het historische Mare Librum, het internationale recht dat vrije handel op zee mogelijk maakte. Nederland kan voorop lopen met zo’n multistakeholder-aanpak. Ik noem dat polderen op steroïden.”

“Polderen is mooi”, reageert Neggers, “maar we zien nu al dat we achterlopen door al dat polderen. Je moet soms ook iets op tijd doen. Staten voelen zich onveilig en gaan zich beschermen. Ik zie niet in hoe we een wereldwijde samenleving kunnen creëren als sommige staten zich beginnen af te sluiten.”

Als er iets is wat we in de afgelopen 50 jaar hebben geleerd, zegt Frissen, is het dat het evident is dat het internet meer gereguleerd moet worden. “We hebben toezicht nodig op algoritmes, marktregulering en datasoevereiniteit. Dat we de beginwaarden van een vrij en open internet overeind willen houden, betekent niet dat we het maar moeten overlaten aan het Wilde Westen. Europa manifesteert zich gelukkig steeds meer als een derde macht tussen het neoliberale systeem, Amerika, en het staats-systeem, China.”

Stikker wijst op een initiatief waarmee Europa nadrukkelijk probeert de tekortkomingen van het huidige internet te repareren: het Next Generation Internet-programma (https://ec.europa.eu/digital-single-market/en/policies/next-generation-internet). Daarin worden onder andere belangrijke thema’s als datasoevereiniteit en online-identiteit aangepakt. En we moeten volgens Stikker ook gaan bouwen en zoeken naar alternatieven voor toepassingen die nu worden gedomineerd door de Big Tech-bedrijven uit de VS: “Laten we investeren in positieve ontwikkelingen. Sommige bestaande applicaties onttrekken waarde, bijvoorbeeld in de vorm van energie en data. We moeten de stap zetten naar een productie waarin je wel publieke waarden kunt waarborgen.” Ook vindt ze dat overheden niet afhankelijk moeten zijn van commerciële softwarepartijen. De overheid zou moeten afdwingen dat leveranciers met bepaalde publieke kernwaarden gaan werken.

“We moeten vooral niet denken dat we niets kunnen doen”, voegt Frissen toe. “Ik kan bijvoorbeeld vanuit mijn rol als directeur van het SIDN fonds de makers van nieuwe toepassingen steunen. En Europa vindt regulering heel belangrijk. Wat ook heel belangrijk is, is het versterken van de macht van de eindgebruiker, of, als je het in Marxistische termen wilt zeggen: de macht van het dataproletariaat.”

Stikker stond in 1994 aan de wieg van De Digitale Stad, een initiatief dat een belangrijke rol speelde bij het bekend maken van het internet bij de burger. Want daarvoor waren vooral academische instellingen aangesloten op het internet. De Digitale Stad werd echter maar korte tijd financieel door de overheid gesteund, vertelt Stikker. “Na De Digitale Stad is er geen cent meer in de publieke zaak van het internet geïnvesteerd. Economische zaken en bedrijvigheid zijn nu leidend. We zouden het internet weer meer moeten zien als een publiek goed. Daar omheen kan dan wel weer commercie ontstaan.”

Educatie en digitale geletterdheid
Technisch gezien bestaan er oplossingen voor een betere infrastructuur van het internet. Politiek zou er meer regulering moeten zijn, met oog voor publieke waarden. Maar kunnen burgers zelf ook een rol spelen om de problemen met het huidige internet op te lossen?

Volgens Neggers moet dat beginnen bij de educatie: “Kinderen moeten leren op een verstandige manier met alle digitale mogelijkheden om te gaan. Dat wordt nu gekaapt door grote bedrijven. We moeten de burger weerbaar maken.”

Steltman reageert dat we vaak met de mond het ene zeggen, maar in de praktijk het andere doen: roepen dat privacy belangrijk is bijvoorbeeld, maar vervolgens wel achteloos persoonlijke data weggeven via sociale media. “We moeten ons zelf tegen onze eigen domheid beschermen”, zegt hij. “We doen niet altijd verstandige dingen volgens de waarden die we belangrijk vinden. Met voldoende kennis en ervaring kun je dit oplossen.”

Wat betreft opleiding maakt Stikker zich zorgen over de roep dat we meer tech-werkers nodig hebben en dat we allemaal moeten leren programmeren: “Verantwoord technologiegebruik vraagt om veel meer dan alleen technische kennis. Je moet ook begrijpen wat technologie met mensen doet.”

Momenteel werken in Nederland diverse partijen aan technologie-strategieën, zoals bijvoorbeeld de AI-strategie. Stikker bepleit dat die strategieën van begin af aan interdisciplinair worden gemaakt, iets wat nu meestal niet gebeurt: “Ik stel me voor dat we een soort wasstraat hebben die interdisciplinaire technologie-ontwikkeling waarborgt. En dat alles wat we maken dan door die wasstraat gaat. Zo’n soort designlab, daar heb ik zin in!”

Thursday, November 14, 2019

Hoera, het Internet bestaat 50 jaar!

In opdracht van SIDN mocht ik zes Nederlandse internetpioniers interviewen over 50 jaar Internet: Erik Huizer, Frances Brazier, Kees Neggers, Ted Lindgreen, Jaap Akkerhuis en Boudewijn Nederkoorn.

Vandaag hebben we de prachtige video van deze interviews gepresenteerd, net als een uitgebreide tijdlijn van de ontwikkeling van het Internet en zijn toepassingen:

Klik hier voor de lange versie (18 minuten)


Klik hier voor de korte versie (4 minuten):



Klik hier voor een tijdlijn van de geschiedenis van het internet en zijn toepassingen


Tuesday, November 5, 2019

50 jaar internet - een schitterend ongeluk

In 1969 werd aan de westkust van de VS het eerste computernetwerk geboren: Arpanet. Het zaadje dat zou uitgroeien tot ons huidige Internet. Een kleine geschiedenis van een grote ontwikkeling.





Dit artikel is gepubliceerd in de online-editie van NRC Handelsblad op dinsdag 29 oktober 2019

Terwijl de wereld nog aan het bijkomen was van de eerste mens die enkele maanden eerder voet op de maan had gezet, vond op 29 oktober 1969, vandaag precies vijftig jaar geleden, een doorbraak plaats die toen weinig aandacht kreeg maar uiteindelijk een veel grotere invloed op de wereld zou hebben: voor het eerst werd een bericht tussen twee computers verstuurd, van de Universiteit van Californië in Los Angeles naar het Stanford Research Institute.

Het bericht bestond uit weinig meer dan de letters ‘LO’. Dat had ‘LOG’ moet zijn, als afkorting van ‘LOG IN’, maar bij het versturen van de letter G crashte de verbinding. Aan het einde van dat jaar waren vier computers van vier Amerikaanse universiteiten met elkaar verbonden, een heus computernetwerk. Het Arpanet was geboren, het zaadje van ons huidige Internet, inmiddels toegankelijk voor 55 procent van de wereldbevolking.

Lees het hele artikel op de website van NRC Handelsblad

Wednesday, April 10, 2019

Het Internet is toe aan een nieuwe architectuur

Precies 50 jaar geleden werd het eerste zaadje voor ons huidige Internet geplant. Toen heette dat het Arpanet. Nu heeft ons Internet dringend een nieuwe architectuur nodig. 

"Het Internet moet op de schop daar is geen ontkomen aan" aldus Kees Neggers, voormalig directeur van SURFnet. "De noodzaak is er, technisch weten we hoe het moet, waarom doen we het dan niet? Je kunt je toch niet voorstellen dat straks zelfrijdende auto’s en het internet der dingen afhankelijk gaan zijn van het huidige krakkemikkige Internet?”


Dit artikel is gepubliceerd in het aprilnummer van De Ingenieur.

Het is een wonder dat ons huidige Internet nog steeds draait op een architectuur die in de jaren zestig en zeventig is ontwikkeld. Het is namelijk hoog tijd om over te stappen op een fundamenteel nieuwe architectuur, vindt Kees Neggers, voormalig directeur van SURFnet, het computernetwerk voor hoger onderwijs en onderzoek in Nederland.

Neggers is een Nederlandse internetpionier van het eerste uur die is opgenomen in de Internet Hall of Fame. Hoewel hij al zeven jaar met pensioen is, gaat het Internet hem nog steeds aan het hart. Hij vertelt vol passie over hoe het anders zou kunnen en moeten: “Het Internet is een schitterend ongeluk. Het is zeer succesvol en we kunnen niet meer zonder. Maar we moeten het zien als een prototype. Het is bedacht om onderzoekers die elkaar vertrouwen op een paar computers met elkaar te laten samenwerken. Maar het is helemaal niet in die vorm ontworpen om wereldwijd uitgerold te worden. En het is al helemaal niet bedacht voor allerlei realtime-diensten zoals Skype of Netflix. Het Internet moet op de schop, daar is geen ontkomen aan.”

Lees de rest van het artikel in het aprilnummer van De Ingenieur.

The Arpanet: Celebrating 50 years since ‘LO’

This article was published on April 9, 2019 on the website of the Association for Computing Machinery (ACM).


Internet pioneer Leonard Kleinrock starts an anecdote: “What was the first telegraph message ever sent? Samuel Morse sent the words ‘What hath God wrought?’, a sentence from the bible.

What was the first telephone message? Alexander Graham Bell said to his assistant Thomas Watson: ‘Mr. Watson, come here, I want to see you.’

What were the first words of Neil Armstrong when he set foot on the moon? ‘That’s one small step for man, one giant leap for mankind.’

Those guys were smart. They understood how to do PR.

And what was the first message sent over the internet? Only ‘LO’…We wanted to send the word ‘LOG’ from ‘log in’, but the network crashed after the first two letters…”

In this way ‘LO’ became the first successful inter-computer message transmitted from the University of California in Los Angeles to the Stanford Research Institute on October 29, 1969, this year exactly fifty years ago.

Kleinrock tells this anecdote at the symposium The Arpanet: Celebrating 50 years since ‘LO’ at the AAAS 2019 Annual Meeting in Washington DC. The Arpanet was the seed of what would later become the internet, the global system of interconnected computer networks. Kleinrock and four other pioneers, Vint Cerf, Stephen Crocker, Robert Kahn and David Walden, give a detailed account of a magical period at the end of the sixties, when the internet was born, then named Arpanet, after funding agency Arpa. As moderator Vint Cerf puts it: “this is an assembly of ancient dinosaurs recounting their experiences.”

Read the rest of this article on the website of the Association for Computing Machinery (ACM).

Wednesday, January 4, 2017

Het internet duikt onder water

Zwermen van onderwaterrobots gaan communiceren als dolfijnen.

Zelfs de meest afgelegen plekken op aarde worden stukje bij beetje aan het internet gekoppeld. Maar duik onder water en het internet valt stil − en dat terwijl 71 % van het aardoppervlak uit water bestaat. Als het aan wetenschappers van het Europese onderzoeksproject Sunrise ligt, komt hier verandering in. Zij willen onderwaterrobots via het onderwater-internet met elkaar laten communiceren in zeeën, rivieren en meren. Uit Nederland doen onderzoekers van de Universiteit Twente aan Sunrise mee.

Lees het hele artikel op de website van De Kennis van Nu.

Klik op onderstaande afbeelding om mijn bijdrage aan het Radio 1-programma De Ochtend te beluisteren:



Monday, March 4, 2013

Het internet zit straks overal, ook ín ons

Precies dertig jaar geleden werd het Internet uitgerold naar het publieke domein. Google’s internetevangelist Vint Cerf, een van de vaders van het Internet, speculeert over de komende dertig jaar van het Internet.

Dit artikel is verschenen in NRC Handelsblad van zaterdag 2 maart 2013

Stel dat het Internet een land zou zijn, dan zou het op de vijfde plaats staan van ’s wereld grootse economieën. Natuurlijk had Vint Cerf begin jaren zeventig niet voorzien dat het Internet de wereld zó ingrijpend zou veranderen, maar dat het Internet de wereld zou veranderen, stond voor hem wel vast. Vint Cerf (69) is een van de vaders van het Internet. Hij stond samen met Bob Kahn in 1973 aan de wieg van de technologie die computers met elkaar laat communiceren (zie kader).

Dit jaar is het precies dertig jaar geleden dat het Internet, dat in 1969 begon als een project van de Amerikaanse Defensie, werd uitgerold voor de rest van de wereld. Van een net met vier computers in 1969 tot een net met vijfhonderd computers op 1 januari 1983. En anno 2013? Naar schatting zo’n negen miljard computers en mobieltjes zijn al met het Internet verbonden. Cerf: “Het meest trots ben ik op het feit dat we vanaf het begin een eenvoudige, robuuste structuur hebben gebouwd die volledig decentraal werkt. Juist de vrije en open structuur van het Internet heeft er voor gezorgd dat het Internet zo’n economische en sociale motor is geworden.”



Ik leg Cerf een plaatje voor van het Internet anno 2012: een verzameling van spinnenwebachtige structuren, een wirwar van lijnen die netwerken van computers met elkaar verbinden. Cerf herkent het meteen: “Kijk eens hoe organisch het er uit ziet. Het lijkt wel een netwerk van hersencellen. Maar pas op, het is een fout om het Internet als een brein te zien. Ik zeg niet dat het Internet op een dag wakker wordt en opeens een bewustzijn heeft. Dat is nog steeds science fiction. Maar het plaatje toont wel de kracht van netwerken die zonder enige centrale sturing tot stand zijn gekomen.”

Hij vertelt een anekdote: “In 2003 was ik bij de World Summit on the Information Society, een intergouvernementele top over de informatiemaatschappij. Het Internet was toen al alomtegenwoordig. Toch wilden veel afgevaardigden maar niet geloven dat het Internet geen centrale controle heeft. Ze bleven maar vragen: ‘Wie heeft de controle over het Internet?’ Nou, niemand. Dat is de kracht.”

Rekenkracht op ons en in ons 
Tegenwoordig is Cerf in dienst van Google als ‘Chief Internet Evangelist’, speciaal belast met het nadenken over de toekomst van het Internet. Hoe ziet hij de komende dertig jaar?

“De eerste trend die zich sterk zal doorzetten, is mobiliteit”, zegt Cerf. “Mobiele apparaten hoeven zelf niet krachtig te kunnen rekenen. Ze gebruiken gewoon de enorme rekenkracht van het Internet. Neem een mobiele telefoon-app als Fitbit. Die kan nu al bijhouden hoeveel je dagelijks beweegt. Rekenkracht hebben we straks op ons en in ons. Dat verandert fundamenteel de manier waarop we het Internet gaan zien.”

Een ander voorbeeld van het straks alomtegenwoordige Internet: Google ontwikkelt momenteel de Google Goggles, een bril voorzien van een camera, een microfoon, een speaker en een display dat de brildrager over de zichtbare wereld heen krijgt geprojecteerd. Stel je nou het volgende scenario voor, vertelt Cerf. “Een blinde en een dove dragen allebei zo’n bril. De blinde spreekt tegen de dove. De dove hoort natuurlijk niets, maar zijn bril registreert de spraak, vertaalt deze razendsnel op het Internet naar geschreven tekst, en stuurt de tekst naar de bril. De dove kan dan lezen wat de blinde hem vertelt. De dove op zijn beurt drukt zich in gebarentaal uit tegen de blinde. Maar de blinde ziet de gebarentaal natuurlijk niet. De Google-bril kan straks de gebarentaal zien, op het Internet de betekenis ontcijferen en als spraak naar de speaker van de bril sturen. Zo hoort de blinde wat de dove met zijn gebaren vertelt. Dit kan nu absoluut nog niet. Het is een gek idee. Maar ook weer niet zó gek. Ik denk dat dit binnen dertig jaar mogelijk is.”

Technologie die de communicatie verbetert, ligt Cerf persoonlijk aan het hart. Zelf is hij hardhorend en draagt hij twee gehoorapparaten. Zijn vrouw draagt zelfs in beide oren een cochleair implantaat, dat de werking van het binnenoor nabootst en direct aan het zenuwstelsel is gekoppeld. Dat brengt Cerf bij de tweede toekomstvisie van het Internet: een net dat elektronica direct met het zenuwstelsel en met de hersenen verbindt. “Het kunstmatige netvlies komt er aan, en de mogelijkheden om het brein van een verlamde persoon een robotarm of zelfs een exoskelet te laten aansturen via een breinchip staan in de startblokken. Een nog grotere uitdaging wordt om de computer signalen te laten genereren die het brein interpreteert als geheugen of gedachten. Ik denk niet dat dat binnen dertig jaar gebeurt, daarvoor zullen we eerst veel meer van het brein moeten begrijpen, maar je weet het maar nooit. Er zijn wel gekkere dingen gebeurd.”

Niet alleen gaan we de rekenkracht van het Internet in de toekomst overal en altijd bij ons dragen, ook de dingen − de auto, de koelkast, de thermostaat − sluiten we straks massaal aan op het Internet. “Een verloren sok die je straks dankzij het Internet der Dingen gemakkelijk terugvindt, dat zou nog eens een bijdrage aan de mensheid zijn”, grapt Cerf. In zijn eigen huis laat hij temperatuursensoren elke vijf minuten de temperatuur in elke kamer van zijn huis meten. Zo kan hij aan het eind van het jaar de energiehuishouding evalueren en verbeteringen voor isolatie of airconditioning voorstellen. “Een van de belangrijkste kamers voor mij is de wijnkelder. Ook daar meten sensoren elke vijf minuten de temperatuur. Als het warmer wordt dan 15,5 graden dan ontvang ik een waarschuwing op mijn mobiele telefoon. Op een dag moest ik voor drie dagen naar Chicago. Toen ik daar aan kwam, ontving ik een waarschuwing dat de temperatuur in de wijnkelder boven de 15,5 graden was gekomen. Mijn vrouw was drie weken weg. Zij kon niets doen. Ik kon niets doen. Drie dagen lang kreeg ik toen elke vijf minuten een waarschuwing. Dat wil je natuurlijk niet. Maar goed, met op afstand regelbare techniek valt daar wel weer een mouw aan te passen.”

Het Internet van de toekomst brengt computers dichter bij de manier waarop mensen de wereld waarnemen. Dat betekent dat het Internet over grote hoeveelheden audio, video en tekst gaat beschikken en daar betekenis aan kan geven om ons leven te verbeteren. Cerf: “De computer ziet jouw agenda, weet hoe laat het is, weet hoe de verkeerssituatie is en vertelt je bijvoorbeeld dat je beter wat eerder in je auto kunt stappen omdat het verkeer drukker is dan verwacht. Straks zijn computers uitgerust met sensoren die meer waarnemen die wij mensen kunnen, zoals infrarood- of röntgenstraling. Misschien moeten we computers als Aliens zien. Wat mij betreft gaat het er om dat we ze programmeren om onze partners te zijn. Het vormgeven van een symbiotisch netwerk van mensen, computers en dingen heeft de informatica nu in net zo’n revolutionaire fase gebracht als de natuurkunde in de eerste helft van de vorige eeuw.” 


Interplanetair Internet 
Als internetevangelist benadrukt Cerf dat, hoewel eenderde van de wereldbevolking nu toegang heeft tot het Internet, tweederde van de wereld dat nog niet heeft. Ook dat deel moet in de komende decennia toegang krijgen, maar dat gaat gebeuren. “De ruggengraat van het Internet die wij begin jaren zeventig ontwikkelden is zo robuust dat ook de overige tweederde van de wereld verbonden kan worden. Verder zullen ontwikkelingslanden een paar stappen die Amerika en Europa wel hebben moeten maken, overslaan, zoals internettoegang via vaste telefoonlijnen. In Afrika en India zien we al dat mensen meteen de stap naar mobiel Internet maken.”

Het Internet beperkt zich al lang niet meer tot de aarde. Ruimteschepen en satellieten maken er ook al deel van uit, dankzij het interplanetaire internet. Het interplanetaire internet een variant op het aardse Internet dat deels al wordt gebruikt en deels nog in ontwikkeling is. Cerf: “Een probleem van internetcommunicatie in de ruimte is dat de afstanden zo groot zijn en dat de planeten draaien. Wanneer datapakketjes heel lang onderweg zijn, zoals in de ruimte, is het aardse internetprotocol niet meer geschikt. Een Marslander die een datapakket naar aarde wil sturen, maar waarvoor de aarde tijdelijk uit zicht is, zou in het aardse protocol het datapakket weggooien. Daarom hebben we een interplanetair internetprotocol ontwikkeld dat datapakketjes net zo lang bij zich houdt totdat de ontvanger wel weer bereikbaar is. Of het datapakketje wordt naar een ruimteschip gestuurd dat op zijn beurt het pakketje wel meteen naar de aarde kan sturen. Huidige ruimteschepen gebruiken die techniek al, maar we zijn nog bezig om het interplanetaire protocol fijn te regelen en er een absolute interplanetaire standaard van te maken.”

Hoe afhankelijker we ons maken van het Internet, hoe groter de gevolgen als er een keer delen van het Internet uitvallen. Moeten we niet een plan B hebben? Cerf: “O ja, daar maak ik me zorgen over. Ik kan je verzekeren dat die kwestie niet alleen bij Google maar ook elders bovenaan de agenda staat. Hoe houden we het Internet zo robuust en open als mogelijk? We zullen betere technologieën moeten ontwikkelen om de privacy van gebruikers te waarborgen. En om te waarborgen dat alleen de juiste personen toegang hebben tot de juiste dingen op dat toekomstige Internet der Dingen. Verder moeten we er ook voor zorgen dat we over honderd jaar nog steeds toegang hebben tot de digitale informatie de we vandaag produceren. Dat is niet zo vanzelfsprekend als mensen denken.”

Tenslotte maakt Cerf zich grote zorgen over dictaturen die het Internet in eigen land willen controleren. “Dat is een strijd die we nog heel lang zullen moeten voeren. Autoritaire regimes misbruiken het argument dat er ook zoveel rotzooi, zoals als kinderporno, op het Internet circuleert, om informatie naar hun hand te zetten. Ik ben er van overtuigd dat het Internet open en vrij moet blijven. Elke manier om internetinformatie te filteren, zal altijd worden omzeild. Als ik één boodschap voor de wereld heb, dan is het: ‘Alsjeblieft, denk altijd kritisch na over wat je ziet, leest en hoort’. De beste tactiek is niet om wat voor informatie dan ook te onderdrukken, maar om kritisch denken te stimuleren.”

[kader:]
De ruggengraat van het Internet

Of je nu een e-mail verstuurt, rondsurft op het Internet, of een film downloadt, je wilt dat de digitale bestanden die je opvraagt zo goed mogelijk van de digitale snelweg op je computer aankomen. Het protocol dat daarvoor automatisch zorgt, heet het transmission control protocol (TCP/IP). Het zit ingebouwd in elke computer en elk tussenstation waarlangs het internetverkeer loopt. Het vormt als het ware de ruggengraat van Internet. Het protocol zorgt ervoor dat alle gegevens die worden verstuurd, worden opgeknipt in pakketjes. Elk pakketje krijgt een etiket waarop staat waar het vandaan komt en waar het naartoe moet. Vervolgens worden de pakketjes als in een estafette van het ene naar het andere tussenstation overgedragen tot ze uiteindelijk bij de ontvanger aankomen. Pakketjes van hetzelfde bestand kunnen ook via verschillende wegen uiteindelijk bij de ontvanger aankomen. Helaas kunnen er onderweg pakketjes kwijtraken of beschadigd raken. Dat gebeurt vooral op internetknooppunten waar het heel druk is. TCP/IP is ontworpen om te zorgen dat de gebruiker ondanks mogelijke problemen onderweg toch de juiste informatie ontvangt.

[kader:]
Vint Cerf

De Amerikaan Vint Cerf (1943) stond in 1973 samen met Bob Kahn aan de wieg van de technologie die computers met elkaar laat communiceren (het TCP/IP-protocol) en daarmee aan de wieg van het huidige Internet. Hij ontving hiervoor vele nationale en internationale prijzen, waaronder de U.S National Medal of Technology (1997), de Presidential Medal of Freedom (2005) en de Turing Award (2004), het equivalent van de Nobelprijs voor de informatica. Cerf ontwikkelde in 1989 het eerste commerciële e-mailsysteem, richtte samen met Bob Kahn in 1992 de Internet Society op, en was van 2000-2007 voorzitter van de non-profit Internet Corporation for Assigned Names and Numbers (ICANN). Sinds 2005 is hij in dienst van Google, momenteel als CEO van Google Special Services en als ‘Chief Internet Evangelist’.

Update 18 maart 2013: Samen met Louis Pouzin, Robert Kahn, Tim Berners-Lee en Marc Andreesen is Vint Cerf de winnaar van de eerste Queen Elizabeth Prize for Engineering (1 miljoen Britse pond)


[Kader:]
Korte geschiedenis van het Internet 

1969 Eerste versie van het ARPANET, ontwikkeld door het United States Department of Defense, de militaire voorloper van het huidige Internet.

1971 Ray Tomlinson stuurt de eerste e-mail tussen twee computers van het ARPANET. Hij gebruikt als eerste het @-teken in een e-mail adres.

1973 Vint Cerf en Bob Kahn ontwikkelen het Transmission Control Protocol/Internet Protocol (TCP/IP) dat de hardware-ruggengraat vormt van het huidige Internet.

1983 Op 1 januari accepteert DARPA (Amerika’s Defense Advanced Research Projects Agency) het TCP/IP-protocol als het standaard uitwisselingsprotocol voor communicatie tussen computers. Daarmee wordt het huidige Internet geboren.

1990 Geboorte van het World Wide Web bij CERN in Genève (Zwitserland). Het Internet is de onderliggende hardware-infrastructuur voor het Web, net zoals snelwegen de onderliggende infrastructuur vormen voor allerhande verkeer.

1991 Info.cern.ch is de eerste website

1992 De website-registratie voor het Internet begint met de domeinnamen die eindigen op: .com, .net, .org, .gov and .edu.

1993 CERN stelt het World Wide Web open voor iedereen.

1994 Netscape Navigator, een browser voor het Internet.

1995 Yahoo, Amazon.com en eBay.

1996 Hotmail

1997 Amsterdam Internet Exchange. Amsterdam wordt de internethoofdstad van de wereld.

1998 Google

2000 De Dot.com-luchtbel spat uit elkaar.

2001 Wikipedia

2004 Facebook

2005 YouTube en Google Earth

2006 Twitter

2013 Het Internet bestaat dertig jaar. Meer dan 2,4 miljard mensen wereldwijd gebruiken het Internet.

Meer over de geschiedenis van het Internet:
www.internetsociety.org/internet/what-internet/history-internet/brief-history-internet
www.thebiginternetmuseum.com

Statistieken over Internetgebruik:
www.internetworldstats.com/stats.htm