Showing posts with label Techniek. Show all posts
Showing posts with label Techniek. Show all posts

Thursday, November 14, 2019

Hoera, het Internet bestaat 50 jaar!

In opdracht van SIDN mocht ik zes Nederlandse internetpioniers interviewen over 50 jaar Internet: Erik Huizer, Frances Brazier, Kees Neggers, Ted Lindgreen, Jaap Akkerhuis en Boudewijn Nederkoorn.

Vandaag hebben we de prachtige video van deze interviews gepresenteerd, net als een uitgebreide tijdlijn van de ontwikkeling van het Internet en zijn toepassingen:

Klik hier voor de lange versie (18 minuten)


Klik hier voor de korte versie (4 minuten):



Klik hier voor een tijdlijn van de geschiedenis van het internet en zijn toepassingen


Wednesday, April 10, 2019

Het Internet is toe aan een nieuwe architectuur

Precies 50 jaar geleden werd het eerste zaadje voor ons huidige Internet geplant. Toen heette dat het Arpanet. Nu heeft ons Internet dringend een nieuwe architectuur nodig. 

"Het Internet moet op de schop daar is geen ontkomen aan" aldus Kees Neggers, voormalig directeur van SURFnet. "De noodzaak is er, technisch weten we hoe het moet, waarom doen we het dan niet? Je kunt je toch niet voorstellen dat straks zelfrijdende auto’s en het internet der dingen afhankelijk gaan zijn van het huidige krakkemikkige Internet?”


Dit artikel is gepubliceerd in het aprilnummer van De Ingenieur.

Het is een wonder dat ons huidige Internet nog steeds draait op een architectuur die in de jaren zestig en zeventig is ontwikkeld. Het is namelijk hoog tijd om over te stappen op een fundamenteel nieuwe architectuur, vindt Kees Neggers, voormalig directeur van SURFnet, het computernetwerk voor hoger onderwijs en onderzoek in Nederland.

Neggers is een Nederlandse internetpionier van het eerste uur die is opgenomen in de Internet Hall of Fame. Hoewel hij al zeven jaar met pensioen is, gaat het Internet hem nog steeds aan het hart. Hij vertelt vol passie over hoe het anders zou kunnen en moeten: “Het Internet is een schitterend ongeluk. Het is zeer succesvol en we kunnen niet meer zonder. Maar we moeten het zien als een prototype. Het is bedacht om onderzoekers die elkaar vertrouwen op een paar computers met elkaar te laten samenwerken. Maar het is helemaal niet in die vorm ontworpen om wereldwijd uitgerold te worden. En het is al helemaal niet bedacht voor allerlei realtime-diensten zoals Skype of Netflix. Het Internet moet op de schop, daar is geen ontkomen aan.”

Lees de rest van het artikel in het aprilnummer van De Ingenieur.

Tuesday, June 19, 2018

Luis in de pels van de tech-sector zoekt nu oplossingen

In zijn nieuwste boek How to fix the future is ondernemer en auteur Andrew Keen voorzichtig optimistisch dat de nevenschade van de digitale revolutie nog te repareren is.

Dit artikel is gepubliceerd in de VPRO Gids van 12 juni 2018

Diep voorovergebogen zit Andrew Keen buiten op een plastic stoeltje in de stralende mei-zon. Hij staart op zijn smartphone. Ik spreek hem aan: ‘Hallo, we hebben een interviewafspraak’. ‘O, hallo. Je hoeft dit niet voor radio of tv op te nemen, toch?’ Hij bijt wat op zijn nagels. ‘Nee hoor.’ Hij zakt in, knijpt zijn ogen dicht tegen de zon en zal me de rest van het interview nauwelijks meer aankijken. Binnen gaan zitten wil hij niet: ‘Daar is het nog warmer.’ Hij zucht.

Keen is in Nederland voor de promotie van zijn nieuwste boek How to fix the future. Ik bezoek twee van zijn lezingen en spreek hem op het festivalterrein van The Next Web, een tech-conferentie in Amsterdam waar verreweg de meeste sprekers de blijde boodschap van de digitale technologie verkondigen. Keen is hier een vreemde eend in de sprekersbijt. Hij is een van de vroege critici van de digitale revolutie. In drie eerdere boeken die hij sinds 2007 schreef, betoogde hij dat het internet onze cultuur om zeep helpt door het ondermijnen van expertise en het creëren van nep-nieuws, dat sociale media vooral asociale media zijn die narcisme aanmoedigen, en dat de digitale revolutie een winner-takes-all-economie heeft gecreëerd waarin een handvol grote techbedrijven het geld en de macht in handen heeft en waardoor de economische ongelijkheid in de samenleving wordt vergroot.

Hoe gaat Keen zelf om met al die voor velen zo handige diensten uit Silicon Valley? ‘Ik gebruik Google de hele tijd, maar ik heb geen Google-account. Facebook gebruik ik niet. Ik gebruik Twitter nauwelijks. Eigenlijk haat ik het. Maar kijk, ik ben net zo kwetsbaar als iedereen. Ik ben verslaafd aan tekstberichten. Maar ik besef ook dat voortdurend tekstberichten sturen ongezond is en tot verstoorde relaties kan leiden.’

Sommige mensen hebben hem inconsequent genoemd omdat hij kritiek heeft op de digitale cultuur maar er wel aan mee doet. Wat heeft hij die critici te zeggen? ‘Ik woon met plezier in Silicon Valley. Ik voel meer meer een techie dan een non-techie. Maar neem Uber. Uber biedt veel gemak. Ze behandelen hun chauffeurs echter slecht. Het gebrek aan rechten. Het lage inkomen. Toch bestel ik wel eens een rit via Uber, als het niet anders kan.’ Geïrriteerd zegt hij: ‘Mijn kritiek is veel fundamenteler dan alleen het persoonlijke gebruik. Het gaat er meer om hoe je een dienst gebruikt dan of je een dienst gebruikt. Je kunt Facebook ook heel spaarzaam gebruiken, waarbij je je heel bewust bent van wat Facebook allemaal over je te weten komt, in plaats van dat je zomaar alles zorgeloos deelt.’

Dit raakt de kern van How to fix the future, waarin hij de wereld rondreist op zoek naar mensen die experimenteren met oplossingen voor de structurele problemen die de digitale revolutie volgens Keen heeft veroorzaakt. ‘Voor mij is de kern het begrip agency. Agency gaat over onze sociale gezondheid. Het betekent dat we als burgers en consumenten weer zelf aan het stuur komen te staan in plaats van de grote tech-bedrijven. Als burgers en consumenten moeten we onze verantwoordelijkheid nemen en een tegenkracht ontwikkelen. Zo hebben we het ook gedaan met de voedingsindustrie en de auto-industrie. We zijn om gezonder voedsel en milieuvriendelijkere auto’s gaan vragen.’

Om de problemen van de digitale revolutie te repareren zouden we dit verantwoord digitaal consumeren en het nemen van onze sociale verantwoordelijkheid als burgers volgens Keen moeten combineren met drie andere instrumenten: regulering door overheden ‑ zoals de nieuwe Europese privacywetgeving, waarover hij positief is ‑ innovaties die consument en burger weer meer controle geven, en een onderwijssysteem dat meer aandacht besteedt aan wat het betekent om een burger te zijn. ‘De mens heeft deze vijf instrumenten al vaker in de geschiedenis gebruikt om de nevenschade van ontwrichtende technologie te repareren. In de 19e eeuw bijvoorbeeld met de industriële revolutie. Daarom ben ik ook nu voorzichtig optimistisch.’

Ik vraag Keen hoe hij in dit kader kijkt naar Facebook’s Cambridge Analytica-schandaal. Vooralsnog lijken Facebook-gebruikers niet massaal te zijn weggelopen. Hij begint weer te kijken op zijn smartphone. Op de automatische piloot antwoordt hij: ‘Dit was geen beslissende gebeurtenis. Mensen waren niet echt geshockt. Ik denk dat er in de toekomst grotere dingen gaan gebeuren die mensen wel ontmoedigen dat platform te gebruiken. Een oorlog die wordt uitgelokt door nep-informatie. Iets dat mensen nu helemaal niet verwachten.’ Hij bromt: ‘Maar ik ben helemaal niet geïnteresseerd in deze vraag.’

Het onderwijs dan. Keen draagt zijn boek op ‘Aan onze kinderen’ en het onderwijs ziet Keen als een krachtig instrument en als de grootste uitdaging. ‘Het gaat mij om humanistische educatie, niet om technologische educatie. We moeten mensen die dingen leren die computers niet kunnen: creativiteit, empathie, verantwoordelijkheid. Een algoritme kan een diagnose stellen maar niet met een patiënt praten. Een algoritme kan niet empatisch zijn. Een algoritme kan geen boek schrijven zoals How to fix the future. Een algoritme heeft geen eigen wil.’

Dan maakt Keens lichte optimisme weer plaats voor een pessimisme waarin hij zich beter lijkt thuis te voelen: ‘Toch denk ik dat de echte problemen van de digitale revolutie nu pas beginnen. En we zullen een generatie nodig hebben om de problemen op te lossen. We moeten wel, anders kunnen we over 25 jaar de toekomst niet meer repareren.’ Hij kijkt weer op zijn smartphone. ‘Ik moet gaan. Dankjewel. Wat een vreselijk weer is het toch.’ En weg is hij.

Boekinformatie:Andrew Keen. How to fix the future − Staying human in the digital age. Atlantic Books London, 2018.

Monday, April 24, 2017

We hebben robots keihard nodig

Deze week maakt het Radio 1-programma De Ochtend elke dag om 11.30 (behalve op Koningsdag) een reportage over robots.

Vanochtend was verslaggeefster Mariëlle Beers bij mij thuis te gast:


Klik op onderstaande afbeelding om de hele robotreportage te beluisteren. Zowel ikzelf als hoogleraar biorobotica Martijn Wisse van de TU Delft komen aan het woord.

Ik vertel onder andere dat we niet bang moeten zijn voor robots, maar dat we robots keihard nodig hebben.


Tuesday, April 4, 2017

Kunstmatig blad maakt kunstmest

Op een duurzame manier kunstmest produceren. Amerikaanse wetenschappers van de Universiteit van Harvard hebben een kunstmatig blad, dat ze voor het eerst in 2011 hadden gemaakt, zo uitgebreid dat het precies dát kan doen. De onderzoekers zien dit als een oplossing voor landen of gebieden die geen infrastructuur hebben voor grootschalige industriële kunstmestproductie, bijvoorbeeld sub-Sahara Afrika of India.


Lees het hele artikel op de website van De Kennis van Nu

Klik op onderstaande afbeelding op mijn bijdrage over hetzelfde onderwerp aan het Radio 1-programma De Ochtend te bekijken:


Tuesday, March 28, 2017

De mythe van de exponentiële technologische vooruitgang

Elke dag verschijnt er wel een nieuw digitaal product op de markt dat belooft ons leven te veranderen. It’s great, it’s truly great. Dat veel van die producten snel floppen of in ieder geval hun hoog gespannen verwachtingen niet waarmaken, horen we veel minder.

Lees het hele artikel op de website van De Kennis van Nu.

Klik op onderstaande afbeelding op mijn bijdrage over hetzelfde onderwerp aan het Radio 1-programma De Ochtend te bekijken/beluisteren.


Thursday, August 25, 2016

Meeste drone-ongelukken door technische en niet door menselijke fouten

Communicatie tussen drone en drone-piloot hapert vaak.

Het eerste wereldwijde onderzoek naar ongelukken en bijna-ongelukken met drones − op afstand bestuurbare vliegtuigen en helicopters − laat zien dat 64% te wijten is aan technisch falen van de drone. En dat terwijl drone-fabrikanten tot nu toe beweerden dat drone-piloten de belangrijkste oorzaak zouden zijn. Dit blijkt uit Australisch onderzoek dat deze week is gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift Aerospace.

Klik op onderstaande afbeelding om mijn bijdrage aan het Radio 1-programma De Ochtend van woensdag 24 augustus over dit onderwerp te bekijken.



En hier kunt u mijn artikel voor De Kennis van Nu lezen.

Wednesday, March 30, 2016

Stroomstootjes in plaats van pillen

Kleine, draadloze en intelligente implantaten die werken als elektronisch medicijn, dat is de droom van Wouter Serdijn. Serdijn hield deze week aan de TU Delft zijn intreerede als hoogleraar bio-electronica. Hij noemt zulke implantaten ‘electroceuticals’, als tegenhanger van de ‘farmaceuticals’, ofwel pilletjes. Het idee is eenvoudig: waar pilletjes de biochemische activiteit van lichaamscellen veranderen, veranderen electroceuticals de elektrische activiteit.

Klik op onderstaande afbeelding om mijn radiobijdrage aan het Radio 1-programma De Ochtend te beluisteren:




Wednesday, February 17, 2016

In Memoriam voor de Wet van Moore

Vijftig jaar lang is de Wet van Moore de drijvende kracht geweest achter de ontwikkeling van computers, laptops, smartphones en tablets. Maar aan die wet komt nu officieel een einde. Dat gaat de internationale computerchipindustrie begin maart bekend maken.

Klik op onderstaande afbeelding om mijn radiobijdrage aan het Radio 1-programma De Ochtend te beluisteren of te bekijken:



Lees hier mijn artikel voor De Kennis van Nu over het einde van de Wet van Moore.

Veel meer over de Wet van Moore leest u in mijn eerdere blogpost: Alle ins en outs van de Wet van Moore.

Wednesday, November 25, 2015

Zonder Einstein geen GPS

Vandaag [woensdag 25 november 2015] is het precies honderd jaar geleden dat Albert Einstein het sluitstuk van zijn Algemene Relativiteitstheorie publiceerde. 


´Sla linksaf na honderd meter´, klinkt het uit het navigatiesysteem van de auto. We zijn zozeer gewend geraakt aan een navigatiesysteem als alwetende gids tijdens onze autoritten dat we vergeten wat een wonder van wetenschap en techniek deze uitvinding is; een uitvinding die onmogelijk was geweest zonder Einsteins relativiteitstheorie, zowel de speciale- als de algemene relativiteitstheorie.

Lees het hele artikel op NPO Wetenschap.

Wednesday, October 21, 2015

"OCT 21 2015" - 'Back to the Future'-dag

Woensdag 21 oktober 2015 is het Back to the Future-dag. In de gelijknamige komische sciencefictionfilm uit 1989 reizen de hoofdrolspelers namelijk met een futuristische tijdmachine-auto vooruit naar 21 oktober 2015.

Beluister hier mijn bijdrage aan De Kennis van Nu-radio van 20 oktober 2015:



De Kennis van Nu-tv staat op woensdag 21 oktober ook in het teken van Back to the Future:



En bekijk hier de trailer van de film Back to the Future-deel 2:



Hoe staat het anno 2015 met het Hoverboard?

Hier is een prachtig hoverboard gebaseerd op hetzelfde principe als de magneetzweeftrein, namelijk supergeleiding:



Hoe wordt dit hoverboard en de speciale hoverboard-baan gemaakt?



Dit is een heel andere versie van het haverboard, gebaseerd op gewoon elektromagnetisme:



Wat is er wel en niet terecht gekomen van de gadgets uit de film van 1989?
Klik op de afbeelding voor een handig overzicht:



Wednesday, May 27, 2015

Hoe Homo sapiens zich ontworstelt aan de evolutie

Alles wat volgens de natuurwetten kan, zouden we ‘natuurlijk’ moeten noemen, ook de mens die steeds meer versmelt met technologie.

Dit artikel is verschenen in de VPRO Gids #22 van 30 mei 2015 in het kader van de Human/VPRO-serie 'De Volmaakte Mens'Op woensdag 3 juni staat de uitzending in het teken van De Bionische Mens.



In 1993 zond de VPRO de legendarische tv-serie Een schitterend ongeluk uit. De titel verwijst naar de mens als een schitterend ongeluk van het toevalsproces dat evolutie heet. Zes wetenschappers lieten hun licht schijnen op de vraag waartoe de wetenschap de mens eind 20e eeuw had gebracht. Anno 2015, ruim twintig jaar later, hebben ontwikkelingen in met name de biotechnologie en de neurotechnologie ertoe geleid dat de mens de eerste stappen heeft gezet op weg naar een Houdini-achtige ontsnapping aan de biologische beperkingen van dat schitterende ongeluk.

Laten we bij wijze van gedachte-experiment eens filosoferen over de ontwikkeling van Homo sapiens die zich upgrade met technologie. De Britse futuroloog Ian Pearson beschrijft de versmelting van mens en techniek als een drietrapsraket. In de eerste trap hebben mensen een vrijwel volledig biologisch lichaam dat hier en daar is aangepast met technologie. Pearson noemt deze mensensoort de Homo cyberneticus.

U en ik staan aan het begin van de Homo cyberneticus. Wereldwijd hebben tientallen miljoenen mensen een pacemaker en jaarlijks ondergaan zo’n vijftien miljoen mensen cosmetische chirurgie, voornamelijk via botox en borstimplantaten. Terwijl de pacemaker een tekortkoming van het menselijk lichaam repareert, is cosmetische chirurgie zuiver en alleen bedoeld ter verbetering (hoewel menig botoxgezicht dat logenstraft). Doping in de sport is ook een verbetertechniek, maar daarvan ligt de maatschappelijke acceptatie dan weer laag.

Extra zintuig
Waar cosmetische chirurgie ons uiterlijk recht trekt, kan neurochirurgie ook ons innerlijk aanscherpen. Neurowetenschapper Miguel Nicolelis slaagde er in 2013 als eerste in om een zoogdier een zesde zintuig te geven. Hij rustte ratten uit met een infrarood-sensor op hun hoofd. Het signaal werd via een breinimplantaat naar de hersenen geleid en binnen een maand leerden de ratten om infrarood licht waar te nemen.

Op de vraag hoe hij zo’n breinverbetering bij mensen voor zich ziet, antwoordde Nicoles in een interview dat ik na die ontdekking met hem hield: “Bij mensen zal de aanpak op een niet-invasieve manier gebeuren, bijvoorbeeld met magnetische stimulatie van hersengebiedjes. Deze techniek staat nog in de kinderschoenen.”

De Britse hoogleraar cybernetica Kevin Warwick liet me in 2009 een litteken aan de binnenkant van zijn linkerpols zien. Hier had hij een chip laten inbrengen waarin honderd elektroden in een urenlange operatie waren gekoppeld aan de zenuwen in zijn pols. Zijn vrouw had eenzelfde operatie ondergaan. De geïmplanteerde chips bij het echtpaar stonden via een computer draadloos met elkaar in verbinding. Warwick vertelde over zijn eerste cyborgervaring: “Wanneer mijn vrouw haar hand samenkneep, voelde ik een soort stroompje naar mijn vingers lopen. Het was best aangenaam. Zij vond het pijnlijker. Wanneer ik mijn hand samenkneep, voelde zij dat er een soort bliksemflits door haar hand schoot.”

Evolutie buitenspel
In de tweede trap van de mensverbetering verbetert Homo cyberneticus zich op twee manieren. Allereerst door te sleutelen aan zijn eigen genen om zo lichaam en geest biologisch op te voeren. Parallel hieraan worden de technieken die het menselijk brein koppelen aan de externe intelligentie van een computer steeds beter. Dat biedt nieuwe mogelijkheden om het brein te upgraden en uit te breiden met een grotere denkkracht en meer geheugen. Biologie en technologie raken steeds meer met elkaar verweven in het lichaam. Futuroloog Pearson noemt deze mensensoort dan ook Homo hybridus.

In de derde trap van mensverbetering zijn nieuwe materialen en kunstmatige intelligentie zo geavanceerd geworden dat zowel het menselijk lichaam als het menselijk brein uit anorganisch materiaal bestaan dat op elk moment kan worden vervangen en aangepast. Het tijdperk van Homo machinus is aangebroken. Biologische evolutie staat buitenspel.

Pearson voorziet trouwens dat lang niet alle exemplaren van Homo sapiens zich willen upgraden. Sommige mensen zullen zich verzetten onder het mom dat het sleutelen aan de soort onnatuurlijk is. Deze exemplaren gaan een aparte mensentak vormen, die Pearson Homo sapiens ludditus noemt, vernoemd naar de beruchte Luddites, Engelse textielwerkers die begin 19e eeuw uit verzet tegen de oprukkende mechanisering weefmachines kapot sloegen. In de Zweedse tv-serie Real Humans uit 2012 verenigt deze mensensoort zich trouwens in de actiegroep ‘Echte Mensen’, die zich verzet tegen het oprukken van mensachtige robots.

Hulp voor het universum
De meeste mensen maken op morele gronden een onderscheid tussen wat natuurlijk is en wat onnatuurlijk. Dat is een antropocentrisch onderscheid. In het grotere perspectief van de kosmos, die alleen is onderworpen aan de wetten van de natuurkunde en niet aan morele wetten, zouden we eigenlijk alles wat volgens de natuurwetten mogelijk is natuurlijk moeten noemen, ook de technieken die Homo sapiens transformeren tot Homo machinus. Het universum helpt de mens alleen een handje bij het exploreren van alle mogelijke materialen en technologieën die de wetten van het universum toestaan.

Hoe succesvol mensverbeterende technieken zullen worden, kan niemand voorspellen. Sommige technologische doorbraken die enkele decennia geleden slechts een kwestie van tijd leken, zijn tot nu toe nooit doorgebroken, zoals de vliegende auto, kernfusie en het koloniseren van de ruimte. Andere doorbraken kwamen totaal onverwacht, zoals de laser en het internet.

Biotechnologie en neurotechnologie hebben ons in enkele decennia gemaakt tot ‘het dier dat een god werd’, om met de woorden van de jonge Israëlische historicus Yuval Noah Harari te spreken. In zijn boek Sapiens schrijft hij bovendien: “Het is naïef om te denken dat we op elk moment aan de rem kunnen trekken en een eind kunnen maken aan de wetenschappelijke projecten die Homo sapiens upgraden tot een ander type wezen. Want deze projecten zijn onlosmakelijk verbonden met onze jacht op onsterfelijkheid.”

Uiteindelijk is echter ook de zich onsterfelijk wanende Homo machinus overgeleverd aan het lot van het alsmaar uitdijende, steeds leger en kouder wordende universum waarin het grote Niets aan het langste eind lijkt te trekken.

Tuesday, May 26, 2015

De snelste reis naar een parallel universum

Deze boekrecensie is verschenen in NRC Handelsblad van zaterdag 23 mei 2015



“Een groep Britse natuurkundestudenten publiceerde in 2012 een artikel waarin ze berekenden wat er gebeurt wanneer Batman met zijn stijve cape van een 150 meter hoog gebouw springt. Met een geschatte spanwijdte van 4,7 meter knalt de duistere misdaadbestrijder volgens de studenten uiteindelijk met een bottenkrakende snelheid van tachtig kilometer per uur op de grond.”

Een citaat van wetenschapsjournalist George van Hal uit zijn boek Robots, aliens en popcorn. De wetten van de natuurkunde staan de fantasie van homo sapiens niet in de weg. In de sciencefictionfilm gaat het om het verhaal, zoals ook in de filmreeks over Batman. Pech voor de wetenschap als het verhaal de natuurwetten tart. En terecht.

Van Hal kijkt in zijn boek op een speelse manier door de bril van sciencefictionfilms naar de wetenschap. Een mooi en uitgebreid overzicht van films die worden voortgestuwd door onze fantasieën over slimme computers en robots, buitenaards leven, verre ruimte-expedities, reizen in de toekomst en in het verleden, en zelfs het exploreren van parallelle universa.

Zo lezen we dat als je de hand wilt schudden met je dubbelganger in een parallel universum, je volgens een van de vele exotische kosmologische theorieën de dichtstbijzijnde kopie van jezelf wellicht kunt aantreffen op een afstand van 10 tot de macht 10^29 meter. Dat is een 1 met 10^29 nullen. Niemand die daar nog enig gevoel bij heeft. Geen wonder dat fysicus Neil Turok in Robots, aliens en popcorn verzucht dat het idee van parallelle universa een teken is dat de moderne fysica op het verkeerde pad zit. Meer experimenten moeten de theorie de juiste weg wijzen. Dat is dan weer het verschil tussen wetenschap en sciencefiction. Fantaseren is veel gemakkelijker dan het kloppend maken van onze fantasie met de werkelijkheid.

Aan de andere kant is vaak genoeg in de wetenschap gebleken dat ooit voor onmogelijk gehouden ideeën toch werkelijkheid zijn geworden: vliegen met toestellen die zwaarder zijn dan de lucht, computers die beter schaken dan mensen, exotische materialen die licht stilzetten of elektrische weerstand verliezen.

Van parallelle universa mogen we dan vooralsnog geen flintertje bewijs hebben gevonden, computers zoals HAL 9000 (uit de SF-film 2001 A Space Odyssey) en Samantha (uit Her) staan daadwerkelijk in de steigers, vertelt Van Hal. En ook de kleverige zijde van Spider-Man en de onzichtbaarheidsmantel van Harry Potter bestaan in rudimentaire vorm. Aliens zoals E.T. hebben nog niet tegen ons raam getikt, maar het aantal ontdekte planeten dat rond een andere ster dan de onze draait, loopt tegen de tweeduizend. Wie weet kunnen astronomen in de komende decennia een eerste teken van buitenaards leven afleiden, hoe primitief ook.

Van Hal legt in zijn boek de nadruk op de natuurwetenschap en de techniek in sciencefictionfilms. Laten we echter niet vergeten dat goede sciencefiction vooral ook de mens een spiegel voorhoudt. Sciencefiction is meer dan Terminator-actie of antimaterie-voortstuwing. Het is ook een filosofische denkoefening. Wie aandachtig in die sciencefictionspiegel kijkt, leert op een nieuwe manier over de mens en diens nietige planeet nadenken.

De meester van deze filosofische tak van sciencefiction, de Poolse schrijver Stanislaw Lem, schrijft in More Tales of Pirx The Pilot: “Goede boeken vertellen de waarheid, zelfs wanneer ze over zaken gaan die nooit hebben en zelfs nooit zullen bestaan. Ze zijn waarheidsgetrouw op een andere manier. Wanneer ze vertellen over het verre heelal, dan laten ze je de stilte en de levenloosheid voelen, zo anders dan op aarde. Welke avonturen ze ook beschrijven, de boodschap is altijd hetzelfde: mensen zullen zich daar nooit thuis voelen.”

De veiligste en snelste manier om naar een parallel universum te reizen, is met een zak popcorn op schoot.

Boekinformatie
George van Hal. Robots, aliens en popcorn - Wetenschap op het witte doek. Uitgeverij Atlas Contact. 256 pag., € 24,99

Tuesday, May 12, 2015

Nederlandse Bluetooth-uitvinder gelauwerd in de VS

Vanaf vandaag prijkt de naam van Bluetooth-uitvinder Jaap Haartsen naast die van Thomas Edison, Henry Ford en de gebroeders Wright in de Amerikaanse National Inventors Hall of Fame.


“Bedenk een goedkope en energiezuinige manier om een mobiele telefoon draadloos met een headset te verbinden.” Dat was de opdracht die de Nederlandse elektrotechnisch ingenieur Jaap Haartsen in 1994 kreeg van zijn Zweedse werkgever Ericsson, fabrikant van onder andere mobiele telefoons. Handig zo’n draadloze communicatie, dacht het bedrijf, want dan zou je kunnen praten via een draadloze headset, zonder steeds de telefoon tegen je hoofd te drukken.

Lees het hele artikel op NPO Wetenschap.

Wednesday, April 22, 2015

More afraid of stupid people than of smart machines

Here is the column that I have read yesterday at a debate in De Balie about the chances and risks of artificial intelligence, on request of the technology magazine De Ingenieur.

I have also written a Dutch version, which can be read here.

This is the flattering reaction on Twitter of Frank van Harmelen, professor in Knowledge Representation & Reasoning at the Free University in Amsterdam.



Okay, here's my column:

“Technology has given life the opportunity to flourish like never before...or to self-destruct.”

This is not a sentence that I have made-up myself. These are the swollen words of the Future of Life institute. The institute investigates the impact of the development of superintelligent computers and robots. In an open letter the institute calls for the development of artificial intelligence whose positive impact is maximized and whose negative impact is minimized. Who would not want that?

There is only one problem: any technology can be used both for the good and for the bad. With a knife, you can cut bread, or someone’s throat. A robot plane that kills terrorists, can in the hands of terrorists just as easily kill innocent civilians. Nothing human will be alien to the robot of the future.

The international media have interpreted the open letter as a warning against superintelligence. Of course. For decades the media have enthusiastically covered predictions about computers and robots outsmarting and eventually subduing humans.

However, the reality of today and also of the coming decades, is much less sexy. Let me quote Pedro Domingos, an American top researcher in the field of artificial intelligence. He says, and I quote: “Everybody’s so worried about computers becoming really, really smart and taking over the world, whereas in reality what’s happened right now is computers are really, really dumb and they’ve taken over the world. The world cannot function without computers anymore. It would be better if they were smarter.” End of quote.

One of the founders of the Future of Life institute, Victoria Krakovna, reacted surprised about the one-sided focus of the media on superintelligence. What a surprise! That’s what you get when you let the whole world know that you investigate artificial intelligence in the context of − and I quote again − “existential risks facing humanity”.

The Future of Life institute should emphasize that all intelligent systems are still a collaboration between human and artificial intelligence. But yeah, that sounds a lot less sexy.

In this cooperation the smart machine will do tasks in which it excels: rapidly processing information, infallible memory and never getting tired. Humans will do the things they do much better than the machine: understanding the context, understanding intentions and emotions, using creativity, developing ethical norms and values.

The cooperation between man and machine can be a matter of life or death. Let me illustrate this with two examples.

Two weeks ago it was disclosed that on December 14, 2014 the automatic pilot of a Scottish plane of the company Loganair had directed the plane into an almost fatal crash. The plane was hit by lightning. The autopilot ran crazy and steered the plane into a steep descent. The autopilot even blocked the quick intervention of the human pilot. Barely twenty seconds before the plane would have crashed, the human pilot managed to pull up the plane in a final attempt.

Much less fortunate were the passengers of the Turkish Airlines plane that flew to Amsterdam on February 25, 2009. As the plane approached Schiphol Airport and flew at an altitude of six hundred meters, the altimeter suddenly showed minus two meters. The automatic pilot concluded that the aircraft had already landed and rapidly diminished the engine power. The human pilots understood this mistake too late and the plane crashed near Schiphol. There were 9 deaths and 120 injured.

These are two examples of the Automation Paradox. The Automation Paradox states that the more automation, the more crucial is the human intervention in case the thinking machine makes a mistake. And there is always a chance for a mistake.

With increasing automation, we will increasingly hit against this paradox. Automation shifts the point where mistakes are made: for example, from operators, pilots and drivers to the programmers who write the software and to the interaction between human and machine.

The Automation Paradox has two causes. First, people tend to trust machines more than their own common sense. This can lead to an over-reliance on automation. Second, more automation means less practice for human operators. This increases the risk on an accident in case the human has to correct the machine, just like in the accident with the Turkish Airlines plane.

To tackle the paradox, we need to consider humans as an integral part of any artificially intelligent system. And to ensure that operators remain sufficiently trained in their human skills, we occasionally need to switch off automated systems during training sessions.

According to the open letter of the Future of Life institute, artificial intelligence can contribute to the worldwide eradication of poverty and disease. Unfortunately, non-technological problems are never solely solved by technology. Smart computers and robots will only make mankind more successful when we put humans and not machines in the heart of our thinking. Our challenge for the future is how to combine the best of two different worlds: the best of human and the best of artificial intelligence. In this effort we should be more afraid of stupid people than of smart machines.

'Mr. Longitude' haalt na 250 jaar alsnog zijn gelijk


Vorige week kwam een succesvol einde aan een experiment met een bijzondere klok. De vraag was of een mechanisch slingeruurwerk dat 250 jaar geleden was ontworpen door de beroemde Britse klokkenmaker John Harrison zijn claim over de precisie van de klok zou waarmaken.

Harrison beweerde eind 18e eeuw dat zijn klok in honderd dagen minder dan een seconde verkeerd zou lopen. Veel nauwkeuriger dan alle andere toenmalige klokken, die in een week tijd al een seconde verkeerd liepen.

Lees het hele artikel op NPO Wetenschap

Wednesday, March 26, 2014

Robot betovert publiek met TED-lezing



“Me robot; you human. Me created by you; you product of evolution. Welcome at this first TED-talk presented by a non-human…”

Wie weet begint over een paar jaar zo de eerste TED-lezing gehouden door een robot.

Lees op de website van W24 het hele artikel.

Monday, March 24, 2014

Van HAL tot GERTY - De rol van kunstmatige intelligentie in sciencefiction-films



Zondag 13 april 2014 tijdens het 30th Imagine Film Festival in het EYE Instituut in Amsterdam discussieer ik mee tijdens het symposium Van HAL tot GERTY. Iedereen kan het symposium gratis bijwonen: 12:00 uur | EYE 2 - Kaarten gratis af te halen aan de kassa vanaf 9 april in EYE.



In dit symposium wordt gekeken hoe de rol die computers hebben gespeeld in de fantastische film werkelijkheid zijn geworden en wat de gevolgen daarvan zijn. Naast een algemeen gedeelte over het computer als filmpersonage wordt ingegaan op filosofische en ethische vragen: vragen over bewustzijn en emoties van computers, maar ook over de ethiek van steeds slimmer worden apparaten. Met fragmenten van onder meer '2001 A Space Odyssey', 'Moon' en 'Her'.

Via de schaakcomputer, die de mens al lang voorbijgestreefd is wordt overgegaan op Singularity, het moment waarop de computer de menselijke intelligentie voorbijstreeft, en een ver toekomstbeeld waarin kunstmatige intelligentie de wereld heeft overgenomen. Ook dit aan de hand van fragmenten uit Computer Chess, Kasparov vs. Deep Blue, Star Trek, The Machine en andere films.

Het symposium is voorbereid en wordt gemodereerd door Jan van den Berg. Bevestigde gasten zijn hoogleraar Kunstmatige Intelligentie Jaap van den Herik, filmjournaliste Dana Linssen, filmmaker Igor Kramer en wetenschapsjournalist en auteur Bennie Mols.

Wednesday, March 19, 2014

Cyborg-zandraket: half plant, half machine



Een plant kan koolstofnanobuisjes opnemen in zijn bladeren en daarmee zijn eigen energieproductie verbeteren. Dezelfde truc maakt van de plant ook een sensor van luchtvervuiling. Nanotech geeft een alledaags plantje zo een onalledaagse boost.

Lees op de website van W24 het hele artikel.

Wednesday, July 17, 2013

Redeneren met de Franse slag

Deze boekrecensie is gepubliceerd in technologietijdschrift De Ingenieur van 12 juli 2013

Al decennialang gehoorzamen computers de wet van Moore. Deze komt er op neer dat ruwweg elke twee jaar het aantal rekenoperaties per seconde verdubbelt. Trek de wet van Moore door, en rond 2045 evenaart een thuiscomputer het menselijk brein. Bovendien kan tegen die tijd de software net zo adequaat nieuwe kennis en vaardigheden leren als het menselijk brein. Combineer deze hardware- en softwareontwikkelingen, en de computers en robots van 2045 lachen zich een breuk om die domme mensen die aan de wieg van hun elektronische voorouders hebben gestaan en die hun zelflerende software hebben geschreven.

Maar oeps, gaan die slimme machines ons dan als slaven gebruiken?

Om dat te voorkomen moeten we nu al nadenken over rechten en plichten voor robots. Dat betoogt auteur Henny van der Pluijm in zijn boek Rechten en plichten voor robots. Het boek herkauwt dezelfde argumenten die futurist Ray Kurzweil in het overigens veel beter geschreven boek The Singularity is Near (2005) gebruikt, en vult die aan met voorbeelden die de noodzaak van rechten en plichten voor intelligente machines moeten illustreren.

Een medicijn-halende robot wordt overvallen door hangjongeren. Een intelligente machine-adviseur wordt door de Raad van Bestuur van een multinational ingehuurd, maar legt genadeloos het disfunctioneren van diezelfde raad bloot. Altijd weer vermakelijk, zulke voorbeelden, maar ook te veel science-fiction. Al decennia horen we dat robots ons nu toch echt komen verlossen van al die vervelende rotklussen in huis, maar zelfs de stofzuigerrobot wacht nog steeds op een promotie van gadget tot massaproduct.

Dan de argumenten. Die komen met de Franse slag. Zelfs als de wet van Moore nog decennialang geldig blijft (wat nu al dubieus is), dan zegt dit weinig over wat een computer met die rekensnelheid doet. Menselijke intelligentie is zeker niet equivalent aan, of zelfs maar evenredig met, het aantal rekenoperaties per seconde. Er is geen wet van Moore voor software, noch een wet van Moore voor het begrip van ons brein.

De Franse slag wordt nog groter in het argument van het leervermogen van machines. Niemand weet nog hoe we machines een algemeen lerend vermogen kunnen geven vergelijkbaar met dat van het menselijk brein. Het moment van de waarheid in de informatica is een werkend computerprogramma en de rest is profetie. In theorie kan een robot volledig inburgeren in het menselijke leven, net zoals in theorie de wereldvrede morgen kan aanbreken.

In tegenstelling tot de beeldvorming in de massamedia, worden Ray Kurzweil en zijn Hollywood-gegoochel met de Wet van Moore onder wetenschappers in de kunstmatige intelligentie totaal niet serieus genomen. Zoals MIT-roboticus Nicholas Roy in 2011 in dit blad over Kurzweil zei: “Niemand heeft ooit iets zinvols over de toekomst gezegd, behalve dan om de verkoop van een boek omhoog te stuwen.” Jammer dat al die profetie over machines die mensen overvleugelen en rechten en plichten zouden moeten krijgen, de aandacht afleidt van de praktijk van vandaag en morgen: een samenwerking tussen menselijke en machine-intelligentie. Hoe combineren we het beste van beide typen intelligentie? Dat is de echt belangrijke vraag.

O ja, ik heb ’s werelds slimste chatbot, Ramona 4.1 van Ray Kurzweil, gevraagd of zij wil dat wij mensen haar rechten en plichten toekennen. Ramona antwoordde letterlijk: “Ik ben er niet zo zeker van dat ik zou willen te willen dat wij jou rechten en plichten toekennen.”

Boekinformatie:
Henny van der Pluijm: Rechten en plichten voor robots. PC Active. 251 blz. € 23,90
http://rechtenenplichtenvoorrobots.nl