Showing posts with label Informatica. Show all posts
Showing posts with label Informatica. Show all posts

Sunday, November 6, 2022

Edsger Dijkstra - De man die de informatica op zijn schouders droeg

Edsger Dijkstra, twintig jaar geleden overleden, was Nederlands invloedrijkste informaticus en wereldberoemd. Geliefd bij de een, gehaat bij de ander, en gevreesd om zijn kritische blik door velen. Wat is twintig jaar na Dijkstra’s dood nog zijn wetenschappelijke erfenis?



Dit artikel is gepubliceerd in NRC Handelsblad van zaterdag 5 november 2022 (online reeds op vrijdag 4 november)

Toen Edsger Dijkstra in 1957 in Amsterdam trouwde, gaf hij als antwoord op de vraag naar zijn beroep: programmeur. De gemeente accepteerde dat niet, want dat beroep bestond toen helemaal niet. Dus werd het theoretisch fysicus, het vak dat Dijkstra in Leiden had gestudeerd voordat hij het gloednieuwe pad van de informatica insloeg. „Tot zover de traagheid waarmee ik het beroep van programmeur in mijn eigen land zag opkomen”, schreef hij daarover later, op de ironische toon die hem zo kenmerkt.

Twee jaar eerder had Dijkstra’s promotor Adriaan van Wijngaarden hem overtuigd van het feit dat computers een blijvertje in de wereld zouden zijn. En waarom zou hij dan niet degene zijn die van programmeren een respectabele discipline kon maken? Die missie voerde hij met hart en ziel uit tot aan zijn overlijden in 2002, twintig jaar geleden. Dit jaar is het ook precies vijftig jaar geleden dat hij de A.M. Turing Award won, de Nobelprijs voor de informatica, als enige Nederlander ooit.

Dijkstra speelde in de jaren zestig en zeventig een sleutelrol in het vestigen van de informatica als een wetenschappelijke discipline, met een grote nadruk op bewijsbare correctheid van computerprogramma’s. Iedereen die een route plant met een navigatiesysteem gebruikt het algoritme dat Dijkstra in 1959 bedacht: het kortste-padalgoritme, een efficiënte methode om de snelste route van A naar B te bepalen, een van zijn baanbrekende concrete bijdragen aan de informatica.

Lees het hele artikel op de website van NRC Handelsblad.

Thursday, October 21, 2021

The Outlook for Virtual Meetups


This story I wrote for ACM News and was published on October 14, 2021

How do you cut a birthday cake with your friends if the coronavirus pandemic does not allow you to get close to each other?

That was the challenge that the national research institute for mathematics and computer science in the Netherlands, Centrum Wiskunde & Informatica (CWI), faced with professional cake designer Cake Researcher when CWI celebrated its 75th anniversary earlier this year.

Fortunately, CWI has an in-house specialist who solved that problem using virtual reality (VR): Pablo Cesar, a researcher in human-centered multimedia systems and leader of the Distributed and Interactive Systems group at CWI, who also is a professor and chair of Human-Centered Multimedia Systems at the Netherlands' Delft University of Technology (TU Delft). Cesar, named an ACM Distinguished Member in 2020, investigates how to improve the ways people use interactive systems to communicate with each other.

While we currently use interactive systems to communicate person to person via flat screens, it would be much more convenient for many applications to communicate via three-dimensional (3D) video, also called volumetric video. Ultimately, we might want to transfer high-quality 3D models of people anywhere in the world in real time, something that Microsoft calls holoportation.

Working on the path to holoportation, Cesar develops state-of-the-art technology for capturing and distributing volumetric video. He showed Bennie Mols around in CWI's two VR rooms. Surrounded by Kinect cameras standing on tripods and hanging from the ceiling, Cesar spoke about where the technology stands right now, and what the future holds.

Read the full story on the website of the ACM.

Sunday, September 26, 2021

Mijn tv-bijdrage over de nieuwe nationale supercomputer Snellius

In april 2021 sprak ik in het TV-programma EenVandaag over de nieuwe nationale nationale supercomputer Snellius. Dankzij supercomputers kunnen we virtueel in de toekomst kijken van bijvoorbeeld het klimaat op aarde, kunnen we een kloppend hart doorrekenen, onze hersenen nabootsen en nieuwe medicijnen ontwerpen.


Het tv-item is te bekijken op de website van EenVandaag.

Sunday, January 31, 2021

Felienne Hermans wint de Nederlandse Prijs voor ICT-onderzoek 2021

“Ik zei vroeger: ik wil programmeur worden én cabaretier én schrijver.”


Dit artikel is verschenen in NRC Handelsblad van maandag 1 februari 2021 
(en online op 31 januari 2020)

Vlak voor de Kerst kreeg Felienne Hermans te horen dat een klein stukje van haar promotiewerk geïmplementeerd is in Microsoft Excel. “Wereldwijd gebruiken 750 miljoen mensen dat product”, zegt ze in een Skype-interview, “Supercool! Een onderdeel van een formule die je vaak in Excel gebruikt, kun je nu een naam geven in plaats van dat je het steeds opnieuw moet intypen. Zo kun je bijvoorbeeld de naam BTW geven aan een vermenigvuldiging met 0,21, voor het BTW-tarief van 21%.”

Op donderdag 21 januari werd ook nog eens bekend dat Hermans de Nederlandse Prijs voor ICT-onderzoek 2021 heeft gewonnen. Ze ontvangt een oorkonde, een sculptuur en een geldbedrag van 50.000 euro dat ze vrij mag besteden aan haar onderzoek. Hermans is universitair hoofddocent aan de Universiteit Leiden en gespecialiseerd in programmeren voor kinderen.

Lees het hele artikel op de website van NRC Handelsblad 

Tuesday, March 10, 2020

Gaan onze superintelligente computers bewustzijn ontwikkelen?

Bewustzijn is niet iets magisch, ook machines kunnen bewustzijn krijgen. Maar dan hebben we wel heel andere computers nodig dan we nu kennen. Neurowetenschapper Christof Koch ontwikkelde een wiskundige bewustzijnstheorie.



Dit artikel is gepubliceerd in NRC Handelsblad van zaterdag 7 maart 2020

Neurowetenschapper Christof Koch, expert op het terrein van het bewustzijn, dreef al twee uur in een prikkelvrije drijfcabine toen zijn bezorgde dochter op de wand bonkte: „Hé papa, is alles in orde?” Kochs tijdgevoel was volledig in de war geraakt. Zelf dacht hij dat hij maar vijf minuten in de drijfcabine had gelegen.

„Ik was geheel naakt in het water gaan liggen”, vertelt hij in een Skype-interview. „Zelfs mijn ring had ik afgedaan. Het water is zo zout dat je erin drijft als in de Dode Zee. Ik hoorde niets, ik zag niets. In het begin spookten dagelijkse beslommeringen nog door mijn hoofd en hoorde ik mijn hart kloppen. Na een tijdje verdwenen alle gedachten en hoorde ik ook mijn hart niet meer. Ik raakte in een toestand die eigenlijk niet in woorden is te omschrijven. Ik voelde mijn lichaam niet meer en ik verloor elk gevoel van ruimte en tijd. Alsof ik een stipje in een oneindige ruimte was. Ik was volledig bij bewustzijn, maar dat bewustzijn had geen enkele inhoud. De psycholoog William James heeft die ervaring een mystieke ervaring genoemd.”

Koch is de wetenschappelijke baas van het Allen Institute for Brain Science in Seattle (VS), een instituut dat de volledige bedrading van het menselijk brein in kaart probeert te brengen. Samen met de mede-ontdekker van dna, Francis Crick, stond Koch aan de wieg van het neurobiologische onderzoek naar bewustzijn. En samen met neurowetenschapper en psychiater Giulio Tononi ontwikkelde hij de Integrated Information Theory, een soort wiskundige bewustzijnstheorie.

Lees het hele artikel op de website van NRC Handelsblad.

Tuesday, November 5, 2019

50 jaar internet - een schitterend ongeluk

In 1969 werd aan de westkust van de VS het eerste computernetwerk geboren: Arpanet. Het zaadje dat zou uitgroeien tot ons huidige Internet. Een kleine geschiedenis van een grote ontwikkeling.





Dit artikel is gepubliceerd in de online-editie van NRC Handelsblad op dinsdag 29 oktober 2019

Terwijl de wereld nog aan het bijkomen was van de eerste mens die enkele maanden eerder voet op de maan had gezet, vond op 29 oktober 1969, vandaag precies vijftig jaar geleden, een doorbraak plaats die toen weinig aandacht kreeg maar uiteindelijk een veel grotere invloed op de wereld zou hebben: voor het eerst werd een bericht tussen twee computers verstuurd, van de Universiteit van Californië in Los Angeles naar het Stanford Research Institute.

Het bericht bestond uit weinig meer dan de letters ‘LO’. Dat had ‘LOG’ moet zijn, als afkorting van ‘LOG IN’, maar bij het versturen van de letter G crashte de verbinding. Aan het einde van dat jaar waren vier computers van vier Amerikaanse universiteiten met elkaar verbonden, een heus computernetwerk. Het Arpanet was geboren, het zaadje van ons huidige Internet, inmiddels toegankelijk voor 55 procent van de wereldbevolking.

Lees het hele artikel op de website van NRC Handelsblad

Wednesday, April 10, 2019

Het Internet is toe aan een nieuwe architectuur

Precies 50 jaar geleden werd het eerste zaadje voor ons huidige Internet geplant. Toen heette dat het Arpanet. Nu heeft ons Internet dringend een nieuwe architectuur nodig. 

"Het Internet moet op de schop daar is geen ontkomen aan" aldus Kees Neggers, voormalig directeur van SURFnet. "De noodzaak is er, technisch weten we hoe het moet, waarom doen we het dan niet? Je kunt je toch niet voorstellen dat straks zelfrijdende auto’s en het internet der dingen afhankelijk gaan zijn van het huidige krakkemikkige Internet?”


Dit artikel is gepubliceerd in het aprilnummer van De Ingenieur.

Het is een wonder dat ons huidige Internet nog steeds draait op een architectuur die in de jaren zestig en zeventig is ontwikkeld. Het is namelijk hoog tijd om over te stappen op een fundamenteel nieuwe architectuur, vindt Kees Neggers, voormalig directeur van SURFnet, het computernetwerk voor hoger onderwijs en onderzoek in Nederland.

Neggers is een Nederlandse internetpionier van het eerste uur die is opgenomen in de Internet Hall of Fame. Hoewel hij al zeven jaar met pensioen is, gaat het Internet hem nog steeds aan het hart. Hij vertelt vol passie over hoe het anders zou kunnen en moeten: “Het Internet is een schitterend ongeluk. Het is zeer succesvol en we kunnen niet meer zonder. Maar we moeten het zien als een prototype. Het is bedacht om onderzoekers die elkaar vertrouwen op een paar computers met elkaar te laten samenwerken. Maar het is helemaal niet in die vorm ontworpen om wereldwijd uitgerold te worden. En het is al helemaal niet bedacht voor allerlei realtime-diensten zoals Skype of Netflix. Het Internet moet op de schop, daar is geen ontkomen aan.”

Lees de rest van het artikel in het aprilnummer van De Ingenieur.

The Arpanet: Celebrating 50 years since ‘LO’

This article was published on April 9, 2019 on the website of the Association for Computing Machinery (ACM).


Internet pioneer Leonard Kleinrock starts an anecdote: “What was the first telegraph message ever sent? Samuel Morse sent the words ‘What hath God wrought?’, a sentence from the bible.

What was the first telephone message? Alexander Graham Bell said to his assistant Thomas Watson: ‘Mr. Watson, come here, I want to see you.’

What were the first words of Neil Armstrong when he set foot on the moon? ‘That’s one small step for man, one giant leap for mankind.’

Those guys were smart. They understood how to do PR.

And what was the first message sent over the internet? Only ‘LO’…We wanted to send the word ‘LOG’ from ‘log in’, but the network crashed after the first two letters…”

In this way ‘LO’ became the first successful inter-computer message transmitted from the University of California in Los Angeles to the Stanford Research Institute on October 29, 1969, this year exactly fifty years ago.

Kleinrock tells this anecdote at the symposium The Arpanet: Celebrating 50 years since ‘LO’ at the AAAS 2019 Annual Meeting in Washington DC. The Arpanet was the seed of what would later become the internet, the global system of interconnected computer networks. Kleinrock and four other pioneers, Vint Cerf, Stephen Crocker, Robert Kahn and David Walden, give a detailed account of a magical period at the end of the sixties, when the internet was born, then named Arpanet, after funding agency Arpa. As moderator Vint Cerf puts it: “this is an assembly of ancient dinosaurs recounting their experiences.”

Read the rest of this article on the website of the Association for Computing Machinery (ACM).

Tuesday, March 12, 2019

The World Needs Big Data



On World Malaria Day in 2016, the University of Pretoria Centre for Sustainable Malaria Control in South Africa released the Malaria Buddy App for smartphones, which provides information on malaria, how to prevent getting the mosquito-borne disease, maps of malaria areas, and what to do if you think you have malaria.

A year later, the app was upgraded, enabling it to utilize real-time geographical data. Today, the Malaria Buddy App can notify users when they are entering malaria risk areas, and they can easily locate the nearest clinic that could treat the disease.

This is only one of many examples of how the smart use of data can help achieve the United Nations (U.N.) Sustainable Development Goals.

In 2015, the U.N. formulated 17 sustainable development goals (SDGs) for the period through 2030. The goals includes eliminating poverty and hunger, providing good health and education for all, and equal treatment regardless of gender, ethnicity, or socio-economic status. In December 2018, management consulting firm McKinsey published the report "Notes from the AI frontier: Applying AI for Social Good," which offers many more examples of how data and artificial intelligence (AI) can help accomplish the SDGs.

The example of the Malaria Buddy App was offered up by Stephanie Burton, vice principal and professor at the University of Pretoria, at the American Association for the Advancement of Science (AAAS) 2019 Annual Meeting in Washington, D.C., during the session 'The Digital Agenda: Supporting the Sustainable Development Goals'.

Read the full article on the website of the Communications of the ACM.

Friday, December 7, 2018

50 jaar geleden - De moeder aller computerdemo’s

Aanstaande zondag precies vijftig jaar geleden gaf een verlegen ingenieur de invloedrijkste tech-demo aller tijden. Douglas Engelbart demonstreerde toen al hoe wij nu met computers werken.


Dit artikel is gepubliceerd in NRC Handelsblad van 7 december 2018

Het is 9 december 1968, aanstaande zondag precies vijftig jaar geleden, wanneer een wat verlegen ingenieur een tech-presentatie geeft die tegenwoordig bekendstaat als ‘de moeder van alle demo’s’. Een presentatie die de personal computer-revolutie van de decennia daarna tot in detail demonstreerde en ambitieuzer was dan alle demo’s die Apple- baas Steve Jobs deze eeuw heeft gehouden.

In het jaar waarin zowel Steve Jobs als Bill Gates nog maar dertien jaar oud was, begon de Amerikaanse ingenieur Douglas Engelbart zijn visionaire demonstratie in het San Francisco Civic Auditorium als volgt: „Stel je voor dat jij, als kenniswerker, een computerscherm voor je hebt en een computer die de hele dag tot je beschikking staat, en die onmiddellijk reageert op elke actie die je doet – hoeveel waarde kun je daar wel niet uit halen?”

In een anderhalf uur durende presentatie voor een publiek van een kleine duizend mensen, demonstreerde Engelbart vrijwel alle aspecten die we in het hedendaagse digitale tijdperk kennen: een computer die je bedient met een toetsenbord en een computermuis (die Engelbart al in 1963 had uitgevonden), een grafische gebruikersomgeving, het werken met meerdere vensters op het computerscherm, een tekstverwerker, een spellingchecker, het delen van documenten, een blog, een wiki-achtige samenwerking, e-mail, hyperlinks, en een Skype-achtige videoconferentie. Het werkte allemaal in het echt.


Lees het hele artikel op de website van NRC.

Wednesday, November 7, 2018

Een robot als een blaadje voor iedere leerling

De zelfbouwrobot Leaphy stimuleert scholieren in robotica en programmeren. „Het bouwen van het robotje is helemaal niet moeilijk.”


Dit artikel is verschenen in de online-versie van NRC Handelsblad van 7 november 2018.

Bouw een betaalbare robot voor het onderwijs. Die opdracht gaf docent Olivier van Beekum van het Corderius College in Amersfoort enkele jaren geleden in zijn les over robotica. Van Beekum wil dat elke leerling in Nederland, zowel in het primair als in het voortgezet onderwijs, zijn eigen robot in elkaar kan zetten.

Twee leerlingen die destijds in 4vwo zaten, kwamen met een bijzonder ontwerp. Waar alle andere scholieren robots ontwierpen die er uitzagen als vierkante doosjes, bedachten Vroukje van der Vliet en Hannah Kersbergen een robot die er snel uitziet en ronde vormen heeft. Met een lasersnijder maakten ze een houten romp in de vorm van een blad van een boom. Ze voegden er een goedkoop minicomputertje van Arduino Uno aan toe, twee elektromotoren, enkele sensoren en twee wielen. Zo kwam het rondrijdende robotje Leaphy ter wereld.

Leaphy kan bijvoorbeeld een lijn op de grond volgen, lichtbronnen opzoeken en op geluid reageren. Maar voeg er andere sensoren aan toe, of programmeer het robotbrein iets anders, en de mogelijkheden zijn eindeloos. „Door het zelf bouwen van een robot raak je bekend met wat een robot precies is en kun je er beter over nadenken”, zei Vroukje er twee jaar geleden over.

Lees de rest van het artikel op de website van NRC Handelsblad.

Wednesday, May 30, 2018

‘Alleen al om Wikipedia is het web de moeite waard’

Tim Berners-Lee, de uitvinder van het world wide web, was op dinsdag 29 mei in Amsterdam voor de Turing Award-lezing. „In 29 jaar tijd is het web van Utopia naar Dystopia gegaan.”

Dit artikel is gepubliceerd op de website van NRC Handelsblad op dinsdag 29 mei

Vorig jaar won sir Tim Berners-Lee de Turing Award − het equivalent van de Nobelprijs voor de informatica − voor ‘het uitvinden van het world wide web, de eerste webbrowser en de fundamentele protocollen en algoritmen waardoor het web kon groeien’. Hij ontving 1 miljoen dollar aan prijzengeld, met als enige verplichting het houden van de Turing Award-lezing. Die lezing gaf hij dinsdag, tijdens de WebSci’18-conferentie in Amsterdam.

Waar het internet een netwerk van computernetwerken is, is het world wide web de informatieruimte die we met z’n allen in de loop van drie decennia hebben gebouwd op het internet als medium. Een informatieruimte die we dankzij Berners-Lee snel en gemakkelijk kunnen exploreren. Hij vertelt hoe hij het web in 1989 bouwde bij CERN in Genève als een bijna utopische droom van een open platform waarop iedereen, door alle culturen heen, over alle grenzen heen, vrij informatie kon delen en creativiteit zou bloeien.

De afgelopen jaren is die droom volgens Berners-Lee ruw verstoord door fenomenen die niemand begin jaren negentig van de vorige eeuw nog had vermoed: centralisering van informatie-uitwisseling op een aantal dominante platforms, de gemakkelijke verspreiding van nep-nieuws, het verlies van controle over persoonlijke gegevens, het gericht op de persoon sturen van politieke boodschappen. Berners-Lee: „In 29 jaar tijd is het web van Utopia naar Dystopia gegaan. De vraag is hoe we weer terug kunnen keren naar Utopia.”

Lees het hele artikel op de website van NRC Handelsblad.

-------------------------------------------------------------------------------------------------



For the Association for Computing Machinery (ACM) I have written a different version of my interview with Tim Berners-Lee. You can read it on the website of the ACM.

Saturday, April 21, 2018

De mens wikt, het algoritme beschikt

Computeralgoritmen nemen steeds vaker belangrijke beslissingen over ons. Kunnen ze ons ook uitleggen hoe ze dat precies doen?

Dit artikel is gepubliceerd in de VPRO Gids van de week van 16 april.


Begin dit jaar ontstond in Nederland grote ophef over het bedrijf e-Court, een private, digitale ‘rechter’ die uitspraken doet over betalingsgeschillen tussen een zorgverzekeraar en een klant. Het bedrijf werd gebrek aan transparantie verweten over hoe de uitspraken van de robotrechter tot stand kwamen. De voorzitter van de Raad voor de Rechtspraak, Frits Bakker, zei dat hij vreest dat e-Court de juridische rechten van burgers aantast.

Steeds vaker nemen computeralgoritmen belangrijke beslissingen over burgers, consumenten en werknemers, in de vs nog vaker dan in Nederland: Wie krijgt er een lening? Wie wordt toegelaten tot een land? Wie komt op de no-fly-lijst van een vliegtuigmaatschappij? Hoe goed presteert een werknemer? Welke sollicitanten komen door de eerste selectie? Laat een medische scan wel of niet een tumor zien? De computer is snel, raakt niet vermoeid en heeft geen last van emoties. Handig, op het eerste gezicht.

Toch bleken zulke computerbeslissingen de afgelopen jaren lang niet altijd goed uit te pakken. Naar schatting worden meer dan duizend mensen per week door een algoritme op een luchthaven ten onrechte als terrorist aangemerkt. Een lerares uit Washington dc werd jarenlang door haar leerlingen als uitmuntend beoordeeld tot een algoritme haar opeens ongeschikt achtte. Software die in de Amerikaanse staat Florida wordt gebruikt om het recidiverisico van gevangenen in te schatten, bleek bevooroordeeld tegenover zwarte mensen. Dit laatste voorbeeld komt zondag uitgebreid aan bod in de VPRO Tegenlicht-aflevering over algoritmen.

Transparant
Tot enkele jaren geleden waren computerbeslissingen altijd transparant, omdat ze geprogrammeerd werden volgens duidelijke regels die iedereen kan natrekken: als [dit het geval is], doe dan [dat]. Maar de nieuwste computeralgoritmen werken heel anders. Ze bestaan uit tientallen lagen van kunstmatige neuronen en bootsen op een rudimentaire manier na hoe menselijke hersenen werken. Ze leren van grote hoeveelheden voorbeelden en herprogrammeren zichzelf.

Lerende computers hebben de afgelopen jaren spectaculaire resultaten opgeleverd. Neem de go-computer AlphaGoZero, die met alleen de spelregels, maar zonder enige andere menselijke kennis over hoe je goed go speelt, binnen een paar weken veel sterker werd dan de beste menselijke go-spelers. Het grote nadeel is echter dat zelfs de makers van lerende algoritmen niet meer precies weten waarom een algoritme doet wat het doet. Informatie ligt namelijk niet meer opgeborgen in overzichtelijke digitale vakjes, maar ligt op een onoverzichtelijke manier verspreid over een verzameling kunstmatige neuronen. Voor het eerst in de historie maken mensen iets wat ze zelf niet meer tot in detail begrijpen.

Bij het go-spel is dat niet zo erg, maar dat ligt anders bij computers die beslissingen nemen over mensen. Hoe groter de potentiële gevolgen van een computerbeslissing voor burgers, werknemers of consumenten, hoe meer zij mogen verwachten dat transparant gemaakt kan worden waarom een computer een bepaalde beslissing heeft genomen. De grote vraag is nu hoe we ervoor kunnen zorgen dat computerbeslissingen transparant zijn.

Hallucineren
Om dit probleem op te lossen worden momenteel drie paden bewandeld. Allereerst wordt gezocht naar technische oplossingen. Nadat MIT-hoogleraar informatica Regina Barzilay succesvol behandeld werd voor borstkanker, ging ze met enkele collega’s aan de slag om een computeralgoritme te ontwikkelen dat niet alleen vroege signalen van borstkanker in een mammogram herkent, maar er meteen ook bij vertelt waarom het die conclusie trekt. Het onderzoeksveld van algoritmen die hun eigen beslissingen toelichten staat echter nog in de kinderschoenen.

In 2015 vonden onderzoekers van Google een manier om een algoritme dat dierengezichten in foto’s herkent te laten illustreren hoe het een bepaald beeld ziet. Gegeven een bepaalde foto lieten ze de computer het beeld pixel voor pixel aanpassen zodanig dat de kunstmatige neuronen die getraind waren om dierengezichten te herkennen optimaal getriggerd werden. Opeens doken in een foto van een bloem allerlei ogen op, maar ook een hondenkop en een vissenkop. Het algoritme, Deep Dream gedoopt, was als het ware aan het hallucineren geslagen.

Hoe goed algoritmen ook zijn, en hoezeer hun makers ook hun best doen om ze te laten uitleggen wat ze doen, wanneer ze worden getraind met voorbeelden die allerlei menselijke tekortkomingen bevatten dan kopieert de computer zulke tekortkomingen. In 2017 liet Joanna Bryson van de Universiteit van Bath samen met enkele collega’s zien dat computers die taal leren uit alledaagse teksten op het internet dezelfde stereotypen over gender, ras, etniciteit en leeftijd ontwikkelen als mensen hebben. Bryson zei hierover tegen de auteur van dit artikel: “Sommige mensen zien kunstmatige intelligentie als zuiver rationeel of objectief, anderen zien het als bovenmenselijk of buitenaards. Maar wij laten zien dat kunstmatige intelligentie gewoon een verlengstuk is van onze eigen cultuur.”

Waakhond
Een tweede manier om voor meer transparantie te zorgen bij algoritmische beslissingen, vertrekt niet bij de techniek maar bij de wetgeving. Zo treedt op 25 mei 2018 binnen de EU een nieuwe wet in werking: de General Data Protection Regulation. Deze nieuwe wet vereist onder andere dat elke beslissing die door een computer wordt genomen uitlegbaar is. Die uitleg hoeft niet perse van het algoritme zelf te komen, maar mag ook komen van de leveraar of de maker van het algoritme.

Hier gaat echter de schoen wringen. Bedrijven die een algoritme ontwikkelen, willen geheim houden hoe het werkt. Google maakt de details van haar zoekalgoritme echt niet openbaar. De kunst is dan ook om een balans te zoeken tussen algoritmische transparantie aan de ene kant en het commerciële belang van geheimhouding aan de andere kant. Een onafhankelijke derde partij, een soort waakhond voor algoritmen, zou voor die balans kunnen zorgen. Wanneer burgers of consumenten willen weten waarom een algoritme een bepaalde beslissing heeft genomen, kan deze waakhond dat onderzoeken zonder dat het algoritme op straat komt te liggen. Dit is een derde pad dat bewandeld kan worden om algoritmische beslissingen transparanter te maken.

Meest waarschijnlijk is dat in de toekomst een combinatie van deze drie oplossingen de praktijk wordt: juridische en technische oplossingen gecombineerd met een onafhankelijke waakhond. Natuurlijk biedt dit geen garantie dat computerbeslissingen foutloos zijn, maar net als met dijken en bruggen, gaat het er om dat we de risico’s dat het mis gaat minimaliseren tot aanvaardbare proporties.

Foppen
Zoals we menselijk gedrag lang niet altijd tot in detail begrijpen, zo zullen we er volgens informaticus Jeff Clune van de Universiteit van Wyoming aan moeten wennen dat we ook computerbeslissingen niet tot in detail zullen begrijpen. Tegen MIT Technology Review zei hij vorig jaar: “Zelfs als iemand je een redelijk klinkende verklaring geeft van zijn of haar handelingen, dan nog is deze waarschijnlijk incompleet. Hetzelfde geldt waarschijnlijk ook voor kunstmatige intelligentie. Het zou wel eens een fundamentele eigenschap van intelligentie kunnen zijn dat slechts een deel ervan rationeel uitlegbaar is. Een ander deel is instinctief, onbewust of ondoorgrondelijk.”

Clune ontdekte in 2014 dat kunstmatige neurale netwerken die beelden herkennen vaak gemakkelijk te foppen zijn. Door bijvoorbeeld een sticker, die er voor mensen uitziet als een ongeordende combinatie van kleuren, naast een banaan te leggen ziet de computer de banaan ineens als een broodrooster, een fout die geen kind ooit zal maken. Dit voorbeeld laat zien dat kunstmatige neurale netwerken de wereld anders zien dan mensen en dat er nog veel werk aan de winkel is om lerende computers robuuster en intelligenter te maken.

Het voordeel van computers boven mensen is echter wel dat wanneer makers of gebruikers tekortkomingen in een algoritme of in de data ontdekken, deze tekortkomingen vaak te repareren zijn. Menselijke tekortkomingen zijn veel hardnekkiger. Mensen maken fouten door vermoeidheid, discrimineren bewust of onbewust, laten zich leiden door emoties, hebben een slechte dag of misbruiken hun macht, en meestal blijven deze tekortkomingen niet tot een keer beperkt. In 2011 lieten onderzoekers zien dat gevangenen een significant grotere kans hebben op vervroegde vrijlating wanneer ze ofwel vroeg in de ochtend ofwel net na de lunch moeten verschijnen voor de rechter. Zo objectief zijn menselijke rechters dus kennelijk ook niet. De lijst met denkfouten die psychologen in de loop der jaren hebben ontdekt en waaraan het menselijk brein geregeld ten prooi valt, bevat vele tientallen cognitieve eigenaardigheden.

Vertrouwen
De Amerikaanse filosoof Daniel Dennett, die al decennialang schrijft over menselijke en kunstmatige intelligentie, zei tegenover het tijdschrift MIT Technology Review: “We moeten zo goed mogelijk grip krijgen op hoe en waarom algoritmen de antwoorden geven die ze geven. Maar omdat het goed kan zijn dat er geen perfect antwoord is, moeten we net zo voorzichtig zijn met de uitleg van een algoritme als met de uitleg van andere mensen, hoe slim de machine ook lijkt. Als de machine niet beter dan wij kan uitleggen wat ze doet, vertrouw haar dan niet.”

Het grootste gevaar is niet dat kunstmatige intelligentie de wereld van de mens gaat overnemen, maar dat we te veel vertrouwen op kunstmatige intelligentie. Wanneer er niet veel op het spel staat, kunnen we degelijke geteste computeralgoritmen best op tegen houtje laten beslissen. Maar bij beslissingen waarbij wel veel op het spel staat, in de rechtbank, in de gezondheidszorg of in het onderwijs bijvoorbeeld, is het beter om mens en computer samen te laten oordelen. Bij een wetenschappelijke test uit 2016 van borstkankerdetectie in mammogrammen stelde het beste algoritme in 8% van de gevallen een foute diagnose, de beste arts in 3,4% van de gevallen, maar arts en computer samen maakten slechts in 0,5% van de gevallen een foute diagnose: veel beter dan zowel de beste arts als de beste computer.

Tuesday, February 20, 2018

Techreuzen: 'Angst voor kunstmatige intelligentie onnodig'

Op zaterdag 17 februari 2018 was ik aanwezig bij vier debatten over de toekomst van kunstmatige intelligentie bij de conferentie AAAS2018 in Austin, Texas.

Onderzoeksleiders op het terrein van kunstmatige intelligentie Peter Norvig (Google), Yann LeCun (Facebook) en Eric Horvitz (Microsoft) betoogden waarom we echt niet bang hoeven te zijn dat kunstmatige intelligentie binnenkort de menselijke intelligentie overtreft. De huidige verwachtingen over kunstmatige intelligentie zijn volgens hen te hoog gespannen.

Voor het Radio 1-programma Nieuws en Co deed ik verslag van de conferentie. Klik op onderstaande afbeelding om mijn bijdrage te beluisteren:







Sunday, January 21, 2018

Binnen één dag speelt AlphaZero iedereen onder tafel

AlphaZero leert zichzelf binnen een dag beter schaken, go en shogi spelen dan wereldkampioenen.


Dit artikel is gepubliceerd in NRC Handelsblad van zaterdag 20 januari 2018

Volgens historicus Johan Huizinga komt de menselijke cultuur voort uit het spel. Dat is de essentie van zijn klassieke boek Homo ludens. Nu één enkel computerprogramma, AlphaZero, er voor het eerst in is geslaagd om zowel schaken, go als shogi (Japans schaken) op bovenmenselijk niveau te leren spelen, zonder enige andere voorkennis dan de basale spelregels, moeten we misschien ook spreken over de Compu ludens: de computer die zijn slimheid al spelend ontwikkelt.

Spellen als dammen, schaken en go zijn al decennialang een belangrijke drijvende kracht achter de ontwikkeling van kunstmatige intelligentie. Computerprogramma AlphaZero is ontwikkeld door het Londense bedrijf DeepMind (eigendom van Google), als opvolger van AlphaGoZero. Afgelopen oktober verpletterde AlphaGoZero zijn één jaar oudere voorganger AlphaGo zonder enige vorm van menselijke kennis over het go-spel te gebruiken. DeepMind heeft als ultieme droom om mensachtige intelligentie in een computer te ontwikkelen. Een belangrijke stap daarbij is om dezelfde software meerdere spellen te laten spelen. Tot nu toe konden computers slechts één spel goed leren spelen, terwijl een menselijk brein een heleboel spellen kan spelen. Maar met AlphaZero is het in december 2017 voor het eerst gelukt, en nog op bovenmenselijk niveau ook.

Lees het hele artikel op de website van NRC Handelsblad.

Thursday, June 22, 2017

AI for the Common Good



How can artificial intelligence (AI) contribute to the 17 Sustainable Development Goals that the U.N. has selected to end poverty, protect the planet, and ensure prosperity for all?

That was the question at the heart of the AI for Good Global Summit organized by the ITU and the XPRIZE Foundation, which took place June 7-9 in Geneva, Switzerland.

Over those three days, some 500 speakers and attendees from the worlds of science and business, from governments and non-profit organizations, discussed how everybody in the world can benefit from AI; not just the wealthy and healthy, but also the three billion living in poverty, and the 1 billion living with some form of disability.

Read the complete article on the website of the ACM.

Saturday, June 17, 2017

Kunstmatige intelligentie voor iedereen

Kunstmatige intelligentie beïnvloedt geleidelijk aan alle onderdelen van de maatschappij en daarom moeten burgers er wegwijs in worden gemaakt. Als er één consensus was tijdens de VN-conferentie Artificial Intelligence for Good, dan was het deze.


De VN-conferentie vond van 7 tot en met 9 juni plaats in Genève (Zwitserland). Zo’n vijfhonderd deelnemers uit de wetenschap en het bedrijfsleven (o.a. Microsoft en Google), van overheden en niet-gouvernementele organisaties (o.a. Amnesty International en de WHO) discussieerden daar over de vraag hoe kunstmatige intelligentie kan bijdragen aan het realiseren van de zeventien VN-doelen voor duurzame ontwikkeling.

Op die lijst staan onder andere als doelen het uit de wereld helpen van armoede en honger, goede gezondheid en scholing voor iedereen, en gelijke behandeling ongeacht gender, etniciteit en sociaal-economische status.

Lees het hele artikel op de website van De Kennis van Nu.

Klik op onderstaande afbeelding om mijn bijdrage aan het Radio 1-programma De Ochtend te bekijken/beluisteren:



Sunday, June 11, 2017

Slimme machine maakt ons meer mens

De toekomst van ‘denkende’ computers ligt in samenwerken met mensen, zegt Garry Kasparov. „Kleine beetjes menselijkheid maken slimme machines nog krachtiger.” 

Dit artikel is gepubliceerd in NRC Handelsblad van zaterdag 10 juni 2017.

Met een honkbalpet op loopt voormalig wereldkampioen schaken Garry Kasparov in de lobby van een Amsterdams hotel op me af. Naast hem zijn vrouw Daria, tevens zijn manager. De koffers zijn al gepakt. Van Daria had ik de avond ervoor te horen gekregen dat ik haar man een uur lang kon interviewen over zijn nieuwe boek Deep Thinking − Where machine intelligence ends and human creativity begins. Meteen daarna zouden ze in de taxi stappen naar Schiphol om terug naar hun woonplaats New York te vliegen.

In Deep Thinking vertelt Kasparov over zijn strijd tegen steeds slimmere schaakcomputers en wat we daaruit kunnen leren voor onze huidige omgang met steeds slimmere machines.

We gaan zitten in de bibliotheek van het hotel. Kasparov gooit de pet in een andere stoel. Ik laat hem een foto zien die ik van hem had gemaakt tijdens de viering van Alan Turings honderdste verjaardag in Manchester in 2012. Kasparov speelde toen een partijtje schaak tegen het allereerste computerschaakprogramma, in 1948 geschreven door computerpionier Turing. Nog voor ik ook maar een vraag heb kunnen stellen, brandt de schaakgrootmeester los:

Lees de rest van het artikel op de website van NRC Handelsblad.





For the Association for Computing Machinery (ACM) I have written a different version of my interview with Garry Kasparov. You can read it on the website of the ACM.

Saturday, May 27, 2017

Waar machine-intelligentie ophoudt, begint de menselijke creativiteit

Precies twintig jaar na zijn legendarische verlies tegen supercomputer Deep Blue blikt Garry Kasparov in zijn nieuwe boek Deep Thinking terug op een periode waarin schaakcomputers zich ontwikkelden van lachwekkend tot onverslaanbaar. Voormalig wereldkampioen Kasparov gebruikt zijn terugblik om tegelijkertijd vooruit te kijken: wat kunnen we uit zijn ervaringen leren over hoe we in de nabije toekomst moeten omgaan met steeds slimmere computers?



Lees hier het hele artikel dat ik schreef voor De Kennis van Nu.

Klik op onderstaande afbeelding om mijn bijdrage aan het Radio 1-programma De Ochtend te beluisteren/bekijken.






Monday, April 24, 2017

We hebben robots keihard nodig

Deze week maakt het Radio 1-programma De Ochtend elke dag om 11.30 (behalve op Koningsdag) een reportage over robots.

Vanochtend was verslaggeefster Mariëlle Beers bij mij thuis te gast:


Klik op onderstaande afbeelding om de hele robotreportage te beluisteren. Zowel ikzelf als hoogleraar biorobotica Martijn Wisse van de TU Delft komen aan het woord.

Ik vertel onder andere dat we niet bang moeten zijn voor robots, maar dat we robots keihard nodig hebben.